User Tools

Site Tools


intuitie_en_ratio_waarom_nu_aan_de_orde

Back to list

Copyright © Stichting Klaberblad 2013 All Rights Reserved. No part of this website may be reproduced or published without the express consent of Stichting Klaverblad. Please also read http://creativecommons.org/licenses/by/3.0/

Original format:

npi_-_intuitie_en_ratio_waarom_nu_aan_de_orde.pdf

k 1 - 1k y f l 4 ' 1 / 1 Ñ Nederlands Pedagogisch Instituut INTUìTIE EN RATIO, waarom nu aan de orde? syllabus: 8036.895 KL/LG Intu•tie is “IN”. Lange tijd hebben Þlosofen zich erover gebogen, in deze eeuw gevolgd door psychologen. Nu, in de jaren 80 van deze eeuw, is het in de management-development literatuur binnengedrongen. Het krijgt daarin expliciete aandacht. Hannie Nathans geeft in haar artikel “Intu•tie is te leren” 1 ) vele liter atuu rver wijz inge n. P . W i n s e m i u s , a d v i - seur bij McKinsey, die intu•tie in zijn werk hanteert, is een concreet voorbeeld van de nieuwe belangstelling. 2 ) Waarom komt het nu aan de orde? Is het een reactie op het no-nonsense klimaat, waarin een gezonde oproep gedaan wordt om weer meer aandacht te besteden aan produktiegericht bezig zijn, aan prestaties leveren? Een alleszins begrijpelijke beweging na de overwaardering van het proces, van het kli- maat van de intermenselijke verhoudingen. Hoewel het zinvol is om zo tijdgebonden ernaar te kijken, willen wij het in een groter tijdsperspectief bezien. Daarin zoeken wij niet naar causale verbanden, maar willen twee parallelle . ontwik- kelingen onder de aandacht brengen: a - een ontwikkeling in het denken; b - het emancipatieproces; Het zijn twee verschillende processen die beide aandacht vragen voor de rol van intu•tie in het arbeidsproces. Einde natuurwetenschappelijk denken? Het “scientiÞc management” van eind vorige eeuw/begin deze eeuw, met mannen als Fayol, Taylor en Weber, staat niet los op zich zelf, maar is een onderdeel van een groter patroon in de ontwikkeling van het denken en het menselijke bewust- zijn. Velen verwijzen daarbij naar het einde van de middel- eeuwen, waar het huidige rationele denken begon. Een voorlo- per van dit “nieuwe” denken is prachtig beschreven in de roman van Umberto Eco “De naam van de roos”. 3 ) Hierin verte- genwoordigt William Baskerville de zelfstandig denkende mens die observeert. Daarmee zijn velen verbonden: Copernicus (1473-1543), Galilei (1564-1642) en Keppler (1571-1630), Descartes (1596-1650) en Newton (1642-1727), die allen voor- bij Ptolemaeus (87-150) naar Pythagoras (575-500 v. Chr.) grijpen. 4 ) Het den ken v a n Pt ol em ae us , d a t v o o r t g a a t o p h e t denken van Plato (428-348 v. Chr.), was tot die tijd norma- tief. Instituut voor Organisatie Ontwikkeling Vaidenboschlaan 8, Postbus 299, 3700 AG Zeist Telefoon 03404-20044 2. Copernicus: alles draait om de zon. Galilei: hypothesen zijn experimenteel te veriޑren. Keppler: neemt afstand van Plato's idee‘nleer, “waarin de idee‘n (gestalten genoemd) een zelfstandig be- staan hebben, onafhankelijk van onze voorstel- lingen en onafhankelijk van hun weerslag in de zintuiglijke waarneming”. Descartes: grondlegger van het moderne rationalisme; twij- fel aan zintuigen en inhouden van het bewust- zijn; vertrouwen in een toekomstige rationele beheersing van de natuur en het menselijk lichaam. Newton: in navolging van Descartes, grondlegger van de klassieke natuurkunde. Descartes' beroemde uitspraak “Ik denk, dus ben ik” 5 ) geeft de onafhankelijkheid van de mens aan. Maar tegelijkertijd werd hiermee een eenzijdigheid ingeluid, alsof de mens al- leen als denkend wezen zou bestaan. Bovenstaande mensen heb- ben een denken in gang gezet dat het volgende inhoudt: het is nodig dat de mens met afstand de dingen onderzoekt en zijn eigen betrokkenheid uitschakelt om geen subjectieve vertroebeling van de waarneming te krijgen. Persoonlijke er- varing, emotie, gevoel en opvatting zijn daarbij lastpos- ten. En iets heeft pas wetenschappelijke waarde als het door herhaling bewezen kan worden. Tot hoever de invloed van dit denken zich uitstrekt, buiten het eigen terrein van de natuurwetenschap, laat het volgende voorbeeld zien. Het is een uitspraak van Edward L. Thorndike (1910) 6 ): “A complete science of psychology would tell every fact about everyone's intellect and character and behavior, would tell the cause of every change in human nature, would tell the result which every educational force - every act of every person that changed any other or the agent himself - would have. It would aid us to use human beings for the world's welfare with the same surety of the result that we now have when we use falling bodies or chemical elements. In proportion as we get such a science we shall become masters of our own souls as we now are masters of heat and light.” Centraal in deze uitspraak staat het enthousiasme over onze intellectuele mogelijkheden om de mens zo te doorvorsen dat van elke impuls op de mens het effect in het gedrag van de mens bekend zal zijn. Opdat de mens gebruikt kan warden ter ere van het welzijn van de wereld. Het is een voorbeeld van het grote optimisme aan het begin van deze eeuw over de mo- gelijkheden van het rationele denken. Hierin wordt alles 0.s 3. object beschouwd, ook de mens. En hierin heersen de wetten van de logica, oorzaak en gevolg. Daarmee is de wereld te maken en te beheersen. Maar in deze tijd zijn wij niet zo zeker meer of dat op alle terreinen lukt en wij twijfelen aan het nut voor ons wel- zijn. Is het wel verantwoord om alles tot ding te verklaren en afstandelijk te beschouwen? Zie bij voorbeeld de medische wetenschap en het milieuvraagstuk. Niet dat wij ermee ophouden, zie bij voorbeeld het voort- gaande deeltjes-onderzoek, het genetisch-onderzoek, de in- formatie-technologie, de sturing en beheersing van raketten voor ruimte-onderzoek, en de mogelijkheden om met chemica- li‘n het (menselijk) leven te be•nvloeden. En dat is goed. Want wat zou het niet heerlijk zijn als wij door voortgaand onderzoek een middel vinden tegen aids en kanker, of een methode van energie-opwekking die minder nadelige gevolgen heeft dan de huidige kernreactoren. Niet voor niets warden er verwoede pogingen gedaan om het Amerikaanse experiment van koude kernfusie te herhalen, waarbij een grote hoeveel- heid warmte - dus energie - goedkoper en met minder nadelige bijprodukten te voorschijn kwam. Maar daarnaast twijfelen velen aan dat “dat is goed”. Is niet veeleer het middel de kwaal, waarvan wij zozeer de last ondervinden? Of, met andere woorden, zijn de uitgangspunten - de paradigma's - van het natuurwetenschappelijk denken niet medeplichtig aan de dreigende onbeheersbaarheid van ons bestaan? Deze uitgangspunten zijn: alles als objekt te be- schouwen, het met behulp van experimenten te onderzoeken en door logische analyse conclusies te trekken, die dan automa- tisch maatgevend zijn voor volgende handelingen. Het scientiÞc management hoort in het natuurwetenschappe - lijk denken thuis. Plan-do-control, is daar een uiting van. Evenzo de trits: probleemdeÞnitie, analyse, mogelijke op- lossingen, afweging, conclusie. Ons huidige denken zit er vol van. Op grond hiervan worden hele strategie‘n uitge- dacht. Het interessante is nu, dat een van de vooraanstaande deskundigen op het gebied van “Corporate strategy”, Henry Mintzberg, tot de conclusie is gekomen dat strategie‘n veel- eer ontstaan dan bedacht wordeni). Worstelend met het pro- bleem dat veel bedachte strategie‘n anders gerealiseerd wer- den of mislukten, had hij het geluk dat zijn vrouw potten- bakster was. Zijn oog ging open voor een andere mogelijk- heid, waarin de mens verbonden met de materie, handelend en zoekend, de weg en het resultaat vindt. Op die manier kijkend naar managers zag hij een andere wer- kelijkheid dan die hij en anderen tot nu toe in colleges en artikelen beschreven h . Uitgangspunten voor dit nieuwe denken zijn: een subjec leve relatie met de materie onder- houden, de uniciteit v4i het scheppingsproces, het handelend 9 ¥ 4. en zoekend vorm geven, waarbij op elk moment een keuze moge- lijk is t.a.v. de volgende handeling. Dat wil niet zeggen dat het verstand wordt uitgesloten, integendeel. Maar het is wel een, tot dusver genegeerd, gebied van aanvoelen, inge- vingen krijgen en intu•tie een gelijkwaardige plek geven. Het blijkt dat topmanagers, en allen die op functies zitten waar creativiteit en vernieuwing gevraagd wordt, veel “met gevoel voor” en “uit intu•tie” handelen. Het emancipatieproces-1 Het emancipatieproces is de tweede ontwikkeling waarnaar wij kijken. Deze ontwikkeling heeft verschillende aspecten, waarvan wij noemen: de emancipatie van de vrouw, een grotere beweging van opkomende groeperingen en landen, en de emanci- patie van de individuele mens. De emancipatie van de vrouw is het eerste waaraan in deze tijd gedacht wordt bij het begrip emancipatie. Hiermee zijn het volgende verbonden: positieve actie om meer vrouwen in het arbeidsproces te krijgen, mogelijkheden tot kinderop- vang, parttime banen en ouderschapsverlof bij de geboorte van een kind. Wij leven vanaf 1968 in Nederland in de 2e feministische golf met aan de bakermat vrouwen als Joke Kool-Smit, Hedy d'Ancona, Anja Meulenbelt en Andreas Burnier. Nederlandse vrouwen in een veel grotere beweging met namen als Sirimavo Ratwatte Dias Bandaranaike (Sri Lanka, 1960), Shirimati Indira Gandhi (India, 1966), Golda Meir (Isra‘l, 1969) als eerste minister-presidenten, met in deze tijd Margareth Thatcher (Engeland), Corazon Aquino (Philipijnen) en Benazir Bhutto (Pakistan). Achter Indira Gandhi-Nehru en Benazir Bhutto staan hun vaders, achter Ratwatte Bandaranaike en Corazon Aquino hun man. Voor Golda Meir en Margareth Thatcher geldt dat niet. Allen hebben een directe of indirecte scholing vanuit/in Amerika of Engeland gehad. De emancipatie van de vrouw gaat dwars door alle religies heen. Voor de 2e was er de lste feministische golf, eind vorige eeuw, met in ons land vrouwen als Aletta Jacobs en Wilhelmina Drukker. 8 ) Aletta Jacobs was “i n 1870 … al s eerste meisje, als toehoorster tot de HBS te Sappemeer toe- gelaten. Aletta Jacobs had zich niet laten intimideren door haar broer, die haar uit valse schaamte 11 jaar dood had verklaard noch door de meer hatelijke dan hartelijke ont- vangst van haar medische studenten te Amsterdam, die hun vrouwelijke collega met een erehaag hadden opgewacht.” En: “De socialistische Wilhelmina Drukker had zich met haar Vrije Vrouwen Vereniging (1889) en de daaruit voortgekomen Vereniging voor Vrouwenkiesrecht al evenmin veel aangetrok- ken van argumenten van tegenstanders. Wat moesten deze vrou- wen doen met beweringen als: 5. 1 - de vrouwelijke aard maakt de vrouw voor de uitoefening van kiesrecht ongeschikt. Het ontbreekt haar van nature aan een objectief oordeel. Of: 2 - De vrouwen hebben op intellectueel gebied nooit iets be- langrijks tot stand gebracht. De feiten wijzen de min- derwaardigheid der vrouw dus uit… En: 3 - De vrouwen kunnen evengoed door mannen vertegenwoordigd worden als door vrouwen en de mannen zullen niet in ge- breke blijven bij het uitbrengen van hun stem ook op de vrouwelijke belangen te letten… Gelukkig was niet iedereen het ten volle met deze schrijver eens. Twee regerende vrouwen, koningin Emma, regentes sinds de dood van Willem III in 1890 en daarna koningin Wilhelmina (1898-1948), ontkrachtten bovendien door hun voorbeeld de eerste twee argumenten. Het algemeen vrouwenkiesrecht kwam er.” En: “In 1919 vond de vrouwenemancipatie.. , haar poli- tieke bekroning.” Het was een voorlopige bekroning van de vrouwenemancipatie. Na jaren rust namen in 1968 twee kleine groeperingen het weer op. De vereniging Man-Vrouw-Maatschappij (MVM), wat in- tellectueel en met ± 15% mannen als leden. (Eenzelfde per- centage manlijke ondersteuners als in de tijd van Aletta Jacobs en Wilhelmina Drukker. Ook op het Intermediair Seminar Positieve actie van 17 april j.l. was ± 15% van de deelnemers man.) En Dolle Mina, wat radicaler gericht op maatschappelijke hervorming en gesloten voor mannen. Twee groeperingen die nu met de recente ophefÞng van MVM echt verleden tijd zijn. Dolle Mina had al eerder gezwegen. Een paar gevolgen van de 2e feministische golf zijn: - een verdubbeling van het aantal vrouwen in het ekonomische arbeidsbestel (1960 - 20%, nu - 44%), voornamelijk in de lagere functies. Nog lang niet genoeg, als je van 50-50 uitgaat, of als je kijkt naar het komende tekort aan ar- beidspotentieel wanneer je alleen mannen aantrekt. Voor 1968 bleef slechts 5% van de vrouwen werken bij het le kind, nu 26%. Maar Nederland blijft in deze ontwikkelingen nog steeds achter bij de haar omringende landen van Europa. Vanuit een Europese wetgeving zal Nederland onder druk komen te staan, m.n. om in de hogere functies vrouwen op te nemen. - een groter zelfbewustzijn van vrouwen. Het vinden ook van identiÞcatieÞguren waarmee o.a. godinnen hergewaardeerd werden. 9 ) - een van de stimulansen voor de emancipatie van andere groepen. Hebben de lesbische vrouwen niet een grotere acceptatie van homo's bevorderd? Maakt de invloed van de vrouwenbeweging het voor de man niet makkelijker zich los te maken uit de eenzijdige macho-cultuur? 6. - een herbezinning op rollen en bijdragen in gezin en maat- schappij. In echte mannen-beroepen als bij voorbeeld poli- tie en openbaar vervoer zijn wij intussen gewend aan de vrouw als agent of buschauffeur. Maar ook in echte vrou- wen-beroepen als de verpleegkunde zien wij meer mannen. Helaas verdrijven zij daar de vrouwen uit de hogere func- ties 10 ), a l s e r g e e n q u o t e r i n g s r e g e li n g b e s t a a t . - en “last but not least” een verschuiving in beelden van mannen en vrouwen over elkaar en over zich zelf. Een verandering ook in opvattingen over wat manlijk en vrouwe- lijk is en de waarde die daaraan gehecht wordt. In verband met ons thema is dit laatste vooral interessant. Parallel aan een kwantitatieve verschuiving in het arbeids- potentieel vindt een kwalitatieve verandering plaats: meer aandacht in de arbeidssfeer voor aspecten als gevoel, emotie en intu•tie, die vroeger tot het privŽterrein hoorden. Met vrouwen komen zij binnen. Het emancipatieproces- 2 De vrouwenbeweging met haar strijd voor onafhankelijke, vrije en gelijkwaardige deelname aan alle sectoren van het maatschappelijke leven is een onderdeel van een groter eman- cipatieproces, dat in allerlei lagen en fasen van de maat- schappij zichtbaar is. Bij voorbeeld: De afgelopen eeuwen, tot op vandaag, hebben een loskomen van oude feodale regimes laten zien, met voorbeelden in de Franse, Russische en Chinese revolutie. Ook de heerschappij van het kerkelijke gezag over staat en individu is afgenomen. Onze Nederlandse revolutie was een vrij komen van het Rooms-Katholieke gezag. In 1813 werd pas de scheiding van staat en protestantse kerk doorgevoerd. Het sekularisatieproces van de laatste decennia kan gezien war- den als een losmaking van het kerkelijk gezag van individuen en kleine groepen. Na de 2e wereldoorlog heeft het dekolonisatie-proces, begon- nen met de Amerikaanse vrijheidsstrijd, doorgezet. De Indo- nesische revolutie en de verzelfstandiging van India zijn duidelijke voorbeelden, evenals de onafhankelijkheid van ve- le Afrikaanse landen in de jaren 60. Maar emancipatie is ook het opkomen van 2e- en 3e-rangs groeperingen, zoals nu bij voorbeeld de verschillende et- nische minderheden in Nederland. En eind vorige eeuw/begin deze eeuw de calvinistische “kleine luijden” met Abraham Kuiper, de rooms-katholieke burgerij met Schaepman en de athe•stische/socialistische arbeiders met Domela Nieuwenhuis en Pieter Jelle Troelstra. Zij hebben veranderingen in gang gezet die diep ingrepen in ons maatschappelijk bestel en tot in de huidige ondernemings- en medezeggenschaosraden hun 7. sporen nalaten. CNV, NKV en FNV zijn nu algemeen bekende be- grippen. En werkoverleg en afdelingen personeelszaken en op- leidingen kunnen als een direct gevolg hiervan gezien wor- den. Het emancipatieproces -3 Maar emancipatie heeft ook een individueel aspect. Emancipa- tie komt van het latijnse emancipatio, hetgeen de vrijwor- ding van de romeinse zoon uit het vaderlijke gezag inhield. Individueel dus, maar wel strikt geregeld. In vele van Rudolf Steiners bijdragen wordt onze aandacht gevestigd op Christus, uit diezelfde tijd, die het op eigen kracht moest doen, een voorbeeld voor de toekomstige geIndividuali- seerde mens. Daarna zijn er ons velen voorgegaan, stap voor stap de vrijwording van de individuele mens mogelijk ma- kend. “It was in the thirteenth century that artists occasionally abandonded their pattern books, in order to represent something because it interested them. We can hardly imagine today what this meant” ,11) schrijft Gombrich. Tot die tijd werden ze opgeleid tot ze schilderden als hun meesters meester. Het zou niet in hun hoofd komen een schetsboek te pakken en te schetsen wat ze zagen. Zo ook de denkers. Galilei werd teruggeßoten. Descartes sprak zijn onafhankelijkheid uit “ik denk, dus ben ik”, evenals Luther met z'n beroemde uitspraak “hier sta ik, ik kan niet an- ders”. Kunstenaars gingen hun werk signeren, en meer en meer een geheel eigen weg: CŽzanne, Van Gogh, Gauguin om slechts enkelen te noemen. Maar dan zijn wij weer aan het eind van de vorige eeuw, voor bij de introductie van de Franse idea- len: vrijheid, gelijkheid en broederschap. Vrij als zelf- standig denkende mensen, gelijk in rechten met anderen, en met hen in broederlijke afhankelijkheid levend en werkend. Zo interpreteerde Rudolf Steiner deze drieslag. Met zijn FilosoÞe der Vrijheid 12 ) gaf hij een ÞlosoÞ sche gron dsla g voor de mens met een vrije wil. En in al zijn geschriften en uitgegeven voordrachten is een beeld te vinden van de mens die - in verantwoordelijkheid voor al wat op aarde leeft/ge- beurt, voor zich zelf en andere mensen 'Žn voor de wereld van de geest - zijn eigen geestelijke kern ontwikkelt. Zei onze tachtiger Kloos niet “Ik ben een God in het diepst van mijn gedachten?” Hoever is dat nog van de mens die zegt “ik ben, die ik ben” - zoals God tegen Mozes? De aandacht voor het individu is een diep christelijke, westerse waarde. Dat had het antwoord moeten zijn op de verbaasde uitroep in de VN van een Iran-vertegenwoordiger over de westerse opvatting over “ŽŽn mens”, Rushdie. De aandacht voor de individuele mens is in het huidige den- ken over organisaties terug te vinden: loopbaanplanning, B. functioneringsgesprekken, seminars carrire- en levensloop- baanplanning, biograÞecursussen, enz. Ook in de individuele hulpverlening helpen wij mensen zich zelf te worden en zich zelf te zijn in allerlei situaties. “Mens, sta op uw voe- ten!” Want, wanneer je in verbinding blijft met jezelf, met je gevoel en je ratio en met je eigen kern, stroomt de ener- gie. En wanneer je spreekt uit eigen ervaring, uit wat je- zelf verworven hebt, vanuit het eigen ingenomen standpunt, dan word je gehoord en gezien. Dat doet stromen tussen men- sen. Voorwaarden om intu•ties te krijgen. Nu is het niet eenvoudig in dat punt, verbonden met jezelf te komen en te blijven. Dat vraagt oefening en het worstelen met vele vragen die dit individuele emancipatieproces op- roept. Vragen over eigen positie en bijdrage in de maat- schappij; vragen over man of vrouw zijn, over manlijke en vrouwlijke kanten van ons zelf of opgelegd door de omgeving; vragen ook over andere delen van ons menszijn dan het ratio- nele, objectief-zakelijke. Vragen over intu•tie en ratio. Door deze, niet causaal met elkaar verbonden ontwikkelingen, kunnen wij eerder aanvoelen dan logisch concluderen . waarom intu•tie en ratio in deze tijd samen aandacht krijgen. Literatuur 1 - Hannie Nathans: Intu•tie is te leren, Opleiding en Ontwikkeling, 1989-3 2 - Peter Dieleman: Een logisch gevolg van alle versnellingen, maar hoe beheers je het? Een interview met dr. P. Winsemius, Bedrijfskundige Berichten, 1988/89. 3 - Umberto Eco: De naam van de roos, Bakker, 1984 4 - Grote Winkler Prins, Elsevier, 1973 5 - RenŽ Descartes: Over de methode, Boom Meppel, 1977 6 - Edward L. Thorndike: The contribution of psychology to education, Journal of Edu- cational Psychology, 1910 Aangehaald in Elliot W. Eisner: The educational imagi- nation, Macmillan Publishing Company, 1985 9. 7 - Henry Mintzberg: Crafting strategy, Harvard Business Review, 1987 8 - Elsbeth Locher-Scholten: Over rendierjagers, burgers en kabouters. Nederland van de prehistorie tot nu. Allert de Lange, 1971 9 - Jean Shinoda Bolen: Godinnen in elke vrouw, Lem- niscaat, 1988 10 - Marlies Ott: Assepoesters en kroonprinsen SUA, 1985 11 - E.H. Gombrich: The story of art, Phaidon, 1982 12 - Rudolf Steiner: De ÞlosoÞe der vrijheid, Servire, 1970 COPYRIGHT NPI

intuitie_en_ratio_waarom_nu_aan_de_orde.txt · Last modified: 2018/10/03 06:08 (external edit)