As
a
Nederlands Pedagogisch Instituut
syllabus: 8002.893,.d
JS-HA/TT
EVALUATIEE-INGANGEN TEN BEHOEVE VAN FUNCTIONERINGSGESPREKKEN
TE GEBRUIKEN DOOR CHEF EN/DF MEDEWERKER
- Zijn alie onderwerpen die u aan de orde wilde stellen be-
sproken? Welke wel? Welke niet? Welke waren moeilijk be
spreekbaar?
= Waren veel onderwerpen gemeenschappelijk?
= Kwam de gesprekspartner met voor u onverwachte onderwer-
pen?
- Werden de onderwerpen in de loop van het gesprek over. en
weer duidelijk?
= Op welke zaken heeft de meeste nadruk gelegen?
a. het werk,
b. de omgang met elkaar en anderen,
e. opleidingszaken.
= Werd er in de loop van het gesprek gezamenlijkheid bereikt
en/of bleven er verschillen in zienswijze/mening?
- Werden die verschillen in zienswijze/mening over en weer
duidelijk?
— Hebt u iets gehad aan de voorbereiding?
- Liep het gesprek volgens verwachting?
— Was het een geordend gesprek of kreeg u een gevoel van
weinig structuur?
- Hebt u gezamenlijk afspraken gemaakt en zijn die vastge-
legd?
— Hoelang heeft het gesprek geduurd?
- Was het te lang of had het nog best voortgezet kunnen wor-
den?
- Hoe zou u de sfeer tijdens het gesprek typeren?
— Heeft u het gevoel gehad dat u over en weer werd verstaan,
was het een gesprek? Zat er wederzijdsheid in het gesprek?
= Ging u met een tevreden gevoel het gesprek uit? Was het
een zinvol gesprek?
—= Hoe denkt u dat uw gesprekspartner op dit gesprek terug-
ziet?
— Hoe zou u het gesprek in zijn geheel typeren?
— Waarin verschilde dit gesprek van de andere gesprekken,
die u samen voert?
- Wat was voor u de belangrijkste opbrengst, het betangrijk-
ste resultaat van het gesprek?
= Lag de nadruk ín het gesprek op het verleden, het heden of
de toekomst, of kwamen alle drie de aspecten aan de orde?
= Welke conclusies trekt u uit deze evaluatie ten behoeve
van het volgende Functioneringsgesprek?
COPYRIGHT NPI
Instituut voor Organisatie Ontwikkeling Valckenboschlaan 8, Postbus 299, 3700 AG Zeist, Telefoon 03404-20044, Fax 03404-12770