← Back to catalogue

Threefolding as way for development and education in the social reality

Author:
Leo van der Burg
Original title:
Driegeleding als ontwikkelings- en scholingsweg in de sociale werkelijkheid
Type:
Syllabus
Language:
Dutch
Year:
1989
Pages:
5
Subject:
The man as able and needy being in relation to other people- the basic impulses in the social organism- the application of the basic impulses for the purpose of development and healing of the social organism
NPI reference no.:
6299.892

Nederlands Pedagogisch Instituut
6299,892
LB/LG
DRIEGELEDING ALS ONTWIKKELINGS- EN SCHOLINGSWEG IN DE
SOCIALE WERKELIJKHEID
In veel gesprekssituaties wordt geconstateerd, dat er sprake
is van een zekere spanning en irritatie, die door de aanwe-
zigen in die situatie wordt aangeduid met termen als: on-
vrij, overdonderend, star en rechtlijnig, teveel op inhoud
gericht, enz.
In het dagelijks leven kan je vaak spanningen van dezelfde
soort waarnemen. Bij voorbeeld iemand die in een winkel iets
wil kopen ervaart dat de winkelier hem op een bepaalde wijze
onjuist heeft behandeld. Termen die dan naar voren kunnen
komen zijn: hij/zij geeft niet veel klaarheid over zijn pro-
dukten; je hebt het gevoel dat je blij mag zijn dat je hier
iets mag kopen; soms lijkt het of hij je iets probeert aan
te smeren.
Een ander voorbeeld: in een bedrijf hanteert men een bepaald
beoordelingssysteem. Er zijn problemen hoe het systeem zorg-
vuldig te hanteren valt. Opmerkingen die men te horen krijgt
illustreren deze problemen. Als ik negatieve kanten van de
medewerker belicht, dan krijgt hij de neiging mij op mijn
onvolkomenheden te wijzen; ik wil niet alles, wat ik als be-
oordelaar negatief ervaar, op het beoordelingsformulier
weergeven omdat ik daarmee een besluit aan het nemen ben
over zijn participatie en ik weet dat hij het geld goed kan
gebruiken!
Zo kunnen we in diverse sociale situaties spanningen en ir-
ritaties aantreffen, die op zich zelf genomen vervelend zijn
voor de mensen die erbij betrokken zijn. Los van dit gevoel
is het toch de moeite waard te onderzoeken ‘welke problemen
eigenlijk door de deelnemers aan deze situaties worden ge-
voeld: wat maakt dat deze situaties als spannend en/of irri-
tant worden ervaren. Opvallend is het dat in die situaties
drie "objectieve!" strevingen aanwezig zijn, die in deze in-
cidenten en voorvallen herkenbaar zijn.
I De mens als vermogend en behoeftig wezen in relatie tot
andere mensen
De mens staat in het leven tussen andere mensen waarin
drie kanten van zijn mens-zijn aan de orde komen:
1. De mens als producerend, vermogend wezen.
2. De mens als consumerend, behoeftig wezen.
5. De mens als sociaal, tussenmenselijk wezen.
Instituut voor Organisatie Ontwikkeling Valckenboschlaan 8, Postbus 299, 3700 AG Zeist Telefoon 03404-20044

Je
II
Ad 1. Mensen hebben bepaalde talenten en vermogens
—- fysiek, sociaal en geestelijk-culturele - die
zij hebben ontwikkeld en willen uitleven en voor
anderen beschikbaar stellen.
Ad 2. Mensen hebben bepaalde behoeften (die voortkomen
uit bewust of onbewust waargenomen tekorten) die
zij door anderen bevredigd willen zien.
Behoeften zijn te onderscheiden in materiële,
fysieke, sociale en geestelijk-culturele behoef-
ten.
Ad-3. Mensen hebben relaties tot anderen waarin een be-
paalde evenwichtssituatie wordt nagestreefd. In de
samenleving met anderen zijn er (rechts-)overeen-
komsten noodzakelijk, om te voorkomen dat het
recht voor de een onrecht voor de ander wordt.
In onze talenten en vermogens, onze produktieve zijde,
zijn wij op zoek naar het goede doen: kunnen wij onze
vermogens zo werkzaam maken, dat zij het gewenste, ge-
wilde resultaat opleveren voor de behoeften van ‘ande-
ren. Er zijn altijd andere mensen nodig om mijn vermo-
gens aan ter beschikking te stellen. In onze behoeften,
onze consumptieve zijde, zijn wij op zoek naar de goed-
heid van andere mensen om antwoord te geven op onze
materiële en immateriële vragen.
Er zijn altijd andere mensen nodig om mijn behoeften te
bevredigen.
In het tussen-menselijke gebied zoeken wij in onze rela-
ties van mens tot mens harmonieuze verhoudingen. Verhou-
dingen die het mogelijk maken elkaars menswaardigheid te
respecteren. Noch aan het feit dat ik weinig of veel be-
hoeften noch aan het feit dat ik veel of weinig talenten
of vermogens heb kan ik rechten of plichten ontlenen.
De oerimpulsen in het sociale organisme
Het sociale organisme (het gebied waarin mensen met el-
kaar en voor elkaar leven) kent -— zoals hierboven be-
schreven — 3 levensgebieden, 3 geledingen, waarin impul-
sen aanwezig zijn die bij verstoringen, onevenwichtig-
heden aan de oppervlakte komen: de gebieden waar de mens
als vermogend wezen in staat, als sociaal wezen en als
behoeftig wezen. De in de verstoringen aan de oppervlak-
te komende impulsen leven in de mensen vaak onbewust.
Door dan optredende spanningen treden deze werkzame
krachten naar buiten en worden beleefbaar.

à
III
In het macro-sociale gebied - maatschappelijke ordening,
samenleving tussen landen, provincies, gemeenten, enz. =
komen deze krachten naar voren in stakingen, revoluties,
oorlogen, enz., waarin mensen hun vrijheid om het goede
te doen, de gelijkwaardigheid tussen mensen en de broe-
derlijkheid, nodig om behoeften te bevredigen wordt na-
gestreefd en voor deze idealen wordt gestreden.
In het meso-sociale gebied - in organisaties en instel-
lingen - komen deze impulsen vaak in de ontwikkelings-
en veranderingsprocessen aan de oppervlakte. In het
micro-sociale gebied —- in groepen van mensen, in ge-
sprekken, overleg, enz. — manifesteren deze impulsen
zich in gespreksincidenten. Dat deze oerimpulsen in de
mens leven hangt samen met onze mensen-natuur. In ieder
mens leeft een wil, een verlangen om de waarheid, de
schoonheid en de goedheid te vinden, te ervaren en te
realiseren. Het goede te doen, de harmonie als levensge-
voel te beleven en de onbaatzuchtigheid, die nodig is om
te over-leven, om mijn baatzucht te bevredigen, zijn als
het ware werkzame gedachten die als - vaak onbewuste —
grondwaarden in ons leven. Het bewustzijn dat deze |
grondwaarden in hun specifieke levensgebied hun ‘recht-
vaardiging vinden kan ons helpen bepaalde verstoringen
in het sociale organisme beter te begrijpen en te door-
zien. Daardoor is het vaak beter mogelijk therapeutisch
in te grijpen, genezend voor het sociale leven.
De toepassing van deze oerimpulsen ten behoeve van scho-
ling aan en heling van het sociale organisme
Zoals aangegeven is er in het sociale organisme soms
sprake van "verstoringen" van het sociale organisme in
zijn 3 geledingen, er treden verschijnselen op, die dui-
den op onvrijheid in het gebied van de ontwikkeling en
beschikbaarheid van talenten en vermogens, ongelijkwaar-
digheid in de menselijke relaties en niet broederlijk
zijn in het gebied van de behoeftenbevrediging voor an-
deren. Om deze verschijnselen te kunnen waarnemen is het
in eerste instantie belangrijk vanuit deze tot werkzame
gedachten geworden oerimpulsen te leren naar jezelf te
kijken:

_ in welke situaties voel/voelde ik mij zelf onvrij om
bepaalde capaciteiten en vermogens te ontwikkelen
dan wel ter beschikking te stellen?
_ in welke situaties voel/voelde ik mij zelf niet ge-
lijkwaardig in relatie tot andere mensen, waar ande-
ren voor/over/zonder mij beslisten, zich boven mij
stelden?
_ in welke situaties voel/voelde ik mij zelf niet
broederlijk behandeld, werden mijn behoeften niet
bevredigd c.q. serieus genomen? (ongevraagd teveel
geproduceerd dan wel te weinig rekening gehouden met
mijn behoeften).
Of: waar maak/maakte ik anderen onvrij;, behandelde
ze ongelijkwaardig of ben/was ik niet broederlijk
ten opzichte van anderen?
Hoe manifesteerde zich dit? Hoe ben ik ermee omge-
gaan?
In de dagelijkse praktijk van het leven zijn er onge-
twijfeld veel situaties te vinden waarin geoefend kan
worden om deze impulsen in jezelf te herkennen, te er-
kennen en te kennen.
Dat deze kennis basisvoorwaarde is om vervolgens tot
handelen te komen is misschien voor de hand liggend,
maar zoiets is niet eenvoudig gedaan!
Vaak helpt het om in en aan de situatie vragen te stel-
len in de zin van bovenvermelde vragen, om gezamenlijk
op onderzoek uit te gaan.
Hierdoor kan een zekere verinnerlijking en verwerking
optreden.
De resultaten van dergelijke onderzoeksgesprekken werken
al vaak helend in de betreffende situaties.
Behalve aan mensen kunnen deze vragen ook gesteld worden
aan inrichtingen, waaronder te verstaan: structuren,
werkwijze, organisatievormen, samenwerkingsvormen, enz.;
op micro-, meso- en macro-sociale niveaus van het socia-
le organisme.

- welke inrichtingen maken de mensen onvrij hun ver-
mogens en talenten te ontwikkelen en ter beschikking
te stellen?
welke inrichtingen maken de mensen ongelijkwaardig
in hun relaties tot elkaar, is er sprake van over-
eenkomsten die op basis van ongelijkwaardigheid tot
stand zijn gekomen?
welke inrichtingen maken de mensen onbroederlijk?
("ongevraagd altruïstisch", teveel producerend, dan
wel onvoldoende ruimte biedend voor "objectief
egoïsme", de behoeften van de mensen.)
Ook hier kan de vraag omgekeerd worden gesteld:
welke inrichtingen schep ik, die mensen onvrij
maken, tot ongelijkwaardige behandeling van elkaar
aanzetten (overbelichting van rechten of plichten),
die het mensen onmogelijk maakt broederlijk te zijn
in de bevrediging van behoeften van anderen.
Hoe manifesteert zich dit, komt dit als verstoring
naar buiten?
Hoewel het onderzoek naar deze vragen wat verder van ons
zelf af lijkt te liggen, blijken toch vaak op steenworp
afstand de "misstanden" voor het oprapen te liggen. Het
gaan van deze onderzoekswegen biedt riante perspectie-
ven:
- het geeft de mogelijkheid om zelf te scholen aan en in
het sociaal-therapeutische gebied, waardoor we beter
in staat zijn mensen in hun ontwikkeling te begelei-
den;
—- het geeft de mogelijkheid helend aan het sociale orga-
nisme te werken, waardoor het sociale organisme beter
kan functioneren als organisme voor de mens in ontwik-
keling. 5
Men vermijde hier het ongevraagd dan wel tegen hun zin
mensen gelukkig willen maken!
De weerstanden die je in jezelf of in de omgeving waar-
neemt om werkelijk verandering aan te brengen in situa-
ties hebben vaak meer te maken met ongeloof en ontbreken
van vertrouwen in jezelf, het ontbreken van moed om een
stap te zetten in de richting waarin je vindt dat het
zou moeten gaan, waarbij het onduidelijk is welke conse-
quenties het voor jezelf heeft.
Het onbaatzuchtige gericht zijn op andere mensen in hun
ontwikkeling terwijl jouw eigen baatzucht ook tot zijn
recht zou moeten kunnen komen vraagt om vertrouwen, moed
en kracht. Met doorzetting oefenen en werken aan de
sociale werkelijheid.
Oefening baart —- sociale - kunst!
COPYRIGHT NPI