← Back to catalogue

The emancipation of the feminine

Author:
Kees Locher
Original title:
De emancipatie van het vrouwelijke
Type:
Article
Language:
Dutch
Year:
1989
Pages:
12
Subject:
Implicitness in the thinking about organisations (originally catalogued as "article/syllabus")
NPI reference no.:
7445.895 (NPI-bulletin 9/1987)

Nederlands Pedagogisch Instituut
“artikel: 7445.895
KL/LG
DE EMANCIPATIE VAN HET VROUWLIJKE
"Und es kann sein: eine grosse Kraft
rührt sich in meiner Nachbarschaft."
Rainer Maria Rilke (1)
Toen ik in mijn functie als sociaal-pedagoog of organisatie-
ontwikkelaar voor het eerst in aanraking kwam met aandui-
dingen "dat is echt manlijk of typisch vrouwlijk" protes-
teerde ik heftig. De koppeling die in deze begrippen gelegd
werd tussen het gedrag dat je ziet en de man of vrouw met
hun eigen fysieke gedaante deed mij de haren te berge rij-
zen. Met mijn maatske voor het leven en een aantal vrienden
waren wij net bezig ons vrij te vechten van de gevestigde
orde in rol- en taakverdeling tussen mannen en vrouwen.
Daarin beleefde ik deze koppeling als een grote sprong ach-
teruit. Man en vrouw waren toch gelijk, afgezien van hun
lichaam?! Hadden zij daarom niet recht op of plicht in de-
zelfde mogelijkheden: de man op ouderschap na de geboorte
van een kind, de vrouw in twee jaar dienst voor Vader- en
Moederland? Mijn verzet tegen de begrippen manlijk en vrouw-
lijk bracht mij niet verder. Al gauw bleef ik hangen in be-
kende straten, mij stotend tegen hun dode eind. Pas toen ik
besloot de begrippen voorlopig te aanvaarden, onder behoud
van de kritische vraag naar de koppeling, begon ik meer te
zien. Zoekend vond ik steeds nieuwe gebieden en andere reis-
genoten. Wat ik vond heb ik hieronder weergegeven, fragmen-
tarisch en onaf.
Vanzelfsprekendheden in het denken over organisaties
In vele artikelen en cursusfolders staan impliciete en ex-
pliciete vanzelfsprekendheden m.b.t. het manlijke of vrouw-
lijke als bij voorbeeld:
— de huidige organisatie-cultuur is eenzijdig manlijk, door
mannen bepaald, waardoor organisaties vastlopen;
- het denken over organisaties heeft een ander paradigma no-
dig;
- de nieuwe tijd vraagt een toename van het vrouwlijke;
*Dit artikel van K. Locher is eerder verschenen in het NPI-
Bulletin 1987/9,
Instituut voor Organisatie Ontwikkeling Valckenboschlaan 8, Postbus 299, 3700 AG Zeist, Telefoon 03404-20044, Fax 03404-12770

—- er zal een verschuiving komen van een autoritaire naar een
meer sociale vorm van leiding geven. Vrouwen zijn daarin
veel beters
_ meer vrouwen moeten een kans krijgen om in de leiding van
organisaties te komen;
—- met een vrouw in de leiding ging het binnen een paar maan-
den beter met de school;
- wat heeft de organisatie eraan en wat de vrouwen zelf, als
zij de werkwijze van mannen overnemen?
— vrouwen zijn anders, doen anders en daarom moeten de orga-
nisatorische voorwaarden veranderd worden (2).
Wanneer je daarover met voor- en tegenstanders in gesprek
raakt, ontmoet je vaak heftige reacties, alsof het de mensen
diep raakt. Het was ook nog niet zolang geleden anders. Uit
eigen ervaring het volgende.
Zo rond 1955 kwam mijn oom, cultureel-antropoloog, elke
dinsdagavond bij ons eten. Er ontspon zich dan tussen hem en
mijn broer een hoogst intellectuele discussie. Eén van de
thema's, die ik mij herinner, was de vergelijking van cultu-
ren. Kon je zeggen, dat alle culturen startten met jagers en
vissers, daarna geleidelijk overgingen in landbouw en vee-
teelt en weer later gesettled raakten, steden bouwden? Waren
de eerste en belangrijkste goden mannen en werden vrouwen
pas aanbeden toen de aarde bewerkt werd? Ontwikkelde de cul-
tuur zich van patriarchaat naar matriarchaat bf andersom?
Wat wisten wij van de huidige culturen, die wij hoogontwik-
keld of primitief noemen? Het beeld was divers. Vanuit mijn
protestants-christelijke achtergrond, verbonden met het
Joodse denken, kon ik mij echter geen voorstelling maken van
een moeder Gods, Shiva, Iris, Athene of wat dies meer zij.
Het was God de vader van Abraham, Izaäác en Jacob. Het waren
farao's van Egypte, eventueel nog Wodan en Donar de donder-
god van de Germanen. Geen sentimenteel gedoe. Mannen stonden.
centraal.
Ik herinner mij de zendeling Kamma die met zijn machtige
zilverwitte manen majestueus voor ons stond. Terwijl hij
vertelde voelde je de tropenzon en de deining van de oceaan
onder de prauw. De zeewind speelde met zijn haardos, terwijl
hij de yel uitstiet waarmee papoea's andere mannen ver Vvoor-
uit op het helgele strand tegen de donkergroene jungle hun
vredelievende bedoelingen duidelijk maakten. Krachtige man-
nen als idool. En op dansles kregen wij als jongen instruc-
tie hoe de meisjes galant uit te nodigen en ten dans te lei-
den. Zij moesten volgen. Elke dag ook wachtte mijn moeder
met de thee onder de muts op ons, die dorstig uit school
kwamen. Elk jaar bakte mijn zus de oliebollen.

Het was echter wel vanzelfsprekend dat mijn zus ging stude-
ren en direct na school uit huis ging, op eigen benen. Qua
leeftijd bijna twee generaties daarvoor had de oudste zuster
van mijn vader als onderwijzeres thuiswonend de studie van
haar broers en zusters mogelijk gemaakt. Mijn moeder had
jaren later voor de tweede wereld-oorlog haar wil doorge-
zet. Kon de medicijnenstudie niet? Dan maar rechten, stude-
ren zou ze; evenals het wonen met vriendinnen in een huis.
Ondanks deze emancipatie was het beeld waarmee ik opgroeide,
dat van de man als leider, eerste op aarde en schepper van
het heelal. Even onbetwistbaar verwoorden velen nu, dat wij
in het oer-begin in de Al-Moeder fase leefden. Dat daarna de
mannen of het manlijke de vrouwen of het vrouwlijke duizen-
den jaren overheerst hebben. Dat het tijd wordt, dat de
vrouw of het vrouwlijke haar rechtmatige plaats terugkrijgt
(5), Meer vrouwen in het arbeidsproces, m.n. in leidingge-
vende posities! Tevens in organisaties het accentueren van
vrouwlijke kwaliteiten als doelzoekend, associatief en ver-
bindend, naast de manlijke eenzijdigheid van doelgericht,
lineair en analytisch denken en organiseren.
Die verschuivende vanzelfsprekendheid intrigeert me. Moeten
wij hiermee terug naar de veilige warmte van de baar-moeder
of is er ook nog iets nieuws onder de zon? Wat is er aan de
hand, waar gaat het om?
Hoewel het langzaam gaat, zullen er meer vrouwen in de lei-
ding van organisaties komen. Daar kunnen we niet omheen ge-
zien de wil van vrouwen, het komende tekort aan mannen voor
leidinggevende posities en het positieve discriminatie be-
leid. Wanneer hiermee alleen stuivertje gewisseld wordt en
nu de mannen gevoelsmatig in het verdomhoekje terecht komen,
hoewel het best goed kan zijn om dat eens te ervaren, denk
ik dat wij geen stap verder komen. Er is meer aan de hand.
Niet voor niets geven velen aan dat het tij keert, dat op-
vattingen en waarden als basis van onze cultuur aan het ver-
schuiven zijn. Is het daarbij zinvol om de organisatie-pro-
blemen van deze tijd met begrippen als manlijk en vrouwlijk
te benaderen? Die vraag wordt vaak gesteld, soms met irrita-
tie over de vasthoudendheid en het enthousiasme waarmee an-
deren hierover spreken.
Immers, wie kent niet de kracht van de met herhaling uitge-
sproken overtuiging? Hoe vaker het gezegd wordt, hoe meer
het geloof daarin binnen sluipt en daarmee haar onbespreek-
baarheid.
Ik zou deze zekerheden willen blijven onderzoeken. Eén hou-
vast daarin is elkaars gedachtengang te begrijpen. Het
andere is het onbevooroordeeld waarnemen van de werkelijk-
heid. De uitdaging daarbij is het uithouden van de onzeker-
heid.

Zen,
Enkele waargenomen feiten
In de leergang Leiderschap M/V hebben wij (4) een groep
vrouwen en een groep mannen dezelfde opdracht gegeven: het
maken van een pentagon,
d.weZe
een gelijkzijdige vijfhoek.
Beide groepen werden geobserveerd door mannen en vrouwen.
Hieruit ontstond het volgende beeld:
mannen
Tijdens het wachten op het begin.
wachten eerst rustig, waar-
na een gesprek op gang komt
over ervaringen elders op-
gedaan.
Tijdens de uitvoering
rond de tafel zittend,
licht onderuit gezakt op de
stoel, ellebogen op de leu-
ningen van de stoel, rug
schuin naar achteren, benen
vooruit.
de gezichten zijn onbeweeg-
lijk, bijna maskers; ze
schaken, overwegen, orde-
lijk en rustig.
lachen pas na het werk,
achteraf.
praten vrij monotoon, vlak.
hielden zich goed aan de
regels.
waren het materiaal gericht
aan het doorschuiven, met
een bedoeling.
taakgericht bezig, met de
vraag wat kun je doen.
vrouwen
praten direct levendig
en betrokken over het werk
dat dadelijk gedaan moet
worden en over het na te
streven doel.
voorover met armen op ta-
fel, benen onder de tafel.
veel gelaatsuitdrukking,
zitten erin, op tafel,
onrustig ook, beweeglijk.
aan gezichten te zien hoe
het gaat, lachen tussen
door.
praten op verschillende
toonhoogten, met grotere
verschillen.
hielden zich moeilijk aan
de regels.
waren ongerichter, wilden
meer het materiaal kwijt
zijn. _
iets van paniek, oh jé wat
nu.

Het resultaat
- geen specifiek onderscheid.
Tijdens het nagesprek
- tevreden over eigen werk- - bekritiseren eigen werk-
wijze. wijze als onhandig, slor-
dig.
-—- praten alsof ze precies - praten over hoe ze het
wisten wat ze deden en zelf beleefd hadden; daar-
waarom; het komt over als uit lijkt het alsof het
tactisch bezig zijn. veel chaotischer was.
Pratend over deze fenomenen groeide het besef, dat in de ge-
geven situatie bij deze mannen en vrouwen de uiterlijke ver-
schijningsvorm en het innerlijk beleven gespiegeld t.o.v.
elkaar leken te zijn.
— uiterlijk ernstig; -— uiterlijk lachend, vol ge-
innerlijk met plezier. voel; innerlijk met grote
ernst.
Een aantal van de aanwezigen herkende in bovenstaande obser-
vaties veel, kon dat verbinden met ervaringen elders opge-
daan. Toch ligt het gevaar van stereotypering op de loer,
met alle daarbij horende emotionele reacties. Deze komen
voort uit een gevoel van onrechtvaardigheid. "Zie je wel,
daar heb je het weer!" Twee aspecten spelen daarbij een rol:
het individuele en het maatschappelijke.
Individu en soort
Rudolf Steiner schreef in 1894 m.b.t. de individuele mens
het volgende:
"Het is onmogelijk een mens geheel en al te begrijpen,
wanneer men aan zijn beoordeling een soortbegrip ten
grondslag legt. Het hardnekkigst in het beoordelen naar
soort is men daar, waar het om het geslacht van de mens
gaat. De man ziet in de vrouw en de vrouw in de man bij-
na altijd teveel van het algemene karakter van het ande-
re geslacht en te weinig van het individuele." (°)
Het individu is alleen te beoordelen naar wat hij/zij wil
met zijn/haar erfelijke en opvoedkundige gegevenheden. Dat
neemt niet weg, dat er soortkenmerken te onderscheiden
zijn. De meeste mensen kennen de ervaring, dat zij zich an-
ders gedragen wanneer ze alleen zijn of in het gezin van

oorsprong, op de sportclub, of als mannen of vrouwen onder
elkaar. Iedere groep heeft zijn eigen gewoonten en het kost
vrij veel kracht om daarin jezelf te blijven.
Soort en maatschappij
De maatschappelijke consequentie van stereotypen is, dat
mannen "zo" kunnen en zijn en vrouwen "zus", Daaraan worden
taken, funkties en rollen vastgeknoopt. De stereotypen wor-
den tot opvattingen over wat manlijk en vrouwlijk is, gekop-
peld aan het fysieke onderscheid tussen mannen en vrouwen.
En wordt daaraan een waarde toegevoegd dan zijn de poppen
aan het dansen, als deze niet geaccepteerd wordt.
Waarmee wij in onze cultuur op dit moment worstelen is de
meerwaarde die mannen en het manlijke in de maatschappij
hebben. De emoties die daarmee gepaard gaan komen voort uit
duizenden jaren ervaring. Sukie Colgrave geeft in haar boek
Androgynie daar prachtige voorbeelden van (3). Manlijk was
goed en vrouwlijk alleen op de haar aangewezen plaats. Man-
nen hoorden te werken en vrouwen te zorgen voor huis en ge-
zin. Mannen spraken over politiek en het kwam niet te pas
dat vrouwen zich daarin mengden. Mannen kunnen op de kansel,
vrouwen niet. Het priesterambt is niet voor hen weggelegd.
Voor mijn generatie is deze vanzelfsprekendheid gelukkig
verdwenen. Maar of de generatie vóór ons nu veel ongelukki-
ger was betwijfel ik. Arbeidsdeling met waardering voor de
ander kan bundeling van energie geven wanneer ieder die ar-
beidsdeling aanvaardt. Iets om soms jaloers op te zijn in
deze tijd van voortdurend wikken en wegen en onderlinge af-
spraken maken.
Het is de toegevoegde waarde, die tot sociale norm werd en
leidde tot een maatschappelijke rolverdeling. Het zijn de
negatieve ervaring, daarbij opgedaan en het zelf anders wil-
len, die ons belemmeren dit onbevangen te onderzoeken en te
praten over wat mannen en vrouwen doen en over wat manlijk
„en vrouwlijk is.
Er is altijd al protest geweest tegen de overwaardering van
het manlijke. Alleen kan misschien nu gezegd worden dat dit
protest uit veel bredere lagen van de bevolking komt. Waar
komt dit protest vandaan?
Onderdrukking
Wanneer je hierop een sociologisch antwoord probeert te ge-
ven dringt al snel het thema macht naar voren. Het hoort bij
onze tijd zich vrij te maken. De onderdrukte vrouwen maken
zich vrij van de overheersers. Zijn dat mensen, dan moeten
mannen wijken. Zijn het systemen, dan moeten opvattingen,
waarden, normen en rolpatronen en taken zich wijzigen.

Historische ontwikkeling van het bewustzijn
Geestelijk bekeken ligt het antwoord in de verandering van
het menselijke bewustzijn, dat zich o.a. in het denken uit.
Sukie Colegrave beschrijft dit a.d.h. van de ontwikkelings-
fasen van de Chinese cultuur:
1 -— de staat van onschuld, een vóórbewuste indentificatie
met de hele kosmos waaruit de mens in de volgende fase
valt;
2 - het matriarchaat van de Al-moeder, die alles omvat in
haar omhelzing; instinctief en ongedeeld. De belang-
rijkste functies in de maatschappij werden door vrouwen
bekleed. De mannen strijden zich wakker uit deze droom-
toestand naar de volgende fase;
3 — het patriarchaat waarin het manlijke bewustzijn zich
steeds verder ontwikkelt; rationeel en gedeeld, Mannen
hebben nu de belangrijkste functies, Het voeten binden
van jonge meisjes is een uiterlijk fenomeen van een in-
nerlijke overheersing door mannen. De laatste tijd wordt
een nieuwe fase zichtbaar;
4 -— het vrouwlijke bewustzijn krijgt haar gelijkwaardige
plaats, naast het manlijke bewustzijn, zowel bij vrouwen
als bij mannen. De androgyne mens is op komst.
De tijdsindeling van de laatste drie genoemde perioden in de
geschiedenis van China komt globaal overeen met de indeling
in cultuurperioden van Rudolf Steiner, d.w.z. de perioden
waarin van de menselijke gewaarwordingsziel, de verstands-
en gemoedsziel en de bewustzijnsziel zich achtereenvolgend
ontwikkelen. De twee overgangen tussen de drie perioden lig-
gen rond 700 v. Chr. en 1400 n. Chr. Deze indeling vind je
bij velen terug. Gottfried Richter beschrijft dit aan de
hand van de architectuur, Allerd Stikker benoemt de sprongs-
gewijze verandering in het denken van zo'n 2500 jaar geleden
als die van het mythische naar het logische denken. C.A, van
Peurssen benoemt de drie perioden met het mythische, ontolo-
gische en functionele denken (6).
Yin en Yang
Ten tijde van het patriarchaat in China splitst het oor-
spronkelijke DAO © zieh in Yin en Yang @Ò ‚ waarbij gelei-
delijk aan Yang positief en Yin negatief gewaardeerd wer-
den. Met alle gevolgen van dien voor de maatschappelijke
plaatsbepaling van vrouwen en mannen. Yang is manlijk, Yin
vrouwlijk. Hoewel de inhoud van deze begrippen door de eeu-
wen heen verandering onderging, kan uit het boek van Sukie
Colegrave het volgende samengevat worden:

Yin Yang
intuïtie met logica en
voorstellingsvermogen analyse
a-causaal causaal
onpartijdig kritische opstelling
aanvaardend tegenover alles
toegevend
niet-oordelend oordelend
gemeenschap orde en
samen hiërarchie
spontaan gepland
onderling verband individualisering
één-zijn differentiatie
eenheid polarisatie
passief actief
zonder doel doelgericht
voedster bevruchtend
ruimte tijd
Wanneer je dit onderscheid alleen aanbrengt op het niveau
van de menselijke intelligentie, dan doe je de Chinezen te-
kort. Zij zien het Yin en Yang als twee kosmische krachten,
principes of energieën. Dit "transcendente" te kunnen vatten
vraagt een ander waarnemingsvermogen. Het imaginatieve is
daartoe een eerste stap (7). De Chinezen spreken dan ook in
beeldtaal. Yin is water, Yang regen/wolken. Voor het analy-
tisch denken is dit onderscheid kwatsj. Beide zijn toch
H‚0. Maar water stroomt en golft op aarde en wolken drijven
langs de hemel. Twee totaal verschillende kwaliteiten. Daar
gaat het om,
Hanneke van Buuren noemt het manlijke een lichtstraal en het
vrouwlijke een lichtschaal (Í). De straal die gericht iets
kan verlichten, zichtbaar maken. De schaal die grenzeloos
kan uitdijen en alles in haar licht kan opnemen. Twee kwali-
teiten die te onderscheiden zijn en bij elkaar horen, toen
en in de toekomst. Ze vullen elkaar aan. Carl Gustav Jung
onderkende anima en animus in de menselijke ziel. Rudolf
Steiner had het over de tweeslachtige ziel. In oorsprong was
de mens zelfs fysiek tweeslachtig. De differentiatie in man
en vrouw, als onderdeel van een groter delings-proces, was
nodig om een individu te kunnen worden. Een mens met ik-be-
wustzijn (B). In het hiervoor genoemde zijn geest en materie
niet gescheiden. De kosmische krachten werken tot in het

fysieke. Drukt het Yin zich dan in een vrouwen-lichaam uit
en het Yang in een mannen-lichaam? Zijn mannen dus basueel
manlijk en vrouwen vrouwlijk? Dit kan een beklemmende ge-
dachte zijn, Het kan ook een bevrijdende gedachte zijn, van-
uit de aanvaarding met het perspectief van de historische
ontwikkeling en ieders individuele plaats daarin. In de ko-
mende eeuwen, misschien zelfs duizenden jaren zal de mens
deze twee kosmische krachten weer in zich kunnen verenigen.
De androgyne mens. In vrijheid zal daarvoor gekozen kunnen
worden. Op eigen kracht gerealiseerd, met behoud van de ge-
wonnen individualiteit,
Is het een toekomstdroom als de gouden bloem van de Chine-
zen, waarin het Yin en Yang weer tot een nieuwe Dao verenigd
worden? In ieder geval willen nu de vrouwen als gelijkwaar-
dige individuen hun toontje meezingen, wil het vrouwlijke án
ieder mens gehoord worden. Elk individu wil zich emancipe-
ren.
Dit verhaal over de emancipatie van het vrouwlijke geeft aan
dat het veel verder gaat dan alleen meer vrouwen hun kans
geven. De emancipatie beweegt zich op veel niveaus: het in-
dividuele, de soort, de organisatie, de maatschappij en het
transcendente. In de discussies loopt dat m.í. vaak dooreen
en dat geeft daarom veel verwarring. Het is mijn ervaring
dat, waar het lukt om de niveaus onderscheiden te bespreken,
het gesprek tussen mannen en vrouwen grote diepte kan berei-
ken.
Manlijk en vrouwlijk in organisatie-begrippen
Tot slot geef ik hieronder een poging weer om het manlijke
en vrouwlijke in organisatiekundige termen herkenbaar te ma-
ken. De gangbare begrippen heb ík naar beide polen van ons
zijn geordend. Deze polen kunnen samengevat als volgt weer-
gegeven worden:
manlijk vrouwlijk
‚ ik-gevoel ‚ wij-gevoel
‚ lijn-bewustzijn . cirkel-bewustzijn
denken met waardevrije ‚ voelen met persoonlijke
conclusies oordelen
‚ willen . ontvankelijk zijn

10.
Vertaald naar het leiding geven geeft dit:
. de wereld is te maken
en te beheersen
‚ het gaat om:
- een visie hebben
- beleid formuleren
- doelen stellen
- organiseren, d.w.z.
plannen
uitvoeren
controleren
. het heeft te maken met:
- taken
- functies
- bevoegdheden en verant-
„woordelijkheden
„- posities en macht
de wereld wordt zoekend en
tastend vormgegeven
het gaat om:
- luisteren naar wat er
leeft
— aanvoelen wat nu aan de
orde is
— aandacht hebben voor per-
sonen
- al gaande bezig zijn
het heeft te maken met:
— werk
- oplossingen
- persoonlijk kontakt
— samen delen
In organisatiekundige principes verwoord geeft dit:
‚ differentiëren
. afdelingen/netwerken
‚ procedures
‚ regels
. normen
integreren
groepen mensen/vlechtwerken
processen
voorwaarden
richtlijnen
In de relatie met de markt speelt het volgende een rol:
. produkt/dienst
‚ kwantiteit
‚ op eigen dingen gericht
die afgezet moeten worden
klant/vraag
kwaliteit
aandacht voor de ander bui-
ten die iets nodig heeft
Het begrip ruimte kan als volgt begrepen worden:
‚ ladenkast of blokkendoos
Het begrip tijd:
. schematisch
‚ maat
‚ lineair
klimaat
organisch
ritme
cyclisch

4
11.
Het manlijke en vrouwlijke hebben ook hun schaduwkanten.
Een paar daarvan zijn:
. isolement
. eenzaamheid
‚ starheid
massa
. verloren zijn
. chaos
Beide leiden in hun extremiteit tot machteloosheid en zin-
loosheid,
Literatuur
Île
2e
3.
Rainer Maria Rilke
H. Adama van Scheltema
A.A.M. Bekman
O.H.J. Donnenberg
K. Locher
Jolan Douwes
Mw. A.C. Jonkergouw
Elisabeth Mollema
Floor Schiffers
Niek Wijngaards
Hanneke van Buuren
"Du Dunkelheit, aus der’ ich
stamme''
In Das Stundenbuch
Insel Verlag, Frankfurt am
Main, 1972
“Impulsen voor de ontwikkeling
van nieuw leiderschap"
NPI-bulletin, no. 7 - 1986
“Rol en inbreng van de verple-
ging in de organisatie-ontwik-
keling van het ziekenhuis!
NPI-Bulletin, no. 6 —- 1985
"Succes verzekerd met een vrouw
in de leiding"
Een interview met rector Clan
Visser 't Hooft in Trouw,
d.d. 28 jan. '87
"Vrouwen in management"
Een aankondiging van een kur-
sus mei/juni 1987 op De Baak -
Noordwijk
"Emancipatie? Het oude rollen-
patroon is nog steeds te
sterk"
In Management Team, Je jrg.;,
no. 1, 23 jan. '87
"Van levensloop naar zelf-mana-
gement"
In Vorming, jrg. 35, no. 10,
dec. '86
"Mijn andere lief"
De Ster, Breda, 1985

12e
Sukie Colegrave WAndrogynie'
Lemniscaat, Rotterdam, 1981
prof. C.I. Dessaur “Culturele veranderingen en hun
sociale gevolgen"
Openingslezing voor het Inter-
mediair Seminar "De praktijk
van het personeelswerk!", 18
nov. 1986, in de RAI te
Amsterdam.
Deze activiteit werd georganiseerd door mijn collega's
W. van der Gaag, G.J. Schöttelndreier en mij zelf, in
samenwerking met mevr. F.M.H.N. Schiffers - zelfstandig
organisatie-adviseur, mevrouw J. van Bruggen —- hoofd op-
leidingen Orde van Advocaten en mevr. E. Hupkes - Hoofd
PZ bij Philips.
Rudolf Steiner “Individualiteit en soort"
in Filosofie der Vrijheid,
Servire, Wassenaar, 1970
Lili Chavannes Interview met Allerd Stikker:
“Binnenkanten en buitenkanten"
in Jonas 14, Vrijdag 6 maart
1987
dr. C.A. van Peursen "Strategie van de Cultuur"
Elsevier, Amsterdam, 1970
Gottfried Richter "Ideen zur Kunstgeschichte"
Verlag Urachhaus, Stuttgart,
1949
Rudolf Steiner "Heden en toekomst der wereld
en mensheidsontwikkeling'"
in De Wetenschap van de gehei-
men der ziel, Vrij Geestes-
leven, Zeist 1972
Rudolf Steiner "De trappen van het hogere be-
wustzijn: imaginatie, inspira-
tie en intuïtie!"
Vrij Geestesleven, Zeist 1982
Rudolf Steiner "De splitsing in geslachten"
In: Uit de akasha-kroniek,
Vrij Geestesleven, Zeist 1985
COPYRIGHT NPI