← Back to catalogue

Conflict handling- principles for intervention

Author:
Fritz Glasl
Original title:
Conflictbehandeling- Interventieprincipe
Type:
Syllabus
Language:
Dutch
Year:
1984
Pages:
4
Subject:
Principles- Generalize and specify- confront and connect- identify and dissociate- orientate to the inner and to the outer
NPI reference no.:
6179.8411

ND
NPI - Instituut voor Organisatie Ontwikkeling 6179.8411
FG/LG
CONFLICTBEHANDELING
Interventieprincipe
‘mmm
In de literatuur en praktijk zijn voorstanders van ver-
schillende principes van conflictbehandeling te vinden,
zoals: "Men moet de partijen goed met elkaar confronteren”
tegenover een andere opvatting: "Leg niet de nadruk op
datgene wat de partijen van elkaar scheidt, maar wat hen
verbindt!", enz. Er wordt gesteld dat òf de ene òf de andere
aanpak juist is en een goede werking heeft.
Er laten zich verschillende principes voor het behandelen
van conflicten onderscheiden die bij elkaar genomen min of
meer even juist of doeltreffend zijn. Het gaat er echter
om verschillende principes in hun onderling verband toe te
passen. De volgende principes staan in een polaire verhou-
ding tot elkaar. Tijdens het werken aan conflicten is het
goed om elke eenzijdigheid te voorkomen. Hiertoe dient onder-
staand overzicht, waarin de principes twee aan twee in een
polaire verhouding tot elkaar staan.
l-A en l-B: Generaliseren en specificeren:
Conflictpartijen zijn vaak niet meer in staat genuanceerd
naar hun situatie te kijken. De zaken waar het om gaat wor-
den dan vaag en globaal aangeduid. Het is de bedoeling van
het "issue-fractioneren" van R. Fisher (1964) om grote, vage
en zeer globale issues te splitsen in een aantal specifieke
concrete punten. Door bijzondere episoden of incidenten te
nemen en deze grondig te analyseren kunnen problemen van het
conflict concreet worden besproken.
Na het behandelen van een aantal specifieke punten en situa-
ties kan dan de algemene problematiek van het conflict beter
worden begrepen. Want de incidenten staan niet los van elkaar,
maar komen voort òf uit een veel algemenere, dieper liggende
houding van een partij òf uit een ruimer beleids- of structuur-
probleem van de organisatie.
2-A en 2-B: Confronteren en verbinden:
In het conflict zoeken de partijen de confrontatie met de
tegenstander. Zij hopen hierdoor hun standpunt, hun denken,
voelen en willen duidelijk te maken en voor zich zelf op
te komen. Door een slechte communicatie kan deze confron-
tatie echter meer vertroebelen dan verhelderen. Bij het
werken aan de conflicten is het heel belangrijk om van
tevoren een aantal spelregels of voorwaarden voor een "ge-
controleerde confrontatie" af te spreken. Dan werkt een harde
confrontatie van meningen, doelen, beelden, enz. uiteindelijk
Valckenboschlaan 8, Postbus 299, 3700 AG Zeist, Telefoon 03404-20044, Fax 03404-12770.

verhelderend en opluchtend. Maar hier staan activiteiten
tegenover, die op het zoeken en uitbouwen van het ver-
bindende gericht zijn. Bij alle confrontaties zal de helper
ook pogingen doen om door de uiterlijke, zichtbare verschil-
len heen op het gemeenschappelijke te wijzen dat voor de
partijen op grond van hun eenzijdige aandacht onherkenbaar
is geworden. Het is aan te bevelen om een sessie tenminste
met enkele verbindende interventies te beeindigen en niet op
het hoogtepunt van een confrontatie uit elkaar te gaan.
3-A en 3-B: Identificeren en distantieren:
Conflictpartijen raken vaak met huid en haar verstrikt in
hun emoties en in hun situatie. Ze kunnen niet meer op af-
stand naar de situatie en naar zich zelf kijken. Innerlijke
afstand nemen door koel en afstandelijk naar dingen te kij-
ken is een belangrijke beweging bij het werken aan conflicten.
Aan de andere kant kunnen de conflictpartijen weigeren om voor
de gevolgen van hun doen en laten verantwoordelijk te worden
gesteld. Ze neigen tot over-distancieren. De hen ten laste ge-
legde feiten "hebben niets met hen te maken? Elke aansprake-
lijkheid, moreel of materieel, wijzen ze af". Hier is het
heilzaam om de partijen te helpen ook naar hun ongewilde en
onbewuste acties en hun gevolgen te kijken en ze te laten
erkennen, dat deze feiten iets met hen te maken hebben. Daar-
door kunnen ze inzien dat ze misschien nog niet in staat zijn
om hun gedrag, hun spreken en handelen voldoende onder controle
te hebben.
De verschillende principes hebben alle hun relatieve waarde.
Conflictbehandeling zal dan een goede werking hebben wanneer
de interventies op een kunstzinnige, persoonlijke en organische
wijze tot een ritmische pendelbeweging tussen de geschetste
polaire principes voeren. Conflicten leiden tot polarisatie
als partijen zich fixeren op een of meerdere polen van deze
principes. Door ritmisering wordt een belangrijke beweging
tegen de overheersende psycho-sociale mechanismen van conflic-
ten opgeroepen. Hetzelfde geldt ook voor onderstaande polari-
teit:
4A-A en 4-B: Orientatie naar binnen en naar buiten:
Het is noodzakelijk om bij conflicten te kijken naar de
mensen, naar hun denken, voelen en willen en handelen.
Want sociale conflicten kunnen slechts via mensen tot uiting
komen. Maar het is ook evenzeer belangrijk, om naar de sociale
omgeving te kijken en te onderzoeken, in hoeverre daardoor het
handelen van de conflictpartijen wordt opgeroepen. Het een-
zijdige naar binnen of eenzijdig naar buiten kijken leidt
eerder tot kramp en verstarring dan tot een oplossen van de
problemen.

Bovenstaande polaire principes kunnen als volgt samengevoegd
worden in één schema:
l-A
Generaliseren
gehelen,
context,
samenhangen
2-à
Verbinden
integratie
bijeen zijn
3-A
Identificeren
psychische
nabijheid,
commi tment''
3-B
Distantieren
afstand
2-B
Confronteren
polarisatie
uiteenzetting
Orientatie | Oriëntatie
EE SAE
|
naar binnen naar buiten
!
/
Specificeren
delen, focus,
fracties

an
» <
„Aanbevolen literatuur voor verdiepende studie:
A. Filley, Interpersonal conflict resolution. Dalles/
Oakland etc. 1975
R. Fisher (ed.), International conflict and behavioral
science. New York 1964
F. Glasl, Konfliktmanagement. Bern/Stuttgart 1980, pp.
409 v.
L. de la Houssaye, Het organisatie-ontwikkelingsmodel van
het NPI. In: F. Glasl/ L. de la Houssaye (red.),
Organisatie-ontwikkeling in de praktijk. Amsterdam/
Brussel 1975, pp. 3-21
H. Kaiser/G. Korthals/Beyerlein/H. Seel, Überlegungen
zum Aufbau einer handlungstheoretisch fundierten
Strategie zur Losung interpersonaler Konflikte.
Nurnberg 1977
W. Mastenbroek, Conflicthantering en organisatie-ontwikke-
ling. Alphen a/d Rijn/Brussel 1981
W. Moleman, Ritme en werkelijkheid. In: H.J.G. Verhallen
(red.), Veranderaars veranderen. Alphen a/d Rijn/
Brussel 1979, pp. 128-140
COPYRIGHT NPI