← Back to catalogue

The situation of learning

Author:
Jacques Uljée
Original title:
De leersituatie
Type:
Syllabus
Language:
Dutch
Year:
1993
Pages:
6
Subject:
introduction to the theme- basic concept about learning- basic rhythm of learning- basic activities of learning- basic elements of learning
NPI reference no.:
6278.834

NN nemacdheid
EN
=\
INSTITUUT VOOR ORGANISATIE ONTWIKKELING
Valckenboschiaan 8 - Postbus 299 - 3700 AG Zeist - Holland - Tel. (03404) 20044
6278.834
„. JU/LG
DE LEERSITUATIE
Weergave van de hoofdzaken uit een inleiding in het kader
van de cursus: Vormgeven aan opleidings- en leersituaties.
Het thema wordt behandeld onder het gezichtspunt van voor-
waarden voor het ontstaan van een leersituatie.
Daartoe komen achtereenvolgens aan de orde:
— introductie tot het thema;
— een basisopvatting over leren;
— basisritmen van leren;
— basisactiviteiten van leren;
— basiselementen voor leren.
Introductie tot het thema
In opleidings- en leersituaties komt men nogal eens de uit-
spraak tegen: Ja, maar in de praktijk........ De ondertoon
lijkt dan te zijn, dat het werkelijke leven anders is, alsof
de wereld van het leren naast die van het werkelijke Leven
staat. Behalve het historische gezichtspunt, dat aanleiding
kan zijn voor deze opvatting (waarin wordt ingegaan op de
syllabus "Leren vroeger en nu"), zijn er wel meer redenen aan
te wijzen:
— vaak sluit het geleerde in een schoolse context niet aan
bij de context waarin "in de praktijk" gewerkt moet worden;
-— er is geleerd op grond van onjuiste interpretatie van de
werkelijke tekorten in een werksituatie, waardoor terug-
keerproblematiek ontstaat;
— er worden geen condities geschapen bij terugkeer van een
cursussituatie waardoor leerresultaten niet geeffectueerd
kunnen worden of tot rijping kunnen komen, waardoor geen
effecten van leren zichtbaar worden.
Basisopvatting over leren
Een fundamentele voorwaarde voor het ontstaan van een leer
situatie is, dat er sprake is van een leersituatie als er
allereerst willens en wetens vanuit de mens een actieve in-
stelling tot de wereld gecreeerd wordt met de bedoeling om
te leren. Aan wat er al is wordt "van binnen uit” de leer-
dimensie toegevoegd. Kijkend "naar wat er al is" kunnen drie
Eundamentele verhoudingen van de mens tot de wereld worden
onderscheiden:

TA
1.
Een kennende verhouding, erop gericht om de wereld te
begrijpen. Ongeacht de mate van bewustheid en intensi-
teit is die verhouding er. Hij is nader uitgewerkt in
de "niveaus van weten".
Hij begint met een vraag en eindigt met een vorm van weten.
Het is een verinnerlijken in de mens van de buitenwereld,
echter zo, dat het geen directe actief geschapen conse
quenties teweegbrengt in de buitenwereld.
Een handelende verhouding, die consequenties schept in
de buitenwereld. Het is een veruiterlijken van de binnen-
wereld van de mens, ongeacht de mate van bewustheid en
intensiteit. Hij begint met een voornemen en besluit om
iets te doen. Hij is nader uitgewerkt in de "niveaus van
kunnen".
De derde soort verhouding is die van het zijn. Zowel bij
het kennen als bij het handelen gebeurt er iets in de mens
zelf, hij verandert erdoor, hoe gering dan ook. Zijn
zijnswijze is anders geworden in het gebied van het denken,
voelen of willen, of alle drie tegelijk. Dit alles, onge-
acht de mate van bewustheid of intensiteit. De uitdrukking
door schade en schande leren kan erop duiden, dat er niet
volgens bewust ingerichte leerprocessen is geleerd, maar
dat het leven zelf een lesje heeft geleerd.
Samengevat in een beeld: Leren in het leven.
vraag voornemen
waarnemen uitvoeren
denken doen
antwoord. evalueren
zich ermee
verbinden
in denken
in afwegen
en oordelen
in doen
BEGRIJPEN ZELFKENNIS SCHEPPEN
van de wereld aan de wereld in de wereld
Een actief leerproces bestaat eruit, dat wat onbewust al ge-
gebeurt, bewust gehanteerd wordt. In beide gevallen worden
vermogens ontwikkeld. Nu zijn er in de mens vermogens die

als het ware vlak onder de oppervlakte liggen en waarbij
het leerproces dus snel kan verlopen. Dat begint al bij het
heel jonge kind, waarbij spelenderwijs wordt geleerd. Gaat
het om vermogens die dieper weg liggen, dan is inspanning
vereist. Dan wordt eerder een behoefte gevoeld aan een ge-
structureerd leerproces, of wel men komt tot leerervaringen
via de "harde weg van schade en schande".
In het geval van dieperweg liggende vermogens, waarbij dus
inspanning is vereist, komt de kwestie van het zingeven,
motivatie, discipline tot leren uitdrukkelijk aan de orde.
Basisritme van leren in het leven
In alle drie de verhoudingen tot de wereld doet de mens, onge-
acht de mate van bewustheid en intensiteit, indrukken en er-
varingen op. Ze zijn in hem. Het bedoelde basisritme kan aan—
schouwelijk worden gemaakt, door et een nachtzijde en eén dag-
zijde aan toe te kennen. Ze wisselen elkaar af.
In beeld gebracht:
ipdrukken en ervaringen, \
eyt. in bewust gekozen \
léervormen en leerdoelen
! 7
]
Pad
Pad
willens en wetens" of
dbor "scha en schand" pe
| /tijdslijn van
ij N\ / Thet leven
{ 1
indrukken lin een gerichte leer- | onbewust Î
ervaringen lweg wordt t.b.v. de { of bewust !
onderbewust l verwerking in de ‚ vergeten in |
nde “/ nachtzijde bewust vorm ‚ 't kader van I
nachtzi jde gegeven ‚ een leerproces J
Basisactiviteiten van leren
Ongeacht de mate van bewustheid en intensiteit kan, afgeleid
van het voorgaande, een opeenvolging van basisactiviteiten
worden aangenomen, nl.:
l. Opnemen van waarnemingen, indrukken en/of ervaringen opdoen.
2. Verwerken van hetgeen is opgenomen en/of bewerken van op-
gedane ervaring.
3, Consolideren of verdichten van hetgeen is verwerkt of be-
werkt. Dit consolideren uit zich op een of ander niveau van
kennen, kunnen of zijn.

Z\
In het leven wordt op deze manier geleerd, vindt ontwikke-
ling plaats. Bewust hiervan afgeleid zijn de instructieweg
en de ontdekkingsweg.
De leervormen/didactische werkvormen zijn bewust gekozen in-
strumenten omde basisactiviteiten doelgericht vorm te geven.
Zij zijn geldig, zowel voor de instructieweg als voor de ont-
dekkingsweg. Het zijn instrumenten "om de lerende mens daar
aan te spreken waar hij wakker moet worden". Oefenen is op
herhaling gericht om tot een bepaalde vorm van inslijpen te
komen.
De basisactiviteiten van leren in beeld gebracht:
== zm
7 en ad De Tm
Pd
Nr N
consolideren \ /
opgebied van /
Pe kennen, kunnen/ N
_ Pd
me en ae
a
/
N „
\/ opnemen X verwerken
ZN
/ N
RAN ervaren bewerken
N
In gestructureerde leerprocessen worden de overgangen op de
kruispunten bewust gehanteerd en in de leerwegen bewust ge-
faseerd.
Basiselementen van leren
Voor het ontstaan van een leersituatie zijn er, behalve de
instelling, drie basiselementen nodig;
1. De lerende mens, ofwel de mens in de rol van lerende,
2. Een zingeving, uitgedrukt in het leerdoel
3. Een leergebied, uitgedrukt in de leerstof.
N.B.: De beschouwing van deze elementen wordt gegeven in prak -
tische termen op grond van de voorafgaande paragrafen.
De lerende mens
Hij heeft zijn eigen achterland in de vorm van voorstellingen,
gedachten, ervaringen, gevoelens en motieven vanuit zijn
eigen leef - en werksituaties. Daarom is het uit het oogpunt
van leereffectiviteit gewenst om die leervormen te kiezen,
die op dat potentieel aansluiten en het mobiliseren. Het is
zijn rijkdom waarop voortgebouwd kan worden. Met andere woor -
den, wat er al is aan weten, kunnen, aan ervaringen en
voorstellingen, dát oproepen uit de herinnering en actueel maken
in de context van "déze leersituatie". Daarmee wordt het reeds
aanwezige aangevuld, in een ander licht gezet, opnieuw ge
nuanceerd, verdiept en in andere verbanden gezet.

Daarna kan het weer "vergeten" worden om verder te kunnen
rijpen.
Ook waar het gaat om het leren van totaal nieuwe dingen,
gaat het erom te zoeken naar aanknopingspunten bij de voor-
stellingen en ervaringen van de lerende mens opgedaan in zijn
levenscontext. Voorwaarde is dan wel, dat men het essentiele
weet waaromtrent geleerd moet worden, omdat in de levens-
context van de lerende "tot leven te brengen", waarna het in
de context van het nieuwe geplaatst kan worden. Dat vraagt
fantasie.
De leerdoelen
In leerdoelen behoort de zingeving tot het leren te zijn ver-
vat. Het doel heeft een voorstellingskant en een wilscompo-
nent (motivatie). De wilscomponent wordt gemobiliseerd indien
het doel in verband staat met een tekort in de situatie waar-
voor wordt geleerd. Het tekort heeft als het ware een eisend
karakter. Ook hier geldt, dat de lerende een voorstelling moet
hebben (tenminste) van dat tekort. Het tekort kan echter bekend
zijn, voorstelbaar zijn qua beleving en context van de leren-
de, ofwel het is nog onbekend aan de lerende mens. Een oplei-
dings- en leersituatie dus, die volkomen nieuw is voor de leren-
de wat betreft context. Het vraagt fantasie om dat voorstelbaar
en inleefbaar te krijgen. Ook hier geldt dan, dat. die leervormen
worden ingezet waardoor de reeds aanwezige voorstellingen en
ervaringen worden opgeroepen en gemobiliseerd, zodat de zin van
het leren in de lerende actueel wordt.
Het leergebied
Het leergebied is dat aspect van de wereld waarin de lerende
mens wordt binnengeleid. Men zou het de theorie kunnen noemen
waarin opvattingen, elementen en gezichtspunten m.b.t. een
stuk wereld in een bepaald verband worden gebracht t.b.v.
kennis of vaardigheden in een bepaalde graad of vorm.
Hier geldt de vraag: Waar wordt de leerstof vandaan gehaald,
in welke mate van diepgang, in welke context en hoe verhoudt
degene zich tot die stof, hoe is hij ermee verbonden. B.v.
puur instrumenteel, of psychologisch of sociologisch ingebed;
in een ontwikkelingsperspectief gezien of zonder enig verband
in de tijd; vanuit een bepaalde sleutelgedachte of zonder enig
innerlijk verband. Als voorbeeld kan worden genoemd: De leer-
vormen in het verband van een 3-deling en die weer vanuit een
bepaalde mensvisie.
Dit alles is een keuzevraag, met gevolgen voor het leren van
de mens.
In deze paragraaf zijn als basiselementen genoemd de mens in
de rol van lerende, naast het doel en de stof.
Zou deze zelfde mens al deze gezichtspunten min of meer bewust
overwegen en toepassen bij het vorm geven aan zijn leerproces,
dan zou men kunnen spreken van de mens in zijn rol van op-
leidende mens. In deze zin kan elke mens zich zelf tot

TN
opleider zijn en als zodanig is ook de benaming "opleider"
in de context van onderstaande afbeelding bedoeld. Iemand
kan functioneren in de rol van opleider en doet keuzen t.b.v.
de lerende mens.
leerdoelen de opleidende mens
leergebied de lerende mens
(stof )
Door voortdurend te proberen bewust met en tussen deze elemen-
ten bezig te zijn, wordt de lerende mens geholpen voortdurend
in de leersituatie te zijn.
Een creatief gebeuren!
COPYRIGHT NPI