NPI - Instituut voor Organisatie Ontwikkeling
2434. 754
SO/AE
COMMUNICATIE-OEFENING A
Spreken — luisteren
Een aantal groepjes van drie of zes deelnemers.
Doel van de oefening
- spreken en luisteren.
— het terughouden van de eigen gedachten tijdens het luisteren.
„… te leren waarnemen, welke remmingen bij groeiende concentratie
gaan optreden,
Het verloop van de oefening
a) taken van de deelnemers
ed enen enderde don omkentenkentenkedmamsised
- waarnemer (1)
- thema-steller resp. gespreksdeelnemer (2)
- gespreksdeelnemer (3)
Er worden drie gesprekken gevoerd, die elk een kwartier duren.
Na elk kwartier worden de rollen op de volgende wijze ver-
wisseld:
I II III
(2) a er (5) Da er 5) (2) vam ee (5)
ï Z : iy : \
af mnd S=
(1) (1) (1)
15 min, 15 min. 15 min,
x begint. Hij stelt het thema en legt het in twee, drie zinnen
uit.
B.v.: het enige waarvoor mijn ondergeschikte werken is "GELD",
Al het andere is maar franje.
Als ze nu die lonen maar eens vrijer lieten, dan zou je
eens zien wat er gebeurde,
y herhaalt de stelling van x in zijn eigen woorden en mag pas
verder spreken (twee à drie zinnen) als x de herhaling goed-
keurt door te zeggen 'in orde", Als de herhaling niet klopt,
moet y het opnieuw proberen.
x herhaalt wat y aan zijn stelling heeft toegevoegd en mag pas
doorgaan, als y de herhaling goedgekeurd heeft, enz..
z let er op dat de procedure precies gevolgd wordt.
Valckenboschlaan 8, Postbus 299, 3700 AG Zeist, Telefoon 03404-20044, Fax 03404-12770.
2.
Na een kwartier verwisselt men van rol. De deelnemer, die tijdens
het eerste gesprek waarnemer was, stelt nu een thema aan de orde
en neemt aan het gesprek deel, Degeen die in het eerste gesprek
het thema stelde en gespreksdeelnemer was, neemt nu alleen nog
maar aan het gesprek deel. Degene die tijdens het eerste gesprek
gespreksdeelnemer was, wordt nu waarnemer.
Na een kwartier verwisselt men weer van rol. Zodoende vervult
iedere deelnemer één keer alle drie taken.
Waarnemer
De waarnemer moet de procedure (herhalingen, tijd enz.) precies
bewaken. Hij mag alleen iets zeggen, wanneer âe gespreksdeel-
nemers van de procedure afwijken.
Belangrijk!
Het is zeer belangrijk, dat iedereen zich tot een korte uitleg
beperkt (niet langer dan twee à drie zinnen); anders is het voor
de luisteraar te moeilijk om het gezegde juist samen te vatten.
COPYRIGHT NPI
INSTITUUT VOOR ORGANISATIE ONTWIKKELING
Valckenboschlaan 8 „Zeist. Telefoon (03404) 2 00 44
2417.154
SO/AE
COMMUNICATIE-OEFENING B
Probleemstelling
Indeling
Mogelijkheid A: Een aantal groepjes van 5 deelnemers,
Mogelijkheid B: Een aantal groepjes van 6 deelnemers.
Doel van de oefening
a) Ervaren welke problemen zich voordoen bij het zoeken naar de
kern van een probleem,
b) Oefening in het stellen van informatieve vragen en vragen
welke in het gebied van de oordeelsvorming liggen,
Algemeen
In de eerste communicatie-oefening werd het spreken en luisteren
geoefend. In de voortdurende herhaling werd de problematiek, die
met het spreken en luisteren samenhangt, zichtbaar gemaakt en be-
leefd. Vooral het terughouden van de eigen gedachten is een wezen-
lijke taak.
In deze oefening willen wij trachten een andere communicatie-
grondhouding te oefenen, namelijk het stellen van vragen.
Indien iemand een probleem voorlegt, dan kan men de volgende
soorten vragen onderscheiden:
a) Informatieve vragen. Dew.z. vragen naar meer informatie
over het probleem, waardoor het probleem in al zijn facetten
zichtbaar wordt.
b) Vragen welke in het gebied van de oordeelsvorming liggen.
Dit zijn vragen naar:
- hoe denkt de probleemsteller er zelf over?
- welke factoren laat hij zwaar wegen en welke minder en
waarom?
e) Vragen welke oplossingsgericht zijn. D.w.z. vragen welke
gesteld worden vanuit een of meerdere mogelijke oplossingen,
zoals de vragensteller die ziet.
De oplossingsgerichte vragen sluiten wij uit. Het gaat hier om
het stellen van de juiste diagnose, en niet om een mogelijke
therapie, De te stellen vragen dienen uitsluitend te liggen in
het informatieve en in het oordeelsvormingsgebied. Door het
stellen van deze vragen wordt de kern van het probleem zicht-
baar gemaakt, Bovendien bestaat de mogelijkheid dat de oor-
spronkelijke probleemstelling gedurende het gesprek verandert.
2.
Tijdens het gesprek zegt de gespreksdeelnemer één à twee keer,
wat naar zijn mening de kern van het probleem is of de dieper
liggende oorzaak (oorzaken) van het probleem is (zijn).
Criteria voor de keuze van het probleem
- het moet een echt probleem zijn, ook voor de probleemsteller,.
- niet te veel feitelijke informatie eisend.
- het moet op een open wijze besproken kunnen worden.
Men mag ook iets uitvoeriger spreken; door de beperkte tijds-
duur moet de probleemsteller proberen het probleem kort toe te
lichten, opdat een echt gesprek met zijn partner kan ontstaan.
Verloop van de oefening
Mogelijkheid A:
a) rollen van de deelnemers: - waarnemer (1)
- probleemsteller. gespreksdeel-
nemer (2)
… gespreksdeelnemer (3)
b) tijdsduur, rolverwisseling, gespreksprocedure
I IÏ III
(2) xd 3 5) (2) 2 ex (5) 2) ys rz (3)
KD ' ‘ 1 \
\ 1 1 1 \
(1) (1) (1)
20 min. 20 min. 20 min.
e) bij elk nieuw gesprek krijgen x, y en z een nieuwe plaats.
Mogelijkheid B:
Verschil met Az
a) Deelnemers
- meerdere vragenstellers,
- meerdere waarnemers.
b) Tijd
je gesprek: + 20 min,
Nagesprek: + 10 min.
Rolwisseling en tijà
Na het eerste gesprek, dat + 20 minuten duurt, vindt een kort
nagesprek plaats met de waarnemers (* 10 minuten).
Het tweede gesprek dat eveneens + 20 minuten duurt, wordt gevoerd
De
door de waarnemers van het eerste gesprek, terwijl de gespreks-
deelnemers van het eerste gesprek nu waarnemen.
Hierna vindt weer een kort gesprek plaats.
Waarnemingsopdrachten
I. M.b.t. de procedure (alleen van toepassing, indien geen cur-
susleider aanwezig is):
a) als u van mening bent dat de vragen steeds gesteld worden
vanuit eenzelfde denkrichting, maakt u de betreffende
vragensteller daar dan na verloop van tijd op opmerkzaam.
b) indien u van mening bent dat de vragen zich richten op een
mogelijke oplossing, grijpt u onmiddellijk in.
c) na iedere 10 minuten roept us "Stop!'". de gespreksdeel-
nemer(s) moet(en) het probleem formuleren.
II. M.b.t. de inhoud:
a) zoekt men daadwerkelijk naar eventueel dieperliggende pro=
blemen of beperkt men zich tot een oppervlakkige probleem-
stelling?
b) let op mogelijke veranderingen in de oorspronkelijke pro-
bleemstelling.
c) welke soorten vragen worden gesteld (informatieve, oor-
deelsvormende, oplossingsgerichte)?
Belangrijk
… wees niet te gauw tevreden met de probleemstelling, maar zoek
of het echte probleem misschien nog dieper ligt.
—- let er op, of de oorspronkelijke probleemstelling tijdens het
gesprek wordt veranderd of verdiept.
„- discussie met de waarnemer is niet toegestaan.
COPYRIGHT NPI
TA
INSTITUUT VOOR ORGANISATIE ONTWIKKELING
Valckenboschlaan 8 ‚Zeist „Telefoon (03404) 2 00 44
2525754
SO/AH
COMMUNICATIE-OEFENING CG
Oefening: raad en advies
Inleiding
In communicatie-oefening A oefenden wij het spreken en luisteren;
in communicatie-oefening B het stellen van informatieve vragen en
de oordeelsvorming.
In deze oefening verplaatsen wij ons in de adviseursrol. We
krijgen gelegenheid 2 verschillende soorten (stijlen) van raad
en advies te ervaren.
De ene stijl zou men de directieve stijl kunnen noemen, de andere
de non-directieve stijl. In deze oefening willen we ervaren welke
verschillende gevoelens bij de adviseur en de ontvanger van het
advies optreden bij het hanteren van deze 2 stijlen.
Verder biedt de oefening de mogelijkheid het gespreksproces waar
te nemen en er over na te denken. Veel moeilijkheden in het zake-
lijke - en persoonlijke vlak zijn tenslotte moeilijkheden in de
wijze, waarop mensen elkaar benaderen, met elkaar spreken, enz.
Wij verzoeken de deelnemers om, vóórdat het gesprek begint, niet
met elkaar over hun rollen te praten,
COPYRIGHT NPI
ZN
INSTITUUT VOOR ORGANISATIE ONTWIKKELING
Valckenboschlaan 8 „Zeist Telefoon (03404) 2 00 44
2525.754
SO/AH
OEFENING RAAD EN ADVIES
Algemene aanwijzingen
Deze oefening toont op welke wijze men advies kan geven en ont-
vangen. We werken in groepjes van hk, waarvan de deelnemers aan-
geduid worden met de letters O0 - P - Q-R.
Eén van de k (P) vertelt zijn probleem. R adviseert volgens de
verkregen aanwijzingen. Daarna adviseert Q op een andere wijze
volgens de aanwijzingen die hij heeft verkregen, terwijl O waar-
neemt hoe P op de verschillende wijzen van adviseren reageert!
Tenslotte bespreekt men in de groep (&) hoe ieder van de leden
zich tijdens de oefening voelde.
O is er voor verantwoordelijk, dat de gefeni dg ongeveer volgens
het onderstaande schema verloopt:
Tijdsindeling
15 minuten: de groepen van kh komen bij elkaar, P vertelt de
andere 3 zijn probleem en geeft aan waar hij hulp
(advies) zou willen hebben.
5 minuten: tijd om na te denken. R en Q beraden zich (afzonder-
lijk) hoe zij P het beste kunnen helpen volgens de
verkregen aanwijzingen. 0 let daarbij op de tijd.
10 minuten: P en R spreken met elkaar alsof de andere 2 er niet
bij zijn. O en Q zijn stille waarnemers.
10 minuten: P en Q spreken met elkaar alsof de andere 2 er niet
bij zijn. O en R zijn stille waarnemers.
10 minuten: O vertelt wat hij waargenomen heeft.
10 minuten: P kijkt terug op zijn gevoelens en ideeen, toen hij
zijn probleem vertelde, erover nadacht, met R en Q
sprak en naar O luisterde.
15 minuten: groepsdiscussie (À) over de verschillen in de wijze
van advies van R en Q.
COPYRIGHT NPI
INSTITUUT VOOR ORGANISATIE ONTWIKKELING
Valckenboschlaan 8 „Zeist - Telefoon (03404) 2 00 44
25257154
SO/AH
OEFENING RAAD EN ADVIES
Aanwijzingen voor 0
1.
2.
Luistert u goed als P het probleen vertelt,
Let u bij het waarnemen van het gesprek tussen P en R op het
volgendes
a) welke waren de onuitgesproken gevoelens van de beide ge-
spreksdeelnemers, gedurende het gesprek?
b) welke voorstellen van R leken P de moeite waard en welke
niet? Probeert u er achter te komen of P werkelijk verder
gekomen is, of dat hij dat alleen maar zegt op grond van
beleefdheid.
Let u bij het waarnemen van het gesprek tussen P en Q op het
volgende:
a) welke waren de onuitgesproken gevoelens van de beide ge-
spreksdeelnemers, gedurende het gesprek?
b) welke vragen van Q brachten P tot nieuwe inzichten en welke
waren slechts onproductief kruisverhoor? Probeert u weer te
onderscheiden tussen "beleefde dank" van P en een werke=
lijke verandering of verdieping van inzicht.
Gedurende de oefening let u op de tijd. Echter, wacht voor het
ingrijpen wel een passend moment af. Het schema moet ongeveer
aangehouden worden.
COPYRIGHT NPI
INSTITUUT VOOR ORGANISATIE ONTWIKKELING
Valckenboschlaan 8 ‚Zeist. Telefoon (03404) 2 00 44
2525.754
SO/AH
OEFENING RAAD EN ADVIES
Aanwijzingen voor P
1. Kies een probleem, waar u graag hulp voor zoudt willen hebben.
Het probleem mag liggen in het persoonlijke-, familie-, be-
roeps- en maatschappelijk vlak. De volgende criteria zijn
daarbij voldoende:
a) dringend het gaat u aan het hart, u hebt er al
veel over nagedacht. Het is belangrijk.
Er moet wat aan gebeuren als u weer thuis
bent.
b) tussenmenselijke de kern van het probleem zou moeten be-
betrekkingen staan uit een relatie met een andere per=-
soon of groep (groepen).
c) beperkt u hebt 15 minuten de tijd om uw probleem
duidelijk te maken; het moet daarom dus
eenvoudig gesteld worden.
d) uzelf betref- het probleem moet uzelf betreffen, dew.z.
fend u moet er zelf op de een of andere wijze
bij betrokken zijn.
2. Neem open en vrij aan dat gesprek deel. Eerst met R, daarna
met Q. Probeert u hulp van hen te krijgen. Toets hun voor-
stellen en onderzoek hun ideeen. Let niet op de waarnemer
en cursusleider.
Je Let er op of uw gevoelens tijdens het gesprek veranderen.
Probeert u eventueel veranderingen in uw gevoelens in verband
te brengen met datgene wat R en Q zeggen en doen,
hb, Na de gesprekken krijgt u 10 minuten tijd om de groep (&) te
vertellen hoe uw gevoelens tijdens het gesprek waren en welke
gedachten naar uw mening vruchtbaar zijn om nu aan de oplossing
te kunnen werken.
COPYRIGHT NPI
INSTITUUT VOOR ORGANISATIE ONTWIKKELING
Valckenboschlaan 8 ‚Zeist. Telefoon (03404) 2 00 44
2525.75h
SO/AH
OEFENING RAAD EN ADVIES
Aanwijzingen voor Q
1. Luistert u goed als P het probleem vertelt.
2. Uw opgave bestaat er in P te helpen zijn moeilijkheden te diag-
nostiseren, doordat u vragen stelt naar mogelijke achter-
gronden en dieperliggende oorzaken van het probleem. Doe
geen voorstellen tot mogelijke oplossing en vertel geen er-
varingen, noch van uzelf, noch van anderen. Probeer nieuwe
gezichtspunten te peilen, maar laat P de antwoorden vinden.
Uw opgave is op de juiste wijze volbracht, indien u het P
mogelijk maakt, dat hij zijn probleem opnieuw kan definieren
en dat hij bepaalde moeilijkheden aan andere dan de oorspronke--
lijk genoemde factoren toeschrijft.
Het is niet eenvoudig om ‘helpende vragen! te stellen.
Het is geen kruisverhoor. Ook is het niet nodig om naar alle
bijzonderheden te informeren. Het is effectiever “open! vragen
te stellen, dan vragen waarop men slechts met Hia! of "nee!
kan antwoorden. U moet P helpen om hardop te denken. Uw in-
stelling moet bezinnend en nadenkend zijn, niet agressief of
argumenterend.
Probeer P's wijze van denken te zien en ga van daaruit verder.
COPYRIGHT NPI
INSTITUUT VOOR ORGANISATIE ONTWIKKELING
Valckenboschlaan 8 „Zeist - Telefoon (03404) 2 00 44
2525.154
SO/AH
OEFENING RAAD EN ADVIES
Aanwijzingen voor R
1. Luistert u goed als P het probleem vertelt.
2, Reageert u met de volgende wijze van hulps
a.) probeer u een ongeveer gelijke ervaring te herinneren,
welke u zelf of een bekende meegemaakt heeft. Vertel die
en ook hoe u of uw bekende dit probleem toen hebben opge-
lost, Als P dat niet accepteert en u vindt het desondanks
toch een goede oplossing, probeer het dan nader te ver-
klaren.
b) vertel P welke stappen u achtereenvolgens zou nemen, als
u in zijn plaats zou zijn. Als P dat niet accepteert, doet
u dan andere voorstellen, net zo lang tot u iets vindt wat
P nuttig lijkt.
COPYRIGET NPI
RT
INSTITUUT VOOR ORGANISATIE ONTWIKKELING
Valckenboschlaan 8 : Postbus 299 - 3700 AG Zeist - Holland - Tel. (03404) 20044
2565. 798
SO/LG
COMMUNICATIE-OEFENING D
num vaa vrint voo van an a ann nnn GED om on arn en Straten me mn mn
Eet aansluiten op elkaar en het samenvatten.
Een aantal groepen van 5 à 6 deelnemers.
Doel
Oefening in samenvatten,
Oefening in het bewust worden hoe de draad ven het gesprek loopte
Verloop van de oefening
&e
be
Rollen van de deelnemers
ERN 3 of 4 gespreksdeelnemers
2 waarnemers
Het gesprek duurt 50 minuten.
_ De nabespreking 20 minuten.
Ce
d.
Duur van de 50 minuten.
totale oefening
Gespreksprocedure
Eén van de gespreksdeelnemers kiest een onderwerp en opent het
gesprek (hij spreekt niet langer dan 1 à 2 minuten). De anderen
‚gaan hier op in en voeren een gesprek over dit onderwerp. Diegene,
die het onderwerp verteld heeft doet natuurlijk mee. Bij deze
oefening moet men erop letten om de draad van het gesprek niet
kwijt te raken. Als iemand denkt, dat het gesprek een andere
richting opgaat (wanneer er dus een andere 'gespreksdraad" vern
schijnt), spreekt hij dat uit. Het gesprek mag echter eerst dan
in deze nieuwe richting gaan, als de anderen het daarmee eens
zijn.
Elke 10 minuten vat een andere deelnemer samen wat er in de af=
gelopen 10 minuten gezegd is, De anderen vullen eventueel aan.
Waarnemers
Waarnemer _I Let erop of men op het onderwerp ingaat of niete
TETTEN Hij noteert dit op het waarnemingsformulier "het
aansluiten op elkaar"; op de volgende wijze:
a. begint te spreken, ce gaat hierop in. U tekent
)
Waarnemer II
e. Nabespreking
2,
dan een pijltje terug van c. naar a. Als b, bev.
de volgende spreker is en b. niet op c‚ ingaat;
omeirkelt u b., in de volgende kolom,
Dus : a a a
ee ®) enz.
c Cc fe)
ä ä ä
Let erop, dat om de 10 minuten door een van de
deelnemers een samenvatting van het gesprek gegeven
wordt, Hij onderbreekt, indien men dit vergeet.
Wat er in de groep gezegd wordt, noteert hij op
het formulier "het samenvatten',
Hij let op de samenvattingen en noteert op het
formulier wat er vergeten of veranderd werd,
Aan het einde van het gesprek spreken de waarnemers en gespreks
deelnemers over:
— de waarnemingen van de waarnemers;
„ de gevolgen van de samenvattingen.
COPYRIGHT NPI
INSTITUUT VOOR ORGANISATIE ONTWIKKE LING
Valckenboschlaan 8 - Postbus 289 - 3700 AG Zeist - Holland - Tet. (03404) 20044
2566. 798
SO/LG
COMMUNICATIE-OEFENING E
Fet dr han mm li im En Gd EG de in ar a dr md bg ma am dn Te
Beeldvorming — Oordeelsvorming
Een aantal groepen van 5 à 6 deelnemers.
Doel
Oefening in beeldvorming en oordeelsvorming.
Algemeen
In deze gespreksoefening gaat het er niet om tot een oplossing van
een probleem te komen, maar er achter zien te komen welke verschil-
lende kanten een probleem kan hebben, Het gaat er om de kern van
een probleem naar voren te halen. (De kern zit altijd dieper dan
men oppervlakkig gezien meent.)
Verloop
a, Rollen van de deelnemers
ERN 3 of 4 deelnemers
2 waarnemers 7
De oefening duurt in het geheel 60 minuten, De planning duurt
10 minuten, het gesprek 350 minuten, de nabespreking 20 minuten.
c. Gespreksprocedure
De gespreksdeelnemers kiezen een onderwerp en formuleren een
probleemstelling (10 minuten). Dan begint het gesprek, waarbij
men tracht de verschillende kanten van het probleem te leren
kennen. Als een deelnemer meent, dat hij het probleem iets
dieper kan doorzien, dan formuleert hij dit en probeert uit te
leggen hoe hij tot dit inzicht is gekomen. Deze formulering
zou 1 à 2 keer tijdens het gesprek moeten plaatsvinden.
d., Waarnemers
Waarnemer I Let erop of men op het onderwerp ingaat of niet,
VOETEN Hij noteert dit op het waarnemingsformulier "het
aansluiten op elkaar!" op de volgende wijze: a.
begint te spreken, c. gaat hierop in. U tekent
dan een pijltje terug van c. naar a. Als be. b.v.
Waarnemer II
e. Nabespreking
2.
de volgende spreker is en b. niet op c. ingaat;
omcirkelt u b. in de volgende kolom,
Dus a a a
DN @) enz.
e Cc ce
ä ä ä
U noteert, wat er tijdens het gesprek in de groep
gezegd wordt, U noteert de formuleringen van het
probleem en neemt waar in hoeverre deze nieuwe for=
muleringen werden veroorzaakt door het gemeenschap=
pelijk zoeken naar de kern van het probleem,
Aan het einde van het gesprek spreken waarnemers en gespreksdeel-
nemers over het volgendes
— Is men dichter bij het probleem gekomen?
— Hoe heeft men dit bereikt, of waardoor werd dit niet bereikt?
COPYRIGHT NPI
INSTITUUT VOOR ORGANISATIE ONTWIKKELING
Valckenboschtean 8 - Postbus 299 - 3700 AG Zeist - Holland - Tei. (03404) 20044
2566. 798
S0/LG
COMMUNICATIE-OEFENIJG E
men vas an mn mn or pi mn zn vn Tm man an et fn me an mn vn
Beeldvorming — Oordeelsvorming
Een aantal groepen van 5 à 6 deelnemers.
Doel.
Oefening in beeldvorming en oordeelsvorming.
Algemeen
In deze gespreksoefening gaat het er niet om tot een oplossing van
een probleem te komen, maar er achter zien te komen welke verschil-
lende kanten een probleem kan hebben. Het gaat er om de kern van
een probleem naar voren te halen. (De kern zit altijd dieper dan
men oppervlakkig gezien meent.)
Verloop
a. Rollen van de deelnemers
KN 3 of A deelnemers
2 waarnemers
De oefening duurt in het geheel 60 minuten. De planning duurt
10 minuten, het gesprek 350 minuten, de nabespreking 20 minuten.
Ce Gespreksprocedure
De gespreksdeelnemers kiezen een onderwerp en formuleren een
probleemstelling (10 minuten). Dan begint het gesprek, waarbij
men tracht de verschillende kanten van het probleem te leren
kennen. Als een deelnemer meent, dat hij het probleem iets
dieper kan doorzien, dan formuleert hij dit en probeert uit te
leggen hoe hij tot dit inzicht is gekomen. Deze formulering
zou 1 à 2 keer tijdens het gesprek moeten plaatsvinden,
d. Waarnemers
Waarnemer 1 Let erop of men op het onderwerp ingaat of niet.
TEENS Hij noteert dit op het waarnemingsformulier 'het
aansluiten op elkaar! op de volgende wijze: a.
begint te spreken, c. gaat hierop in, U tekent
dan een pijltje terug van ce. naar a. Als b. bev.
2e
de volgende spreker is en b. niet op c. ingaat;
omeirkelt u b., in de volgende kolom,
Duss a a a
DN @) enz.
c e e
d d d
gezegd wordt. U noteert de formuleringen van het
probleem en neemt waar in hoeverre deze nieuwe for=
muleringen werden veroorzaakt door het gemeenschap=
pelijk zoeken naar de kern van het probleem.
e. Nabespreking
Aan het einde van het gesprek spreken waarnemers en gespreksdeel—
nemers over het volgende:
— Is men dichter bij het probleem gekomen?
— Hoe heeft men dit bereikt, of waardoor werd dit niet bereikt?
COPYRIGHT NPI
INSTITUUT VOOR ORGANISATIE ONTWIKKELING
Vaïckenboschlaan 8 - Postbus 299 - 3700 AG Zeist - Holland - Tel. (03404) 20044
2567. 198
SO/LG -
COMMUNICATIE-OEFENING F
Raad vragen — Raad geven
Een aantal groepen van 5 à 6 deelnemers.
Doel
Oefening in raad geven.
Algemeen
In deze oefening proberen de gespreksdeelnemers een probleem op te
lossen. Alle grondhoudingen, die nodig zijn om tot een werkelijk
problem-solving gesprek te komen, werden in de vorige oefening ver-
diept. De rol van de waarnemers in de oefeningen D en E was zo in-
gericht, dat zij de groep pas na het gesprek konden helpen inzicht
in het gebeurde te krijgen. De taak van de waarnemers in deze groep
is het meesturen om van dit gesprek een echt problem-solving gesprek
te maken, hoewel de verantwoordelijkheid bij de gespreksdeelneners
blijft.
Verloop
a. Rollen van de deelnemers
LN 3 of 4 gespreksdeelnemers
2 waarnemers
De oefening duurt + 75 minuten: Planning 10 minuten, gesprek met
onderbrekingen 45 minuten, nabespreking 20 minuten.
c. Gespreksprocedure
De gespreksdeelnemers kiezen een probleem, dat opgelost moet wor=
den (10 minuten). Het gesprek verloopt in de volgende fases:
oordeels | besluit
vorming | vorming
probleem
stelling
De gespreksdeelnemers kunnen de waarnemers om raad vragen betref
fende het gespreksverloop, de procedure, enz. als zij het gevoel
hebben, dat zij een raad nodig hebben. Men mag echter niet met de
waarnemers gaan discussiëren. Of en hoe men een raadgeving ge-
bruikt, beoordelen de gespreksdeelnemers.
gn
2.
De waarnemers kunnen in het gesprek ingrijpen en op een bepaalde
manier raad geven, De gespreksdeelnemers zijn vrij deze raad op
te volgen of niet, Discussies met de gespreksdeelnemers zijn niet
toegestaan. Ì
d. Nabespreking
De gespreksdeelnemers en waarnemers bespreken samen:
a. Zijn er verschillende manieren (stijlen) van raad geven te
onderkennen?
b. Hoe was de uitwerking daarvan?
COPYRIGET NPI