← Back to catalogue

The group as a learning situation

Author:
-
Original title:
De groep als leersituatie
Type:
Syllabus
Language:
Dutch
Year:
1982
Pages:
5
Subject:
the social group as factor for development
NPI reference no.:
265.8212

Ni
NPI - Instituut voor Organisatie Ontwikkeling
265.8212
-/LG
DE GROEP ALS LEERSITUATIE
Ieder mens is, op elk moment van zijn leven, voortgeschreden
tot op een bepaald punt van zijn persoonlijke ontwikkelings-
weg, dat het "resultaat" is van het samenspel van een drie-
tal factoren complexen:
a. De fundamentele, algemeen-menselijke eigenschappen en
ontwikkelingspatronen, zoals b.v. het denken — voelen -—
willen, het ouder worden, het kunnen leren, het kunnen
kiezen, enz,
b. Zijn persoonlijke "aanleg", begaafdheden en beperkingen.
c. Zijn persoonlijke "leven" tot dusver, d.w.z. interactie
met zijn omgeving en de invloeden van het milieu.
Hoewel een rangorde van belangrijkheid nauwelijks aan te wij-
zen is, moet erop gewezen worden, dat het eigenlijke ontwik-
kelingsproces slechts in gang gezet en voltrokken kan worden
door de ontmoeting met de omgeving. De verschillende leer-
psychologische scholen leggen verschillende accenten, die
zich bewegen op een schaal tussen vrijwel volledige praedes-
tinatie (milieu-factor dus te verwaarlozen klein) en een zeer
sterke dominantie van de omgeving ("tabula rasa"). De waar-
heid ligt, zoals gewoonlijk, ergens in het midden, doch de
werkelijkheid, d.w.z. het samenspel van de verschillende fac-
toren complexen èn het probleem, wat deze factoren complexen
inhouden, is aanzienlijk gecompliceerder dan de meeste theo-
rieen kunnen samenvatten.
Voor ons doel is hoofdzakelijk van belang deze drie factoren
complexen te onderscheiden.
Het "leven" als ontwikkelingsfactor
Het menselijke ontwikkelingsproces wordt dus geactualiseerd
door een confrontatie met de omgeving. De bekende verhalen
van de Wolf-kinderen zijn hiervan een illustratie, evenals de
problematiek van jeugdige delinguenten, de ‘breeding! van
leiders, maar ook de academicus en de man van ervaring.
Het is dus van zeer groot belang, welke contacten met de bui-
tenwereld plaatsvinden en hoe deze verlopen.
Ten aanzien van het hoe, kan men verschillende onderschei-
dingen maken, o.a. die naar intensiteit van het contact.
l. Het "contact"
Het "in aanraking komen met", het vluchtig benaderen en
weer terugtrekken, het niet-verbindend en niet-betrokken
tegenkomen van de buitenwereld.
Valckenboschlaan 8, Postbus 299, 3700 AG Zeist, Telefoon 03404-20044, Fax 03404-12770.

2. Het "samenspel"
Waarbij het contact dieper gaat, een zekere persoonlijke
inzet en activiteit vereist zijn, risico's genomen worden
en een emotionele betrokkenheid optreedt.
3. De "ontmoeting"
Waarbij de mens zijn “eigen Zijn" kan beleven door een
sterke persoonlijke inzet en emotionele betrokkenheid.
De frequentie van het voorkomen van deze verschillende contac-
ten is omgekeerd evenredig aan de versnelling, die de ont-
wikkeling door dit contact krijgt: De vrij zeldzame momenten
van "ontmoeting", ontwikkelen de mens sterker dan de vele con-
tacten op contact-niveau, die in vele gevallen slechts perifere
ervaringen blijven.
De sociale groep als ontwikkelingsfactor
In de praktijk zien we, dat het menselijke ontwikkelingsproces
zich in belangrijke mate voltrekt in de genoemde "samenspel "—
contacten met de buitenwereld, in het 'give and take',
‘challenge and response!, in actie -— reactie, die alle een
vrij concreet karakter hebben.
Het is de concrete sociale groep, die ons voornaamste ont-
wikkelingsmedium is, (gezin, vriendjesgroep, schoolklas,
collega's, werkgroep, enz.), waarin we onze basis-vaardigheden
in het leven opdoen, nl.:
a. Een ‘know-how! om met de objecten om ons heen om te gaan.
b. Een vaardigheid tot een aangaan en hanteren van sociale
relaties.
c. Een verhouding tot het immateriele (normen en waarden),
het onbekende en het niet-actuele (traditie, toekomst
perspectief, e.d.).
In relatief nog simpel gestructureerde samenlevingsvormen
geschiedde de menselijke ontwikkeling in een aaneengeschakel-
de reeks van een beperkt aantal van zulke groepen, waaraan
men door "natuurlijke" gegevenheden gebonden was (clan's,
kastestanden, enz.). Hier vielen dus leef -, leer- en arbeids-
groep samen.
In de ontwikkeling van onze maatschappij, zijn wij thans op
een punt aangekomen, dat:
a. Leef -, leer- en arbeidsgroep niet meer samenvallen.
b. Het aantal groepen, ten gevolge van de interne differen-
tiatie der samenleving, enorm is toegenomen.
c. De oude traditionele groepen niet meer een continue reeks
vormen.
d. Er een zekere vrijheid heerst om deel uit te maken van
verschillende groepen.

5e
Hierdoor kunnen de traditionele groepen niet meer voor alle
situaties opleiden, terwijl vele contacten met de buiten-
wereld van het actieve samenspel-niveau naar het vluchtigere
contact-niveau verlegd zijn (radio, tijdschriften, passieve
verstrooiing).
Dit alles heeft, nadat een tijdlang geprobeerd was alleen door
individuele methoden de menselijke ontwikkelingsgang te be-
vorderen, geleid tot het ontstaan van groepswerk als metho-
diek.
Algemene werken
Herbert A. Thelen: Dynamics of Groups at Work, Chicago 1954
Cartwright and Zander: Group dynamics, New York, 2e druk 1958
P. Hofstatter: Gruppendynamik, die Kritik der Massenpsycholo-
gie, Rororo 1957
Bibliografie
C.F. Wieringa: "Groepswerk, beknopte kroniek -— beredeneerde
bibliografie", Volksopvoeding no. 10/11, 1958. Dux,
no. 10/11, 1958
Wat is groepswerk?
Groepswerk beoogt, gedeeltelijk decor middel van speciaal voor
dit doel gecreeerde groepen, een gericht entwikkelingsmedium of
een leersituatie te verschaffen, waarin de ontwikkeiingspro-
cessen planmatig en doelgericht geleid kunnen worden.
Uit deze definitie volgen onmiddellijk de kracht en de beper
kingen van groepswerk.
De doelgerichtheid en de planmatigheid brengen een zekere
efficiency met zich mee, d.w.z. er kan minder aan het toeval
of de omstandigheden worden overgelaten dan in vele "echte"
groepen geschiedt. Het leerproces is verder geconcentreerder.
Nadeel blijft het ietwat kunstmatige karakter, waardoor soms
de ernst ontbreekt en de situatie te beschermd is.
Met nadruk zij onderstreept, dat groepswerk niet alleen een
techniek is, maar dat het als methodiek altijd verbonden is
met een doelstelling. Klaarheid over de doelstellingen is
een eerste vereiste.
Verschillende vormen van leergroepen
Aangezien er een grote wisselwerking bestaat tussen groeps-
structuur — doelstelling -— groepsactiviteit, zijn er bijna
even zovele soorten van leergroepen als er doelen zijn, ter-
wijl dus de aard van de activiteiten ook teïkens een andere
zal zijn. Ook het leiderschap zal in de verschillende leer-
groepen een ander karakter hebben.

4.
Ruwweg geclassificeerd zou men de volgende onderscheiding
kunnen maken:
a. Doelen voornamelijk op het niveau van 'know-how', van
instrumentele vaardigheid.
B.v. instructie-conferentie, trainingscursus, enz. Echt
groepswerk komt hier vaak niet sterk tot ontplooiing, om-
dat de leiding sterk gecentraliseerd is en de leerstof
voorop staat.
b. Doelen voornamelijk op het niveau van sociale relaties.
Het klassieke voorbeeld is de T-groep, waarin het leer-
proces zich afspeelt in vrije interactie tussen de leden.
c. Doelen voornamelijk op het niveau van conceptuele vaar-
digheden.
B.v. sommige management-development leergangen.
In de meeste leergroepen treedt echter een combinatie van
doelen op. Er moet b.v. iets gedaan worden aan de menselijke
verhoudingen, aan beleidsvoorlichting en aan organisatietech-
nieken.
Voornaamste punt is, dat de verschillende te hanteren methoden
aangepast worden aan de verschillende doelen.
Nog afzonderlijk te noemen zijn:
Ìl. De cursus
Het heeft enige tijd geduurd, voordat duidelijk was, dat
de cursus niet het laatste woord was op het gebied van op-
leidingen. De cursus heeft als "kunstmatige" leergroep be-
perkte mogelijkheden. De mogelijkheden die hij wèl biedt,
zoals geconcentreerd leerproces, "los van het werk", be-
schermde situatie voor experimenteren, moeten echter goed
gebruikt worden.
2. De werkgroep als leergroep
Alleen al om het feit, dat hij een continu karakter heeft,
biedt de werkgroep als leergroep vele voordelen. Hij is
in feite altijd een leergroep, doch dan veelal niet doel-
gericht en niet planmatig. Ì
Het grote probleem hier is om het leiderschap t.a.v. het werk
aan te vullen met leiderschap t.a.v. het leerproces. De oplei-
dingsfunctionaris kan dit nooit zelf direct doen, omdat dan
in feite twee groepen ontstaan met (behalve de leider) dezelf
de mensen, maar met verschillende normen, doelen en procedures.
Indien hij als een soort adviserende buitenstaander optreedt,
dan zal hij nog bedacht moeten zijn op verwarringen over het
leiderschap.
3. De groep als medium voor verandering
De sterke gebondenheid van de mens, wat betreft zijn ge-
woonten, waarden en normen is ontdekt als factor bij het
invoeren van verandering (Kurt Lewin). Hieruit zijn o.a.

5.
allerlei overleg- en discussiegroepen ontstaan. Het han-
teren van dit medium eist echter wel enige bekwaamheid
en in het bijzonder oprechtheid.
Van belang is echter, dat, welke vorm leersituatie of leer-
groep men ook hanteert, deze inderdaad een leergroep blijft,
die adequaat is voor die bepaalde leerlingen op dit moment.
Hoewel b.v. van cursussen het "gezellig samenzijn" en het
“werk in de wandelgangen” niet los te maken zijn (het moet
ook niet!), moet men ervoor zorgen, dat men bewust op het
leren gericht blijft. Volwassenen moeten in een leergroep
als volwassenen behandeld worden en aan de mens van vandaag
zijn leermethoden uit de 19e eeuw onverkoopbaar.
COPYRIGHT NPI