Nederlands Pedagogisch Instituut
57350.882
JU/LG
%
DIDACTISCHE WERKVORMEN
Doel van deze opdracht
Bewust worden van de consequenties voor opleider en leerling
van verschillende didactische werkvormen.
In de syllabus over leervormen (1882) worden drie groepen
leervormen onderscheiden, namelijk:
‚ aanbiedende vormen;
‚ gespreksvormen;
‚ zelfwerkzaamheidsvormen.
Op de volgende bladzijden staat een aantal uitspraken. Elk
van die uitspraken heeft in het bijzonder betrekking op één
van de groepen die hierboven zijn genoemd.
Opdracht Az
Geef achter elke uitspraak aan op welke groep deze volgens u
betrekking heeft. In geval van twijfel kiest u voor de meest
voor de hand liggende.
Opdracht B:
1. Bespreek in uw subgroep de individuele resultaten.
2. Probeer als subgroep tot een gemeenschappelijk en eens-
luidend resultaat te komen of
probeer er met elkaar achter te komen waarom u bij een
uitspraak niet tot een eensluidend oordeel komt.
%
Deze oefening is afkomstig van de afdeling sociale pedago-
gie van de Landbouwhogeschool te Wageningen en werd enigs-
zins gewijzigd.
Instituut voor Organisatie Ontwikkeling Valckenboschlaan 8, Postbus 299, 3700 AG Zeist Telefoon 03404-20044
Bijlage didactische werkvormen
10.
11.
12.
13.
14.
De leraar went de leerlingen aan goede studie- en werk-
gewoonten.
Bij het begin van een nieuw onderwerp komt de leraar
te weten wat de leerlingen er al van weten.
Het is de bedoeling, dat de leerlingen in hun eigen tem-
po werken.
De leraar moet er rekening mee houden, dat de leerlin-
gen ontmoedigd raken als er nauwelijks vorderingen wor-
den gemaakt.
. De motivatie wordt bevorderd als de leerlingen gelegen-
heid krijgen iets te presteren.
De leraar heeft gelegenheid het leergedrag van leerlin-
gen te observeren.
De leerlingen leren hun gedachten onder woorden te bren-
gen.
Deze werkvorm levert voor de leraar doorgaans veel
werk achteraf op.
Deze werkvorm kost vaak veel voorbereiding.
De leraar kan de leerlingen individueel verder helpen. —
De leraar kan tijdens de les de moeilijkheidsgraad aan-
passen aan verschillen in verwerkingsmogelijkheden van
de leerlingen.
De lessituatie is voor de leraar erg overzichtelijk.
Bij deze werkvorm moet de leraar erg attent zijn op
het tempo van les geven.
Het welslagen van deze werkvorm hangt sterk af van les-
materiaal, e.q. leer- en hulpmiddelen, waarvoor de le-
raar vaak zelf moet zorgen.
<
(®)
5
Ee,
®
Le)
fe)
E
B
D
e
D
Eeten Hey
oo DID
gE
zIË
dE
D
an
N
D
2
j)
5
N
jo
0)
ï
<
(©)
d
(D
ej
vis OE N
vO DID OD
BI 80
ESR
ap ds
ol GEE
en D V
D > 8
Ú
15. Voor vaardigheidsdoelen is deze werkvorm onontbeerlijk.
16. De leerlingen zijn dankbaar voor een duidelijke en hel-
dere ver-woord-ing en ver-beeld-ing (b.v. bordschema)
van de leerstof,
17. Deze werkvorm biedt de mogelijkheid het zelfvertrouwen
van de leerlingen te vergroten.
18. Bij deze werkvorm is het handig als de leerlingen zelf
kunnen beschikken over de goede antwoorden of oplossin-
gen.
19. De leraar kan zien of de leerlingen zelfstandig een pro-
bleem kunnen oplossen.
20. Bij deze werkvorm zal de leraar belangrijke individuele
vragen van de leerlingen tot een probleem van de hele
klas proberen te maken.
21. De eerste keer voel je je als leerlng wel voor het blok
gezet.
22. Als leerling moet je je goed in een situatie kunnen ver-
plaatsen.
23, "Ik wou dat de leraar nu even kwam helpen.'
24. De spraak van die leraar en zijn kleding hinderen me
ontzettend,
25. "Ik begrijp het wel, maar of het ook kàn?", zei de leer-
ling na afloop van de les.
26. Wanneer steeds dezelfde leerlingen aan het woord zijn,
schiet je met deze werkvorm naast je doel.
27. Leerling: "Ik hoop niet dat ik met Piet dit werkstuk
moet maken.”
28. Het betekent wel, dat de leerlingen bereid moeten zijn
zelf iets over hun eigen werksituatie te vertellen.
29,
50.
51.
52.
Als ik als leraar zo'n werkvorm kies, moet ik mezelf
dwingen om niet direct met de antwoorden te komen.
Opvattingen verander je niet, door tegen mensen aan te
praten.
Bij deze werkvormen is je relatie met de leerling heel
direct.
Deze werkvormen vergen van de leerlingen fantasie en
vindingrijkheid.
N
D
En
Pi
®
5
af
N
fend
0
7