Nederlands Pedagogisch Instituut
syllabus: 7191.905
JS/LG
BIOGRAFIE-STUDIE — een opgave
De afgelopen jaren is duidelijk merkbaar hoe de belangstel-
ling voor het eigen leven -— de privé-situatie en/of de werk-
situatie — groeiende is.
Een plotseling optredende gebeurtenis als ziekte of werke-
loosheid kan deze belangstelling wekken, waardoor vragen aan
de orde komen zoals: "Waarom ben ik in deze situatie geko-
men?'': een individuele korte termijn-vraag. Dit soort vragen
kan ook een gevolg zijn van het proces van individuele be-
wustwording die de mensheidsontwikkeling kenmerkt: een lange
termijn-oorzaak.
In tijdschriftartikelen en in boeken ziet men dit weerspie-
geld. Ikzelf kom als organisatie-adviseur veel mensen tegen
die dit soort vragen hebben. Het vragen stellen aan het
eigen leven — biografiestudie dus —- kan dan gaan dienen als
stuurmiddel voor het eigen leven. Bij mensen met wie ik
daarbij in aanraking kom, gaat het in eerste instantie om
het werkleven, maar meestal komen het privé-leven en het
ontwikkelingsleven dan ook aan de orde. Tenslotte blijkt er
altijd samenhang tussen die gebieden te bestaan.
De biografiestudie wordt ook gebruikt als therapie. De grens
tussen het gebruik als stuurmiddel en als therapeutisch mid-
del is overigens niet zo makkelijk te geven.
Mensen stellen zichzelf heel diverse levensvragen: waarom
zijn er in mijn leven bepaalde dingen gebeurd, die zo op het
oog toevallig waren; waarom ben ik 28 keer in mijn leven
verhuisd; waarom kom ik in mijn leven steeds hetzelfde soort
situaties tegen?
Veel mensen vragen zich in deze tijd af: waarom ben ik
eigenlijk werkloos? Daar is natuurlijk op te antwoorden dat
er honderdduizenden werkloos zijn, maar dat geldt voor de
totaliteit. Wat is de individuele betekenis en eventueel de
individuele kans?
Iemand worstelt met de vraag naar de keuze in haar relatie:
wat is de juiste, wat is de keuze die bij mij hoort, die in
mijn biografie past, die ík moet maken?
Of de veel algemenere vraag die in een recent verschenen
roman wordt gesteld: "Waarom dit leven en geen ander?" Waar-
om moet ík dit leven leiden, kan niemand anders dat leven
van mij leiden, wat heeft dat met mij te maken?" "Wat onder-
scheidt mijn leven van dat van iemand anders?" De vraag is
dan natuurlijk: "Wat onderscheidt mij van iemand anders?"
Allemaal vragen die wijzen op een groter ik-bewustzijn, dat
ook nodig is om met dit soort van vragen bezig te zijn en
daar antwoorden op te vinden. Misschien ontwikkelt op deze
wijze de verhouding van de mens tot zijn levensloop zich
over heel lange tijdperken van:
Instituut voor Organisatie Ontwikkeling Valckenboschlaan 8, Postbus 299, 3700 AG Zeist, Telefoon 03404-20044, Fax 03404-12770
Kad
„- een gevoel van onderworpenheid aan schikgodinnen, aan
hogere machten, naar
- een gevoel van verbondenheid met en naar een inzicht in
het leven dat wij leiden en
- wellicht in de toekomst meer en meer naar een gevoel van
verantwoordelijkheid voor het leven. "Het leven dat ik ge-
kozen heb is mijn leven".
Het gebied van de biografiestudie laat zich verdelen naar
drie tijdoriëntaties: het verleden, het heden en de toe-
komst, waarbij als resultaat wordt gewerkt aan:
. begrip voor gebeurtenissen, die zich in het verleden heb-
ben voorgedaan;
. een verhouding tot de huidige levenssituaties
. keuzes maken voor de toekomst.
In het hiernavolgende wil ik ingaan op de onderzoeksgebieden
van biografiestudie en vragen die daarbij behulpzaam kunnen
zijn. Ook de houding hiertegenover komt ter sprake.
De vragen die wij aan onze biografie stellen, beleven wij in
het nu, daar begint het proces van de biografiestudie. De
impuls doet zich in het nu gelden als gevolg van vragen die
zich meer of minder klemmend hebben aangediend.
Dat kunnen inzicht-/begrijpvragen zijn, die met het nabije
of verre verleden te maken hebben of keuze-/beslissingsvra-
gen, de nabije of verre toekomst betreffend. Ook kan de
vraag liggen in het zich verhouden tot de eigen biografie,
de waarom-vraag. De aard van de vraag bepaalt waar wordt be-
gonnen met de biografiestudie, er is niet één beste volgor-
de.
In dit artikel wordt begonnen met het verleden, om via het
heden naar de toekomst te werken. Maar men zal merken,
voortdurend voor b.v. toekomstvragen weer een stuk verleden
nodig te hebben.
Aan eerdergenoemde voorbeelden is te zien, dat het hier een
materie betreft, die ongeschikt is voor hobbyachtig of mode-
„achtig bezig zijn: hier gaat het om heel wezenlijke levens-
vragen.
En vermoedt men ook maar enigszins dat dieper liggende pro-
blemen zullen kunnen opdoemen, die de mogelijkheden van in-
dividuele of gemeenschappelijke wederzijdse biografiestudie
te buiten gaan, dan is het tijdig inroepen van professionele
hulpverlening geboden.
Nu eerst het onderzoeksgebied van het verleden: een gebied
waar niets meer te willen is, alles is al gebeurd, waar het
vastligt. Misschien zijn de gebeurtenissen te begrijpen: wat
viel voor en hoe heeft het gewerkt, wat waren de gevolgen?
Een eerste stap is hier het verzamelen van feiten.
Men kan hier "binnen" zoeken en "buiten". Binnen: het gebied
van wat men "meebrengt" op aarde komend en wat men daar ver-
der mee doet.
EEN
Buiten: het gebied van datgene wat en diegenen die men op
aarde opzoekt: ervaringen, ontmoetingen.
Binnen kan men zoeken in de lichamelijke gegevenheden -— een
vrouwelijk lichaam, mannelijk lichaam, compleetheid, gezond-
heid, enz. Voorts kan het gebied van de temperamenten inte-
ressant materiaal opleveren, zowel als de mensen-typen en
datgene wat de tekens van de dierenriem vertellen. Wat heb-
ben deze gegevenheden (on)mogelijk gemaakt? Wat voor erva-
ringen heeft dit alles opgeleverd?
Een bruikbare afbakening van het onderzoeksgebied buiten is:
‚ de leefwereld, de thuiswereld;
‚ de leerwereld, de schoolwereld;
de werkwereld.
In alle drie gebieden kan men zoeken in de fysieke omgeving,
kan men zoeken naar de psychische omgeving en naar het spi-
rituele streven.
Als voorbeelden van mogelijke onderzoeksvragen kan men den-
ken aan: het land van geboorte; was de jeugd een stads- of
een plattelandsjeugd; groot/klein gezin, enig kind; het
milieus de verhouding thuis-school; waar ging het op school
eigenlijk om; de diverse werkkringen; waar lag de eigenlijke
verbinding: in het produkt of de dienst, de organisatie, het
werkteam of het vak; hoe verhouden de verschillende levens-
sferen zich?
Een afzonderlijk terrein van onderzoek kan zijn het contact
met mensen: veel, weinig; wat voor soort contacten: eenzij-
dig, wederzijds, mannelijk, vrouwelijk?
Nadat — eventueel voorlopig — voldoende materiaal is ver-
gaard, is de volgende stap te proberen verbanden te zien,
verbindingslijnen, verklaringen te vinden.
Daartoe is het dienstig belangrijke gebeurtenissen, belang-
rijke beslissingen, crisismomenten, radicale koerswijzigin-
gen, kleurveranderingen en belangrijke ontmoetingen eens wat
nader in verband proberen te brengen. Het is zinnig om niet
alleen maar de plezierige en succesvolle gebeurtenissen te
zoeken; de minder plezierige verschaffen misschien belang-
rijker informatie. Interessant kunnen ook blijken te zijn
steeds terugkerende gebeurtenissen. Geleidelijk kunnen zo-
doende levensthema's zichtbaar worden, die over langere
periode een rol blijken te spelen.
Als —- voorlopige — afronding van het werken aan het verleden
kan men in dit stadium proberen als hypothese de vragen te
beantwoorden naar:
de "opbrengst" van een aantal belangrijke gebeurtenissen
of ontmoetingen: wat was daarvan in deze biografie het ge-
volg, het resultaat?
‚ het waarom: waarom worden steeds moeilijke situaties opge-
zocht of conflicten aangegaan of Juist vermeden?
Nog iets over het instrument en de houding die het werken
aan het verleden produktief maken.
Waar het hier gaat om dat deel van het leven dat is afgeslao-
ten, dat onveranderbaar is, is afstandelijk waarnemen en
denken op zijn plaats. Objectiviteit en helderheid helpen
bij het noodzakelijke, maar soms moeilijke, afstand nemen.
Moeilijk vooral om de nog onverwerkte stukken "los te
laten": gevoelsherinneringen dienen zich aan en oude (voor) -
oordelen. Hoe vaster die zitten hoe moeilijker om “objec-
tief" vast te stellen wat de betekenis, wat de opbrengst is
geweest van gebeurtenissen en ervaringen.
Op deze manier werken aan het verleden kan bij dit verte-
ringsproces helpen.
Een andere kleur krijgt het werken aan de levenssituatie van
het heden zowel wat betreft het terugkijken naar het verle
den, met de vraag: "Waar heeft dit alles mij in het heden
gebracht" als het kijken naar de toekomst met de vraag: "Wat
is er op dit moment al "zichtbaar" van de toekomst?"
In beide gevallen zijn de vragen zo nabij, dat het gevoel
zich meer laat gelden dan dat in relatie tot het verdere
verleden of de verdere toekomst het geval is.
Als ergens de hulp van “meekijkers" van nut kan zijn dan is
het hier: zij kunnen beter de functie van de afstandelijk-
heid vervullen.
Naar het verleden kijkend gaat het er nu om de lijnen die
wij hebben ingevuld vanuit het begin te vervolgen tot op dit
moment in het leven. Daarbij is een mogelijk onderzoeksge-
bied wat eerder met "binnen" werd aangeduid, wat heb ik
“meegebracht in het fysieke, in het psychische, in het spi-
rituele? Maar wat is er met deze gegevenheden gebeurd, wat
heeft men ervan gebruikt, wat niet: welke vermogens zijn
ontwikkeld en vooral ook: welke zijn blijven liggen; welke
levenshouding heb ik ontwikkeld; hoe verhoud ik mij tot de
buitenwereld en tot wàt in de buitenwereld en hoe tot de
binnenwereld?"
Bij dit onderzoekproces is het steeds van belang naar de
veranderingen, de ontwikkelingen, de erisismomenten en
sprongen te kijken.
Het andere onderzoeksgebied - eerder als "buiten" aangeduid
- geeft de mogelijkheid te kijken. naar de omgeving die wij
hebben opgezocht, b.v. de fysieke omgeving of de sociale om-
geving.
“Wat heb ik steeds opgezocht, wat steeds vermeden? En wat
heb ik daaraan ontwikkeld; wat ben ik daardoor tegenge-
komen?!
Afhankelijk van waar de vragen liggen:
. in de werkwereld,
‚ in de thuiswereld,
. in de leerwereld,
kan men materiaal verzamelen omtrent bijvoorbeeld:
wat voor soort werk in de loop der jaren is gedaan en hoe
heeft dat de biografie beïnvloed; de ouderlijke gezinssitua-
tie vergelijkend met de eigen huidige, wat is er dan te
zien; wat voor soort "leersituaties" zijn steeds opgezocht
en welke vermeden?
Dok hierbij gaat het vervolgens om het zoeken van hoogte- en
dieptepunten, verbanden, steeds terugkerende gebeurtenissen,
opvallende witte plekken en tenslotte: opbrengsten.
Voordat de aandacht naar de toekomst wordt verlegd, kan -—
als de levenssituatie daar aanleiding toe geeft - nog afzon-
derlijk worden gekeken naar de situatie van dit moment met
de vraag naar de verhouding tussen de overtuigingen, de ge-
voelswereld en de impulsen en ideeën, mensen en situaties
die men tegenkomt, waar ligt de dominantie?
Als laatste stap van het opmaken van de balans moet dan de
blik op de toekomst worden gericht met de vraag: wat is
daarvan vanaf deze plaats in de tijd zichtbaar?
Men kan hier binnen een kleinere of ruimere geografische
ring kijken: welke zaken vragen aandacht, dagen uit om keu-
zen te maken; moeten er initiatieven worden genomen; dient
een nieuw levensthema zich aan; moeten er dingen worden af-
gesloten, afgestoten, zodat er ruimte voor nieuwe zaken of
voor andere mensen komt; welke zijn de maatschappelijke ten-
densen en veranderingen, die binnen afzienbare tijd het
werk-, het thuisleven of de individuele ontwikkeling gaan
beïnvloeden?
Dat dit niet het karakter van een wensenlijstje moet krijgen
zal duidelijk zijn.
De waarom-vraag, die al eerder aan de orde was, is een
vraag, die het zoeken eigenlijk voortdurend moet begeleiden:
waarom ging ik dit conflict aan; waarom zocht ik die bepaal-
de ervaringssituatie op; waarom heb ik die bevredigende
functie opgegeven om me nu pas af te vragen wat ik eigenlijk
wil; waarom komen er steeds weer vragen op mij af om een be-
paalde taak op mij te nemen, waarvoor ik denk niet de ge-
schikte mens te zijn?
Na zodoende zoekend met verleden, heden en toekomst bezig te
zijn geweest, zoekend naar gebeurtenissen, maar ook naar
verbanden en verklaringen, is het zaak te proberen vanuit
een positie van overzicht vragen te beantwoorden als:
. wat spreekt uit dit alles steeds maar weer als levens-
thema of levensopgave?
… wat hoort blijkbaar bij mij?
‚ is er in typerende, karakteriserende zin iets te zeggen
over "wie ben ik eigenlijk?"
Ze,
Afhankelijk van waar de aanvankelijke biografie-onderzoeks-
vragen lagen, zal langzamerhand nu iets duidelijk kunnen
gaan worden: een inzicht in dingen in het verleden en/of
keuzen die voor de toekomst gemaakt zullen moeten worden.
Is dit laatste het geval, dan zal men zich als volgende stap
met de toekomst bezig moeten houden.
Dat gebeurt dan vaak op de volgende wijze:
. of de lijnen, die vanuit het verleden stammen, worden
doorgetrokken naar de toekomst;
‚ of fFantasiebeelden, die geen verband hebben met het verle-
den, worden in de toekomst geprojecteerd.
De ene wijze van innerlijk met de toekomst omgaan vindt men
terug in uitdrukkingen als: "Als je voor een dubbeltje gebo-
ren bent, dan word je nooit een kwartje". "Er is niets
nieuws onder de zon", enz.
Het is het wereldbeeld van de causaliteit, de voorspelbaar-
heid, daarmee ook van de onvrijheid, van de extrapolatie, de
gedetermineerdheid.
De andere manier van zich verhouden tot de toekomst schijnt
door de opvatting heen van het "onbeschreven blad" en heeft
daarmee het karakter van de onge(ver)bondenheid.
Het zijn de polen van een polariteit van beweging: de star-
heid van de ene kant tegenover de chaos aan de andere kant.
Of in biografische termen: de volstrekte bepaaldheid van de
toekomst tegenover de absolute onaf hankelijkheid van het
verleden bij het vormgeven van de toekomst.
De biografische werkelijkheid ligt daartussen. Als ik goed
waarneem, overheerst in het huidige tijdsgewricht het
wereldbeeld, dat neigt naar de geketendheid aan het verle-
den.
De kunst van het omgaan met de toekomst ligt dan in het vin-
den van een vruchtbare, individuele balans tussen deze twee
waarheden. Want vanzelfsprekend is men aan een aantal ge-
gevenheden gebonden, al is het -— voorlopig in elk geval! —
maar die van het vrouw- of man-zijn en verdere lichamelijke
eigenschappen. En zo zijn er in het niet-lichamelijke van
ons wezen — het temperament bijvoorbeeld -— weliswaar ge-
gevenheden, maar ook de mogelijkheid om daarmee ontwikkelend
om te gaan.
In het "wat te doen met de gegevenheden?", zit de vrijheid
en zal men de ene van de tweeëiige tweeling een ander
levenspad zien kiezen dan de andere. En zal men het ene kind
uit een problematisch gezin zich daarvan los zien maken en
een eigen weg kiezen en het andere niet.
Bij het vormgeven aan de toekomst zijn de in het nu verza-
melde "zichtbaarheden" omtrent verleden, heden en toekomst
nodig.
AN
Maar: waar moet het heen, wat moet worden gekozen, in het
werk: het vak, de organisatie; in de thuissituatie: de rela-
tie, de kinderen, de woonplek; in de ontwikkeling: iets af -
sluiten, dat zeker is en goed gaat en iets onzekers aanpak-
ken?
Echter: niets doen is ook kiezen, heeft ook gevolgen.
De toekomst is niet — logisch - uit te denken en ook het ge-
voel is daar een twijfelachtige raadgever.
Uit de wil wordt toekomst gemaakt, met de besluiten die wij
nemen, waar wij misschien met behulp van de intuïtie - niet
de fantasie en niet de wens - keuzen maken tussen de onwer-
kelijkheid van: alles is mogelijk en de dwangmatigheid van
alles ligt al vast.
Een hulp daarbij is te zoeken naar het functioneren van de
wil in het verleden: "Hoe zijn mijn belangrijke levensbe-
slissingen tot stand gekomen?" De valkuil is: "Dus zit ik
daar voor de toekomst aan vast".
In vroeger tijden lieten wij het vormgeven van onze toekomst
aan de godenwereld over of vroegen raad in Delphi, bij wij-
zen, bij kerk, leraren of anderen.
Naarmate de godenwereld verbleekt, terugtreedt, moeten — en
vaak ook willen -— wij zelf beslissen. :
Onderzoekend in het verleden en tastend naar de toekomst is
het misschien mogelijk om enig zicht te krijgen op de eigen
initiatiefstroom: de eigen opgave, misschien over meerdere
levens heen?
Maar na de keuze, de beslissing, is de verwerkelijking aan
de orde: wat moet worden gedaan "binnen" en "buiten" om de
keuze waar te maken: in de concreetheid van de wereld binnen
te brengen?
Hier gaat het om het scheppen van de voorwaarden om de keu-
zen tot werkelijkheid te maken èn om het trekken van de con-
sequenties. Hoelang gaat het duren, wat kost het, wie zijn
ervoor nodig, wat moet ìk doen of laten, wat anderen, hoe
richt ik dit allemaal in?
Hieronder is geprobeerd dit proces te verbeelden, een proces
van beeldvormen omtrent verleden, heden, toekomst, ten be-
hoeve van besluiten omtrent een inzicht in dat verleden, een
verhouding tot het heden en een keuze voor de toekomst, van-
uit het IK verbonden en levend gehouden door een voortdurend
proces van oordeelvormen. Een proces dat zijn impuls vindt
in de spanning tussen de individualiteit en haar opgave.
Ch
IW DIvt Det Zh LIEZI
Eur
et Ket
Es
Zó kunnen wij proberen vanuit ons Ik een stuk mensheidsont-
wikkeling waar te maken, waarin de verhouding tot onze bio-
grafie metamorfoseert van onderwerping aan het hogere gezag,
via het inzicht verwerven in datgene wat onze biografie vorm
geeft, tot verantwoordelijkheid nemen voor dat vormgeven.
Zó wordt het mogelijk in een versterkt Ik een gevoel van
dankbaarheid en zin te gaan beleven ten opzichte van het
verleden, zowel als een gevoel van vertrouwen in en moed
voor de keuzen naar de toekomst.
Zó lukt het misschien heel geleidelijk een glimp op te van-
gen van die individualiteit, dat hogere eeuwige Ik-wezen, de
regisseur, die verantwoordelijkheid neemt voor het bijeen-
brengen van speler, toneel èn wat de zaal vraagt, lukt het
ons wellicht iets meer te gaan lijken op wie we eigenlijk
zijn en zicht te krijgen op wat we eigenlijk moeten.
Een zware verantwoordelijkheid om bij dit proces behulpzaam
te zijn!
COPYRIGHT NPI