ve
teamont
HET INDIVIDU IN HET TEAM
Heilsam ist nur
wenn im Spiegel der Menschenseele
sich bildet die ganse Gemeinschaft
und in der Gemeinschaft lebet
der Éinzelseele Kraft
R.Steiner
Deze uitspraak van de grondlegger van de antroposofische wetenschap van de geest drukt
kernachtig uit waar het binnen het team om gaat: Ieder individueel teamlid dient bewustzijn te
hebben van het geheel, terwijl in het team de kwaliteiten van ieder individueel lid herkend en
werkzaam moeten kunnen zijn.
In voorgaande hoofdstukken werd gewezen op het belang van het zichtbaar maken van
individuele verschillen bij het werken in een team Het vruchtbaar omgaan met verschillen
gaat echter niet vanzelf Het vereist de overwinning van innerlijke weerstanden om de ander
blijvend met open mind tegemoet te treden.Daartoe moêten teamleden bewust leren omgaan
met de sympathie-en antipathiekrachten,die de omgang met anderen voor een groot deel
bepalen.Het gaat er daarbij niet om deze te onderdrukken,maar ze te herkennen en ze te
besturen. Want als de sym-en antipathieën ongebreideld hun gang kunnen gaan leiden zij
automatisch tot onware beelden van de ander en deze kunnen op hun beurt de samenwerking
ernstig blokkeren.
Alleen echte interesse biedt de mogelijkheid de ander waar te nemen zoals die werkelijk
is.Deze kan worden ontwikkeld door de beoefening van/een op de praktijk van het alledaagse
leven gerichte menskunde,waardoor wij de ander objektiever gaan waarnemende verschillen
ons minder gaan ergeren,maar juist interessant worden èn waardoor de ander zich in zijn
anders zijn erkend voelt.
Het is echter niet weer een appèl om lief te zijn voor elkaar.je zo in de ander in te leven dat je
sneller geneigd bent met hem mee te gaan.Het gaat er niet om de tegenstellingen te
verdoezelen,maar ze juist tot hun recht te laten komen.Maar dat kunnen of durven we meestal
niet uit een onbewuste angst het eigen standpunt te verliezen als we ons open stellen voor de
ander.Of we spreken ons niet uit omdat we bang zijn dat we alleen komen te staan. Echte
interesse en praktische menskunde versterken de moed om te voorschijn te komen en de
ander zichtbaar te laten worden,zonder zichzelf daardoor bedreigd te voelen.
Vanuit de praktische menskunde beschrijven wij hieronder twee concepten. Het eerste geeft
een beeld van de ontwikkelingsfasen van de mens en het tweede een praktische
typelogie.Beide concepten bergen het gevaar dat zij etiketerend werken.Dat gebeurt wanneer
we op grond van enkele vluchtige waarnemingen snel conclusies over de ander trekken. Dan
stopt de waarneming en is de interesse in de ander gedopd in plaats van gewekt. De hier
gepresenteerde modellen zijn niet bedoeld om mensen in te delen of te categoriseren
Het zijn “groeiconcepten”’die je niet een keer leert en ze vervolgens toepast Zelf heb ik er
meer dan dertig jaar geleden voor het eerst kennis mee gemaakt. Het waren toen eerste
kiemen.Door ermee te werken,ze telkens opnieuw te doordenken „aan te vullen en te
verifiëren zijn het levende denkbeelden geworden en geen absracte dode kennis...
De ontwikkelingsfasen van de mens
Volgens een oud Chinees gezegde krijgt de mens in zijn leven één periode om te leren‚één om
te vechten en één om wijs te worden. Wat daarna komt is een geschenk van de Goden;dan
mag hij van het leven genieten.
In deze grove driedeling van het menselijk leven schuilt veel waarheid,al moeten we haar ook
relativeren. Leren is in onze tijd gedurende het hele leven nodig en vele ouderen in onze
verpleeg-en bejaardenhuizen zullen zeggen dat het met dat genieten wel meevalt.
Maar toch:
De kinder-en jeugdjaren staan toch overwegend in het teken van het leren‚al moeten we
daarbij niet op de eerste plaats aan het schoolleren denken,maar vooral ook aan het leren
omgaan met medemensen,met de dingen en de wereld om ons heen.Lievegoed noemde deze
periode de receptieve fase. Als jonge mens ontvang je vele gaven van ouders,opvoeders,
leerkrachten en allerlei anderen,die het goed met je voor hebben.
In de eerste 20-25 jaar als volwassene moet je knokken om je eigen plaats te veroveren in de
wereld. Een baan,een gezin,een vriendenkring,een inkomen,een positie enz.krijg je niet
zomaar.Er moeten allerlei kleine en grote weerstanden overwonnen worden.Deze periode
werd dan ook door Lievegoed de expansieve fase genoemd.
Daarna komt het moment dat je uiterlijk zo ongeveer bereikt hebt wat je kon
bereiken. Misschien had je meer gewild,misschien zeg je ook “Zo is het goed”.Maar een mens
komt in die periode wel voor de vraag te staan welke betekenis hij of zij gaat geven aan het
stuk leven dat nog komt als de fysieke vitaliteit afneemt en het uiterlijke succes niet meer
optreedt of zijn glans verliest. Door het oppakken van deze vragen kan een mens wijs worden.
Lievegoed spreekt van de sociale fase,omdat velen dan de levenservaring, opgedaan tijdens de
expansieve fase vruchtbaar kunnen maken voor anderen.
Ja,en het genieten„hoe staat het daarmee?
Velen verwachten wel dat je na het 60ste-65ste,als de verplichting te moeten werken wegvalt,
echt van het leven mag gaan genieten.Er worden vanuit de samenleving ookvele mooie
beloften voorgespiegeld. Of die echter ook bewaarheid zullen wordenis niet alleen afhankelijk
van de materiele voorwaarden.Ook en vooral is de innerlijke houding belangrijk. Naast
gelukkige wijze ouderen zijn er ook ontevreden betweters en mensen die met veel spijt,schuld
of wrokterugkijken op het achter hen liggende leven.
Het Chinese gezegde en de typeringen van Lievegoed geven aan dat de verschillende periodes
in het leven een andere kleur hebben en dat daarin ook telkens nieuwe kwaliteiten ontwikkeld
kunnen worden. Wel wordt het steeds moeilijker te spreken van algemene wetmatigheden in
de menselijke levensloop.Naast verschil in aanleg is er in onze tijd een enorme
verscheidenheid in levensomstandigheden en is ook de eigen vormgeving en sturing van het
leven veel groter dan voorheen. Dat neemt echter niet weg dat er een grondpatroon te
onderkennen valt,waarop ieder mens zijn of haar eigen leven weeft.Zo gaat ieder mens door
een fase die puberteit heet. Elke jongere beleeft deze periode op zijn eigen wijze,maar toch
heeft de puberteit een aantal algemene karakteristieken
De karakteristieken,kwaliteiten en opgaven zijn in de hierna volgende beschrijving gebonden
aan de opeenvolgende levensfasen.Dat is o.i. ook terecht,omdat zij in een bepaalde periode
het meest dominant naar voren treden.Maar,zoals gezegd:ook de menselijke levensloop
ind1vidualiseert steeds meer. Door allerlei omstandigheden kunnen ervarigen die de één
opdoet in de twintiger jaren bij de ander pas in de veertiger jaren optreden en omgekeerd. Er
hoeft dan niets mis te zijn met de betrokkene.Juist in de afwijkingen van het algemene beeld
wordt het unieke van iemands levensloop zichtbaar.
De recptieve fase(0_ca 21 jaar)
Over de kinder-en jeugdjaren zullen we hier kort zijn. Zowel in fysiek als psychisch-geestelijk
opzicht heeft in deze jaren een enorme ontwikkeling plaats. Omgeving,‚ouders en opvoeding
spelen een wezenlijke rol Zij geven het kind de bagage mee waarmee het later‚als jong
volwassene zelfstandig de grote reis door het leven begint. Weliswaar zullen bepaalde stukken
van die bagage onderweg worden vervangen of als onbruikbaar worden achtergelaten,maar er
wordt meestal toch veel meegenomen,vaak tot op hoge leeftijd.
Enkele in het oog springende doorwerkingen zijn bijvoorbeeld:
*De gebruiken,regels en rituelen die golden in gezin,op school,bij de sportclub enz. In de
periode van 7 tot 14 jaar ben je daarvoor erg ontvankelijk en maak je je die onbewust
eigen.Bijvoorbeeld de regel “Eerst je huiswerk af ‚dan mag je spelen”,kan ertoe leiden dat het
werk in het latere leven altijd op de eerste plaats komt. Vaak berusten regels,voorschriften en
opvattingen over wat kan en wat niet,die mensen in de werksituatie hanteren‚op een bassis die
in de kinderjaren is aangelegd.
*De mate waarin kinderen hun eigen fantasie leren gebruiken is van grotr invloed op hun
latere creativiteit. De boomstronk die een kabouter wordt,het vloerkleed een diep meer jijzelf
de slimme muis die de kat steeds te slim af is,al spelend wordt het eigen beeldend vermogen
geactiveerd.
*De verhouding t.o.v.autoriteit en de omgang met anderen in het algemeen.
Er zijn mensen die hun hele leven worstelen met autoriteit. Ook daarvan liggen de worteis
meestal in de kinder-en jeugdjaren. In die periode moet een evenwicht gevonden worden
tussen afhankelijkheid(gehoorzaamheid) en onafhankelijkhéid Ge eigen wil volgen) Met dit
evenwicht,een “working balance”stap je het leven in,‚meer geneigd tot volgzaamheid of tot
protest. Sommige mensen hebben dat evenwicht niet gevonden. Deze zullen de leiding dikwijls
verwijten dat ze onvoldoende duidelijk stuurt „maar zich sterk verzetten als ze dat wel doet.
Ook de wijze van omgaan met anderen,‚o.a.in conflictsituaties wordt vanuit de jeugdjaren
dikwijs doorgedragen in de volwassenheid.De wijze waarop vader of moeder vroeger de
ruzies beslechtte in het gezin geldt als voorbeeld hoe je later,als leidinggevende conflicten
tussen de medewerkers oplost.
*Het mens-en wereldbeelduit de kinder-en jeugdjarenwerkt eveneens door,hetzij dat dit wordt
overgenomenen verder ontwikkeld,hetzij dat men zich daarvan in latere jaren afzet. Ook de
manier waarop daarover in het gezin en op school werd gesproken(dogmatisch of met een
open houding),kortom de hele kultuur uit die jaren heeft grote invloed.
Dit zijn maar enkele grepen uit een veelheid van mogelijke lijnen die vanuit de receptieve
fase doorwerken in de volwassenheid. Algemeen bekend zijn de zeer negatieve
invloeden,zoals het als kind op school gepest worden of mishandeling en misbruik.
De receptieve fase werkt door,maar hoeft niet bepalend te zijn voor het verdere leven. Het is
mogelijk en zelfs wenselijk als volwassene de koffer met meegekregen bagage uit te pakken
en een eigen oordeel te vellen over wat je erin aantreft en daartoe een eigen verhouding te
vinden. Begrijpelijk,maar onvruchtbaar is de slachtofferhouding,waarbij de schuld van allerlei
problemen gelegd wordt in de eigen jeugdjaren en dit als excuus gebruikt wordt om ze niet
aan te pakken.
Voor de ontwikkeling van het teamkan het vruchtbaar zijn als de leden elkaar stukjes van hun
biografie,„met name uit de jeugdjaren vertellen. Van de luisteraars vraagt dat wel een houding
van echte interesse en respect.
De beginnende volwassenheid:de bewegingsmens(ca 21-28 jaar)
Richard(25) is afgestudeerd in de bedrijfskunde. Tijdens zijn studie heeft hij een stage gedaan
in een bedrijf waar op de werkvloer in teamverband werd gewerkt. Hij maakte een
afstudeerscriptie over teamontwikkeling op de werkvloer.Na zijn afstuderen komt hij te
werken op de organisatie-afdeling van een ander bedrijf waar het werken met zelfsturende
teams op de werkvloer ingevoerd zou worden. Het was zijn taak om dit proces te begeleiden.
Richard was een levendige knaap,enthousiast,betrokken,grote inzet en met veel ideeën. Toch
waren er regelmatig botsingen met de leiding.Richard verweet hen dat ze wel telkens
teamwork preekten,maar het in de dagelijkse praktijk zelf veelal doorkruisten, waardoor het
voor de medewerkers ongeloofwaardig werd. Tegenwerpingen van hun kant,dat het in de
gegeven situatie niet anders kon weigerde hij te accepteren.De mensen op de werkvloer
vonden hem wel een aardige knul,maar zijn ideeënwerden niet aux serieux
genomen,waardoor hij er met nog meerovertuiging over ging spreken.Aan de teams werd
gevraagd met verbeterings-voorstellen te komen Eerst kwam er niets uit,daarna kwamen er
talloze.De leiding wist niet,wat ze daarmee aan moest,want de meeste verbeteringen moesten
worden aangrbracht door de technische dienst en die was al onderbezet.
Richard drong aan op tijdelijke iutbreiding van de T.D.,maar daar was geen budget voor.
Vervolgens kwam de leiding op de gedachte,dat de onderlinge samenwerking tussen de
afdelingen verbeterd moest worden als voorwaarde om tot teamwerk te komen.Ze verzocht
Richardom hiervoor een plan op te stellen dat over enkele weken-tijdens een “hei-dag”door
de directeur gepresenteerd kon worden.Met veel enthousiasme ging Richard aan de slag,maar
had al snel het gevoel te verzuipen:er zat zoveel aan vast,waar moest hij beginnen?
Na enkele maanden heeft Richard -tig grote en kleine projecten aan zijn broek hangen‚hij
vindt alles leuk en interessant.Bovendien heeft hij het gevoel dat hij een belangrijke rol te
vervullen heeft in het bedrijf.Hij is zo’n beetje de spil geworden waar alles om draait en zou
niet weten hoe het allemaal verder zou moeten als hij weg zou gaan. Maar tegelijkertijd heeft
hij ook grote twijfels en is hij onzeker.Gaat het eigenlijk wel goed?Zijn ze wel tevreden over
hem?Soms is hij somber en teneergeslagen: er komt maar weinig echt van de grond,ze laten
hem toch wel veel aan zijn lot over of sturen hem met een kluitje in het riet. Maar die
momenten zijn gelukkig van korte duur. Want dan ligt er weer een nieuwe uitdaging en daar
gaat hij voor!!!
Algemene kenmerken
* In het begin van zijn twintiger-jaren stapt de mens op eigen benen het volle leven
binnen.Het eigen Ik neemt de sturing definitief over van ouders en opvoeders.Leren doe je in
het vervolg alleen nog maar,als je dat zelf wilt.
Het sturen geschiedt vanuit aanvankelijk nog onbewuste wilsimpulsen. Vandaar de
karakteristiek “bewegingsmens”.Je gaat nog geen vast uitgestippelde weg.De benen brengen
je in een bepaalde koers.”Ik zie wel”is in deze jaren een veel gebruikte uitdrukking.
* Er is nog weinig zelfkennis en levenservaring.De grote opgave van deze periode is
zelfkennis opdoen,de eigen grenzen en mogelijkheden ontdekken.Door de confrontatie met de
wereld vind je uit wat je kunt en niet kunt. Daardoor wordt innerlijke zekerheid
ontwikkeld,die voor het latere leven zo belangrijk is.Deze staat tegenover de uiterlijke
zekerheid van vast inkomen,sociale zekerheid etc.
* Goethe karakteriseerde deze fase met de woorden”von Himmelhoch jauchzend bis zum
Tode betrübt”.Er zijn grote schommelingen in het gevoelsleven. Twintigers kunnen het ene
moment vol zelfvertrouwen zijn,met stelligheid hun mening geven en het andere moment
worden beheerst door gevoelens van onzekerheid en twijfel aan zichzelf.
Sym-en antipathie gevoelens bepalen in hevige mate waarmee en met wie men zich in de
buitenwereld verbindt en waarvan men zich afkeert Er is nog weinig afstand. Daardoor is de
jong volwassene nog gemakkelijk door de omgeving te beïnvloeden. Voor dictatoriale
regimes,religieuze sekten etc‚is deze leeftijdsgroep dan ook een gemakkelijke prooi,al speelt
de tijdgeest daarbij ook een grote rol.
Mogelijke gevaren
“Zich te snel vastleggen,in baan, relatie,kinderen, huis,etc. Natuurlijk hoeft dat geen ramp te
Zijn,maar het zich te vroeg vastleggen kan ertoe leiden dat de eigen mogelijkheden
onvoldoende ontdekt worden. Dan bestaat de kans dat de behoefte daaraan veel later in de
levensloopmanifest wordt Alleen zijn de levensomstandigheden dan vaak zo, dat men zich het
het experimenteren niet meer kan permitteren.
Ook in het werk dreigt het gevaar dat de twintiger zich te snel vastlegt op dat,wat hij goed
kan.De omgeving kan hem daartoe extra verleiden.De grote werklust‚inzet en enthousiasme
kunnen voor de organisatie een reden zijn hem of haar jaren lang op dezelfde plaats te
houden,waardoor weliswaar een steeds grotere routine ontstaat,maar geen nieuwe
mogelijkheden worden ontwikkeld, wat zich later,ook voor de organisatie, kan wreken.
*Is er bij het voorgaande sprake van een te streke verbinding,ook de andere kant,het zich niet
kunnen verbinden komt veel voor.Desinteresse,apathie,zich afzetten tegen het“normale”leven
zijn kenmerken van deze problematiek op de drempel van de volwassenheid. Speelt dit in
ernstige mate dan is er in het kader van de organisatie weinig aan te doen.
Kwaliteiten in het team en tips voor de leiding
*De twintiger wordt aangesproken door werk waarin voor hem of haar een persoonlijke
ui tdaging zit‚d.w.z.dat je jezelf en anderen kunt laten zien wat je kunt. Tegelijkertijd is dat ook
heel spannend.Maar je wilt als twintiger graag scoren. In het team moet gelegenheid zijn om
met trots over je wapenfeiten te vertellen.
Eris veel inzet en groot enthousiasme. Taken en werkzaamheden moeten echter niet te lang
duren.De time-span is nog kort.Er is behoefte om op korte termijn resultaten te
zien. Daarnaast is afwisseling geboden.
“Opleiding en ontwikkeling dienen bij voorkeur op p de breedte te zijn georiëteerd en nog niet
zozeer op de diepte(specialisatie).De twintiger is vooral een doener. Theoretische opleidingen
of plaatsen waar hij of zij “voor spek en bonen”mogen meedoen om ervaring op te doen zijn
niet erg geliefd. Men wil het echte werk. Ervaringsuitwisseling en daaruit onder leiding van
een goede coach lering trekken is uitermate vruchtbaar.
* Feed-back en confrontatie.
De twintiger is erg afhankelijk van feed-back van zijn omgeving.Er is nog weinig zelfkennis
en levenservaring.Enerzijds moet door de confrontatie met de buitenwereld duidelijk worden
wie en wat hij/zij is,anderzijds is er een grote gevoeligheid en lichtgeraaktheid bij kritiek. dit
laatste is veelal het gevolg van onderhuidse onzekerheid. Toch is open en eerlijke feed-back
wezenlijk. Heel belangrijk is daarbij echter de jong-volwassene aux-serieux te nemen en
vooral niet te kleineren met opmerkingen als:”Wacht maar tot je meer ervaring hebt,dan praat
je wel anders”‚of “Je komt nog maar net kijken, wat weet je ervan?”‚enz.„ook al kan hun
stelligheid de ouderen daartoe gemakkelijk verleiden.
Hun zienswijze bevat dikwijls nieuwe en verfrissende elementen die uitermate waardevol
kunnen zijn.Het is de opgave van de oudere teamleden deze te onderscheiden en zich door
wellicht wat al te grote stelligheid niet te laten misleiden.
Andere twintigers moeten misschien door de oudere collega’s worden uitgenodigd om zich
uit te spreken. Hun onzekerheid kan hen ertoe brengen te veel af te wachten.
* Veel twintigers hebben er moeite mee dat ze van ouderen te horen krijgen dat ze aan
bepaalde werkzaamheden “nog niet toe zijn”.Door hun grotere ervaring zien de laatsten vaak
problemen en valkuilen die de jongeren niet zien Het niet beschikken over ervaring wordt
dikwijls als argument aangevoerd om jongeren banen te weigeren. Het is zeer ontmoedi gend
om telkens te worden geconfronteerd met wat je niet kunt,zonder ook maar in de gelegenheid
te zijn geweest om dat te laten zien.aatst zei een jongere:”U kunt wel zeggen dat ik geen
ervaring heb,maar U hebt helemaal geen ervaring met mij en toch beweert U dat ik dat niet
kan”
In plaats van de nadruk te leggen op wat ze (nog)niet kunnen zou men oog moeten krijgen
voor de kwaliteiten van deze levensfase en daarvan gebruik maken.
De kenmerken van de jong volwassene zijn niet alleen aan deze levensfase voorbehouden.
In het leven daarna worden andere kwaliteiten ontwikkeld die dàn dominant naar voren
treden,zonder dat die van de twintiger volledig verdwenen zijn.Bijvoorbeeld de open houding
naar de wereld, plezier in de uitdaging etc.Ook komt het voor dat mensen hun hele leven
“Bewegingsmens”blijven,direct reagerend op de buitenwereld,zonder innerlijke weging .
De innerlijke ontwikkeling is dan blijven stilstaan in de twintiger jaren.Dat kan later ook tot
problemen aanleiding geven.
De eerste helft van de dertiger jaren.De evenwichtsmens (Ca 28-35 jaar)
Annelies(34) werkt als ergotherapeute in eengrote revalidatie-kliniek Zij is gehuwd met
Henk,die bij een uitgeverij werkt in de automatisering.Zij hebben twee kinderen, een jongen
van 8 en een meisje van 6. Annelies werkt drie dagen per week en Henk is ook één dag per
week thuis om voor de kinderen en voor het huishouden te zorgen. Annelies werkt nu al bijna
tien jaar in deze organisatie en heeft al heel wat stormen en veranderingen meegemaakt.
Haar leven heeft ze inmiddels aardig in de hand.Dat heeft wel moeite gekost met twee
kinderen, zij en Henk allebei een drukke baan en een uitgebreide vriendenkring.Maar heldere
afspraken,zowel thuis als op het werk,een strak dagritme en vooral ook”nee”kunnen zeggen
maken dat ze het gevoel heeft best tegen het leven opgewassen te zijn.Ze heeft er ook plezier
in als alles goed loopt.
In het behandelingsteam, waarvan ze deel uitmaakt is het vaak nog wel knokken,‚om de eigen
discipline van de ergotherapie erkend te krijgen.