← Back to catalogue

Het NPI door de Jaren heen 1995-1998

Author:
-
Language:
Dutch
Pages:
32

Het NPI door de jaren heen
de senioren van weleer
1954 — 1997
Ronald Bruin
Inger van Steenis
juli 1998

Inhoudsopgave
Voorwoord
De senioren van weleer (in alfabetische volgorde)
Adama van Scheltema, Hans
Asbeck, Erwin van
Avelingh, Gert Jan
Boeschoten, Mario van
Bos, Lex
Bout, Thale
Brokerhof, Wil
Burg, Leo van der
Crum, Dik
Donker, Jan
Donnenberg, Otmar
Drewes, Claudius
Gaag, Wouter van der
Gelder, Henri van
Glasl, Fritz (Friedrich)
Hahn, Manfred
Houssaye, Leo de la
Houten, Coen (Coenraad) van
ligen, Harry
Koolwijk, Ferd van
Kraak, Koos
Lausberg, Rolf
Leeuwen, Peter van
Lemson, Dick
Lievegoed, Bernard

Meijer, Victor
Moens, Jack
Peetoom, Tom
Plantenga, Hans (Henri Paul)
Ribbens, Mia
Rhoter, Wim de
Sanders, Kees
Sassen, Hans von
Schöttelndreier, Jerry
Sick, Jean-Jacques
Siethoff, Hellmuth ten
Smolders, Yvonne
Soree, Hay
Tideman, Kasper
Uljée, Jacques
Ven, Franka van de
Voors, Tijno
Zwart, Cees
Doorstroomschema
Veel gebruikte afkortingen
Uitnodigingsbrief
Bewerkingsoverzicht

Voorwoord
De laatste vijftien jaar zagen wij het NPI sterk veranderen. Wij zagen collega’s van het
eerste uur met pensioen vertrekken en daarmee verdween de kennis van wie ooit als seni-
or het NPI mede gedragen had. Tegelijk konden wij vele nieuwe collega’s begroeten.
Wanneer je het hele scala van mensen ziet dan is het een komen en gaan. Voor ons was
dat de aanleiding om ons deze aaneenschakeling van mensen, die elk op eigen wijze het
instituut hebben gevormd, zichtbaar te maken voor nieuwe collega’s. Aangezien de
meeste NPI-ers van het eerste uur nog vol in het leven staan maar wel ouder worden,
vonden wij een jaar geleden de tijd rijp hen en de jongere oud-collega's medewerking te
vragen aan een ‘vademecum’ van oud-senioren.
Onze uitnodigingsbrief van 2 december 1996 is in dit boek opgenomen.
Alle senioren die werkzaam zijn geweest in of vanuit het instituut in Zeist, zijn en worden
in het boek opgenomen. In de geschiedenis van het over de wereld uitwaaien van het NPI,
wat tot de huidige internationale Association for Social Development geleid heeft, was er
een periode dat je het NPI met een eigen instituut in het buitenland pas kon representeren
als je als senior in ons instituut in Zeist was aanvaard. Bij aanvaarding vertrok een aantal
direct naar het land van herkomst. Hen hebben wij niet in dit boek opgenomen. Evenmin
zij die als assistent, junior, ingroeier, aspirant-senior of adviseur bij ons hebben gewerkt.
Al deze mensen hebben zich voor ons instituut ingezet, evenals een groot aantal secreta-
ressen en administratieve medewerkers. Ook deze laatsten hebben wij niet opgenomen.
Wij hebben ons een eerste opgave gesteld: de oud-senioren.
Hun periode van werkzaamheid hebben wij afgebakend door uit te gaan van de data van
feitelijke in- en uitdiensttreding bij het instituut. Op de oorspronkelijke vragen zoals ge-
formuleerd in de uitnodigingsbrief hebben wij gevarieerd antwoord gekregen. Gezien de
door ons gestelde beperkte ruimte van twee maal een A4 en het ons beschikbare materiaal
hebben wij ervoor gekozen het eerste A4 standaard vorm te geven. Foto, naam, geboorte-
datum en -plaats, persoonlijke thema’s en bijzonderheden en een korte beschrijving van
de levensloop vullen deze pagina. Op de achterkant volgt het persoonlijke verhaal met
eigen stijl, ordening en invulling. De inhouden van de twee pagina’s zijn telkens met de
betrokken oud-senior afgestemd. Een klein punt van aandacht is de eigen wijze waarop
iedereen zijn of haar geboorteplaats heeft aangegeven. Ondanks de verschillen hebben wij
in deze niets veranderd maar eenvoudig recht gedaan aan de verwoording van de indivi-
duele senior.
Van degenen bij wie de gegevens en/of het persoonlijke verhaal ontbreekt is dit ofwel nog
in bewerking ofwel door ons nog niet verzorgd. Het vademecum is een groeidocument,
het is onvoltooid en blijft onvoltooid tot het moment dat het instituut ophoudt te bestaan.
Dankzij de medewerking en bijdragen van de oud-collega’s is het boek een boeiende uit-
gave geworden waar menig lezer met genoegen kennis van zal nemen. Dankzij de en-
thousiaste inzet van Ronald Bruin en Inger van Steenis is de eerste versie van dit boek tot
stand gekomen. Wij hopen met dit vademecum een aanzet te hebben gegeven om de ge-
schied-en-is van het instituut levend te houden en de banden met oud collega’s voort te
laten bestaan.
Jos van der Brug en Kees Locher december 1997

Hans Adama van
Scheltema
Geboortedatum en -plaats:
7 mei 1946 te Delfzijl
Werkzaam bij het NPI:
1974 - 1989
Persoonlijke thema’s:
°_kwaliteitsmanagement
°_klantgerichtheid
persoonlijke groei en individuele
ontwikkeling
bedrijfseconomische leergang
°__kijk op arbeid
organisational transformation
opleiden en leren
nieuw leiderschap
Bijzonderheden:
°_Een grote verbondenheid met sport
°_ Kijk op arbeid, H. Adama van
Scheltema e.a, 1984.
Korte beschrijving van de levensloop
periode activiteiten
Academie voor lichamelijke opvoeding
Tijdens militaire dienst gestart met sociale pedagogiek
Zeister Vrije School, leraar lichamelijke opvoeding
1974 - 1976 NPI, adviseur
1976 - 1989 NPI, senior adviseur
1989 - 1990 ESSO - BENELUX, projectleider: verbeteren van de klantgericht-
heid van de marketingafdeling
1990 - heden KLM , projectmanager proces re-engeneering
(total quality management)
heden, december 1997

Hans Adama van Scheltema
Naar het NPI
Via mijn vrouw maakte ik kennis met de Zeister Vrije School, waar ik als leraar lichame-
lijke opvoeding werd aangenomen. Zo kwam ik in aanraking met de antroposofie.
Voor de studie Sociale Pedagogiek - die ik al tijdens mijn militaire dienst gestart was -
volgde ik colleges bij Cees Zwart aan de Universiteit Twente (Gericht veranderen van
organisaties). Tijdens mijn studie ben ik parttime bij een instituut voor communicatieve
vaardigheden gaan werken (Bureau Luyk). In 1974 heb ik, na het afronden van mijn stu-
die, de overstap gemaakt naar het NPI.
Thema's
kwaliteitsmanagement
Via een klant ben ik min of meer in het kwaliteitsmanagement gerold. Deze klant was
ICL, een chemisch bedrijf op Rosenburg. Ik was er een soort huisadviseur. Samen met
een ander bureau (Crosby) hebben we daar het kwaliteitsmanagement op poten gezet.
Met een klein ontwikkelgroepje, bestaande uit Jacques Uljée, Victor Meijer en ik,
werkten we binnen het NPI verder aan het concept.
nieuw leiderschap
Adriaan en ik hebben samen een boekje geschreven aan de hand van interviews die we
met een aantal CEO's (chief excecutive officer), zoals de heer Dreesman, gehad had-
den. Eigenlijk hadden we ook graag een soort conferentie willen plannen maar dat is
er, om de een of andere reden, bij ingeschoten.
klantgerichtheid
Samen met het bureau Hasper van der Torn hebben we een leergang klantgerichtheid
bij de Rabobank opgezet. De kern hiervan was dat we de mensen van buiten naar bin-
nen leerden kijken in plaats van omgekeerd.
organisational transformation
Op een goed moment kreeg het NPI bezoek van Bill Veltrop (Amerikaanse consul-
tant). Hij deed een groot re-engeneering project bij ESSO in Rotterdam. Hij was er
fulltime mee bezig en was op zoek naar een Nederlandse collega. Ik ben daar, geluk-
kig, in gestapt.
Leuk moment
Ik weet nog dat Jos, Adriaan en ik een leergang Bedrijfsopleiding voor opleiders gaven.
Iedereen was zo geïnspireerd er ontstond echt iets uit de groep. Wederzijdse creativiteit.
Klanten
Belangrijke klanten voor mij waren de PTT, ICI, de Rabobank, de ESSO en de Suiker-
unie.
De KLM
Ik ben erg te spreken over mijn huidige bedrijf. Het is een jonge industrie waarin veel
gebeurt. Een dynamische internationale wereld. Alle primaire processen van de KLM op
Schiphol worden tegen het licht gehouden en opnieuw ontworpen. In mijn functie als
projectmanager proces re-engeneering lever ik hier momenteel een bijdrage aan.
heden, december 1997

Erwin van Asbeck
Geboortedatum en -plaats:
4 februari 1923 te Vlissingen
Werkzaam bij het NPI:
1955 - maart 1988
Persoonlijke thema’s:
creatieve samenwerking
conflicthantering
opleiden en leren
sociale vaardigheid
man/vrouw
biografie
Bijzonderheden:
°__viool spelen
Korte beschrijving van de levensloop
periode activiteiten
1923-1935 Indië 4 jaar, Holland 4 jaar, Indië 4 jaar
1935 - 1940 Den Helder, HBS
1941 TH Delft, elektrotechniek
1941 - 1945 Ondergedoken
1945 - 1949 Universiteit Leiden, Rechten
1951 Amerika, drie maanden rond getrokken met een strijkkwartet en
daarna anderhalf jaar in Chicago sociologie en criminologie gestu-
deerd
1955 - 1988 NPI, senior adviseur
1988 - heden
heden, december 1997

Erwin van Asbeck
Na een rechtenstudie in Leiden, een sociologiestudie in Chicago en enige jaren praktijk-
ervaring in de kinderbescherming, ontdekte ik de rijke, spirituele en tegelijk praktische
aanpak en visie op de ontwikkeling van het gehandicapte kind in de heilpedagogie op ‘t
Zonnehuis te Zeist. De vele aspecten van een eigentijdse gemeenschap en de vruchtbaar-
heid van “t alomvattende antroposofische mensbeeld waren een openbaring.
Na anderhalf jaar werd ik cursusleider bij de cursussen voor leraren en directeuren van
het technisch onderwijs. De eerste stappen werden gezet op het gebied van didactiek,
schoolmanagement en groepswerk.
Na 3 à 4 jaar werd het ook mogelijk op verschillende andere terreinen in het maatschap-
pelijke veld de sociale pedagogie vanuit geesteswetenschappelijke gezichtspunten verder
uit te bouwen. Concepties werden ontwikkeld die het denken konden bevruchten waar-
door onze cliënten zelfstandig oplossingen voor de praktijkproblemen konden vinden. Zo
kon de 3-slag - opleiding, vorming, training - oriëntatiepunten geven ten aanzien van
leerprocessen. Cursussen werden opgezet waar specifieke vaardigheden beoefend werden.
Zoveel mogelijk werden ze ontwikkeld aan de hand van concrete samenwerkingsvraag-
stukken in de betreffende bedrijfstak. Dit met hulp van personeels- en opleidingsfunctio-
narissen.
In verschillende ontwikkelingsgroepen op het NPI werden de verschillende aspecten van
de mens in zijn werk, in zijn sociale context (groep, afdeling, organisatie) en in de ver-
schillende leeftijdsfasen bestudeerd. Organisatie ontwikkeling werd het centrale gezichts-
punt; de ontwikkelingsfasen vanuit het bedrijf de blikrichting van waaruit gekeken werd
en waardoor ook een visie op de toekomst gegeven kon worden. Hierin sprak mij aan dat
we de creativiteit in mensen aanboorden. Beleidsdenken naast concrete planningsver-
nieuwing naast het vaststellen van procedures en de innerlijke ontwikkeling van de mens
naast praktische organisatietechnieken gaven een aparte dimensie aan het werk, wat en-
thousiasmerend werkte.
De jaren dat B. Lievegoed adviseur was vanuit het NPI en we mochten meeleven met de
geboorteprocessen van zijn concepties waren hoogtepunten in het werkleven van de NPI-
er. Op de 3% dag directeurencursussen op De Baak maakte ik mee hoe inspirerend hij kon
werken op de zeer uiteenlopende leiders en managers van het Nederlandse bedrijfsleven.
Terugkijkend op deze periode komen twee zaken speciaal naar boven drijven:
e De vruchtbaarheid van de antroposofie bij het werken in de talloze zeer uiteenlopende
ontwikkelgroepen zoals ‘opleiding en leren’, ‘conflict’, ‘man en vrouw’, ‘biografie’ en
‘creatieve samenwerking’. Naar verhouding werd daar veel tijd in geïnvesteerd. Vier
werkweken per jaar en ongeveer drie dagen per maand werden uitgetrokken voor be-
zinning, literatuurstudie en ontwikkeling. De geesteswetenschap opende vergezichten,
enthousiasmeerde, gaf hoop en vertrouwen en bevruchte ook de rest van je leven, je
vormde je als mens.
e De veelsoortige krachtige individuele geesten die in de loop der jaren het instituut als
collega’s passeerden of bleven zorgden voor collegiale vriendschap maar ook voor de
nodige spanning en conflicten. Hierdoor werd “t mogelijk gemaakt aan je zelf te wer-
ken en een innerlijke ontwikkeling te gaan. Eén en ander zorgde er ook voor dat we
ons goed in de problemen van de klant konden inleven en minder veel als theoretici
werden beschouwd.
Na de pensionering ging het werk gedeeltelijk door tot mijn zeventigste jaar. Nu staan
familie, studie, muziek en werkgroepen in de antroposofie en christengemeenschap cen-
traal.
heden, december 1997

{Gert Jan Avelingh
Geboortedatum en -plaats:
11 augustus 1921 te Velp
Werkzaam bij het NPI:
1956 - 1964
Persoonlijke thema’s:
° praktische groepsdynamica
evaluatietechniek t.b.v. groeps-
processen
het doorlichten van organisaties
o
Korte beschrijving van de levensloop
periode activiteiten
Sociale geografie in Amsterdam
1956 - 1964 NPI, senior adviseur
1964 Oprichting eenmansbureau
1965 - 1968 Rederij Rotterdam SSM, directie
1968 - 1975 Sociale Academie, hoofd onderwijszaken
1975 - heden Zelfstandig adviseur
heden, december 1997

Gert Jan Avelingh
Het begin
Tijdens mijn studie sociale geografie in Amsterdam werd ik lid van de ‘oerstudenten-
groep’. Via deze groep en een stage kwam ik heel geleidelijk bij het NPI. Toen ik in 1956
bij het NPI in dienst trad, zat het aan de Rozenhoeve. Kees Sanders was al weer weg maar
de meeste mensen van het eerste uur waren er nog.
Een indruk
Iedere zaterdagochtend rapporteerde iedereen over zijn projecten. De meest begaafde ten
aanzien van het ontwikkelen van concepten was toch wel Hans von Sassen.
De adviseurs hadden destijds veel gemeenschappelijk: dezelfde leeftijdsfase en de strijd
om het bestaan. Toch was het een breed spectrum aan mensen. Jack Moens kwam bij-
voorbeeld uit de chemische industrie en Coen van Houten uit de pakketvaart.
Het werk
Destijds deed iedereen mee aan het grote scholenproject. Daarnaast had ik zelf een project
binnen gebracht. In de tweede helft van de vijftiger jaren kwam de motorisering langzaam
maar zeker op gang. Een aantal mensen waaronder ik voorzagen een massale motorise-
ring. Deze mensen hebben toen het initiatief genomen tot de oprichting van Veilig Ver-
keer Nederland (VVN). Wat in de eerste jaren een kleine club was, werd snel groter en
groeide uit tot de belangenorganisatie die iedereen nu kent. Voor deze vereniging heb ik
veel gedaan: cursussen ontwikkelen, overleg plegen met de rechterlijke macht en publi-
caties schrijven.
De concepten in mijn tijd
Een belangrijke techniek die destijds aan de hand van het scholenproject is ontwikkeld, is
de ‘evaluatie techniek’. Daarnaast heb ik mij ook bezig gehouden met weerstanden. Hoe
ga je om met “weerstanden tegen verandering’. Mensen leven in hun eigen objectieve
werkelijkheid. Het concept dat we hierbij toepasten, was: simplificatie, dominantie en
rationalisatie. Destijds was organisatiekunde niet het sterkste punt van het NPI. Lex en ik
hebben de eerste doorlichtingen samen gedaan en ook de methodiek ontwikkeld. Prakti-
sche groepsdynamica had ook mijn interesse. De ‘leervormen’ die we destijds onder-
scheidden, waren: het socratische gesprek en het leergesprek. Een socratisch gesprek
wordt door één van de medewerkers geleid en het leergesprek door één van de NPI-ers.
Wat opviel tijdens de leergangen was dat Bernard Lievegoed de cursusdagen altijd in-
deelde op basis van de driegeleding. De ochtend was voor het denken, de vroege middag
voor het gevoelsleven en de avond was voor reflectie, samen keek je terug op de dag.
Projecten
e LTO-leergang (lager technisch onderwijs) e in-company trainingen (bijv. Philips, Ford
e verkeersproject (VVN) in Köln)
e opbouw antroposofische gemeente en e individuele advisering
christengemeente e ‘Circussen van Bernard’, Bernard Lieve-
e De Baak (werkgeversverbond) goed beloofde studenten altijd een dag op
e Stork (bazen opleiden) het NPI.
Speciaal
In de vrije avonduren heb ik veel vrije scholen begeleid en heb ondermeer de ledenavon-
den Antroposofie nieuw leven ingeblazen. Tegenwoordig ben ik nog steeds werkzaam als
organisatie adviseur, zij het dat ik het nu iets rustiger aan doe.
heden, december 1997

Mario van Boeschoten
Geboortedatum en -plaats:
27 januari 1926 te Teteringen
Werkzaam bij het NPI:
januari 1968 - augustus 1972
Persoonlijke thema’s:
vaardigheid in samenwerken
creatieve samenwerking
°_biografiewerk
leergang ‘leren en opleiden’
conflictcursussen
Bijzonderheden:
° Vanaf 1963 zeer nauwe samen-
werking met Lex Bos en Harry Il-
gen en deelname aan werkweken.
Korte beschrijving van de levensloop
periode
1963 - 1968
1968 - 1972
1972 - 1995
1995 - heden
activiteiten
Nauwe samenwerking met Lex Bos en Harry Ilgen in het Amster-
dams Havenproject.
NPI, senior adviseur
Zelfstandig organisatie-adviseur in Engeland. Mede-oprichter van
de Social Ecology Associates (SEA) en van Transform. Werkter-
reinen: Engeland, Zweden, Zuid-Afrika, Nieuw-Zeeland, de VS,
Spanje en de USSR.
In Engeland voornamelijk middelgrote of zeer grote industriële
bedrijven, projecten liepen bijna altijd over vele jaren en waren
van strategisch karakter.
Mentor voor andere adviseurs en zowel plaatselijk als in Zuid-
Afrika ontwikkelingswerk voor de wijdere gemeenschap. Voort-
zetting van biografiewerk
heden, december 1997

Mario van Boeschoten
Kennismaking met het NPI
In 1963 vroeg Lex Bos of ik zin had mijn loopbaan te beëindigen. Ik heb dat gedaan en
heb toen zeer nauw met hem en Harry Ilgen samengewerkt in het Amsterdamse Haven-
project. Ik was toen eigenlijk al een 4 NPI-er omdat ik bijvoorbeeld ook deelnam aan alle
interne werkweken. Na de dood van Harry Ilgen werd ik vaste medewerker.
Cursussen waar ik het meest aan bijdroeg:
e Vaardigheid in samenwerken. Vele malen, ook vaak vernieuwend.
e Creatieve samenwerking. Van het begin af aan werkte ik enthousiast mee aan het ont-
wikkelen en uitvoeren van die cursus. Hieruit groeide voor mij het biografiewerk,
waartoe ik in 1976 met Chris Schaeffer de eerste workshop in Engeland gaf.
e De leergang Leren en opleiden. Ook deze toen, ik geloof, 7-weekse cursus werd vanuit
een kleine groep, waarvan ik ook lid was, ontwikkeld en uitgevoerd.
e Met Fritz Glasl bereidde ik conflictcursussen voor, maar die hebben we pas later in
Engeland tot uitvoering gebracht.
Werkweken
De toenmalige werkweken speelden een belangrijke rol in mijn leven. Ik heb daar nog
jarenlang van geprofiteerd, vooral ook door de inspiratie die Bernard bracht. Werkweek
thema’s die ik mij nog goed herinner waren: de studie van menselijke lichaamsorganen,
onze relatie tot de twee aartsengel-polariteiten, Lex’ eerste onthulling van zijn studie naar
oordeelsvorming in groepen, Fritz’ werk over de conflictleer. Ook onze eigen innerlijke
orgaanvorming voor de NPI-organisatie, na het terugtreden van Bernard Lievegoed als
directeur was een fascinerend proces.
Voornaamste klanten
Mijn voornaamste Nederlandse cliënten waren Unox/Unilever en Fokker. Met groot ge-
noegen denk ik ook terug aan een kort project tot gemeenschapsvorming, dat Thale Bout
en ik met een groep jonge Franciscaner monniken hadden. Ook al toen ik nog in Neder-
land was deed ik veel werk met Shell International en Shell UK in Engeland (voorname-
lijk met Hellmuth ten Siethoff). Ook mijn eerste werk in Zuid-Afrika (ook met Shell)
dateert uit die tijd.
Periode na het NPI
Mijn basis is sinds 1972 Engeland. Ik was een van de oprichters van SEA en later ook van
Transform. Ik heb met vele verschillende collega’s gewerkt. Mijn werkterrein bleef inter-
nationaal. Zweden was het land waar ik, via Hans Brodal, nog de sterkste connectie mee
had. Verder ook Zuid-Afrika, ook nu nog, beetjes in Nieuw-Zeeland en de VS, Spanje en
de USSR. Mijn voornaamste cliënten waren middelgrote of zeer grote industriële bedrij-
ven. De projecten liepen bijna altijd over vele jaren en hadden meer een strategisch dan
een cursusachtig karakter. Ik was altijd een organisatie-adviseur met een open agenda en
zeer weinig methodische ballast.
Ik ben nu 71 en heb ongeveer 1%: jaar geleden het industriële leven vaarwel gezegd. Ik
doe vrij veel mentorwerk voor andere adviseurs en zowel plaatselijk als in Zuid-Afrika
ook ontwikkelingswerk voor de wijdere gemeenschap. Ook mijn biografiewerk zet ik
voort. De laatste tijd heb ik mij zeer bezig gehouden met het thema van het werken met
onze persoonlijke en organisatorische schaduw.
heden, december 1997

Thale Bout
Geboortedatum en -plaats:
25 april 1925 te Amsterdam
Werkzaam bij het NPI:
zomer 1969 - zomer 1970
Persoonlijke thema’s:
°_ leergang opleidingsfunctionarissen
°_ leergang opleiden en leren
° leergang creatieve vaardigheid
Korte beschrijving van de levensloop
periode activiteiten
Studie psychologie Amsterdam
1950 - 1969 Oprichting Bout & Partners (bureau voor organisatie advisering)
1969 - 1970 NPI, senior adviseur
1970-1990 Terug bij Bout & Partners
1990 Bout & partners overgedragen aan opvolgers
heden, december 1997

Thale Bout
Focus binnen het NPI
Ik ben niet zozeer bezig geweest met organisatie ontwikkelingswerk maar vooral met
didactiek en het ontwerpen van leergangen. Er is geen bepaalde inhoudelijke reden voor
deze voorkeur aan te wijzen. Eigenlijk komt het voort uit mijn contact met Hans von Sas-
sen. Deze was altijd erg bezig met didactiek.
Hans was mijn mentor die mij het NPI ingeleid heeft. Ik ken Hans nog uit mijn studietijd,
we zijn jaargenoten. We hebben beiden psychologie in Amsterdam gestudeerd.
Leergang opleidingsfunctionarissen
Hans en ik hebben de leergang opleidingsfunctionarissen op De Baak vernieuwd. De kern
van de vernieuwende leergang die op De Baak werd gehouden was professionalisering
van de opleidingsfunctionaris. Aangezien professionals zich gewoonlijk verenigen in een
belangen- en vakinstituut suggereerden wij bij iedere leergang dat zoiets zou moeten ge-
beuren. Na drie leergangen is deze voorzet overgenomen en is de vereniging opgericht.
Hans von Sassen en ik wilden adviseur/trainer blijven en zagen er vanaf om in het bestuur
te komen. Wel heb ik een ontwerp voor de ontwerpstatuten gemaakt. Deze vereniging
heeft net haar vijfentwintig jarige bestaan gevierd. De vereniging staat er met haar 2500
leden goed bij.
Project opleiden en leren
Gezamenlijk zijn Hans en ik ook een intern project opleiden en leren binnen het NPI ge-
start. Centraal stond hierbij een model voor opleiden en leren. Van ieder van de elemen-
ten van dit model wilden we een module maken met concepties en oefeningen.
De module opleidings- en leerdoelen hebben we geheel opgezet. De module programme-
ring was grotendeels klaar toen ik weg ging. Dit gold ook, zij het in mindere mate, voor
de module ‘opleidings- en leermethoden’. Voor dit project is de interne projectgroep in-
tern project opleiden en leren (IPOL) opgericht.
Leergang creatieve vaardigheid
Samen met Hans, Rob Otte en Erwin van Asbeck heb ik de leergang creatieve vaardig-
heid ontwikkeld. Tijdens mijn NPI-jaar is deze leergang tweemaal gehouden. De leergang
was bedoeld als vervolg op de standaard NPI-leergang sociale vaardigheden.
Slotwoord
Na afloop van mijn NPI-periode heb ik in 1970 mijn praktijk als organisatiepsycholoog in
Amsterdam voortgezet. Met deze praktijk ben ik in 1950 begonnen. De periode in Zeist
was achteraf gezien mijn ‘sabbatical year’. Voor mij, en ik denk voor alle betrokkenen, is
deze tijd heel leerzaam geweest. Ik kijk nog altijd met veel plezier op dit creatieve jaar
terug. Met het NPI heb ik nog altijd een stevige band. “Een mens kan ook van een insti-
tuut gaan houden’. In 1990 heb ik mijn onderneming Bout & partners overgedragen aan
mijn opvolgers: Margareth Lintsen en drs. Simon Terpstra. Precies veertig jaar heb ik als
organisatiepsycholoog gewerkt. De NPI-periode zit er keurig middenin. De geestelijke
heroriëntatie, midden in mijn leven, heeft zich binnen de muren van het NPI voltrokken.
heden, december 1997

Lex Bos
Geboortedatum en -plaats:
3 april 1925 te Djember (Oost-Java)
Werkzaam bij het NPI:
mei 1957 - mei 1990
Persoonlijke thema’s:
sociale driegeleding op meso-
niveau
°__organisatietypologieën
organisatieniveaus
dynamische oordeelsvorming
°_beleidsontwikkeling
initiatiefkunde
Bijzonderheden:
°_(in 1968) Mede-initiatiefnemer
van de huidige Triodos-bank.
°_ Project ‘Brazilië’, NPI activiteiten
ter ondersteuning van NPI Brasil.
Korte beschrijving van de levensloop
periode activiteiten
Sociale Geografie te Amsterdam
1949 - 1957 Raadgevend Bureau Berenschot N.V, adviseur
1957 - 1990 NPI, senior adviseur
1974 Promotie aan de Landbouw Hogeschool te Wageningen op het
proefschrift ‘Oordeelsvorming in groepen’
jaren “70 en ‘80 Centrum voor Sociale Ontwikkeling, trainer/ adviseur (o.a. cursus-
sen oordeelsvorming en een winkeliersopleiding)
1990 - heden Na de pensionering, voortzetting NPI-achtige activiteiten als vrij-
beroeper
heden, december 1997

Lex Bos
Kennismaking met het NPI
Na de oorlog was ik lid van de studiegroep die wekelijks bijeen kwam om Steiner te be-
studeren. We hadden contact met Bernard Lievegoed en hoorden van zijn plan om een
instituut op te richten. Het duurde tot drie jaar na de oprichting in 1954, tot de meeste
leden in dienst waren getreden van het NPI (Jack Moens, Coen van Houten, Hans von
Sassen, Kees Sanders, Gert Jan Avelingh en ik). Ik ben overgestapt omdat ik bij Beren-
schot weinig antroposofische denkbeelden kwijt kon.
Belangrijke projecten
In de beginperiode van het NPI werkten we vooral in het kader van de hervorming van het
Nederlandse Ambachtsonderwijs en in opdracht van Stork. Later werd De Baak als podi-
um voor managementtrainingen opgezet. Voor mij groeide dit uit tot een soort stamhuis.
Vergelijkbaar met De Baak had het NPI ook in Duitsland en Zwitserland podia waar ik
optrad met cursussen en lezingen.
Andere belangrijke klanten voor mij waren Scheepvaartvereniging Noord, de Nederland-
se Vereniging van Gehandicapten Organisaties en ‘de Zout’ in Twente. Bij de eerste heb
ik zeven jaar begeleid bij het verbeteren van het sociale klimaat. Bij de NVGO heb ik
samen met Adriaan Bekman, zo’n tien jaar als adviseur en trainer gewerkt. De Koninklij-
ke Zout Organisatie is langs vier fusies uitgegroeid tot AKZO. Ik heb hier zo’n acht â
negen jaar als adviseur aan meegewerkt.
Concepties
Ik heb mij in het instituut en daarbuiten intensief bezig gehouden met het ontwikkelen
van concepties en methoden. Voor gespreksevaluaties ontwikkelde ik een methode
waarmee gesprekken werden weergeven als partituur en samengevat in één beeld.
Verder zijn er veel organisatieconcepties die ik (mede)ontwikkeld heb. De beschrijving
van de ontwikkelingsfasen van een organisatie en de kwaliteiten die in die fasen dominant
zijn, is zo’n conceptie evenals de organisatietypologieën. Ik heb mij echt verbonden met
het concept van de verschillende niveaus in organisaties. Analoog aan de menselijke vier-
geleding, hebben we vier organisatieniveaus onderscheiden.
Thema’s
Een belangrijk thema voor mij heb ik uitgewerkt in een syllabus getiteld: ‘beleid tussen
blabla en tamtam’. Bij dit thema behoorde ook een cursus die meerdere jaren gegeven is.
In samenwerking met Adriaan Bekman heb ik gewerkt aan het thema initiatiefkunde. Wij
organiseerden workshops met de titel “persoonlijke initiatieven in een vastlopend ar-
beidsbestel’, de zogenaamde PIVA workshops.
Enkele activiteiten naast het NPI
In de periode 1967 tot 1974 ben ik heel erg gericht geweest op het thema oordeelsvor-
ming in groepen. Dit is het onderwerp van mijn promotie aan de landbouw Universiteit in
Wageningen geweest. Ik heb een model voor dynamische oordeelsvorming ontwikkeld
maar dat is nauwelijks in het instituut geland. Verder had ik ook het project ‘Brazilië’.
Vanaf 1972 ging ik elk jaar zo’n twee maanden naar Brazilië om cursussen en lezingen te
geven en adviesopdrachten uit te voeren. Dit vooral in antroposofische samenhang en ter
ondersteuning van het NPI Brasil in Sao Paolo.
heden, december 1997

Wil Brokerhof
Geboortedatum en -plaats:
11 augustus 1917 te Rotterdam
Werkzaam bij het NPI:
1 mei 1954 - 1 mei 1961
Persoonlijke thema’s:
°_training/opleiding/vorming
°__ sociale vaardigheidscursussen
Korte beschrijving van de levensloop
periode
- 1951
1951 - 1954
1954 - 1961
1961 - 1967
1967 - 1970
1970 - heden
Bijzonderheden:
°_Nauw betrokken geweest bij de
oprichting van het NPI.
activiteiten
Bedrijfseconomie, Sociologie aan de Nederlandse Economische
Hogeschool
Verschillende werkzaamheden waaronder:
Centrale van Nederlandse verbruikscoöperaties, directiesecretaris
Nederlands Instituut voor Personeelsleiding (eerste instituut voor
opleidingen voor chefs in Nederland), adviseur/ trainer
NPI, senior adviseur
Vereinigung für freies Unternehmenstum (Zwitserland), adviseur
en regelmatige samenwerking met NPI
De Baak, cursuscoördinator (+ cursusbegeleider)
parttime adviseur in Zwitserland en Duitsland
Zelfstandig adviseur - werkzaam voor o.a. Theurillat-Groep in
Zwitserland, Intermanagementschool, Metacentrum, Studienhaus
Rüspe. Diverse OO-projecten in ondernemingen.
heden, december 1997

Wil Brokerhof
Oprichting van het NPI
Toen ik eind 1952 lid werd van de antroposofische vereniging, kreeg ik van de secretaris
het advies om contact op te nemen met Bernard Lievegoed. Bernard had namelijk plannen
om een soortgelijk instituut als waar ik werkte, op te zetten. Onze kennismaking volgde
en direct daarna was ik tezamen met o.a. Hans von Sassen, Kees Sanders en Jan Maks
betrokken bij de voorbereidingen voor het NPI.
27 maart 1954 beschouw ik als het geboortetijdstip van het NPI. Toen werd na overleg
met de raad van advies besloten om officieel van start te gaan met het instituut.
De eerste projecten en belangrijke concepties
Vanaf 1 mei 1954 ben ik fulltime voor het NPI gaan werken. Sanders en Maks werkten
toen al een maand voor het NPI. Leden van de Amsterdamse Groep die ook enigszins bij
de voorbereiding betrokken waren, zijn later ingestapt. Het NPI kreeg toen onderdak in
een opleidingsschool in de Blokmakerstraat in Rotterdam. Dat hield verband met het eer-
ste grote project, “de applicatiecursussen voor leerkrachten LTO (lager technisch onder-
wijs) (later ook voor de directeuren)’. Latere projecten zijn o.a. bazencursussen bij Stork,
ondernemerscursussen en sociale vaardigheidstrainingen op De Baak en elders.
Tijdens mijn NPI-periode werkte ik o.a. aan en met thema’s als: “training, opleiding en
vorming’, “gesprekken beeldend evalueren’ en ‘rollenspelen’.
Zwitserland
Eind jaren vijftig hield Bernard Lievegoed in Zwitserland een aantal voordrachten. Dit
groeide uit tot de vraag naar een ondernemerscursus en vervolgens in 1961 tot de vraag
om een persoon die het NPI-werk in Zwitserland wilde doen. Ik werkte al veel in Duits-
land en had interesse om in Zwitserland aan de slag te gaan. In 1961 ben ik naar Zwitser-
land verhuisd en heb het Betriebs Pädagogisches Institut der Vereinigung für Freies Un-
ternehmenstum geleid (later het “Sozial Pädagogisches Institut’). Ik bleef echter intensief
met NPI-ers verbonden met betrekking tot projecten in Nederland (o.a. De Baak), Duits-
land en Zwitserland.
In 1967 besloot ik om parttime (zo bleef ik tijd houden om in Zwitserland en in Duitsland
actief te blijven) in dienst te treden als cursusorganisator bij De Baak. Ook deze periode
kenmerkt zich door een nauwe samenwerking met het NPI. Ik nam bijvoorbeeld de leer-
gang opleidingsfunctionarissen die Thale Bout daar gaf over en af en toe viel ik in bij
NPI-cursussen sociale vaardigheden, etc.
Het vrije beroep
Na mijn periode bij De Baak ben ik als zelfstandig adviseur verder gegaan. In Nederland
heb ik een drietal jaren als docent gewerkt bij de Intermanagementschool in Den Haag.
Verder ben ik zeer nauw betrokken geweest bij het Metacentrum in Den Haag. Dit is een
bureau voor outplacement waar ik nu nog wel voor werk. In Duitsland geef ik voor Stu-
dienhaus Rüspe (vormingsinstituut voor volwassenen) zo’n twee tot vier maal per jaar
verschillende cursussen. Denk hierbij aan “Kommunikation und Kooperation’, ‘Biograp-
hiepraktikum’, “Funktions- und Berufswechsel’, ‘die Wirkung der Kosmischen Kräfte im
täglichen Leben’.
heden, december 1997

en
Leo van der Burg
Geboortedatum en -plaats:
13 augustus 1947 te Schiedam
Werkzaam bij het NPI:
1974 - december 1983
Persoonlijke thema’s:
°_bedrijfskundig kader vanuit een
gnostisch mensbeeld (model van
opleiden en leren, leerladders, in-
wijdingsproces van de moderne
mens).
Bijzonderheden:
°_fsuper’ conceptueel
° projectleider bedrijfsopleiders-
leergang
°_motto: “Luister naar je woede -
wordt kwaad’ - in woede zit de
kracht van verandering
Korte beschrijving van de levensloop
periode
1969 - 1971
1971 - 1974
1974 - 1975
1975 - 1984
1984
1984 - 1996
1993 - heden
1996 - heden
activiteiten
HTS Bouwkunde in Arnhem
Academie voor Bouwkunst in Arnhem
Nederhorst (groot aannemersbedrijf in Gouda) - projectleider
(o.a. bij de bouw van Den Haag CS)
Projectbureau in Almere - projectleider van de bouw van Almere
haven en adjunct directeur Gemeentewerken in Lelystad
Nationale Woningraad - medewerker bestuur- en organisatieont-
wikkeling
NPI - senior adviseur
Zelfstandig adviseur
Oreon, (medeoprichter en adviseur
Universiteit van Groningen, faculteit bedrijfskunde - docent ‘ont-
werpen en besturen van organisatieverandering’
Tricona, (mede)oprichter en adviseur
heden, december 1997

Leo van der Burg
Kennismaking met het NPI
In de tijd dat ik bij de Nationale Woningraad werkte volgden wij een bedrijfsopleiders
leergang bij het NPI. Otmar Donnenberg en Adriaan Bekman vroegen mij in die cursus
om in te stappen bij het NPI. Er werd een heel zorgvuldige procedure doorlopen maar
Rob Otte zei tegen mij ‘als we je niet door de voordeur naar binnen laten, kruip je door
het We-raampje naar binnen’. Het NPI bestond toen uit zo’n 25 adviseurs en het was voor
mij de eerste kennismaking met de antroposofie.
Genieten van de concepten en concepten ontwikkelen
De beginperiode van het NPI stond voor mij in het teken van me volzuigen met concep-
ten. Dat ging zeer snel doordat ik projectleider werd van de bedrijfsopleiders leergangen.
Die leergang is voor mij echt de basis van het vak organisatie ontwikkeling, daar leer je
hoe veranderingsprocessen in de mensen plaatsvinden.
De leergangen voor bedrijfsopleiders waren voor mij altijd een feest. Ik werkte hierin
intensief samen met Jacques Uljée, mijn persoonlijke maatje, en Hans von Sassen. Aan
deze leergangen ontwikkelden we vele concepten zoals het model voor opleiden en leren,
de leerladders en het inzicht in het inwijdingsproces van de moderne mens.
Een belangrijke klant van mij waar ik via het bedrijfsopleidersspoor binnen kwam is
Mölnlycke in Hoogezand. In samenwerking met Jacques heb ik daar begeleid bij het in-
voeren van teams en heb ik veel reizen gemaakt naar Zweden en Noorwegen.
Ontdekking en verdieping van de antroposofie
In mijn NPI tijd heb ik ook de antroposofie in zijn volle glorie ontdekt en verdiept. Dit
was te gek - ik was gedreven / bezeten. Antroposofie is voor mij de weg naar de vrijheid
door het bevragen van de wereld en jezelf vanuit de menselijke maat.
Het NPI bezien vanuit de terugblik
Als ik nu terugblik op het NPI uit die periode noem ik het NPI een groen instituut met een
blauwe bovenbouw, in ieder geval niet rood. Ter verduidelijking, de ziel heeft drie grond-
stemmingen: groen staat voor “het sociale’, blauw staat voor “het intellect’ en rood staat
voor “creatief, kunstzinnig, het ondernemende’. We waren een instituut dat goed was in
het formuleren van concepten en we waren vooral in het sociale, het middengebied, ac-
tief. Dat zag je bijvoorbeeld aan de opdrachtgevers, dat waren stafmedewerkers en het
middenkader en niet ondernemers (de rode kant).
In de jaren tachtig zag je dat het blauwe, het intellectuele, steeds verder uit het instituut
verdween. De conceptuele hoogvliegers gingen weg en daarmee verloren we de aanslui-
ting met de bron. Dat ik bij het NPI ben weggegaan hangt samen met het feit dat er geen
organisatieconcepten meer waren.
Wat Bernd Kloke echter bij mijn afscheid zei, kan ik na mijn vertrek beamen: “wie een-
maal van dit bloed gedronken heeft, zal er altijd mee verbonden zijn’.
Na mijn NPl-periode
Ik heb eerst een klein jaar als zelfstandig adviseur gewerkt en heb vervolgens Oreon op-
gericht. Dat was een mooie tijd die vooral in het teken stond van het instrumentaliseren
van concepten. Kort geleden heb ik een nieuw adviesbureau, Tricona, opgericht en ik zeer
intensief bezig met mijn promotie.
heden, december 1997

Dik Crum
Geboortedatum en -plaats:
21 mei 1934 te Haarlem
Werkzaam bij het NPI:
1 mei 1970 - 1 juli 1984
Persoonlijke thema’s:
Organisatie Ontwikkeling
Vrije Scholen
Creatieve Samenwerking
Temperamenten
Mandaatorganisatie
Kwaliteitsmanagement
Bijzonderheden:
°__ Centrale inspiratie - Steiners
“Philosophie der Freiheit’
Korte beschrijving van de levensloop
periode activiteiten
- 1953 HBS-B
- 1955 Kweekschool voor onderwijzers, Haarlem
1955 « 19357 Openbaar lager onderwijs, Gasselternijeveenschemond
1957 - 1958 Opleiding tot Vrije Schoolleraar in Den Haag, onder meer via het
Centrum voor Vrij Geestesleven
1958 - 1967 Leraar Vrije School Haarlem
1967 - 1970 Wetenschappelijk medewerker Gemeentelijke Universiteit Amster-
dam (GU), Doctoraal Onderwijskunde
1970 - 1984 NPI, senior adviseur
1984 - 1985 Emerson College — Sussex, UK
1985 - 1989 Eigen adviesbureau: Destal International — Sussex, UK
1989 - heden Voortzetting Destal International, Amsterdam
heden, juli 1998

Dik Crum
Werkzaamheden als Vrije schoolleraar en kennismaking met het NPI
In de Vrije School te Haarlem was Max Stibbe mijn leraar Anthroposofie, die persoonlijk
mijn opleiding ter hand nam. Wekelijks kreeg ik een boek van Rudolf Steiner om te ‘“be-
werken’ en werd met Max de inhoud intensief doorgenomen. Max Stibbe vertegenwoor-
digde voor mij, evenals Zeylmans van Emmichoven, de wereld. In Odense (Denemarken)
hield Zeylmans zijn magistrale voordrachten over de Grondsteen. Tot op heden vormen
deze voordrachten de substantie en het Leitmotiv voor mijn werk. Ik besloot, na hiervoor
te zijn gevraagd, om lid te worden van het bestuur van de Anthroposofische Vereniging.
Via Lex Bos ontstond de vraag om als Vrije School deskundige aan het NPI mee te
werken.
De NPI periode
De eerste Baak cursus vond plaats in 1968 en leidde tot een langdurige relatie met de
Baak. Nog gedurende het medewerkersschap van de GU werkte ik met Jack Moens sa-
men in het opleidingstraject voor Ruhrkohle en met Dik Lemson en Hans von Sassen in
de opleiding voor rectoren en docenten voor het OMO. Van Hans leerde ik de heldere
aanpak en opbouw van een project langs de lijnen van zijn vroegere beroep, de architec-
tuur, namelijk: schoonheid en functionaliteit. Ik herinner mij de vreugde die wij hadden
bij de ontwikkeling van de U-procedure gedurende een seminar in Oisterwijk. Als scho-
lastici liepen wij tot diep in de nacht voor de flap heen en weer, de scherpte van onze be-
grippen wederzijds toetsend, tot wij gelukkig waren met het resultaat.
Kort daarop ontstond een intensieve samenwerking met Erwin van Asbeck binnen de
Vrije Scholen. Aan Erwin dank ik wat ik binnen de dynamiek van Organisatie Ontwikke-
ling heb leren hanteren. Voor mijn ontwikkeling binnen het NPI waren de projecten
Hoogovens, Daf en Volvo van belang. Hier werkte ik samen met adviseurs van buiten het
NPI en leerde in die samenwerking de kracht van de anthroposofische concepten kennen.
Een belangrijke stap in mijn ontwikkeling was de vormgeving van de mandaatorganisatie,
zowel binnen als buiten het NPI. De Vrije scholen waren een belangrijke toetssteen voor
de juistheid van het concept. De Bast, een Amsterdams koffiehuis, evenals Jonas, mogen
hier niet ontbreken, evenmin als het werk in de Herdecke Klinik in Duitsland.
In Engeland, Duitsland en Amerika vond de verdere ontwikkeling plaats van mijn semi-
nar over de temperamenten, hierin kon ik de inspiratie van Max Stibbe voortzetten. In de
Nederlandse Vrije Scholen volgden tientallen cursussen. De Baak verzocht om een mana-
gement opleiding op basis van de temperamenten, die sindsdien jaarlijks wordt gegeven.
Het temperamentenwerk is nu echter, na ca. 40 jaar, vrijwel ‘op’ en zal worden gestopt.
Vertrek uit het NPI
In 1984 was de relatie met het NPI * uitgewerkt’ en ik ging, na gesprekken met Coen van
Houten, naar Engeland. Na diverse ‘verkeerde stations’ besloot ik, zonder contacten, geld
of een netwerk, tot oprichting van een eigen bureau. Na een toevallige ontmoeting met
consultant Richard Drake gaven wij enkele weken later onze cursussen voor het topma-
nagement van Britisch Airways. Spoedig volgden andere opdrachten en werd ik als druk-
bezette Quality Consultant opgenomen in een netwerk van Engelse collegae.
Sinds 1991 werk ik nu in Nederland. Enigszins tot mijn verbazing werk ik thans in
hoofdzaak bij de overheid. Het betreft omvangrijke projecten met een doorloop van
meerdere jaren, die ik vanuit Destal International met free lance medewerkers uitvoer. De
aanpak vanuit de anthroposofie staat centraal, evenals de ontwikkeling van nieuwe
concepten.
heden, juli 1998

Jan Donker
Geboortedatum en -plaats:
19 augustus 1921 te Leiden
Werkzaam bij het NPI:
1 mei 1967 - 12 december 1985
Persoonlijke thema’s:
°_mede oprichter van Klaverblad
° lid van de ‘Bedrijfseconomische
studiegroep’
°_mede initiator omzetting van een
dagelijks bestuur naar een man-
datarissenstructuur
Korte beschrijving van de levensloop
periode
1927 - 1939
1939 - 1940
1940 - 1945
1945 - 1947
1947 - 1950
1950 - 1954
1954 - 1967
1967 - 1985
1985 - heden
activiteit
Vrije school te Den Haag
Bankopleiding te Rotterdam
Opbouw bank na bombardement helpen starten; en daarna uitge-
leend aan ‘Schade enquête commissie’, uitkering van oorlogsscha-
de
Adjunct inspecteur van politie te Den Haag
Bijenkorf, opleiding bij en werken in de personeelsafdeling (hoofd-
kantoor)
Van Vlissingen te Helmond, hoofd personeel en organisatie
Cats Neprova/Van Gelder Papier, te Rotterdam, hoofd personeel en
organisatie
NPI, secretaris, (“witte man’)
Pensioen
Verschillende bestuursfuncties, bijvoorbeeld Kraaijbeek en Heilpe-
dagogie
heden, december 1997

Jan Donker
De belangrijkste interne ontwikkelingen
De bedrijfseconomische Studiegroep
Met het dagelijks bestuur zoekende naar een nieuwe organisatievorm voor het insti-
tuut, waarbij wij wilden proberen iets van “de driegeleding’ te verwerkelijken, kwam
ik in april 1974, via onze Frans georiënteerde medewerker Hans Plantenga, in contact
met Jean Jacques Sick. Na twee aanloopgesprekken tussen ons bleek dat hij zoveel in-
teressante en realiseerbare ideeën had over de organisatievorm en de financiën van het
instituut, dat besloten werd om de “bedrijfseconomische studiegroep’ (BESG) op te
richten, met als eerste doel te onderzoeken hoe een vernieuwing er uit zou kunnen
zien. Deelnemers aan deze studiegroep waren naast Jean Jacques: het dagelijks bestuur
(op dat moment Cees Zwart, Claudius Drewes en ikzelf) en Peter van Leeuwen omdat
het ook financiën betrof. In de uitwerking ontstonden drie mandaatgroepen die elk een
eigen gebied kregen (ontwikkelings-leven, omgangsleven en economisch leven) voor
hun onderdeel konden zij de medewerkers bevragen over wensen en aanbiedingen: met
de uitkomsten hiervan stelden zij samen de begroting op. Zo werden de medewerkers
in grote mate bij het opstellen van de voorcalculatie betrokken; zij moesten vanaf dat
moment zelf de cijfers aandragen. In de augustus werkweek van 1976 werd hier voor
de eerste keer mee gewerkt.
Stichting Klaverblad
Tijdens onze BESG-bijeenkomsten was, naar het instituut kijkende, de gedachte ont-
staan om eigendom en werk in twee stichtingen onder te brengen: een beheersstichting
en een werkstichting, De werkstichting (Stichting tot bevordering der sociale pedago-
gie, het NPI) heeft geen winstoogmerk maar de fondsen waren aanzienlijk. In juli 1975
werd, mede hierom, besloten de Stichting Klaverblad als beheersstichting in het leven
te roepen.
Mooiste moment
Het hele BESG-gebeuren herinner ik mij als een hoogtepunt. Een uitgangspunt van het
NPI: de zaken neerleggen bij degene die eigenlijk verantwoordelijk zou moeten zijn, is
hierin uitgewerkt.
Wat ook bijzonder was, was de vrijheid die ik had om mensen, waarin ik iets zag, bij-
voorbeeld voor het secretariaat aan te nemen. Deze mensen zag je dan in de loop van de
tijd groeien en zich ontwikkelen.
Het pand aan de Valckenboschlaan
Het pand is in 1970 contant gekocht door Bernard Lievegoed en mij. Het huis is door
voormalig reder zeer degelijk gebouwd. Zijn hobby was het kweken van coniferen, wat in
de tuin aan de grote verscheidenheid hiervan, nog steeds te zien is.
Junioren, jonge medewerkers
In de periode dat wij naar de Valckenboschlaan verhuisden stonden er zo’n 35 mensen op
de loonlijst. Hiervan waren soms 10 junioren die een opleidingstijd van twee jaar hadden.
heden, december 1997

Otmar Donnenberg
Geboortedatum en -plaats:
15 februari 1940 te Salzburg (Oosten-
rijk)
Werkzaam bij het NPI:
1971 - 1985
Persoonlijke thema’s:
°_opleiden en leren
groepsdynamica (werken in groe-
pen)
analyseren en ontwerpen van pro-
cessen
opleidings- en personeelsbeleid
managementdevelopment
conflicthantering
o
Bijzonderheden:
° Betrokken bij de oprichting van de
Triodosbank en tijdelijk voor 50%
gedetacheerd werkzaam bij de Trio-
dosbank
° Werkzaam in industrie en gezond-
heidszorg
Korte beschrijving van de levensloop
periode
1971 - 1973
1971 - 1985
1985 - 1986
1987 - 1992
1992 - heden
activiteiten
Onderwijzer in Oostenrijk
Rechtenstudie in Oostenrijk
NPI, assistent
NPI, senior adviseur
Internationale Gesellschaft für Gesundheits- und Sozial forschung in
Bregenz/Oostenrijk, interimmanager
Sagres Services Zeist, partner
Zelfstandig organisatie adviseur
heden, december 1997

Otmar Donnenberg
Mijn komst bij het NPI
Het NPI kwam op verschillende manieren op mijn pad. Zo kende ik Fritz Glasl nog uit
mijn studietijd en hoorde ik Bernard Lievegoed in 1970 op een congres spreken. Daarna
zag ik Fritz en ook Coen van Houten nog verschillende keren aan het werk. Deze laatste
twee nodigden mij uit om in 1971 naar het NPI te komen.
De eerste tijd
Ik ben bij het NPI begonnen als assistent. De assistententijd duurde destijds twee jaar.
Gedurende deze twee jaar liep ik met name mee met Hans von Sassen. Het NPI had des-
tijds ook een speciaal assistentenprogramma dat bestond uit drie hoofdpunten: projecten
bespreken, antroposofische colleges en conceptuele colleges.
Mijn eerste grote project stond in het teken van organisatie ontwikkeling (Shell).
Belangrijke thema's
Opleiden en leren
In de tijd dat ik hierbij betrokken was kwamen nagenoeg alle opleiders uit Nederland
naar het NPI om de leergang te volgen. Deze leergang gaf ik o.a. samen met Adriaan
Bekman en Bernd Kloke. Jammer, dat deze lijn niet verder is uitgewerkt met een ex-
terne partner (b.v. een universiteit).
Ontwikkelgroep conflictmanagement
Ik werkte van begin af aan mee in deze ontwikkelgroep. Resultaat van dit ontwikkel-
werk waren ondermeer cursussen ten behoeve van ondernemingsraden.
Marketing en organisatie ontwikkeling
Lievegoed was van huis uit een arts en hij heeft dan ook een soort huisartsenmentali-
teit bij het NPI binnen gebracht: Klanten komen vanzelf met vragen. Er was geen sys-
tematisch marketingbeleid. Met steun van Pim Hasper werd daar werk van gemaakt.
Hierin participeerde ik met veel enthousiasme.
Promoveren Lex Bos
Ik was paranimf van Lex. Lex heeft het concept van de dynamische oordeelsvorming
ontwikkeld. Over het algemeen werd dit concept binnen het NPI aarzelend opgepakt, al is
het naar mijn mening voortreffelijk. Ik maak er nog steeds gebruik van. Een hiermee sa-
menhangend citaat uit ‘Filosofie van de vrijheid’: ‘Doordat we kunnen denken zijn we
medescheppers van de wereld.”
Huidige activiteiten
Na het lezen van een artikel van Nancy Foy in de Harvard Business Review werd ik in
1977 gegrepen door het “action learning’-concept. Sindsdien heb ik dit verder uitgewerkt.
In 1994 heb ik met andere geïnteresseerden de Nederlandse vereniging voor Action Lear-
ning opgericht. Ik zie action learning in grote lijnen als: leren leren aan de hand van reële
probleem - oplossingen in een speciale setting van leer-werk-partners.
De projecten die ik nu doe hebben met name betrekking op enerzijds management van
ziekenhuizen en change management in industrie en gezondheidszorg en anderzijds op
projectmanagement en leidinggeven aan professionals.
heden, december 1997

Claudius Drewes
Geboortedatum en -plaats:
30 mei 1940 te Hamburg (Duitsland)
Werkzaam bij het NPI:
september 1970 - 1980
Persoonlijke thema’s:
ontwikkeling en verandering van
sociale systemen
ontmoeting in en met de werksitu-
atie
complexe samenhangen transpa-
rant maken
leren door doen
Bijzonderheden:
°_motto: ‘Zu neuen Ufern’
Korte beschrijving van de levensloop
periode
- 1965
- 1970
1970 - 1980
1980 - 1985
1985 - 1989
1989 - 1993
1993 - heden
activiteiten
Studie Erziehungswissenschaften und Maschienenbau, Universiteit
Hamburg
Docent en lid managementteam van een experimentele school:
Hiberniaschule
NPI, senior adviseur
VPA Hoger onderwijs, docent en lid dagelijkse leiding
Landelijke Schoolbegeleidingsdienst
Sagres Services, organisatie-adviseur
Zelfstandig adviseur voor organisatievraagstukken
heden, december 1997

Claudius Drewes
Kennismaking met het NPI
Eind jaren zestig was ik in Duitsland als docent werkzaam in experimentele school. Het
NPI, professor Lievegoed, Bernd Kloke en Hans von Sassen, werd ingeschakeld in een
bestuursconflict. In eerste instantie waren er mijnerzijds weerstanden om het NPI binnen
te halen. Maar de leerkansen waren overtuigend. Gedurende de projectwerkzaamheden
groeide mijn interesse voor de NPI-aanpak en de wil om deze in Zeist te komen leren.
Aanstelling als junior medewerker volgde, na een jaar de benoeming tot senior medewer-
ker.
Tien vruchtbare jaren
In het begin gaf ik vooral cursussen sociale vaardigheden in verschillende samenhangen
in binnen- en buitenland, later creatieve samenwerking en cursussen bedrijfsopleiders.
Zeer snel kwamen de eerste zelfstandige activiteiten zoals een cursus leidinggeven voor
gastarbeiders bij Schiesser en een ondernemingsraadcursus in de Botlek.
Terugkijkend was dit een periode vol uitdagingen en grensverleggingen: ik was de moe-
dertaal kwijt, mijn status en professionaliteit, mijn vrienden, veel moest nieuw worden
opgebouwd. De jaren bij het NPI waren zeer vruchtbaar en bepalend voor mijn verdere
leven. Het toetsen van de theorie in de praktijk was vol van leermomenten. Belangrijke
projecten waren: Werkende Jongeren, Open School de Bijlmer, OD 205 in Delft, Bouw-
fonds Nederlandse Gemeenten, Koninklijk Instituut tot Onderwijs voor Blinden, Twijn-
stra en Gudde, Vrije Scholen, een Socialtherapeutisch Instituut in Zweden e.a.
Intern was mijn lidmaatschap in de contactgroep en het mede opzetten van en het gestalte
geven aan het BESG-proces bepalend.
Focus
Sinds mijn NPI periode is ontwikkeling in al zijn facetten zowel in theorie als in praktijk
een thema. Interventies in complexe en conflictsituaties waarbij het leren doorzien van de
samenhangen en het scheppen van de voorwaarde voor “veranderen en leren’ centraal
staan. Het transparant maken van de samenhangen in de eigen werksituatie en deze als
uitdaging op te pakken is motief voor veel van mijn interventies.
Mooie momenten
Mooie herinneringen heb ik aan gesprekken en samenwerking met oud-collega’s. Tijdens
werkweken met Bernard Lievegoed, Fritz Glasl, Cees Zwart, Rob Otte, Coen van Houten
en Dick Lemson. Belangrijk voor me was Hans von Sassen. Een uitspraak van hem is me
bijgebleven: “het plafond is altijd net hoger dan je kunt strekken’. Dus iedereen krijgt die
uitdaging die hij nog net niet aankan.
Na mijn NPI periode
Na vier à vijf jaar als docent en lid van de Dagelijkse leiding bij de VPA, overstap naar de
landelijke Schoolbegeleidingsdienst. Lid van de maatschap Sagres Services, waar mijn
bezigheden uit NPI-tijd werden voortgezet. Sinds 1993 werkzaam als zelfstandig Organi-
satie-adviseur: coaching van hoger kader, conflicthantering, organisatieontwikkeling en
action learning.
heden, december 1997

Wouter van der Gaag
Geboortedatum en -plaats:
9 december 1937 te Paarl
(Zuid-Afrika)
Werkzaam bij het NPI:
1 november 1974 - 30 juni 1997
Persoonlijke thema’s:
°_conflictmanagement
°_interim management
Bijzonderheden:
° ethicus maar geen trekker
Korte beschrijving van de levensloop
periode
1956 - 1959
1959 - 1961
1961 - 1965
1966 - 1970
1970 - 1974
1974 - 1997
activiteiten
Studie verzekeringskunde in Londen en medewerker Royal Insu-
rance Co.Ltd
Dominion Insurance Co.Ltd (ZA), inspecteur
Studie internationaal recht in Utrecht en Bachelor of Laws in
Londen
TMC. Asser Instituut, wetenschappelijk ambtenaar volkenrecht
WD. Scott Company, organisatie adviseur. Doelmatigheidsbevor-
dering in dienstverlenende organisaties
NPI, senior adviseur
heden, december 1997

Wouter van der Gaag
Op weg met de klant - 1
Wouter,
kernachtig zijn je daden
plezierig in omgang en kritisch analyserend
je laat een ieder in z’n waarde(n)
en werkt motiverend.
je kijkt door de bril van die andere
en je geeft je ‘les’ als geen andere
bedankt Wouter, het ga je goed
ik zal je volgen op de voet
Op weg met de klant - 2
Wie denkt dat sociale psychologie vaag is
Weet niet wie Wouter van de Gaag is
Hij zet op je ziel
Een soort psychisch ventiel
En je loopt leeg als je beeldvorming traag is
(Beide gedichten zijn opgesteld door deelnemers van een cursus ‘werken in groepsver-
band’ die in 1989 op De Baak gegeven werd)
heden, december 1997

Henri van Gelder
Geboortedatum en -plaats:
5 november 1944 te Haarlem
Werkzaam bij het NPI:
augustus 1970 - juli 1973
juli 1975 - mei 1976
december 1977 - februari 1994
Persoonlijke thema’s:
°_conflictmanagement en onderhan-
delen
interimmanagement
o
Bijzonderheden:
°_instituutssecretaris naast volwaar-
dig adviseurschap
motto: ‘Besluiten doe je pas als je
het gedaan hebt’
motto: ‘Organisatie ontwikkeling
is patronen doorbreken en proces-
sen omvormen’
Korte beschrijving van de levensloop
periode
1966 - 1970
1970 - 1973
1973 - 1974
1974 - 1975
1975 - 1976
1976 - 1977
1977 - 1994
1994 - heden
1997 - heden
activiteiten
Sociale Academie de Horst, studie personeelswerk
NPI, junior medewerker
HBOV, stafdocent organisatiekunde
Vrije Hogeschool, studieleider
NPI, ter voorbereiding op het opzetten van een adviesbureau in
Sao Paolo (Brazilië)
Sao Paolo (Brazilië), adviesbureau opzetten
NPI, senior adviseur
Procesmanagement, advies- en interimmanagement bureau - zelf-
standig organisatieadviseur, interim manager
ProM Management Associatie, samenwerkingsverband tussen vijf
zelfstandige organisatieadviseurs/ interimmanagers
heden, december 1997

Henri van Gelder
Kennismaking met het NPI
Tijdens mijn studietijd heb ik al kennis gemaakt met het NPI. Destijds woonde ik lezin-
gen bij die gehouden werden in het antroposofisch jongeren centrum. Deze lezingen had-
den vooral betrekking op de praktische kant van de antroposofie en werden ook door NPI-
medewerkers gehouden. In gesprekken kwam aan de orde dat ik personeelswerk studeer-
de en het klikte op spiritueel gebied en zo werd ik in 1969 gevraagd om in dienst te treden
van het NPI. Ik besloot echter om eerst mijn studie af te ronden. Een jaar later ben ik, als
junior medewerker, voor het NPI gaan werken.
Enkele projecten uit mijn NPl-periode
Mijn junior-medewerkertijd stond in het teken van learning by doing. Natuurlijk gaf ik
cursussen op ons cursusplatform De Baak. Projecten die ik in de begintijd uitvoerde, wa-
ren voornamelijk werkoverlegprojecten. Bij Shell, Akzo, Nutricia, Fokker en Unox was
ik nauw betrokken bij de invoering van werkoverleg en het trainen van de werknemers
van die organisaties om werkoverleg te voeren.
Bij de Suikerunie heb ik begeleiding geboden bij de sluiting van één fabriek en de op-
bouw/vernieuwing van een tweede fabriek - dat was een echt organisatie ontwikkelings-
project. Bij Neuguss, een groep ondernemers in Duitsland, heb ik samen met Lex Bos
zo’n 2 à 3 jaar advies gegeven bij het neutraliseren van eigendom.
KTWA is het project geweest dat mij heeft aangezet tot interimmanagement. Ik adviseerde
bij de oprichting van een adviesgroep en heb hier mijn eerste interimmanagement-
opdracht vervuld na het overlijden van de eerste directeur, Victor Meijer.
Interne werkzaamheden
Vanaf 1985 ben ik erg actief geweest voor wat betreft interne werkzaamheden. In 1985
verliet Jan Donker het instituut en nam ik zijn rol als instituutssecretaris op mij. Deze
functie heb ik tot 1993 uitgeoefend naast mijn werkzaamheden als volwaardig adviseur.
In deze periode was ik ook mandataris ‘economisch leven’ en heb ik een tijd de externe
relaties, die behoren tot het mandaat ‘werkleven’, op me genomen.
Enkele concepten en thema’s
Ik hanteer vaak het organisatie/diagnosemodel waarin een onderscheid gemaakt wordt
tussen middelen, structuur / processen, beleid en identiteit. Hiermee kun je een quick scan
maken en goed de pijn in de organisatie lokaliseren. Een ‘gouwe ouwe’ is natuurlijk het
organisatie ontwikkelingsmodel met de drie fasen. Het oordeelsvormingsmodel van Lex
Bos is erg waardevol en daar werk ik nog geregeld mee.
Conflictmanagement was en is een belangrijk thema voor mij. Hierbij maak(te) ik gebruik
van een conflictdiagnose-model en het escalatiemodel waarmee conflicten goed te door-
zien zijn. Aan de ontwikkeling hiervan heb ik ook bijgedragen in de ontwikkelgroep con-
flicthantering (onder leiding van Fritz Glas).
Periode na het NPI
Sinds mijn vertrek bij het NPI, werk ik als zelfstandig adviseur/ interimmanager. De rode
draad in mijn huidige werkzaamheden als interim manager is de combinatie reorganisatie,
conflicthantering en onderhandelen om tot een oplossing te komen. Tegenwoordig doe ik
steeds vaker projecten op het terrein van stedelijk management- en stadsontwikkeling.
heden, december 1997

Fritz Glasl (Friedrich)
Geboortedatum en -plaats:
23 mei 1941 te Wenen (Oostenrijk)
Werkzaam bij het NPI:
december 1967 - augustus 1985
Persoonlijke thema’s:
°_conflictmanagement
° het zevenledige organisatie model
Bijzonderheden:
°_met Leo de la Houssaye: Organi-
satie ontwikkeling in de praktijk
(1975)
°_ Konfliktmanagement (1980)
°_ Verwaltungsreform durch Organi-
sationsentwicklung (1983)
Korte beschrijving van de levensloop
periode
1955 - 1959
1959 - 1961
1961 - 1966
1966 - 1967
1967 - 1985
1985 - nu
activiteiten
Beroepsopleiding in de grafische industrie tot zetter
Werkstudent avond VWO
° werkzaam in drukkerijen en uitgeverijen als corrector, lay-out-
adviseur en calculator.
° mede-oprichter ‘Die Komädianten’ (avantgardistisch theater)
Werkstudent, studie politieke wetenschappen Untversiteit Wenen
werkzaam als secretaris van de Oostenrijkse afdeling van Service
Civil International (I.h.k.v. de UNESCO)
Proefschrift (politieke wetenschappen) ‘Die Neutralität der Schweiz
im Sanktionssystem des Völkerbundes’
NPI, senior adviseur
° oprichting “Trigon Entwicklungsberatung’
°_hoogleraar Organisatieontwikkeling a/d universiteit Klagenfurt
° verschillende boeken geschreven o.a:
— met W. Harper: Durch kooperatieve Marktstrategie zur Unternehemensent-
wicklung (1988)
— met B. Lievegoed: Dynamische Unternehmensentwicklung (1993)
— met E.Brugger: Der Erfolgskurs Schlanker Unternehemen (1994)
— Das Unternehmen der Zukunft (1994)
heden, december 1997

Fritz Glasl (Friedrich)
Kennismaking met het NPI
Door mijn zwager, Hellmuth ten Siethoff, hoorde ik van de werkzaamheden van het NPI
en hij hoorde van mijn beroepservaringen en mijn studie. Na mijn promotie, eind novem-
ber 1967, bezocht ik de schoonfamilie in Den Haag om het te vieren. Het NPI nodigde
mij toen uit voor een kennismakingsgesprek in Zeist (aan de Pauw van Wieldrechtlaan).
Ik werd ter plekke aangenomen als assistent-medewerker.
Mijn tijd bij het NPI
Mijn zwaartepunt kwam, na enkele jaren, eenduidig bij advisering in conflictsituaties te
liggen. Ik was ondermeer werkzaam bij gemeenten, een schooladviesdienst, een zieken-
huis, onderwijsinstellingen, Unilever, TNO, etc. Belangrijke klanten in die tijd waren
ondermeer: Schmidt&Clemens (D), Ford Duitsland (Köln), Deutsche Forschungsgemein-
schaft (Bonn), NMB, rijksscholengemeenschap Breukelen, Fokker, Philips, SIOO etc.
Tijdens mijn NPI-tijd ben ik ongeveer vier à vijf jaar lid geweest van de beleidsgroep.
Ook was ik lid van de organisatiegroep van de Internationale NPI Association. Bernard
Lievegoed vroeg me, bij de oprichting van de Vrije Hogeschool, of ik er als docent wilde
werken. Dit heb ik ongeveer vijf jaar gedaan. Samen met Lex Bos, Dieter Brüll, Arnold
Henny, Ernst Marx en Cees Zwart was ik lid van de faculteitsgroep “Sociale Wetenschap-
2
pen’.
De voornaamste concepties waaraan ik gewerkt heb
Waar ik met name op gericht was waren twee concepten: Conflictmanagement en het
zevenledige organisatiemodel. Na aanleiding van de 2le verjaardag van het NPI heb ik
met Leo de la Houssaye het boek ‘Organisatie-ontwikkeling in de praktijk’ uitgegeven. In
februari 1980 voltooide ik mijn boek “Konfliktmanagement’ en in 1983 mijn ‘Habilation’
aan de Universiteit van Wuppertal.
Na het NPI
Ik ging van het NPI naar Oostenrijk, omdat ik daar, met zeven vakgenoten (waaronder
Hans von Sassen en Otmar Donnenberg), een eigen adviesbureau ‘Trigon Entwicklungs-
beratung’ had opgericht. Daarnaast was ik als hoogleraar Organisatie ontwikkeling ge-
vraagd aan de universiteit van Klagenfurt.
Intussen is ons adviesbureau uitgegroeid tot circa twintig adviseurs/trainers plus acht me-
dewerkers in vier plaatselijke kantoren (Graz, Klagenfurt, St. Pölten en Wenen). Als
hoogleraar ben ik nu verbonden aan de universiteit van Salzburg. Bovendien ben ik re-
gelmatig gastprofessor op verschillende universiteiten in Europa, Rusland, Georgië, Zuid
Afrika en Brazilië.
Slotwoord
De tijd op het NPI was buitengewoon inspirerend wat de vakontwikkeling betreft. In Ne-
derland (en vervolgens in West-Europa) kreeg ik grote bekendheid als conflictexpert, wat
mijn diepste motivatie was voor mijn studie politieke wetenschappen en ook voor het
organisatie-advieswerk dat in overeenstemming daarmee stond. Dank zij het NPI kon ik
mijn concepties en methodieken steeds weer in de praktijk toepassen, toetsen en verbete-
ren.
heden, december 1997

Manfred Hahn
Geboortedatum en -plaats:
21 mei 1933 in Köln am Rhein
Werkzaam bij het NPI:
1 juli 1967 - 30 juni 1971
Persoonlijke thema’s:
°_leiderschapsmodel
besluitvormingsweg en de U-
procedure
°_ toegang door het NPI tot de Wal-
dorfschul-bewegung, in het bijz. in
het Duitstalige deel van Europa
o
Bijzonderheden:
°_ Overwegend werkzaam in Duits-
land en Zwitserland
° Deutsche Arbeitsstelle Stuttgart
° Synthese van Hollandse bewege-
lijkheid en Duitse vormkrachten
Korte beschrijving van de levensloop
periode
IP32 - 1955
1955 - 1960
1960 - 1963
1963 - 1965
1965 - 1967
1967
1968 - 1971
1971 - 1981
1975 - 1987
1980 - 1987
1987
1989
activiteiten
Vakopleiding in de Lederwarenfabrik Gold-Pfeil
Studie ‘Betriebswirtschaftslehre’ en sociologie
Studie rechten en dissertatie over “die Betriebsverfassung’
Eerste opleiding in het NPI, daarna opleidingsleider bij Schiesser AG
in Radolfzell. Parallel cursussen en werkweken bij het NPI.
Opleidingsleider bij Mahle-KG, Kolbenwerk in Stuttgart. Parallel
daaraan parttime werkzaam voor het NPI.
NPL, senior adviseur; oprichting van de ‘Deutsche Arbeitsstelle’.
Werkzaam voor de ‘Deutsche Arbeitsstelle’ en senior medewerker
van het NPI.
Oprichting van de “Genossenschaft zur Förderung der Freien Wal-
dorfschule am Bodensee’.
Seminar voor de oprichtingsgroep i.s.m. het NPI (1971).
‘Geschäftsführender Vorstand der Genossenschaft’.
‘Geschäftsführer der Kultur-Therapeutischen Gemeinschaft GmbH’.
Oprichting en leiding van de ‘Bauhütte GmbH’. Opbouw van o.a. de
school en het centrum voor verslavingszorg “7-Zwerge’.
Leraar handvaardigheid voor de bovenbouw
Reis naar Australië, contacten met scholen
Adviseur voor scholen en in het antroposofische veld
heden, juli 1998

Manfred Hahn
Kennismaking met het NPI
Omstreeks mijn 21-ste — na mijn werkervaring bij Gold-Pfeil — was ik er zeker van dat er
een centraal sociaal adviesbureau in Duitsland moest komen en dat ik daar naar toe wilde
werken. Om te weten te komen hoe mensen denken die sociale verhoudingen in bedrijven
vormgeven, studeerde ik ‘Betriebswirtschaftslehre’ en sociologie, later in verbinding met
mijn dissertatie ook nog rechten. Tijdens mijn studies kon ik ervaringen opdoen met het
aangaan van coöperatieve verbanden binnen bedrijven (Spindler-Werke in Hilden). Deze
ervaringen zijn in mijn afstudeerwerk tot uitdrukking gekomen. In 1961 zocht ik hulp bij
Bernard Lievegoed voor mijn dissertatie, deze ontmoeting leidde tot het besluit om met
het NPI samen te werken.
Managementcursussen
Na een korte opleiding in het instituut in 1963 (“kijk maar hoe Lex het doet’) werd ik ver-
antwoordelijk voor de managementopleidingen bij Schiesser en later bij Mahle. Parallel
daaraan liepen van 1963 - 1967 de cursussen en werkweken met het NPI. In 1967 trad ik
in dienst als senior medewerker.
Deutsche Arbeitsstelle
Mijn interesse was hoofdzakelijk gericht op het Duitstalige deel van Europa. Overwegend
heb ik cursussen en advies gegeven bij IBM, KSB, Henkel, Technische Akademie in
Wuppertal, en Ruhrkohle. Maar er waren ook kleine projecten, ten delen in Zwitzerland.
In deze periode werd de noodzaak voor een filiaal van het NPI in Duitsland steeds sterker
gevoeld. In Stuttgart is dit vervolgens opgezet, hoofdzakelijk in samenwerking met Leo
de la Houssaye en de freelance adviseurs in Duitsland. Het lukte helaas niet om de Duitse
‘Einzelkämpfer’ langdurig met het NPI te verbinden.
Interessegebieden
Ik probeerde vooral om de Duitse denkpatronen door de Nederlande levendigheid te laten
bevruchten — tot in de taal aan toe (door vertalingen). Zwaartepunt van mijn interesses
waren het leiderschapsmodel en de verder-ontwikkeling van het besluitvormingsmodel in
de zogenaamde U-procedure.
Steeds dwingender werd mij de vraag hoe de samenwerking in de antroposofische bewe-
ging, met name in de schoolbeweging bevorderd kon worden. Tegelijkertijd bemerkte ik
mijn beperkte verantwoordelijkheid als adviseur, wiens werkzaamheid vaak niet over een
cursus heen kwam tot in de werkelijkheid in het bedrijf. Het werd mij duidelijk dat ik zelf
verantwoording wilde gaan dragen om ideeën te realiseren. Dat leidde ertoe dat ik in 1971
het NPI verliet en tot de opbouw van de Freie Waldorfschule aan de Bodensee.
Na 17 jaar opnieuw het adviesvak in
In 1987 schonken de collega’s mij een kaart van Australië. Het was dit land waar ik con-
tact kreeg met scholen en in 1989 was ik in 17 scholen en initiatieven adviserend werk-
zaam. In Duitsland begeleide ik verscheidene vernieuwingsprocessen in antroposofische
inrichtingen, voornamelijk scholen.
Dankbaar blik ik terug op de werkzaamheden met de vrienden van het NPI, die eigenlijk
een voorbereiding waren voor het erop volgende. Deze ervaringen in het NPI en in de
schoolbeweging, “wat wel werkt’ en “wat niet werkt’, vormen voor mij een spanningsveld
dat mij nog steeds bezig houdt.
heden, juli 1998

Leo de la Houssaye
Geboortedatum en -plaats:
9 april 1928 te Haarlem
Werkzaam bij het NPI:
l april 1961 - 1 april 1991
Persoonlijke thema’s:
° organisatie Ontwikkeling - “chan-
ge model’
Bijzonderheden:
introduceerde Organisatie Ont-
wikkeling in het NPI (1965)
° met Fritz Glasl: Organisatie ont-
wikkeling in de praktijk (1975)
° veel werkzaam in Duitsland
Korte beschrijving van de levensloop
periode
1946 - 1955
1955 - 1958
1958 - 1961
1961 - 1991
1991 - heden
activiteiten
Studie Werktuigbouwkunde in Delft, afgestudeerd bij professor
Berenschot
Unilever, hoofdkantoor Europa - organisatie afdeling. Uitvoeren
van organisatie-onderzoeken, bijvoorbeeld efficiency van appara-
ten en procesverloop.
Ydo - organisatie-adviesbureau, adviseur. Tarifiëring, tijdmetingen
ete.
NPI, senior adviseur
Docent aan verschillende antroposofische instituten (VPA, Vrije
Hogeschool, Goetheanum in Dornach) voor o.a. de vakken:
individuele en sociale ontwikkeling, algemene antroposofie en de
samenhang tussen mens en sterrenwereld (astrosofie).
heden, december 1997

Leo de la Houssaye
Kennismaking met het NPI
Rond 1958 werd ik lid van de antroposofische vereniging en ontstond het verlangen om
het adviesvak op een antroposofische wijze uit te oefenen. Coen van Houten was mijn
ingang, hij vroeg of ik bij het NPI wilde komen werken. In 1961 besloot ik om de over-
stap te maken. Ik had het gevoel van ‘het is nog geen organisatie ontwikkeling maar het is
wel een poging om met de antroposofie in het bedrijfsleven actief te zijn’.
‘Bazencursussen’
Mijn eerste werkzaamheden waren de ‘“bazencursussen’ bij Stork in Hengelo. Dit deed ik
in samenwerking met Coen van Houten. De leerregel was duidelijk: ‘doe Coen maar na
dan leer je het vak’. Tijdens dit, zes jaar durende, project heb ik de beslissingsspelen voor
bazen en het concept van de leiderschapscirkels ontwikkeld.
Het Duitse gebied
Al vanaf mijn eerste jaren was ik erg actief in Duitsland en Zwitserland. In samenwerking
met Manfred Hahn heb ik omstreeks 1963 een Duits instituut opgericht. Hieraan werkten
ook Rolf Lausberg, Karl Patutschnik en Wil Brokerhof mee. Belangrijke klanten voor mij
waren Ford in Köln en IBM in Mainz. Voor beide projecten was ik de projectleider. Bij
Ford werden intensief leiderschapscursussen georganiseerd, dit project liep van 1965 tot
1967. Van 1966 tot 1971 heb ik bij IBM een project gehad dat in het teken stond van “het
beleid afstemmen op de toekomst’.
Organisatie Ontwikkeling
Geïnspireerd door het boek van Bennis ‘Planned Change’, ontwikkelde ik omstreeks
1965 het zogenaamde ‘change model’. Dit is als hoofdstuk opgenomen in de reader van
het instituut (1975) en in bewerkte vorm is het o.a. terug te vinden in het boek ‘gericht
veranderen van organisaties’ van Cees Zwart. Ik bracht hiermee iets nieuws in het insti-
tuut en de vraag was of het opgenomen zou worden. Tot mijn grote vreugde was het Ber-
nard Lievegoed persoonlijk die dit idee omarmde.
Vanaf 1972 tot 1983 heb ik het ontwikkelingsconcept in de praktijk toegepast en uitge-
werkt bij de Filderkliniek in Stuttgart. Samen met Hans Plantenga (intern bekend als de
‘“ziekenhuisman’) was ik vanaf de bouwfase betrokken bij dit ziekenhuis. We hebben ge-
werkt aan de samenwerking van artsen en verpleegkundigen.
Historisch moment
Een belangrijke gebeurtenis was de uitnodiging van Cees Zwart omstreeks 1979, om sa-
men met hem en Rob Otte de organisatie ontwikkelingscursus te geven. Ik heb deze cur-
sus en de vervolgcursus gegeven van 1979 tot 1987. Ergens in deze periode is het insti-
tuut zich “NPI - instituut voor organisatie ontwikkeling’ gaan noemen. Dat is voor mij een
hoogtepunt van het instituut.
Periode na het NPI
In januari 1990 kondigde ik mijn vertrek wegens ziekte aan bij Peter van Leeuwen. Uit-
eindelijk heb ik op 1 april 1991, na precies 30 jaar in dienst te zijn geweest, officieel af-
scheid genomen. Na mijn vertrek ben ik gaan reizen en ben ik in antroposofische oplei-
dingen gaan doceren.
heden, december 1997

Coen van Houten (Coenraad)
Geboortedatum en -plaats:
14 februari 1922 te Bussum
Werkzaam bij het NPI:
1957 - 1975
Persoonlijke thema’s:
sociale pedagogie
volkerenpsychologie
change management
volwassenenpedagogie (in samen-
hang met levensprocessen)
Bijzonderheden:
° Internationale blik
°_Lid dagelijks bestuur
°_(mede)Initiator van assistenten-
project
Korte beschrijving van de levensloop
periode
1943 - 1946
1946 - 1952
1952
1953 - 1956
1956 - 1959
1957 - 1975
1975 - 1995
1995 - heden
activiteiten
Militaire dienst in VS en Indonesië
KCJL — Koninklijke China Japan Lijn, shipping man / shipping
clark / manager
Verlof
Korff Cacao en Chocolade Fabrieken, directie assistent
Nutsseminar, studie sociale pedagogiek
NPI, senior adviseur
Centre for Social Development, mede-oprichter
Zelfstandig adviseur met als specialisme: volwassenenpedagogie
heden, december 1997

Coen van Houten (Coenraad)
Kennismaking met het NPI
Bij Korff was ik directie assistent en de beoogde opvolger. Ik was in die periode ook lid
van de studiegroep in Amsterdam met als thema antroposofie en bedrijfsleven. Daar leer-
de ik Bernard Lievegoed kennen en zijn plannen om een instituut op te richten. Ik wilde
daar toetreden maar Bernard Lievegoed wilde academici hebben dus ik ben sociale peda-
gogiek gaan studeren. Na het afronden van de studie had ik voldoende wetenschappelijke
ervaring om fulltime toe te treden tot het NPI.
Enkele belangrijke projecten
In de beginperiode deed ik met Bernard Lievegoed mee aan managementleergangen voor
topmanagers op De Baak - ik deed mee omdat ik de managementwereld kende. In de ja-
ren zestig was Stork een grote werkverschaffer. Voor de vernieuwing van de leider-
schapsstijl en de samenwerking werd een vijfdaagse cursus leiderschap voor alle mana-
gers van Stork opgezet. Bij Shell had ik een ander groot organisatie ontwikkelingsproject.
Ik nam Bernd Kloke mee en die is vervolgens een aantal jaren in dienst gegaan bij de
NAM in Assen. In de laatste jaren werkte ik veel voor Ford in Duitsland - ik kreeg inzicht
in de wijze waarop je een internationaal organisatie ontwikkelingsproject aanpakt.
Internationalisering
In 1961 heb ik samen met Koos Kraak, een oude studievriend met een internationale blik,
het eerste grote buitenlandse project uitgevoerd. Dit was een vijfdaagse cursus voor ex-
perts in organisatie ontwikkeling in Lauf (Duitsland). Toentertijd werd het internationale
karakter van het NPI zichtbaar en vanaf die periode kwamen buitenlandse medewerkers
op het NPI om opgeleid te worden. Eén van hen was David Scott, hij werd opgeleid om in
Zuid-Afrika een instituut op te richten. Ik ontmoette hem omstreeks 1965, toen ik in
Zuid-Afrika een lezingentoer gaf.
Conceptontwikkeling
Mooie herinneringen heb ik aan de samenwerking met Bernard Lievegoed en aan de con-
ceptontwikkeling op zaterdagen en in werkweken. Vanuit de waarneming probeerden we
concepties te construeren en ter afsluiting vroegen we ons af of het in de antroposofie
paste, of er een oerbeeld in te herkennen was. Een belangrijke bijdrage heb ik geleverd
aan de operationalisatie van het NPI-change model. Leo de la Houssaye had dit in con-
ceptie geformuleerd, ik heb het met Cees Zwart toegepast in het project Amstleven.
Interne werkzaamheden
Bij het vertrek van onze penningmeester Koos Kraak benaderde Bernard Lievegoed mij
voor deze functie. Hij zei: ‘ik heb geleerd dat ik macht moet geven aan diegene die het
niet willen’. Ik vormde toen samen met Hans von Sassen, Lex Bos het dagelijks bestuur.
Peter van Leeuwen deed de administratie. Toen het werk omstreeks 1967 te veel werd,
hebben we Jan Donker aangetrokken als instituutssecretaris.
Periode na het NPI - Centre for Social Development
In 1975 ben ik weg gegaan bij het NPI. Ik achtte mij in staat om organisatie advies te ge-
ven maar echt opleidingswerk was totaal nieuw voor mij, bij het NPI had ik alleen korte
cursussen gegeven. Daarvoor richtte ik samen met Chris Schaefer in Engeland het Centre
for Social Development op. Op mijn zeventigste heb ik mij teruggetrokken uit de leiding
van het Centre en ben ik antroposofische scholingscursussen gaan geven in Engeland en
in andere landen. De volwassenenpedagogie werd mijn onderzoeksgebied en daar heb ik
ook boeken over geschreven.
heden, december 1997

Harry Ilgen
Geboortedatum en -plaats:
23 december 1919 te Den Haag
Werkzaam bij het NPI:
1961 - 1966
Persoonlijke thema’s:
®_Organisatie advisering
°_Mensontwikkeling
°_‘Managerial grid’ en de twaalf ma-
nagementopgaven
Korte beschrijving van de levensloop
periode activiteiten
1939 - 1940 Koninklijke Militaire Academie
1940 - 1941 Studie Landbouwtechnologie in Twente
1941 - 1945 Krijgsgevangenschap in Polen
1945 - 1949 Politionele acties in Indonesië
1949 -+1950 Stork, ?
19500-41953 Fokker, sales-afdeling
1953 - 1961 Berenschot, adviseur
1961 - 1966 NPI, senior adviseur
21 dec. 1966 overleden
Postuum verslag opgesteld m.m.v. B.G.C. Ilgen en J.F. Moens, juli 1998

Harry Ilgen
Voor het NPI
Voor zijn NPI-periode werkte Harry Ilgen geruime tijd bij Berenschot te Amsterdam.
Daar deed hij aan klassieke organisatie-advisering. Het werk vond hij op zich heel inte-
ressant maar hij had het gevoel dat er meer was.
Omstreeks 1960 kwam Harry in contact met de antroposofie. Dit verliep in eerste instan-
tie via zijn moeder die een lezingencyclus volgde waarin onder meer Bernard Lievegoed
optrad. Omdat zijn zoon Bart Ilgen de Geert Grootte School (vrije school) in Amsterdam
prefereerde boven andere kleuterscholen, werd het contact met de antroposofie intensie-
ver.
Toen het NPI gehuisvest was aan de Kroostweg, heeft Harry Ilgen een aantal gesprekken
gevoerd met Bernard Lievegoed. In deze gesprekken werd hij gegrepen door de concepten
die achter de NPI-werkwijze lagen en door de persoonlijkheid van Bernard Lievegoed.
Ook Lex Bos als ex-Berenschot collega, speelde in de gesprekken een belangrijke rol.
Vanuit de familie en zijn toenmalige werkgever Berenschot werden pogingen onderno-
men om hem van zijn besluit af te houden om de overstap te maken naar het NPI. Finan-
cieel gezien moest er een stap terug gezet worden en de verhuizing van Amsterdam naar
Zeist betekende het betrekken van een duurder huis en voor de kinderen het vertrek van
de vertrouwde school. Desondanks koos Harry Ilgen voor de overstap naar het NPI.
De NPI-periode
De NPI-periode stond qua werk in eerste instantie in het teken van de applicatiecursussen
voor het Nijverheidsonderwijs en cursussen op de Baak, zijn voorkeur ging echter uit naar
organisatie-ontwikkelingstrajecten. Onder meer verrichtte hij advieswerk bij Stork maar
de Amsterdams Haven was zijn lievelingsproject (Scheepvaart Vereniging Noord). Hij
werd gegrepen door het idee om organisatieproblemen aan te pakken vanuit de mensen en
hoe mensen samenwerken en niet vanuit de structuur.
Hij had zich zeer verdiept in het toen zeer actuele concept van de “managerial grid’ van
Blake en Mouton. Vanuit het antroposofische mensbeeld bewerkte hij dit concept. De
twaalfheid was een ander intensief studieonderwerp. Hij schreef onder andere een sylla-
bus over de twaalf management opgaven.
Binnen het NPI was vooral de teamspirit opvallend, de voornamen van collega’s waren
bij zijn kinderen bekend en de vrouwen van de NPI-medewerkers hadden een behoorlijk
goed contact met elkaar. Een mooi moment was de verhuizing naar Zeist. De collega’s
hadden ter viering van deze verhuizing een soort inwijdingsfeest voor Harry Ilgen geor-
ganiseerd in Indische sfeer.
Na het overlijden
In de tijd dat Harry Ilgen overleed waren er binnen het NPI nauwelijks voorzieningen
zoals pensioen en regelingen voor nabestaanden. Het NPI heeft na het overlijden van Har-
ry Ilgen, uit eigen verantwoordelijkheidsgevoel, een financiële regeling getroffen om me-
vrouw Ilgen te ondersteunen. Tevens werd de band tussen het NPI en mevrouw Ilgen in
stand gehouden door haar ieder jaar uit te nodigen voor de Kerstviering.
Postuum verslag opgesteld m.m.v. B.G.C. Ilgen en J.F. Moens, juli 1998

Ferd van Koolwijk
Geboortedatum en -plaats:
23 april 1952 te Nijmegen
Werkzaam bij het NPI:
1 januari 1986 - 30 juni 1997
Persoonlijke thema’s:
°__ samenwerken in relatie tot
organisatie ontwikkeling
o
Bijzonderheden:
°_motto: ‘ophouden met vergaderen’
Korte beschrijving van de levensloop
periode activiteiten
1972 - 1975 Nijenrode, bedrijfskunde
1975 - 1976 Rechtenstudie Nijmegen, om bij te verdienen verkocht ik in deze
periode af en toe Perzische tapijten in Engeland en België
1976 - 1983 Ondermeer exportmanager bij Stork Amsterdam voor duurzame
kapitaalgoederen voor de voedselverwerkende industrie
1983 - 1986 Rijnconsult, adviseur
1986 - 1997 NPI, senior adviseur
1997 - heden Zelfstandig organisatie adviseur
heden, december 1997

Ferd van Koolwijk
Kennismaking met het NPI
Zo rond 1984 ben ik in aanraking gekomen met de antroposofie. Via een collega bij Rijn-
consult, die weet had van mijn antroposofische belangstelling, heb ik van het NPI ge-
hoord. Voor ik het wist werkte ik bij het NPI. Eenmaal op het NPI vielen mij met name
twee zaken op. Ten eerste viel op dat het mensbeeld in de ontwikkelingsconcepten en in
het werk een grote rol speelde. Ten tweede viel op dat er een afkeer bestond van abstrac-
ties. In trainingen kon bijvoorbeeld Adriaan zo doorvragen dat de mens met zijn eigen
werkelijkheid te voorschijn kwam. Het derde punt dat mij opviel was het grote relatie
netwerk, met veel ‘top 50’ bedrijven. De thema’s waren: opleiden, samenwerken, mana-
gement, geiijkt op organische ontwikkeling.
Het NPI toen-nu
We hebben altijd een experimentele organisatie gehad, een onduidelijke mix van leefge-
meenschap en werkgemeenschap. Ik zie het NPI als een groep van veelkleurige, aparte,
prettig gestoorde, begaafde collega’s. Als je naar collega’s en ex-collega's kijkt, zie je hoe
belangrijk het is om je “persoonlijke thema’ te ontwikkelen. Dan pas kun je andere men-
sen boeien.
Twee thema’s
In mijn werk heeft het zoeken naar het midden tussen de beide ‘tegenkrachten’, Ahriman
en Lucifer, een grote rol gespeeld. Het kwaad heeft twee gezichten. Je kan bijvoorbeeld
gierig of kwistig zijn. Ergens daartussen zit het goede.
Samenwerking
Samenwerking is mijn belangrijkste thema. Mijn opvatting is dat organisatie ontwik-
keling bij het samenwerken van start moet gaan.
Organisatie ontwikkeling
Het evenwicht herstellen tussen de twee polen zie je ook bij organisatie ontwikkeling.
Een organisatie kan nooit uitsluitend gericht zijn op bijvoorbeeld de klant maar moet
ook z’n eigen missie in het oog houden. De verbinding tussen deze beide aspecten
moet zich ontwikkelen. De missie moet de klant ten goede komen. De organisatie is
slechts een middel om dit doel te bereiken.
Hoogtepunt
Een kick moment was toen er weer meer jongeren kwamen. Dit gaf een vernieuwingsim-
puls. Een andere tijdsgeest kwam binnen. Hoogtepunten zijn er tijdens mijn werk veel
geweest. Eén ervan dat mij nog goed voor de geest stond is dat Kasper Tideman en ik
voor een twee weken durende leergang op De Baak de hoogste waardering kregen die ooit
is gehaald.
Klanten
Ik werkte veel bij ideële organisaties met een praktische inslag zoals Arta, Synanon, de
Ita-Wegmanstichting. Organisaties met een ideaal die ook in het aardse goed thuis zijn.
Andere klanten zijn bijvoorbeeld het Historisch Museum Amsterdam, het Energiebedrijf
Rotterdam en ICCO.
Thema’s voor de toekomst
Als ik naar de toekomst kijk, springen mij de volgende zaken in het oog: netwerkorgani-
saties, geen juridische verbindingen, op projectbasis afspraken maken, institutionele ver-
bindingen verliezen aan kracht, het onderscheidende in iemands talenten zoeken en daar-
mee situationeel werken.
heden, december 1997

Koos Kraak
Geboortedatum en -plaats:
24 mei 1923 te ‘s-Gravenhage
Werkzaam bij het NPI:
1956 - 1963
Persoonlijke thema’s:
°_didactische concepten voor de op-
leiding en verdere vorming van
managers
internationaal ontwikkelingswerk
Bijzonderheden:
°_ Verantwoordelijk voor het financi-
ele beheer, leidinggeven aan het se-
cretariaat en personeelszaken
Korte beschrijving van de levensloop
periode
1936 - 1947
1947 - 1949
1949 - 1950
1950 - 1953
1954 - 1956
1956 - 1963
1963 - 1969
1969 - 1987
10 aug. 1987
activiteiten
Gymnasium te Utrecht en studie Indologie
Binnenlands Bestuur - in Nederlands Indië, asp. controleur BB
In dienst van Billiton Raad (onderdeel bestuur republiek Indonesië)
Rathkamp Apotheken te Jakarta, hoofd personeelszaken
Instituut voor Sociaal Onderzoek van het Nederlandse Volk (ISO-
NEVO). Bijdrage aan onderzoek assimilatie gerepatrieerde Neder-
landers en aan het boek ‘Kinderen van ons eigen volk’
NPI, senior adviseur
Technische Hogeschool Twente — faculteit algemene wetenschap-
pen, lector sociologie
In dienst bij NUFFIC, directeur CESO
Institute of Social Studies, buitengewoon hoogleraar
Overleden
Postuum verslag opgesteld m.m.v. H.B.H. Kraak en J.F. Moens, juli 1998

Koos Kraak
Periode voorafgaand aan het NPI
Na zijn terugkeer in Nederland in december 1953 werd Koos Kraak lid van de “Sociaal
Pedagogische Studiegroep’ in Amsterdam. Andere leden waren onder andere Gert Jan
Avelingh, Coen van Houten, Jack Moens, Lex Bos en Hans von Sassen. Bernard Lieve-
goed was reeds in gesprek geraakt met deze studiegroep over sociale vraagstukken en
over zijn plannen om een instituut op te richten.
Koos Kraak trad in eerste instantie in dienst van het ISONEVO om onderzoek te doen
naar de maatschappelijke integratie van Indische repatrianten in Nederland. Vervolgens
trad hij in 1956 in dienst van het NPI.
NPI-periode
Koos Kraak was als trainer actief op De Baak in de opleiding voor managers en hij was
lid van de Commissie Opvoering Productiviteit. Vanuit deze commissie werden work-
shops georganiseerd voor leidinggevenden.
Omstreeks 1961 werd het NPI door de European Productivity Agency uitgenodigd om de
helft van het programma van het jaarlijkse ‘Summer Seminar for Management Teachers’
te vullen. Aan deze internationale training te Lauf (Duitsland) werkte Koos Kraak mee,
samen met Bernard Lievegoed, Hans von Sassen, Lex Bos en Coen van Houten. Hier
werd de NPI visie op het opleiden van managers gebracht en deze sloeg zozeer aan dat
het NPI in de internationale schijnwerpers kwam te staan. Hierdoor is het NPI (omstreeks
1963) in contact gekomen met de Technische Akademie te Wuppertal (directeur dr.
Rohn). Vervolgens heeft het NPI jarenlang aan hun managementtrainingen bijgedragen.
Een belangrijke interne bijdrage van Koos Kraak was het opbouwen van een financieel
beheerssysteem voor het NPI - in de periode 1960 tot en met 1963 was hij verantwoorde-
lijk voor het financiële beheer, leidinggeven aan het secretariaat en personeelszaken. Een
andere bijdrage was de ontwikkeling van didactische concepten voor de opleiding en ver-
dere vorming van managers vanuit de ontwikkelingsidee. Dit resulteerde onder andere in
een NPI-specifieke dag- en een weekindeling die jarenlang bij cursussen werd gehanteerd.
Koos Kraak was de persoon die met Bernard Lievegoed naar de Verenigde Staten reisde
om kennis te nemen van de moderne management development gezichtspunten. Later
bezocht Koos Kraak nogmaals het Tavistock Institute of Human Relations. Hij was daar
assistent coach bij sensitivitytrainingen. ‘Giving and receiving help’ was een thema dat
hij terugbracht naar het NPI. Hij probeerde dit concept om te vormen voor Europa.
Periode na het NPI
Na zijn werkzaamheden als adviseur bij het NPI is Koos Kraak bij de Technische Hoge-
school als lector sociologie in dienst getreden. Daar maakte hij vele reizen in verband met
consultancy opdrachten en colleges. Vanaf 1969 trad hij in dienst bij CESO/NUFFIC en
werd hij buitengewoon hoogleraar bij het Institute of Social Studies te ‘s-Gravenhage.
Ook in deze periode maakte hij vele buitenlandse reizen o.a. naar China. Hij was ook lid
van de Nederlandse delegatie naar de UNESCO Assemblée te Parijs. Koos Kraak is op 10
augustus 1987 overleden.
Postuum verslag opgesteld m.m.v. H.B.H. Kraak en J.F. Moens, juli 1998

Rolf Lausberg
Geboortedatum en -plaats:
17 april 1925 te Würzburg (Duits-
land)
Werkzaam bij het NPI:
1971 - 1975
Persoonlijke thema’s:
°_de ‘Köningsweg’
°_heilpedagogiek
°__de mens
Korte beschrijving van de levensloop
periode activiteiten
1945 - 1947 Landbouw
1947 - 1950 Psychologie/filosofie en economie (Würzbürg)
1950 - 1952 Heilpedagogiek
1952 - 1954 Economie (Freiburg)
1954 - 1955 Heilpedagogiek (Brisiago)
1955 - 1963 Opel, Telefünken
1963 Eerste contact met het NPI
1964 - 1971 Intensieve samenwerking met het NPI
1971 - 1973 NPI, senior adviseur
1974 - 1975 Start met NPI vanuit Duitsland
1976 Oprichting van het adviseursverbond in Duitsland: ‘Mensch und
Organisation’, vanaf 1982 heet het BGO (z.0.z.)
1976 - 1992 BGO, adviseur
1992 - heden Zelfstandig adviseur
heden, december 1997

Rolf Lausberg
Kennismaking en samenwerking met het NPI
Mijn eerste ontmoeting met het NPI was in september 1963, tijdens een seminar dat me-
dewerkers van het NPI in Wuppertal gaven. Na die week ging ik samen met Wil Broker-
hof in Zwitserland werken. In 1964 werd dit contact verstevigd omdat ik gedurende drie-
maal 14 dagen (in februari, april en juli) een integratiecursus bij het NPI had. Terugkij-
kend heb ik toen veel met Wil samengewerkt.
In de jaren daaropvolgend heb ik zo nu en dan samengewerkt met het NPI. Werken bij het
NPI in Nederland was toen niet mogelijk.
In 1971 ben ik bij het NPI in dienst getreden. Ik heb toen maar twee jaar op het NPI in
Zeist gewerkt. Want vanaf 1974 werkte ik eigenlijk altijd vanuit Duitsland. Eerst via het
NPI en later via Duitse organisaties: Mensch und Organisation (MuO) en Beraterverbünd
für Gegenwartsfragen und Organisations-Entwicklung (BGO).
Gedurende tien tot twaalf jaar was Daimler-Benz mijn hoofdklant. Zowel de centrale fa-
briek als de kleinere fabrieken.
Concepten
Van de concepten van het NPI heb ik altijd dankbaar gebruik gemaakt en ook weer verder
uitgewerkt. Echter alleen wanneer de oerbeelden vanuit de antroposofie in het concept
zichtbaar zijn, wil ik een concept gebruiken.
De methode die ik veel toepaste was, de ‘Köningsweg’: Vanuit de situatie begeleiden.
Een eigenaardigheid van mij is dat ik altijd eerst de mensen gezien en gehoord moet heb-
ben om hen te kunnen adviseren. Anders blijft het buiten mij staan.
Na mijn tijd bij het NPI
In 1967 heb ik het verband ‘Mensch und Organisation’ opgericht. Dit heb ik samen met
Lefringhaus, Steidle Röder, Bacher, Hemming en Huneck gedaan. Vanaf 1982 heet dit
instituut het BGO: Beraterverbünd für Gegenwartsfragen und Organisations-Entwicklung.
In 1992 - 1993 heb ik BGO vaarwel gezegd. Sindsdien ga ik er nog eenmaal per jaar
langs.
In 1984 is BGO opgenomen in de Associatie. In 1994 heb ik in Werfenweng, in de buurt
van Salzburg, de Associatie verlaten.
Slotwoord
Op dit moment ben ik werkzaam als zelfstandig adviseur in de heilpedagogiek en in het
sociaal therapeutische gebeuren.
Wat mij nog bijzonder bezig houdt en waaraan ik hard werk, is het jaar “1998” en alles
wat daarmee samenhangt.
heden, december 1997

Peter van Leeuwen
Geboortedatum en -plaats:
10 januari 1932 te Cheribon (Indone-
sië)
Werkzaam bij het NPI:
september 1961 - augustus 1994
Bijzonderheden:
°_secretaris van Bernard Lievegoed
°_financiën
Korte beschrijving van de levensloop
periode activiteiten
1951 - 1952 Middelbare Land- en Tuinbouwschool Warmonderhof (BD)
1952 - 1954 Militaire dienst
1954 - 1961 Biologisch Dynamische Land- en Tuinbouw
1961 - 1967 NPI, secretaris Bernard Lievegoed
1967 - 1994 NPI, financiën
1994 - heden Pensioen, hobby’s
heden, december 1997

Peter van Leeuwen
Kennismaking met het NPI
In 1961 besloot ik mijn werk in de Biologisch Dynamische land- en tuinbouw te beëindi-
gen. In een gesprek met mijn vriend Heribert Lievegoed vertelde hij dat zijn vader een
nieuwe secretaris zocht. Kort daarop had ik een gesprek met Bernard Lievegoed en werd
besloten dat ik voorlopig voor drie maanden zou komen. Uiteindelijk werd het 33 jaar
NPI.
Secretaris van Bernard Lievegoed
Dat betekende, altijd onderweg, van lezing naar lezing, vergadering, college of deel van
een cursus. Een deel van het archief lag gewoonlijk met een tikmachine achterin de auto;
zodat onderweg, terwijl hij een lezing hield, de post kon worden beantwoord en nieuwe
afspraken konden worden gemaakt. Toen Lievegoed in 1964 voor twee dagen per week
hoogleraar werd aan de TH Twente, kwam er voor mij steeds meer tijd vrij.
Financiën
Na overleg met Lievegoed werd besloten dat ik het werk van het externe administratie-
kantoor over zou nemen. Dit kwam erop neer dat boekhouding, salarissen, het verwerken
van de uren en het opstellen van de declaraties alsook het opmaken van de jaarstukken en
het opstellen van voorcalculaties, gedaan moesten worden. Daarnaast was ik altijd be-
trokken bij opzet en onderhoud van de tuin en werd ik er altijd bij geroepen als er techni-
sche problemen waren.
Instituutsvernieuwingen
In 1967 kwam Jan Donker als interne man bij het instituut en al spoedig vormden wij een
hecht koppel. Samen hebben wij bijvoorbeeld veel werk gehad aan de aankoop, de ver-
bouwing en de verhuizing van/naar het pand Valckenboschlaan.
Na het vertrek van Bernard Lievegoed werd gezocht naar een organisatievorm waarin de
medewerkers een grote inbreng hadden in het reilen en zeilen van het instituut. In het ka-
der hiervan werd in 1974 een aanloop gemaakt met de “BESG’ - Bedrijfseconomische
Studiegroep. Dit resulteerde uiteindelijk in een mandaatorganisatie.
In de periode rond 1980 stond de automatisering van boekhouding en urenverwerking
voor mij centraal; voor de boekhouding was redelijk snel een standaard pakket gevonden.
Voor de urenverwerking zoals wij die voor ons zagen was er op dat moment nog geen
pakket te vinden, zodat ik zelf een beschrijving heb gemaakt met eisen en grootte van
velden die door RAET geïmplementeerd werd en de daarop volgende 5 jaar in gebruik is
geweest, waarna een aanvulling nodig was om tot 1994 verder te kunnen. In het laatste
jaar dat ik bij het NPI werkte is het hele declaratieproces zo vernieuwd dat de medewer-
kers meer verantwoordelijkheid hiervoor namen, zelf de tekst opstelden en de declaratie
ondertekenden. Tot dan toe ondertekende ik zelf de door mij, aan de hand van de uren-
kaarten opgezette declaraties.
Na het NPI
Eind augustus 1994 ben ik vertrokken. Nu ben ik nog secretaris bij de “Stichting Bernard
Lievegoed Fonds’.
heden, december 1997

Dick Lemson
Geboortedatum en -plaats:
19 april 1924 te Delft
Werkzaam bij het NPI:
augustus 1962 - 1983
Persoonlijke thema’s
onderwijsvernieuwing (open
school)
opleiden en leren, o.a. de z.g.n.
leerladders
7 planeten en hun werking in het
sociale leven
U-procedure als instrument voor
zelfonderzoek in organisaties
evaluatie onderzoek
beleid en beleidsvorming
organisatie onderzoek
Korte beschrijving van de levensloop
periode activiteiten
1937 - 1939 Ambachtsschool
1939 - 1942 Gewerkt als smid- en machine bankwerker
1942 -1945 Arbeitseinsatz in Duitsland
1945 - 1946 Gereedschapmaker en tekenaar
1946 - 1949 Constructeur röntgenapparatenfabriek
1949 - 1962 Leraar op de technische school Leiden
1957 - 1961 Studie MO-pedagogiek, studieleider: professor Lievegoed
1962 - 1983 NPI, senior adviseur
1983 - 1989 Zonnehuizen Zeist, lid dagelijks bestuur
1989 Pensionering
1989 - heden Af en toe nog kleinere projecten
heden, december 1997

Dick Lemson
Kennismaking met het NPI
De ontmoeting met het NPI kwam voort uit mijn leraarschap bij de technische school. Na
de oorlog had men het idee dat we van handelsnatie meer een industriële natie zouden
moeten worden. Het technisch onderwijs kreeg daardoor een andere maatschappelijke
betekenis en rol. Om het onderwijssysteem aan te passen aan deze veranderde vraag wer-
den alle docenten uit het technisch onderwijs omgeschoold. Het NPI verzorgde de trai-
ningen voor de openbare technische scholen. Via de applicatiecursus en de follow up
leerde ik Bernard Lievegoed, Erwin van Asbeck en Jack Moens kennen. Jack vroeg me
bij het NPI te komen.
Het NPI
Eenmaal bij het NPI aangekomen, draaide ik meteen volop mee. Het waren met name
projecten die te maken hadden met de vernieuwing in het onderwijs. De directeurencur-
sussen, waar ik ook aan meewerkte, stonden in het teken van de twaalf dierenriemtekens.
Een ander groot project dat ik samen met Hans von Sassen gedaan heb was een vierjarig
evaluatieonderzoek bij een aantal technische scholen. Het doel was om de didactische
hulpmiddelen te verbeteren ten behoeve van de lessen gereedschapsontwikkeling.
Persoonlijke thema’s
Wat ik, terugkijkend, op mijn werkleven, herken als eigen persoonlijke thema’s zijn het
scheppen van condities voor leren en werken en de leerladders.
Zo rond 1965 kwam er in het bedrijfsleven een steeds duidelijkere behoefte aan be-
drijfsopleiders. Het NPI ontwikkelde vierweekse leergangen. Een van de concepten waar
toen mee gewerkt werd waren de leerladders (weten, kunnen, zijn). Thale Bout en Hans
von Sassen hadden hiervoor de basis gelegd. In een interne werkgroep hebben we dit ver-
der operationeel gemaakt. Hoe doe je behoeftenonderzoek, hoe kun je opleidingsdoelen
formuleren, wat voor leerprocessen kun je onderscheiden. Via gerichte waarneming de
werkelijkheid achterhalen. De problematiek doorzichtig maken. Je ontdekt pas een pro-
bleem als je er in gaat. Het is onder zoeken en boven vinden. Toch puzzelt mij nog steeds
de vraag, hoe het concept van opleiden en leren, en dan vooral de zogenaamde leerladders
daaruit, past in het beeld van de zich ontwikkelende mens.
Mijn afscheid
Mijn afscheid van het NPI hing samen met het terugtreden van mevrouw Lievegoed als
directeur van het Zonnehuis. Er was op dat moment niemand die de leiding kon overne-
men. Vanaf 1983 tot mijn pensionering zat ik in het vierhoofdige dagelijks bestuur, met
de portefeuille P&O. Daarna deed ik zo nu en dan nog kleinere projecten. Zo werd ik bij-
voorbeeld gevraagd de schoolbegeleidingsdienst van de vrije scholen te begeleiden. In
Zuid Zwitserland adviseerde ik gedurende vijf jaar een Heilpedagogisch instituut (La
Motta).
Mijn mooiste moment
Mijn mooiste moment tijdens mijn werk bij het NPI was tijdens een conferentie van de
oprichting van de open schoolgemeenschap Bijlmer (OSB). Toen maakte ik mee dat, als
resultaat van een intensief sociaal proces, een nieuw schoolconcept realiteit werd. En wel
in de vorm van een aantal praktische beslissingen die later vol uitgevoerd werden.
heden, december 1997

Bernard Lievegoed
Geboortedatum en -plaats:
2 september 1905 te Medan (Sumatra)
Werkzaam bij het NPI:
1954 - 1971
Persoonlijke thema’s:
°_ontwikkelingsfasen
planetenprocessen (en de werking
daarvan in de landbouw, in de me-
dische wereld en in het sociale)
de antroposofie maatschappelijk
toegankelijk maken
°__ Dietrich von Bern (uit de Nibelun-
gen Sage)
° Parsifal / De Graal
°__Manu-stroom
o
Bijzonderheden:
°_ Oprichter en directeur van het NPI
De
Korte beschrijving van de levensloop
periode
1924 - 1928
1928 - 1930
1931 - 1938
1931 - 1954
1999
1954 - 1971
1954 - 1974
1961 - 1975
1963 = 1973
1971 - 1982
1982 - 1992
12 dee. 1992
activiteiten
Medische studie tot doctoraal examen te Groningen
Vervolg studie medicijnen en afstuderen als huisarts te Amsterdam
Huisarts te Bosch en Duin
Medische-pedagogische inrichtingen Zonnehuis Veldheim en Ste-
nia te Zeist, oprichter en directeur
Promotie op proefschrift: “Maat, rhythme, melodie. Grondslagen
voor een therapeutisch gebruik van muzikale elementen’
NPI, oprichter en directeur
Nederlandse Economische Hogeschool (NEH, later Erasmus Uni-
versiteit), Buitengewoon hoogleraar in de sociale pedagogiek
Voorzitter van de Anthroposofische Vereniging in Nederland
Technische Hogeschool Twente, hoogleraar sociale bedrijfskunde
Vrije Hogeschool te Driebergen, oprichter en rector
Vele publicaties en vele persoonlijke adviesgesprekken
Overleden
Postuum verslag opgesteld m.m.v. P.H. Lievegoed, J.F. Moens en L. de la Houssaye, juli 1998

Bernard Lievegoed
Periode voor het NPI
De periode voorafgaand aan het NPI stond voor Bernard Lievegoed vooral in het teken
van de oprichting van het Zonnehuis in Bos en Duin en later Veldheim en Stenia in Zeist.
Zijn verwachting was dat hij daar altijd mee door zou gaan, tot hij in 1948 werd gevraagd
door de maatschappij voor Nijverheid en Handel te spreken op een congres dat gewijd
was aan de industrialisatie van Nederland. Hij werd uitgenodigd om in te gaan op de
vraag wat er met het onderwijs moest gebeuren opdat in de toekomst de industrialisatie
van Nederland mogelijk zou zijn. Na afloop van deze lezing benaderde Willem Stork hem
met het probleem van jonge arbeiders die na een kostbare interne opleiding in conflict
raakten met de bazen van voor de oorlog en de Stork Machinefabriek verlieten. Spoedig
kwam Bernard Lievegoed van de ene fabriek in de andere en moest hij de dagelijkse lei-
ding van het Zonnehuis overdragen aan zijn vrouw, arts Nel Lievegoed-Schatborn, om
zich volledig te richten op het opleidingswerk.
Omstreeks 1952 werd Bernard Lievegoed uitgenodigd door de “Sociaal Pedagogische
Studiegroep’ in Amsterdam om van gedachten te wisselen over sociale vraagstukken. Met
deze club werden de ideeën die Bernard Lievegoed al had voor het opzetten van een in-
stituut verder ontwikkeld. In die periode werd hij benaderd door de NEH uit Rotterdam
met de vraag of hij daar de leerstoel sociale psychologie (later sociale pedagogie) wilde
bekleden. Dat wilde hij wel maar hij wilde daarbij ook een instituut waarin praktische
ervaringen konden worden opgedaan. Het NPI is op 1 mei 1954 officieel van start gegaan.
Onderwijs en industrie
De NPI-periode stond de eerste vijf jaar in het teken van een grote opdracht van het de-
partement van Economische Zaken om een groot aantal ambachtsscholen om te zetten
van een twee- naar een drie-, later vierjarige LTS, om te helpen het hele leerprogramma
van zo’n vierjarige school te ontwerpen en om ca. 3000 leerkrachten om-, her-, en bij-
scholing te geven. Daarnaast kwamen al gauw andere opleidingsprojecten, het Sociaal
Centraal Werkgeversverbond met de managercursussen, enz. Halverwege de jaren zestig
kwam de grote stap naar organisatieontwikkeling. Dat wil zeggen je moet de mensen in
een bedrijf niet een nieuwe organisatievorm van buitenaf op papier aanbieden, maar je
moet ze helpen zelf hun eigen optimale organisatievorm te vinden. En je moet ze helpen
zich vervolgens voortdurend aan te passen bij nieuwe vragen van buiten, maar ook aan de
steeds hoger wordende scholingsgraad van het personeel.
Twente
In 1963 kwam de vraag van minister Cals of Bernard Lievegoed bereid was om aan de
nieuwe Technische Hogeschool in Twente de studierichting Maatschappij wetenschappen
op te bouwen. Hij werd gewoon hoogleraar in de sociale bedrijfskunde en werd benoemd
tot stichtingsdecaan. In die periode stonden de maandag, dinsdag en woensdag veelal in
het teken van Twente. De donderdag was bijna een vaste dag om op De Baak te spreken
en de vrijdag was gereserveerd voor Rotterdam.
Periode na het NPI
Omstreeks 1971 verliet Bernard Lievegoed officieel het NPI, maar hij bleef regelmatig in
contact met het NPI. Hij richtte de Vrije Hogeschool op en is daar tot 1982 rector ge-
weest. In de periode die daarop volgde heeft Bernard Lievegoed zich gericht op het publi-
ceren, op het geven van gastinleidingen en op het voeren van vele persoonlijke adviesge-
sprekken op zijn studeerkamer thuis. Op 12 december 1992 overleed Bernard Lievegoed.
Postuum verslag opgesteld m.m.v. P.H. Lievegoed, J.F. Moens en L. de la Houssaye, juli 1998

Victor Meijer
Geboortedatum en -plaats:
2 oktober 1948 te Den Haag
Werkzaam bij het NPI:
1 september 1984 - 31 januari 1994
Persoonlijke thema’s:
° creativiteit
kwaliteit
chaostheorie
o
o
Bijzonderheden:
°_ Verantwoordelijk voor ‘om-
gangsmandaat’
Korte beschrijving van de levensloop
periode
- 1973
1974 - 1979
- 1984
1984 - 1994
1994 -
juni 1994
activiteiten
TH Delft, Electrotechniek
Christelijke HTS, Hilversum
BET
NPI, senior adviseur
KTWA
Overleden
Postuum verslag opgesteld m.m.v. A. Bekman, juli 1998

Victor Meijer
Kennismaking met het NPI
Als PTT-medewerker volgde Victor een BON-cursus (Bedrijfsopleiders Nederland) bij
het NPI. Hij was geraakt door de NPI-aanpak en vooral “de geest’ die eruit sprak. In con-
tact gebleven met Adriaan Bekman herkent hij op enig moment “Ik ben NPI-er’.
Opleidingen
Victor was een pionier van de leergang Managementvaardigheden. Zijn inbreng was in
eerste instantie vooral visie ontwikkeling. Later werd de leergang Adviesvaardigheden
ontwikkeld. Victor was de perfecte coach die leidinggevende direct en intensief bij hun
eigen ontwikkeling bracht.
Organisatie Ontwikkeling
Een eigen netwerk van klanten deden regelmatig een beroep op Victor. Bijvoorbeeld Wa-
gonlits, AC-restaurants en KIWA. er was altijd één persoon in die organisatie die Victor
steeds weer uitnodigde. Hij was trouw aan die contacten.
Thema's
De belangrijkste thema’s van Victor waren:
° Creativiteit
°_Kwaliteit
°_Chaostheorie
an ee Op originele wijze ontwikkelde hij concepten rond deze thema’s en
OP bracht die met behulp van kleine ‘schema-tekeningetjes’ tot leven.
Bij voorbeeld bij “creativiteit”:
Nieuwe ideeën halen mensen niet binnen als hun lijven zijn verhard.
15 Ze gaan pas open als iemand een stap in het ongewisse neemt.
Interne werkzaamheden
Victor bemande mandaten. Hij was onder andere verantwoordelijk voor het ‘omgangs-
mandaat’. Daarin leerde hij de perikelen rondom extra inkomen aan vragen kennen. Zijn
devies was onder meer: ‘als een NPI-er iets doet bij een klant dan is het NPI-werk.”
Na het NPI
Victor besloot in dienst te treden bij KIWA, een klant van hem. Net van start gegaan
overleed hij in Bourg d’ Oisans, zijn geliefde plek in Frankrijk.
Postuum verslag opgesteld m.m.v. A. Bekman, juli 1998

Jack Moens
Geboortedatum en -plaats:
11 augustus 1924 te Den Haag
Werkzaam bij het NPI:
sept. 1955 - sept. 1989
Persoonlijke thema’s:
leerpsychologie, met name de
vraag: wat houdt mensen af van
leren?
organisatie ontwikkeling
biografiewerk
vrije scholen
Bijzonderheden:
°_assistentenpa
°_lid relatiegroep
Korte beschrijving van de levensloop
periode activiteiten
HBS A
Middelbare landbouwschool
- 1945 Officiersopleiding in Engeland
1947 - 1949 Gelegerd in Indonesië
1950 - 1952 Hercules Powder Company, verkoop cellulose-derivaten
1952 - 1955 Studie sociale pedagogie
1955 - 1989 NPI, senior adviseur
1989 - 1990 Wereldreis
1990 - heden Ondersteuning antroposofische initiatieven
heden, december 1997

Jack Moens
Kennismaking met het NPI
In november 1951 kwam ik, na een lange spirituele zoektocht, in aanraking met de antro-
posofie en in maart 1952 ben ik lid geworden van de antroposofische beweging. Ik leerde
Bernard Lievegoed kennen en trad toe tot de sociale studiegroep aan huis van Kees San-
ders te Amsterdam. We kwamen jarenlang iedere vrijdag bijeen en daar ontmoette ik Co-
en van Houten, Gert Jan Avelingh, Koos Kraak, Lex Bos, Hans von Sassen, Ernst Marx
etc. Op aanraden van Kees ben ik in 1952 sociale pedagogiek gaan studeren om na mijn
afstuderen (september 1955) in dienst te treden bij het NPI.
Opleiding en cursussen
In mijn NPI-periode zijn een aantal lijnen terug te vinden - ‘opleiding en cursussen’ is één
zo’n lijn. De beginperiode van het NPI stond in het teken van de reorganisatie van het
Nijverheidsonderwijs en met name de bijscholing van de leerkrachten en later de direc-
teuren uit ambachtsscholen. Bernard Lievegoed stelde mij op een gegeven moment als
projectleider aan. Verdere activiteiten met betrekking tot deze lijn zijn, veel cursuswerk,
een docentschap aan de dagopleiding voor leerkrachten in Rotterdam en meewerken aan
een basisopleiding bij Stork en andere bedrijfsopleidingen.
Organisatie Ontwikkelingstrajecten
Omstreeks eind 1963 richtte ik mij meer op adviestrajecten. Mijn eerste belangrijke pro-
ject in dit kader is het project Vereniging Veilig Nederland (de voorloper van Veilig Ver-
keer Nederland). Ik bood bijvoorbeeld begeleiding bij de groei van 9 naar 150 medewer-
kers en bij de ontwikkeling van moderne vormen van rijopleidingen.
Ook in Duitsland voerde ik organisatie ontwikkelingstrajecten uit. Omstreeks 1969
werkte ik als projectleider samen met o.a. Fritz Glasl bij de gieterij, Schmidt und Cle-
menz. Hier hebben we de door Leo de la Houssaye ontwikkelde “toeter’ in de praktijk
toegepast. Een ander groot project in Duitsland speelde bij de Duitse Ruhrkohlen. Dit
traject heeft zo’n tien jaar geduurd en samen met o.a. Rolf Lausberg adviseerde ik o.a. bij
het inkrimpen van 350.000 medewerkers naar 185.000.
Mijn laatste organisatie ontwikkelingsproject was de privatisering van het PEN - Provin-
ciaal elektriciteitsnet Noord-Holland.
Interne werkzaamheden
Ik heb tal van interne werkzaamheden verricht, een paar belangrijke zijn: lid van de zoge-
naamde beleidsgroep en assistentenpa. Ook ben ik lid geweest van de relatiegroep. Dit
was een groep die zich bezig hield met de public relations. We zaten toen zo goed in het
werk dat er een beleid ontwikkeld moest worden om nee te zeggen tegen bepaalde aan-
vragen. Nadat Bernard Lievegoed in 1971 zijn vertrek aankondigde werd een drieman-
schap als directie aangesteld. Daarin zaten Cees Zwart, Claudius Drewes, Jan Donker
(secretaris) en ik. Ik had onder meer PZ in mijn portefeuille. Later heb ik jaren in de zo-
genaamde afstemmingsgroep gezeten.
Na het NPI
Op 1 september 1989 ben ik met pensioen gegaan en heb ik een grote wereldreis gemaakt
om innerlijk afstand te nemen van het NPI. Nu bied ik vooral ondersteuning aan antropo-
sofische initiatieven zoals bijvoorbeeld de reorganisatie van vrije scholen in Oostenrijk,
Italië, Duitsland en andere landen zoals Zuid-Afrika.
heden, december 1997

Tom Peetoom
en
en,
ò
Geboortedatum en -plaats:
30 oktober 1951 te Amsterdam
Werkzaam bij het NPI:
1987 - 1997
Persoonlijke thema’s:
°_interim management
°_strategische advisering
Bijzonderheden:
° Gefascineerd door de weg van plan
tot handeling op aarde
°__Mandaathouder financiën
Korte beschrijving van de levensloop
periode activiteiten
1978 - 1980 Gemeente Vlaardingen, organisatie adviseur
1980 - 1987 Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur (thans VWS),
projectmanager en opleider
1987 - 1997 NPI, senior adviseur
1997 - heden Zelfstandig interim-manager
heden, juli 1998

Tom Peetoom
Kennismaking met het NPI
Toen ik werkzaam was bij het Ministerie van WVC werd het NPI ingehuurd om de
“Leergang voor Leidinggevenden’ uit te voeren. Ik deed mee in de uitvoering als do-
cent/trainer. In totaal zijn 350 leidinggevenden door dit traject gegaan. Wat me aansprak
was het afdalen van abstracties naar de dagelijkse werkelijkheid. Vervolgens heb ik sa-
men met Rob Otte het coachingstraject voor projectmanagers opgezet. Op vier losse da-
gen werkten we met één persoon aan zijn project. Samen met Rob heb ik daar het indivi-
duele stuurconcept uitgewerkt. Toen er een nieuwe departementsleiding kwam, werden
een voor een mijn projecten stopgezet. Ik heb vervolgens de overstap naar het NPI ge-
maakt.
Mijn NPl-periode
Tijdens mijn NPI-tijd was ik onder meer werkzaam in de farmacie waar ik de directie
Clinical Development heb geherstructureerd en een nieuw managementinformatiesysteem
geïmplementeerd heb. Andere klanten van mij waren bijvoorbeeld het NZI, de Belasting-
dienst en de Grontmij. Daar verzorgde ik opleidingen op het gebied van projectmanage-
ment en managementvaardigheden.
In de jaren 1993 tot 1996 was ik mandaathouder financiën. In deze hoedanigheid waren
mijn opgaven het terugbrengen van de overhead en het stroomlijnen van de administratie-
ve organisatie. Ook heb ik in die tijd ervoor zorggedragen dat het pand aan de Valckenbo-
schlaan verbouwd is en gerestyled.
Andere interne werkzaamheden waren:
°_ Projectleider ’Coachingstraject Managementvaardigheden’.
° Projectleider vakopleiding voor opleiders (OLW).
° Samen met Ferd initiatiefnemer van het Leer/werkjaar.
Rode draad
Ik houd van de bureaucratie, die de gevangenis is van de moderne mens. Daar heb ik het
vak geleerd. Eerst hoe je hierin met persoonlijke initiatiefkracht dynamiek creëert. Daarna
hoe je stap voor stap afdaalt naar het kernproces voor de klant, teneinde hier echte verbe-
teringen in aan te brengen. Tijdens deze reis ben ik in volle hevigheid de invloed van
technologische systemen tegengekomen. Hoe maak je die tot je vriend? Tegenwoordig
probeer ik in mijn vakuitoefening de wil van mensen aan te spreken, om te handelen naar
wat de werkprocessen in het hier en nu vragen.
Om voor deze thema’s het innerlijk fundament aan te leggen (hoe blijf ik stevig, warm en
actief overeind temidden van het organisatie-geweld®), heb ik een ontwikkelgroep voor
geestgenoten opgezet. We werken daarin een dag in de maand aan de spirituele grondsla-
gen van ons vak.
Verzelfstandiging
In 1997 heb ik mij verzelfstandigd. Op dit moment werk ik twee dagen in de week als
interim-directeur van een verpleeghuis voor somatische patiënten. De overige drie dagen
werk ik voor Philips Semi-conducters, als procesmanager bij het stroomlijnen en inte-
graal automatiseren (ERP-systeem) van de logistieke keten.
heden, juli 1998

Hans Plantenga (Henri Paul)
Geboortedatum:
17 februari 1924
Werkzaam bij het NPI:
1964 - 1974
Persoonlijke thema’s:
°_ontwikkelingsfasen van het bedrijf
° levensfasen van de mens
°_ leiderschap
°_weerstand tegen verandering
Bijzonderheden:
°_veel projecten in ziekenhuis-
organisaties (intern ook bekend
onder de naam: “de ziekenhuis-
man’)
roepnaam in Frankrijk: Henri Paul
o
Korte beschrijving van de levensloop
periode
1964 - 1974
1974 - 1979
1980 - 1982
1982 - 1987
1987 - 1991
activiteiten
NPI, adviseur
IDO (Institut pour le Développement Organisationnel), adviseur
Priesterseminarie, Stuttgart
Priester, gemeente ‘s Gravenhage
Priester, Colmar
heden, december 1997

Hans Plantenga (Henri Paul)
Naam: Plantenga, H.P. (noemnaam in Nederland: Hans, in Frankrijk: Henri Paul)
Geboortedatum: 17 - 2 - 1924
e Periodes:
op het NPI, Zeist: 1964 - 1974
op IDO, Coye-la-Forêt (Dise): 1974 - 1979
e Gewerkt met de concepties: Ontwikkelingsphasen van het bedrijf, Levensphasen van
de mens, Leiderschap, Weerstand tegen verandering, enz. enz.
e In de eerste jaren vooral cursussen Sociale Vaardigheid, 3/2 dag Management op De
Baak; mede-ontwikkeld: cursus Creatieve Samenwerking
e Inde sfeer der projecten vooral ziekenhuis-organisaties (met publicaties in Tijdschrift
voor Ziekenverpleging, Het Ziekenhuis)
e Geografische spreiding: Nederland, in Duitsland: cursussen (Technische Akademie,
Wuppertal) en enkele projecten (Filderklinik bij Stuttgart), in Zwitserland: cursussen
op de Klewenalp boven Beckenried (Vierwaldstätter See) en enkele projecten (Ecole
d’Etudes Sociales à Lausanne), Frankrijk.
e 1980-1982: Priesterseminarie, Stuttgart
1982 - 1987: Priester, gemeente te s-Gravenhage
1987 - 1991: Priester, gemeente te Colmar
(1991 - herseninfarct
1992 - tweede hartinfarct)
heden, december 1997

ae, Mia Ribbens
Geboortedatum en -plaats:
18 maart 1928 te Rotterdam
Werkzaam bij het NPI:
oktober 1967 tot december 1987
Persoonlijke thema’s:
°_ gezondheidszorg
°_ BESG
Bijzonderheden
°__mandaathouder
motto: “zelf ondergaan wat je pre-
dikt’
o
Korte beschrijving van de levensloop
periode activiteiten
1950 - 1962 Rotterdamse Haven, bedrijfsmaatschappelijk medewerker
1962 - 1967 PTT, leidinggevende functie.
1967 - 1987 NPI, senior adviseur
1987 - heden Het vanuit bestuurlijke functies begeleiden van veranderprocessen
bij kleine organisaties in de gezondheidszorg
heden, december 1997

Mia Ribbens
Kennismaking met het NPI
Mijn eerste interesse voor organisatie ontwikkeling kwam in de tijd dat ik in de Rotter-
damse haven werkte. Ik werkte bij een bedrijf dat de pioniersfase ontgroeid was. Er was
niets op het gebied van personeelswerk. Ik was de eerste professionele kracht. In deze
functie kreeg ik erg veel vrijheid om zaken zo in te richten als mij goeddunkte. Dus dit
was een interessante leerschool.
Professor Lievegoed kende ik door lezingen die ik bij hem volgde over de levensfasen
van het bedrijf. Dit sprak mij erg aan. Mijn contact met het NPI ontstond door een aantal
leergangen die ik gevolgd heb in de periode dat ik werkzaam was bij de PTT. Hier had ik
de opdracht de plaats en de functie van het maatschappelijk werk binnen de PTT, te reor-
ganiseren.
Via Hellmuth ten Siethoff ben ik in 1967 bij het NPI gekomen. De reden was tweeledig.
Enerzijds sprak het vak, de organisatie ontwikkeling mij aan. Anderzijds gaf de antropo-
sofie en het daarbij behorende mensbeeld mij een antwoord op veel vragen.
Waar ligt je hart?
Als ik terug kijk op mijn tijd bij het NPI zie ik dat ik in de eerste periode op zoek was
naar een gebied, een klantengroep, die mijn interesse had. Op het bedrijfsleven was ik wat
uitgekeken en het onderwijs raakte me niet echt. Eén project met de ondernemersraad van
een bank herinner ik me nog goed. Dat was een leuk project omdat deze mensen echt
wisten wat ze wilden. Ik heb veel cursussen op De Baak gegeven.
Op den duur merkte ik dat mijn verbondenheid lag bij de gezondheidszorg. Samen met
Hans Plantenga en Kees Locher heb ik in deze sector veel projecten gedaan. Een jaren-
lang project dat ik me nog goed voor ogen staat, is het oprichten van een opleidingsschool
door de Protestants Christelijke Ziekenhuizen. Het ging er destijds ondermeer om de
kloof tussen theorie en praktijk te dichten.
Bij klanten was ik met veel verschillende zaken bezig. Maar het was toch vaak terug te
brengen op twee zaken. We gaven hen:
a. inzicht in hun organisatie processen en
b. handvatten voor organisatie ontwikkeling.
Wat zijn belangrijke concepties geweest?
Ik ben een echte doener. Uiteraard deed ik volop mee in de ontwikkelgroepen en ge-
bruikte ze in mijn dagelijkse praktijk.
Interne werkzaamheden
Ik heb zeven jaar het mandaat “sociaal leven’ gehad. Daarnaast was, als we intern kijken,
het BESG-gebeuren (red: bedrijfseconomische studiegroep) erg belangrijk voor mij. We
hebben hier verschrikkelijk veel van geleerd. Kenmerkend hiervan was dat we het zelf
aan de lijve ondervonden wat onze eigen uitgangspunten te weeg brengen. Ik vind het dan
ook heel waardevol:
‘Zelf ondergaan wat je predikt’. En dan bedoel ik met ondergaan echt er aan lijden.
heden, december 1997

Wim de Rhoter
Geboortedatum en -plaats:
8 november 1920 te Utrecht
Werkzaam bij het NPI:
1955 - 1970
Persoonlijke thema’s:
°_geesteswetenschappelijk onder-
zoek naar natuurkundige ver-
schijnselen (fenomenologische
kijk)
Korte beschrijving van de levensloop
periode activiteiten
- 1950 Studie Vliegtuigbouw, TH Delft (afstudeerdatum 31 maart 1950)
1950 - 1955 Wetenschappelijk medewerker bij professor Maas
1955 - 1969/70 NPI, senior adviseur
1970 - 1983 Vrije School te Zeist, leraar wiskunde
Vrije School te Zeist, adjunct directeur (VUT per 1 aug. 1983)
1983 - 1992 Bijles wiskunde geven aan leerlingen van de Vrije School
Deelname aan diverse studiegroepen
27 maart 1992 Overleden
Postuum verslag opgesteld m.m.v. J.F. Moens, juli 1998

Wim de Rhoter
Periode voor het NPI
Wim de Rhoter werd door professor Maas beschreven als een zeer begaafd wetenschap-
pelijk medewerker. Professor Maas had een grote verering voor Bernard Lievegoed.
Bernard Lievegoed hield voordrachten voor het koninklijk instituut van Ingenieurs onder
andere rond de vraag: wat zou er aan de opleiding van studenten moeten veranderen om
hen echt voor te bereiden indien zij ook een leidinggevende taak te vol brengen kregen?
Dit was vermoedelijk één van de redenen voor Wim de Rhoter om zich bij het NPI aan te
melden.
NPlI-periode
Wim de Rhoter werd, vanwege zijn technische achtergrond, direct ingeschakeld bij de
applicatiecursussen van het Nijverheidsonderwijs. Daarnaast werd hij gevraagd om lan-
delijk onderzoek te doen naar de bestaande opleidingen voor ‘Bazen’ en suggesties te
doen voor vernieuwingen daarvan. Dit werd een omvangrijk onderzoek en zijn eindver-
slag ging als “Rapport de Rhoter’ de wereld in.
Hij werkte ook actief mee aan de opzet en uitvoering van NPI-workshops voor tweede en
derdejaars studenten van de TH Delft en de NEH te Rotterdam (nu Erasmus Universiteit).
Na het NPI
Wim de Rhoter werd in 1969 parttime en in 1970 definitief leraar Wiskunde aan de Vrije
School Zeist. Hij kon veel geduld opbrengen voor pubers en vond het leuk mensen iets
grondig uit te leggen - dat kon hij ook goed!
Om gezondheidsredenen moest hij in 1983 met de VUT. Op 27 maart 1992 is Wim de
Rhoter overleden.
Postuum verslag opgesteld m.m.v. J.F. Moens, juli 1998

Kees Sanders
Geboortedatum en -plaats:
24 augustus 1926 te Amsterdam
Werkzaam bij het NPI:
1953 - 1954
1 januari 1969 - 1 januari 1972
Korte beschrijving van de levensloop
periode
1947 - 1948
1948 - 1955
1954
1955 - 1956
1956 - 1960
1960 - 1964
1964 - 1966
1966 - 1967
1967 -1968
1968
1969 - 1972
1972 - 1979
1972 - 1975
1979 - 1980
1980 - heden
1986 - heden
activiteiten
Universiteit Amsterdam, economie
Universiteit Amsterdam, sociale psychologie (hoofdvak arbeids-
en organisatiepsychologie)
“Studenten assistent’ voor Bernard Lievegoed die buitengewoon
hoogleraar was aan de toenmalige Nederlandse Economische Ho-
geschool te Rotterdam.
PCGD/PTT project met betrekking tot arbeidsplaats- en werkom-
gevingsstudie
NV HEMA, opleidingsfunctionaris voor rayonchefs en filiaalchefs.
Na twee jaar hoofd opleidingen.
IBM World Trade Corporation - Executive Development Depart-
ment, educational consultant, Europa.
International Labour Organisation, researchstudie naar the effecti-
veness of ILO productivity and management development centres
(in 12 derde wereldlanden).
Psychologisch testbureau,
Nijenrode, docent in industrial psychology
Ierland, reorganisatie supermarktketen (22 outlets)
Samenwerking met het NPI
NPI, senior adviseur
BV Sanders & Geassocieerden te Zeist
TH Delft, wetenschappelijk hoofdmedewerker
Universiteit van Amsterdam, wetenschappelijk hoofdmedewerker
Ziekteverlof / WAO
Nieuwe cursus ontwikkeld: “de manager als kunstenaar’, vanaf
1993 heet de cursus: ‘de mens als kunstenaar’.
Opdrachten (o.a. Universiteit van Amsterdam)
heden, december 1997

Kees Sanders
Kennismaking met het NPI
Vanaf 1948 had ik contact met de antroposofie en had ik ook ‘eigen studiegroepen’ bij-
voorbeeld Philosofie der Freiheit, Sociale Driegeleding, Goethe en het Duitse Idealisme.
Mijn grote kamer op de Roemer Visscherstraat was niet zelden in gebruik voor studie-
groepen en voordrachten. Zo hebben bijvoorbeeld Willem Zeijlmans, Bernard Lievegoed,
Von Gleich e.a. daar lezingen gehouden en met ons besprekingen gevoerd. Zo ontstond
het enthousiasme om ‘impulsen’ te geven aan maatschappelijke vernieuwing. Vooral
mensen als Lex Bos, Hans von Sassen, Wil Brokerhof en Jack Moens (die er ook bij be-
trokken waren) namen het voortouw.
Beginperiode in het NPI
In 1953 werd het NPI opgericht in de Blokmakerstraat in Schiedam. Lievegoed had een
kring van ondernemers om zich heen verzameld die bereid waren hem te steunen; zo ont-
stond de bijzondere leerstoel in de sociale pedagogiek aan de toenmalige Nederlandse
Economische Hogeschool Rotterdam. In de beginperiode was ik ‘studenten assistent’. Ik
zat vooral in de bibliotheek te catalogiseren en mee te luisteren, te leren van de ‘ouderen
en afgestudeerden (Brokerhof en Von Sassen, economie en psychologie). De ‘ouderen en
afgestudeerden’ deden samen met Lievegoed een groot project voor het Nijverheidson-
derwijs (z.g. applicatiecursussen). Daarmee kreeg het NPI - de naam zegt het al - een dui-
delijk opleidings- en trainingskarakter. Het cursus instituut verliet ik na één jaar om af te
studeren in Amsterdam.
Toenaderingspogingen
In oktober 1955 studeerde ik af; sociale psychologie, hoofdvak arbeids- en organisatie-
psychologie. Toen heb ik mij - naar aanleiding van een belofte - weer gemeld bij het NPI.
Ik kreeg echter het advies om eerst in de wereld ervaring op te doen.
Ervaring deed ik op bij de PTT, de NV HEMA en IBM en ILO. Omstreeks 1965 sprak ik
Lievegoed op de Kleweralp (Zwitserland), waar het NPI managementcursussen gaf. Lie-
vegoed deed voorkomen alsof mijn internationale cursuservaring zeer van pas zou komen
en er werd een aubade gehouden op het NPI. De groep besloot echter dat ik toch niet wel-
kom was bij het NPI.
Samenwerking en in diensttreding
Het was het jaar 1968 dat ik via Lex Bos weer contact opnam met het NPI en al spoedig
‘buitenland’-opdrachten kreeg. In Duitsland werkte ik bij Ruhrkohlen en Ford en ook in
Zwitserland en Zuid-Afrika deed ik cursussen. Daarna trad ik per 1-1-1969 in dienst en
was er werkzaam tot 1-1-1972. Nooit heb ik mij eenzamer gevoeld in het werk dan op het
NPI. Het was een rotzooitje. De ‘heiligen’ van het eerste uur rond Lievegoed zetten zich
schrap tegen de laatbinnenkomers waaronder ikzelf. Herfst 1971 nam ik ontslag met me-
deneming van twee grote projecten. Ik stichtte BV Sanders & Geassocieerden te Zeist en
heb tot 1979 gedraaid. Voorts was ik voor 50% docent organisatie ontwikkeling aan de
TH Delft.
Na het NPI
Na het NPI en het zelfstandig adviseurschap ben ik nog een aantal jaren parttime weten-
schappelijk hoofdmedewerker geweest aan de Universiteit van Amsterdam. Ik werd in
1982 afgekeurd voor een hyperventilatiesyndroom en kwam ik in de WAO (80/100).
Naast mijn werkende leven was ik ook schilder. Vanaf 1982 ben ik vooral met deze be-
zigheid geëngageerd geweest: schilderijen, exposities en verkoop van schilderijen. Tot op
heden heb ik opdrachten voor wat betreft de cursus ‘de mens als kunstenaar’.
heden, december 1997

Hans von Sassen
Geboortedatum en -plaats:
17 april 1915 te München
Werkzaam bij het NPI:
mei 1954 - augustus 1981
Persoonlijke thema’s:
leren en opleiden
didactiek, groepspedagogiek
gespreksvaardigheden
(creatieve) samenwerking
ontwikkeling(sfasen) van mensen
(biografie), groepen en organisaties
onderzoek en situatieanalyse
leiding en management
besluitvorming
°_beleidsontwikkeling, leidbeeld
driegeleding
personeel en leerlingenbeoordeling
adviseren, begeleiden en coachen
psychotherapie (ind. psychologie)
docent van een drietal opleidingen
onderzoeksprojecten: parttime educa-
tion GB (publ), Fabrieksschool En-
schede bv
deelname aan staatscommisies met
BL en enkele jaren lid van “Kern-
groep voor onderwijsvernieuwing” en
Korte beschrijving van de levensloop de commissie “leerplichtvrije jeugd”
periode activiteiten
1928 - 1934 Gymnasium Rotterdam
1934 - 1938 HTS Bouwkunde Den Haag
1938 - 1948 Rijksgebouwendienst, concentratiekamp en Stadsontwikkeling
Den Haag
1948 - 1955 Studie Psychologie Amsterdam incl. werk o.a. in selectiecentrum
van de Koninklijke Landmacht Amersfoort (2 jaar)
1954 - 1981 NPI, senior adviseur
1981 Oostenrijk (Wenen): projecten en cursussen (scholen, bedr.„overh.)
1985 Oprichting: Trigon Entwicklungsberatung met 3 NPI-ers (HS, FG,
OD) en 4 nieuwe collega’s uit de fase 1981-1984
1985 - heden Trigon (nu 17 adviseurs)
heden, december 1997

Hans von Sassen
Het begon met de ‘sociaal-pedagogische studiegroep’ in Amsterdam, waaruit vele NPI-
medewerkers van de eerste jaren zijn voortgekomen. Ik vind nu nog maar één discussie-
papier van mijn hand van maart 1953 over ‘besluitvorming in een drieledige samenle-
ving’. Dit jaar (1998) komt een boek uit, waarin een hoofdstuk van mij over ‘coaching als
Entscheidungshilfe’ één van de thema’s is. Een doorgaand thema dus.
Innerlijke en uiterlijke zekerheid
Indruk op mij maakte een inleiding van Bernard in die studiegroep, over “innerlijke en
uiterlijke zekerheid. Een thema, dat ik later in het NPI uitwerkte voor de sociale vaardig-
heid en dat nu nog in therapie- en coachingsgesprekken van pas komt. Aan alle bovenge-
noemde thema’s ligt voor mij een gemeenschappelijke “doel-conceptie’ ten grondslag:
Uit inzicht (Erkenntnis) leren/kunnen handelen van individuen, groepen en organisa-
ties, zodat vrijheid in de mensen en samenwerking (broederschap) in het sociale leven
mogelijk wordt.
Training, opleiding en vorming
Het grote beginproject van het NPI voor leraren en directeuren van het technisch onder-
wijs legde de grondslag voor vele concepties, methoden en instrumenten (vragenlijsten,
(rollen-) spelen, oefeningen) voor didactiek, gespreksvoering, leidinggeven en adviseren.
Dit vestigde de naam van het NPI in Nederland. De publicatie: “Training, opleiding en
vorming’ was de afsluiting daarvan. Daarop volgden projecten van ambachtsscholen tot
de technische hogescholen, bedrijfsopleidingen en het vormingswerk. Conceptuele
vruchten hiervan waren bijvoorbeeld het ‘leermodel’ en de 3 * 7 niveaus van leren en
opleiden.
Organisatie ontwikkeling
Vervolgens kwamen er steeds meer vragen die resulteerden in organisatie ontwikkelings-
projecten en cursussen — zoals bijvoorbeeld Sociale Vaardigheid, Leidinggeven en
Beleid — in ondernemingen, instellingen en overheid. Ook daaruit kwamen concepties
voort zoals de niveaus van leidinggeven, ontwikkelingsfasen van het personeelsbeleid en
van groepen.
Het was in die jaren een zeer rijke en gevarieerde activiteit, te veel om hier op te noemen,
projecten in vrijwel alle soorten van organisaties en omvang, ook in Duitsland en Zwit-
serland.
Naar binnen deelname aan intern management, ontwikkelgroepen, begeleiding van
nieuwkomers en assistenten en ook wel eens conflictmanagement.
De geesteswetenschap was een zich steeds vernieuwende inspiratiebron voor dit werk.
En nu
Terugziende op de NPI-tijd valt me nu nog eens op hoe sterk het instituut, vooral in de
jaren dat Bernard intensief met het werk verbonden was, in het openbare leven in Neder-
land stond. De vele conferenties waaraan wij meewerkten, publicaties, de vormgeving
van de Technische Hogeschool Twente en de oprichting van de Vrije Hogeschool te
Driebergen, zijn hiervan symptomen. Door Coen en Marjo heeft zich dat in de Engelstali-
ge wereld en Skandinavië voortgezet. In het Duitstalige gebied treft men in de O-E scêne
overal elementen van de concepties en methoden van het NPI aan.
Met een zekere verwondering kijk ik aan het eind van deze eeuw naar de uitstraling van
de kleine kiem in Rotterdam en Zeist in de wereld en wat daaruit nog zou kunnen groeien.
heden, december 1997

Nachruf auf Dr. Hans von Sassen
Am 19. Februar 2004 starb in Wien einer
der Mitgründer der Trigon Enewicklungs-
beratung, gegen Ende seines 88. Lebens-
jahres. Sein Leben war eine ständige Wan-
derschaft.
Er wurde während des 1. Weltkrieges in
München geboren und verbrachte die
Kindheit in Berlin. Mit seiner Mutter zog
er als Zwölfjähriger nach Holland, besuch-
te dort die Schulen und kam in seiner Zieh-
familie sehr jung mit Anthroposophie in
Berührung, die ihm für sein weiteres Le-
ben geistige Heimat war. Er studierte zu-
nächst Bautechnik und übte den Beruf in
der Stadtverwaltung von Den Haag aus.
Während der Zeit der deutschen Besetzung
Hollands im 2. Weltkrieg setzte er sich mutig
für jüdische Verfolgte ein und geriet da-
durch selbst in politische Gefangenschaft,
die er bis zum Ende des Krieges in Kon-
zentrationslagern in Deutschland zubrach-
te. Diese Erlebnisse haben ihn jedoch nicht
an seiner ideellen Orientierung zweifeln las-
sen. Der Kriegszeit verdankt er vielmehr sein
besonders ausgeprägtes Bewusstsein für
Freiheit und Gerechtigkeit. Das ist in seine
spätere Beratungs- und Coaching-Tätigkeit
befruchtend eingeflossen. Diese seine Hal-
tung des gröten Respekts für die Autono-
mie jedes Menschen hat diejenigen, die ihm
beruflich oder privat begegnet sind, immer
besonders tief beeindruckt. Es war deshalb
für niemanden überraschend, dass er nach
dem Krieg Psychologie studierte.
Hans von Sassen hat drei Kinder — Sohn
Hans aus einer Partnerschaft und die Söh-
ne Hanno und Alexander mit seiner ersten
Ehefrau Nora. 1954 kam er in Kontakt mit
Prof. Bernard Lievegoed, der im Begriffe
war, das NPI-Institut für Organisar-
ionsentwicklung in Rotterdam — in Ver-
bindung mit der Wirtschaftsuniversität
Rotterdam, der späteren Erasmus-Univer-
sität — zu gründen. Lievegoed lud ihn ein,
am Aufbau dieses Institutes mitzuwirken.
Hans von Sassen war dazu gerne bereit und
damit begann für ihn eine sehr schöpferi-
sche Zeit. Seine besondere Stärke war es
immer, konkrete Erfahrungen zu erfassen
und zu konzeptualisieren, und zwar so, dass
sie auch eine archetypische Stimmigkeit
aufweisen. So entstanden am NPI zahlrei-
che Konzepte, deren Urheber eigentlich
Hans von Sassen war, ohne dass dies nach
auften immer so sichtbar wurde.
Als Mitarbeiter des NPI lagen die Schwer-
punkte seiner Beratungstätigkeit bei der
Organisationsentwicklung von Schulen,
Forschungseinrichtungen, Verwaltungen
und anderen Non-Profir-Organisationen.
In dieser Arbeit entwickelte er ein umfas-
sendes theoretisches und praktisches Mo-
dell des Lehrens und Lernens von Erwach-
senen, das gewis sein Hauptwerk darstellt
und bisher leider nur in Holländischer Spra-
che publiziert worden ist. Es wäre für die
Fachentwicklung bereichernd, sein Modell
in deutscher Übersetzung zu publizieren.
Besondere Leistungen vollbrachte Hans
von Sassen auch in der Weiterentwicklung
der herkömmlichen Gruppendynamik-
Trainings nach US-amerikanischem Vor-
bild zu praxisorientierten Trainings für Krea-
tve Zusammenarbeit.
Nach seiner Pensionierung im Jahr 1980
zog er mit seiner zweiten Frau Eva-Renate
nach Wien und kam dort mit jungen Bera-
tern in Kontakt, die von seiner reichen Er-
fahrung als Pionier der Organisations-
entwicklung in Europa profitieren konn-
ten. Einige davon schlossen sich dann zur
Gründergruppe der Trigon Entwicklungs-
beratung zusammen — in der Hans von
Sassen der von allen anerkannte und sehr
geschätzte Doyen war.
Die letzten Jahre seines beruflichen Wir-
kens waren der grundsätzlichen Reflexion
der Entwicklungsberatung in verschiede-
nen Formen gewidmet. In seinen Beiträ-
gen für die rigon Coaching-Werkstact
wurde dies wiederum sehr fruchtbar.
Irigon verliert mit den Hingang von Hans
von Sassen einen sehr weisen und beschei-
denen Kollegen — aber seine vielen konzep-
tuellen Anregungen werden auch weirter-
hin Früchte tragen und werden sein Werk
am Leben erhalten. Dafür sind wir ihm als
Kolleginnen und Kollegen sehr dankbar.
Und mit uns viele, viele Menschen, für die
er als Berater oder Coach gewirkt hat.
Friedrich Glasl

Jerry Schôöttelndreier
Geboortedatum en -plaats:
16 september 1927 te Tampico
(Mexico)
Werkzaam bij het NPI:
1 februari 1968 - 1 oktober 1992
Persoonlijke thema’s:
°_begeleiderscursus
°_biografiewerk
Bijzonderheden:
°_ Twee jaar voor NPI in Zuid-
Afrika gewerkt
°_Initiator van biografiewerk binnen
NPI
Korte beschrijving van de levensloop
periode activiteiten
1945 - 1949 Opleidingen aan Engelse militaire academie en troependienst bij
de Koninklijke Landmacht in Nederlands-Indië
1950 - 1954 Studie in het Indisch Recht - Rijksuniversiteit te Leiden
1954 - 1960 Particulier secretaris
1960 - 1965 Van Hattum en Blankevoort - aannemingsmaatschappij, hoofd
algemene en personeelszaken
1965 - 1968 Nederhorst, hoofd personeelszaken
1968 - 1973 NPI, senior adviseur
1973 - 1975 ODISA - Zuid-Afrika; Zusterinstituut van het NPI
1975 - 1992 NPI, senior adviseur
1976 - heden Centrum voor Sociale Ontwikkeling en Levenslijnen
heden, december 1997

Jerry Schöttelndreier
Kennismaking met het NPI
In de tijd dat ik als hoofd personeelszaken bij Nederhorst werkte, gaf het NPI daar de zo-
genaamde ‘heibazencursussen’. Deze cursussen werd uitgevoerd door Hellmuth ten
Siethoff en Hans von Sassen. Ik deed mee in de uitvoering. Toen ik een diepgaand ver-
schil van mening kreeg met het bedrijf over personeelsbeleid, heb ik in 1968 de overstap
gemaakt naar het NPI.
Het cursuswerk
Ik werd meteen naar De Baak gesleept waar ik samen met Mia Ribbens, onder leiding van
Coen van Houten, de cursus ‘vaardigheid in samenwerken’ gaf. Deze cursus is uitge-
groeid tot een belangrijke lijn in mijn NPI-carrière. Soms gaf ik deze cursus wel vijf maal
per jaar. Ik voelde mij zo verbonden met dit thema en deze vorm dat alles wat op mij af
kwam, ook adviesaanvragen, op de één of andere wijze een cursus werd. Ik heb de be-
leidsleergang opgezet en in samenwerking met Leo de la Houssaye heb ik de begeleiders-
cursus opgezet (voor begeleiders van ontwikkelingsprocessen). Met de opleidingsleer-
gang en de leergang creatieve samenwerking heb ik me zeer verbonden gevoeld.
Zuid-Afrika
Op een zaterdagbijeenkomst in 1973 belde Hay Soree vanuit Zuid-Afrika. Zijn twee jaar
in Zuid-Afrika zaten erop en hij vroeg wie hem zou vervangen. In die tijd gingen ver-
schillende NPI-ers de wereld in om te zien of daar NPI-werk gedaan kon worden met lo-
kale mensen. Ik heb zijn vraag in de groep gebracht en ik gaf meteen aan dat ik grote inte-
resse had. Toen ik het ‘ja-woord’ van mijn gezin kreeg zijn we in 1973 voor twee jaar
naar Zuid-Afrika gegaan.
Daar heb ik in samenwerking met David Scott ODISA (Organisation Devolment Institute
Southern Africa) opgericht. Dit was een zusterinstituut van het NPI in Zuid-Afrika. We
gaven cursussen en deden organisatie ontwikkelingsprojecten in onder andere goud- en
kolenmijnen en de diamantindustrie. In 1975 ben ik weer terug in Nederland gekomen.
Biografiewerk
In 1978 heb ik uit persoonlijke interesse, aan het Centre for Social Development, een bio-
grafiepracticum gevolgd. Ik had toen het idee “dat is leuk voor het NPI’ dus ik introdu-
ceerde daar het biografiewerk. In samenwerking met Hans von Sassen gaf ik de eerste
jaren twee maal per jaar een practicum. Later groeide dit uit tot de cursus “ik en mijn
werk’ en de ontwikkelgroep voor het biografiewerk.
Buiten het NPI heb ik, met hulp van NPlI-ers zoals Kees Locher en Jos van der Brug, bio-
grafiewerk gedaan. In 1989 is uit dit werk het initiatief ‘Levenslijnen’ ontstaan. Dit be-
staat uit “individueel biografieonderzoek in groepsverband’ en een opleiding voor bege-
leiders van zulk biografieonderzoek, voor de particuliere markt. De ervaringen die ik
hiermee heb opgedaan, heb ik verwerkt in het boekje ‘Levenslijnen’.
Na het NPI
In oktober 1992 ben ik met pensioen gegaan maar ik ben nu nog steeds actief met het ini-
tiatief ‘Levenslijnen’. Tot nu toe zijn zo’n 150 biografiewerkers opgeleid. Intussen is er
een vraag van de Rudolf Steiner Academie in Antwerpen gekomen.
heden, december 1997

Jean-Jacques Sick
Geboortedatum en -plaats:
27 april 1929 te Colmar
(Elsass - Frankrijk)
Werkzaam bij het NPI:
1969 - 1971
Persoonlijke thema’s:
o
Dreigliederungsgesetzmässigkeit-
en im mezo- und microbereich.
Übergang von der 2° nach der 3°
Phase (Integrationsphase).
Methodische Handhabung des
NPI-Entwicklungsmodell.
Betriebswirtschaftliche Informati-
onsgestaltung auf der Grundlage
des Nationalökonomischen Kurs
von R. Steiner.
Einkommengestaltung und Er-
folgsbeteiligung in Institutionen
und Betrieben.
°__Das Ausbildungsmodell
Korte beschrijving van de levensloop
periode activiteiten
1969 - 1971 NPI, senior adviseur
1971 - 1995 IDO (Institut pour le Développement Organisationnel), adviseur
1995 - heden Pensioen (in Chantilly - Frankrijk)
heden, december 1997

Jean-Jacques Sick
Periode waarin ik werkzaam ben geweest bij het NPI
1969-1971 _Direkte intensive Arbeit mit dem NPI in Zeist. Regelmässige Teilnahme
an den ‘zaterdagochtend’ und an den ‘werkweken’.
1971 Gründung vom IDO (Institut pour le Développement Organisationnel) mit
Henri-Paul Plantenga und Serge Golovko, mit Sitz in Paris, mit der
Hauptaufgabe das NPI-Geistesgut (in Form von Beratung, Ausbildung,
und Forschung) in den französischsprechenden Gebieten zu vertreten.
1973 Verlegt nach Coye-la-Forêt und 1992 nach Chantilly.
1995 Institut geschlossen.
De voornaamste concepties die door mij (mede)ontwikkeld zijn
Dreigliederungsgesetzmässigkeiten im mezo- und microbereich.
Übergang von der 2° nach der 3° Phase (Integrationsphase).
Methodische Handhabung des NPI-Entwicklungsmodell.
Betriebswirtschaftliche Informationsgestaltung auf der Grundlage des Nationalökono-
mischen Kurs von R. Steiner.
Einkommengestaltung und Erfolgsbeteiligung in Institutionen und Betrieben.
Das Ausbildungsmodell
Übersetzung und Überarbeitung zur kulturellen Anpassung von NPI-Syllabus für den
französisch sprechenden Raum.
Ausarbeitung von IDO-eigenen Arbeitsunterlagen in französischer und deutscher
Sprache.
Thematiek en processen die in mijn NPI-periode centraal stonden
Drei Hauptthemen: Soziale Fähigkeiten, Organisationsentwicklung, Ausbildung und
Lernprozesse (von Pedagogik zur Agogik)
Grundkurze: Der Mensch und die menschliche Biographie, Gruppenarbeit, Problem-
lösungsweg, Entwicklungsphasen einer Organisation, Soziale Fähigkeiten, Kreative
Zusammenarbeit
Urteilsbildung und Entscheidungsfindung, Führung, Kleeblatt, U-Prozedur, Ausbil-
dungsprozesse, Konfliktmanagement
Geisteswissenschaftlicher Hintergrund für unsere Arbeit.
NPI-impuls und -auftrag: Vertiefung und Aktualisierung.
Internationalisierungsprozess des NPI (Gründung und Gestaltung der NPI-Association)
NPI-Zeist interner BESG prozess: Informationsgestaltung zur Unterstützung gemein-
samer Entscheidungen zur Lenkung von Leistung, Einkommen, und Entwicklungsar-
beit.
Belangrijke klanten waar ik tijdens mijn NPl-periode heb gewerkt
Institut International des Brevets Den Haag (NL)
Gemeinschaftskrankenhaus Filderklinik Stuttgart (D)
Technische Akademie Wuppertal (D)
Radio Suisse (CH)
Ecole Sociale Lausanne (CH)
heden, december 1997

Hellmuth ten Siethoff
Geboortedatum en -plaats:
2 maart 1928 in Semarang (Neder-
lands Oost Indië)
Werkzaam bij het NPI:
maart 1964 - maart 1974
Persoonlijke thema’s:
°_planetenmodel
°_driegeleding als praktisch mense-
lijk gedrag
Korte beschrijving levensloop
periode activiteiten
1948 HBS
1948 - 1953 Kandidaats economie
1953 - 1958 Buitendienst inspecteur van een Engelse verzekeringsmaatschappij
1958 - 1964 MO sociale pedagogiek + werken.
1964 - 1974 NPI, senior adviseur
1974 - 1995 Adviseur in Zwitserland
1995 - heden Zimbabwe, dienstverlenende organisatie voor de safari industrie
heden, december 1997

Hellmuth ten Siethoff
Kennismaking met het NPI
In 1958 meldde ik mij aan bij Bernard Lievegoed om te kijken of er plaats voor me was
bij het NPI. Bernard zet: ‘Jonge mensen met veel idealisme zijn leuk, maar zonder vak-
kennis kunnen we ze niet gebruiken’. Deze noodzakelijke vakkennis deed ik op geduren-
de de daarop volgende 5 jaren. Ik werkte in de praktijk en volgde gelijktijdig een oplei-
ding MO-sociale pedagogiek aan de Universiteit van Amsterdam.
In maart 1964 ben ik bij het NPI gekomen. Na zes maanden ingewerkt te zijn, had ik m’n
eerste zelfstandige project dat ik aanving met Lex Bos. Lex was zo’n beetje mijn mentor.
Toen ik kwam, ging Gert Jan Avelingh weg en ging Koos Kraak met Bernard Lievegoed
mee naar Twente. Hans Plantenga kwam min of meer tegelijkertijd met mij bij het NPI.
Mijn bureau heb ik jarenlang met Coen van Houten gedeeld.
Klanten waren destijds ondermeer Shell, DSM, Ford, De Baak en vrije scholen.
Concepten en ideeën
Ik heb hoofdzakelijk gewerkt met de door Bernard Lievegoed ontwikkelde concepties.
Zelf heb ik eigenlijk niets nieuws ontwikkeld. Ik had genoeg aan wat er was, wat ik bij
Rudolf Steiner vond en wat vertaald moest worden in praktische toepassingen.
Belangrijke concepties voor mij waren het planetenmodel en het in de praktijk brengen
van de driegeleding. Niet als structuurmodel maar als praktisch menselijk gedrag. Ik heb
altijd zo gewerkt dat mijn klanten zelf actief moesten worden en niet mijn ideeën toepas-
ten.
Interne en andere werkzaamheden
Naast mijn advies en ontwikkelwerk was ik binnen het instituut verantwoordelijk voor het
financiële beheer. Daarnaast ben ik betrokken geweest bij een aantal initiatieven. Zo ben
ik samen met Coen van Houten begonnen de stichting ODISA voor te bereiden. Ook was
ik betrokken, samen met Mario van Boeschoten, bij de oprichting van een Zweeds insti-
tuut. In dit rijtje kunnen het Centre for Social Development en de SEA niet ontbreken.
Hoe ging het verder?
Na de reorganisatie van het NPI in augustus 1971 ben ik van alle managementverant-
woordelijkheden teruggetreden omdat ik weg wilde. Al wist ik niet waarheen. In 1973
kwam een vraag uit Zwitserland waar men na Wil Brokerhof weer een NPI-er wilde heb-
ben. In maart 1974 ben ik naar Zwitserland geëmigreerd. Behalve in Zwitserland (ook af
en toe naar Pakistan en Verenigde Emiraten) werd Duitsland mijn belangrijkste werkge-
bied. Zo heb ik bijvoorbeeld de Drogerie Markt van 1978 tot en met 1995 begeleid.
In 1995 besloten mijn vrouw en ik onze woonplaats naar Zimbabwe te verleggen. We
hebben er een huis gebouwd, kunnen gasten ontvangen en kleine practische opgaven ver-
werkelijken, die met de ontwikkeling van Afrika te maken hebben.
heden, december 1997

Yvonne Smolders
Geboortedatum en -plaats:
28 januari 1951 te Nijmegen
Werkzaam bij het NPI:
1990 - 1995
Persoonlijke thema’s:
°_samenwerkingsvaardigheden
°_conflicthantering
°_transitiemanagement
Bijzonderheden:
motto: “je inspirators opzoeken’
Korte beschrijving van de levensloop
periode
- 1969
1969 - 1972
1972 - 1985
1985 - 1986
1986 - 1990
1990 - 1995
1995 - heden
activiteiten
Middelbare Meisjesschool
School voor journalistiek Utrecht
Coördinatie functie individuele non-profit organisaties + moeder-
schap
Management opleiding Nieuw Elan (De Baak)
VICON/Greenland Holding
NPI, senior adviseur
Radio Nederland Wereldomroep
heden, december 1997

Yvonne Smolders
Kennismaking met het NPI
In 1990 ben ik via Jerry Schöttelndreier bij het NPI gekomen. Ik was toen werkzaam bij
Greenland, een internationale groep van landbouwmachine bedrijven. Na een jaar duren-
de training bij Nieuw Elan/De Baak voor herintredende vrouwen en een stage bij Vicon
(één van de dochterondernemingen) vroeg men of ik daar wilde werken. Ik werd adviseur
voor de raad van bestuur en reisde door heel Europa.
Het NPI
Tijdens mijn NPI tijd heb ik veel trainingen gegeven bij De Baak: Met name ‘“Samenwer-
kingsvaardigheden’ en ‘Conflict hantering’.
Thema’s
Transitiemanagement
Transitiemanagement was een belangrijk thema voor mij. We hadden een ontwikkel-
groep waarin we hieraan werkten. In de lijn van E. Kübbler - Ross.
Inspiratie
Een ander wezenlijk thema voor mij, is het in contact komen met de mensen die mij
inspireren. Als je je laat inspireren door mensen straalt dit ook uit naar anderen. Wat ik
laatst mooi vond, was een televisie programma waarin Boudewijn Büch het huis van
zijn ‘idool’ Goethe bezoekt en dan heel ontroert de plastiek van Goethe kust.
De mensen die mij al sinds lange tijd inspireren zijn: Rudie van Danzig (choreograaf),
Frans Brüggen (dirigent van het Orkest van de 18e eeuw) en Jozef van de Berg (ex-
poppenspeler en kluizenaar).
Een mooi moment
Het bijzonderste moment tijdens mijn NPI tijd kan ik me nog goed herinneren. Het was
nog donker en koud toen ik me bij het NPI op één van m’n eerste themadagen voorbe-
reidde. In de tuin had ik de eerste paar sneeuwklokjes die uit de grond gekomen waren
geplukt en ter bemoediging voor me op tafel gezet. Aan het eind van mijn inleiding waren
de bloempjes open gegaan. Toen een van de cursisten dat opmerkte was er in een keer een
heel saamhorig gevoel, heel bijzonder.
Het werk
Belangrijke klanten voor mij waren Albert Heyn; De Baak; een ziekenhuis in Arnhem, de
Wereldomroep; de politie en een research onderdeel van Philips. Meestal werkte ik al-
leen. Eén van de leuke dingen van het werken bij het NPI was dat je je eigen gang kon
gaan.
Slotwoord
Vanaf 1994 was ik via het NPI interim manager bij de Wereldomroep. Begin 1995 ben ik
daar als hoofd Personeel en Organisatie in dienst getreden vanuit de behoefte om langdu-
riger en van binnenuit een veranderingsproces in een organisatie te begeleiden. Al snel
bleek ik kanker te hebben en ben, alhoewel genezen van de gevolgen, nog steeds herstel-
lende.
heden, december 1997

Hay Soree
Geboortedatum en -plaats:
22 oktober 1936 te Maasbree
Werkzaam bij het NPI:
1965 - 1971
Persoonlijke thema’s:
°_ management advisering voor mid-
den en klein bedrijf
conceptualisering en invoering
van het Educational Training Pro-
gramme
Bijzonderheden:
°_ Werkzaam geweest voor ODISA,
Zusterorganisatie van het NPI in
Zuid-Afrika.
Korte beschrijving van de levensloop
periode
1857
1963 - 1968
1965 - 1971
1971-1975
1973 - 1974
1974 - 1990
1990 - heden
activiteiten
Universiteit Nijenrode, economie en sociologie
Erasmus Universiteit Rotterdam, economie
NPI, senior adviseur
ODISA (Organisation Development Institute Southern Africa) -
Zusterorganisatie van het NPI in Zuid-Afrika, adviseur in sarnen-
werking met David Scott
Zelfstandig organisatie-adviseur
Stichting ETC (Educational Training Consultants), directeur
Een adviesgroep voor ontwikkelingslanden. Hoofdactiviteiten
ecologische land- en bosbouw, milieuvraagstukken, ruraal drink-
water, sanitatie en gezondheid, alternatieve energie, kleinbedrijf,
organisatie en management ontwikkeling, middels participatori-
sche aanpak. Training, advies, projectbeheer.
ETC-Consultants India, oprichter en directeur
heden, december 1997

Hay Soree
Voornaamste concepties, thema’s en werkwijzen mede ontwikkeld
In Nederland, nadruk op specifiek management advisering voor midden en klein bedrijf,
in vervolg op de algemene management en sociale vaardigheidscursussen, zoals die in de
jaren zestig op De Baak en voor grotere bedrijven werden gegeven. Belangrijk voor mij
was dat advisering en uitvoeringsverantwoordelijkheid dichter bij elkaar zouden komen
en dat bevruchting niet alleen vanuit de ideeënwereld maar ook vanuit de dagelijkse wer-
kelijkheid zou plaatsvinden.
In Zuid-Afrika, conceptualisering en invoering van het Educational Training Programme,
als tegenhanger van het toen in gebruik zijnde ‘nabootsingsleermodel’ voor ongeschoolde
arbeiders en supervisors.
Thematiek en processen die in mijn tijd centraal stonden
Centraal in die tijd op het NPI was de bewustwording van het begrip ontwikkeling voor
managers van bedrijven, scholen en instituten. Voor mijn binnenkomst waren reeds de
concepties Ontwikkelingsfasen van het bedrijf, de mens en de groep ontwikkeld. Deze
werden ‘verspreid’ via cursussen. Het belangrijkste resultaat van dergelijke voorlichtings-
activiteiten zou moeten zijn het ‘Aha Erlebnis’ bij de cursisten. Invoering in de werksitu-
atie zou dan vanzelf wel volgen. Later, begin 1970 werd dit onderbroken door inbreng
van concepties van change (van idee tot werkelijkheid), als tegenhanger van het door
Blake en Mouton geïntroduceerde model. Organisatie adviesprojecten begonnen langza-
merhand te ontstaan, maar het cursuswerk, nu meer en meer maatwerk, bleef als ik mij
goed herinner, toch de hoofdmoot.
NPI werd NPI International (UK, Duitsland, Brazilië, Zuid-Afrika). In organisatorische
zin kwam dit echter niet van de grond. Er waren twee tegengestelde stromingen binnen
het instituut. Een groep vond dat er voldoende in Nederland en Duitsland te doen viel, de
andere zag een international instituut met vestigingen in vele landen (wellicht te simpel
weergegeven). De eerste groep waartoe ook Lievegoed behoorde won de strijd. Onafhan-
kelijke instituten ontstonden en van het compromis om netwerken op te bouwen, kwam
m.i. toch weinig terecht. Het mag duidelijk zijn dat ik tot de tweede groep behoorde. De
meesten van die stromingen verlieten geleidelijk aan het NPI. NPI International werd
weer NPI. Ik weet niet wanneer dat is gebeurd, in ieder geval na mijn tijd. Die keuze lijkt
mij juist. De vlag dekt weer de lading.
Belangrijke klanten
Nederhorst aannemersbedrijf Gouda (failliet), Friese Vlag (Leeuwarden), van Leer's va-
tenfabriek (Nederland, Zuid-Afrika en Nigeria), Ford (Keulen), Kolsman textielfabriek
(Essen), Anglo American - Gold and Diamond mines (Zuid-Afrika, Namibië).
Waar gebleven?
Na een jaar zelfstandig adviseur, middels het organisatie bureau Hasper & van der Torn,
Leusden, de Stichting ETC (Educational Training Consultants) opgezet. Directeur tot
1990, daarna oprichter en directeur ETC-Consultants India. De groep bestaat thans uit
vestigingen in Nederland, UK, Kenya, India, Sri Lanka en Peru en telt in totaal zo’n 200
medewerkers van veel nationaliteiten.
heden, december 1997

Kasper Tideman
Geboortedatum en -plaats:
10 april 1955 te Deventer
Werkzaam bij het NPI:
april 1990 - december 1992
Persoonlijke thema’s:
°__samenwerkingsvaardigheden
° leergang voor Opleiders
°_conflictbehandeling
Bijzonderheden:
°_na de NPI periode geëmigreerd
naar India.
Korte beschrijving van de levensloop
periode
1982 - 1984
1984 - 1986
1986 - 1989
1990 - 1992
1993
1993 - 1996
199% - heden
activiteiten
Emerson College (UK), staflid voor het Rural Development Pro-
gramme (een cursus in organische landbouwmethoden voor ont-
wikkelingslanden)
ETC Consultants (Bombay, India), adviseur bij ontwikkelingspro-
jecten in India die gefinancierd werden door Nederland
SNV (Nederlandse ontwikkelingsorganisatie), manager van een
landinrichtingsproject in Botswana (Afrika)
NPI, senior adviseur
Zelfstandig adviseur
Inventure India, manager van de Indiase vestiging van een Neder-
lands verkoopkantoor (verkoop van kapitaalgoederen voor de
voedselverwerkende industrie).
Moss Consultancy Pvt. Ltd, eigen adviesbureau. Market Entry
advisering en advieswerk en training in ontwikkelingsprojecten
heden, december 1997

Kasper Tideman
Kennismaking met het NPI
Ik ben bij het NPI gekomen via mijn opleiding bij het Centre for Social Development,
Emerson College UK, dat gerund werd door twee ex-NPI-ers, Coen van Houten en Tijno
Voors. Ik had sindsdien (1981) het gevoel dat organisatie ontwikkeling à la NPI mijn
echte vak was.
Leergangen
Ik heb mij gedurende de korte tijd dat ik senior adviseur was voornamelijk bezig gehou-
den met samenwerkingsvaardigheden. Ook heb ik actief meegewerkt aan de ontwikkeling
van de Leergang voor Opleiders (LvO) die sindsdien gestopt is. Tevens heb ik vrij veel
tijd besteed aan conflictbehandeling. Het belangrijkst in mijn ervaring waren mijn bijdra-
gen aan de cursussen Samenwerkingsvaardigheden en de LvO.
Klanten
Het kerkgenootschap De Remonstrantse Broederschap is eigenlijk mijn belangrijkste
klant geweest. Alle predikanten aangesloten bij dit kerkgenootschap en alle Synode-leden
zijn door mij getraind. Tevens hebben we een nieuwe visie op de toekomst handen en
voeten gegeven.
Een andere belangrijke klant was het lerarencollege van de Vrije School in Nijmegen. Ik
heb daar een conflictbehandelingsproject begeleid. Tevens heb ik vrij lang en uitgebreid
een uitermate gecompliceerd conflict begeleid bij een kinderdagverblijf in Leiden.
Periode na het NPI
Nadat ik het NPI verliet ben ik direct (februari 1993) geëmigreerd naar India. In eerste
instantie ben ik begonnen met wat freelance advieswerk. Vanaf mei 1993 heb ik de India-
se vestiging van een Nederlands verkoopkantoor opgezet en gemanaged in Pune. Dit be-
drijf, Inventure India, verkoopt kapitaalgoederen voor de voedselverwerkende industrie
voor diverse grote Nederlandse producenten, zoals verscheidene Stork bedrijven.
In april 1996 ben ik mijn eigen adviesbureau gestart: Moss Consultancy Pvt. Ltd. Mijn
activiteiten splitsten zich evenredig tussen:
e Market Entry advisering voor buitenlandse (meestal Nederlandse) bedrijven die actief
willen worden in India.
e Organisatie advieswerk en training in ontwikkelingsprojecten.
heden, december 1997

Jacques Uljée
Geboortedatum en -plaats:
22 december 1933 te Tilburg
Werkzaam bij het NPI:
1968 - 1989
Persoonlijke thema’s:
°_funktioneringstekorten
° acceptatie opleidingsdoelen
Bijzonderheden:
°_motto: ‘Met een stuk brood kan
men slechts een enkeling helpen,
een totaal van mensen helpt men
aan brood door ze een wereldbe-
schouwing te geven.”
motto: “Wat heeft, hetgeen in mijn
omgeving niet klopt, met mij te
maken?”
Korte beschrijving van de levensloop
periode activiteiten
1955 = 1957 Nijenrode
1957 - 1968 Organon
Honig foods
Coöperatieve Zuivel Verkoop Centrale NCZ te Meppel
1968 - 1989 NPI, senior adviseur
1989 - heden Instituto de Desenvolvimento Humano e Institucional (Brazilië)
heden, december 1997

Jacques Uljée
Kennismaking met het NPI
Toen ik op een goede dag in mei in mijn tuintje in Meppel stond te spitten ging de tele-
foon. Mijn vriend Hay Soree, die ik van Nijenrode kende, vertelde mij dat hij nu iets voor
mij gevonden had, wat bij mijn filosofie en diepere drijfveren paste: het NPI. Hij werkte
er al een jaar. Ik zei onmiddellijk ja. Toen bezocht ik, op aanraden van Jack Moens, een
jongerenbijeenkomst in Engeland, het Zonnehuis en draafde met mijn echtgenote op bij
diverse NPI-ers. Ik werd aangenomen in de categorie ‘zoekende zielen’ maar met een
interessante achtergrond “de business’. Een mercuriale, enigszins ongeordende geest die
de dubieuze kant van het leven kende.
De tijd op het NPI
Twee jaar heb ik meegedraafd als assistent, vooral met Jack, Hans Plantenga en Rolf
Lausberg. Op een goede dag kwam ik zelf tot de ontdekking dat, organisatie ontwikkelen,
leren van mensen inhoud. Als centraal gegeven kwamen zo een aantal werkgroepen in
mijn belangstelling: de ‘opleiden en leren’-groep, de creatieve samenwerkingsgroep, de
conflictgroep en de beleidsgroep. Voor mij stond, denk ik, het vraagstuk van de drieheid
vraag-behoefte-tekort, bij het opsporen van functioneringstekorten die dan omgewerkt
moeten worden tot reële opleidings- en organisatieveranderingsdoelen, centraal. Ook aan
de perfectionering van het formuleren en geaccepteerd krijgen van opleidingsdoelen. Ik
ben daar nu nog mee bezig en ben nu gekomen bij het opsporen en accepteren van de ei-
gen functioneringstekorten, onder het motto: “Wat heeft, hetgeen in mijn omgeving niet
klopt, met mij te maken?’ Een ander levensthema is de zin uit ‘Antroposofie en het soci-
ale vraagstuk’. Deze luidt: “Met een stuk brood kan men slechts een enkeling helpen, een
totaal van mensen helpt men aan brood door ze een wereldbeschouwing te geven”.
De projecten die ik had, waren vaak langlopend: Philips in de Divisie Consumer Electro-
nic: het invoeren van Total Quality (een voorloper daarvan) in het ‘Overseas Lab’ (een
onderdeel van het product creating process). Jarenlang heb ik de Arbeiders Vereniging
voor Lijkverbranding (AV VL) begeleid bij het uitwerken van de nieuwe doelstelling en
missie. Samen met Leo heb ik voor Mölnlycke-Hoogezand een ingewikkeld handboek
ontwikkeld voor het opleiden van machinearbeiders die met bepaalde machines moesten
werken. Eveneens grote pret. Last but not least heb ik mogen mee werken aan het om-
bouwen van wat nu de huidige vorm is van Assiociation for Social Development.
Daarna
In september 1985 ging ik met de Copacabana naar Brazilië, zonder plannen maar met
ideeën. Een van de ideeën was een soort Centre For Social Development voor Latijns-
Amerika. Dat is geworden het Instituto de Desenvolvimento Humano e Institucional. Ik
heb dit samen met Jos Schoenmaker gedaan. Het andere idee was om jonge mensen die
met de Sociale Pedagogie van Lex en Hanneke Bos in aanraking waren gekomen en die
zich wilden omwerken tot professionals in dit werk, in de benen te helpen, zodanig dat ze
met een eigen individualiteit uit de verf konden komen. Brazilië voor de Brazilianen als
motto. Nu bestaan er inmiddels twee groepen ‘multiplicadores’ en 'collaboradores’ eigen-
standig werkzaam in respectievelijk de derde sector en de industriële sector. Voorts heb ik
mee kunnen werken aan de opbouw van een alternatieve bank in Säo Paulo alwaar ik in
de directie werkzaam ben.
Aan de andere kant van de oceaan heb ik mezelf gevonden in het vak en voorlopig zie ik
nog geen eind. Wat me diepe voldoening schenkt is dat ik aan de wieg heb mogen staan
van een project, dat vier jaar geleden begonnen is als een soort bank voor vrouwen in
sloppenwijken en dat nu een platform is voor gezondmakende initiatieven in het sociaal-
economische leven.
heden, december 1997

Franka van de Ven
Geboortedatum en -plaats:
28 september 1956 te “s-Gravenhage
Werkzaam bij het NPI:
juli 1988 - november 1990
Persoonlijke thema’s:
°_biografiewerk
°_conflictmanagement
Bijzonderheden:
°_‘Bloem in de knop’
Korte beschrijving van de levensloop
periode activiteiten
1979 - 1985 Studie Andragologie - Rijksuniversiteit te Leiden
1983 - 1986 Stichting Tegen Haar Wil (opvang slachtoffers seksueel geweld),
trainer
1986 Nieuw Elan Management opleiding - Stichting De Baak. Werksta-
ge bij de VARA, opzetten Management Informatie Systeem t.b.v.
het toekomstige sociale beleid
1986 - 1987 KSG opleidings- en organisatie-adviesbureau, trainer
1988 - 1990 NPI, senior adviseur
1990 - 1991 Moederschap
1991 - heden Phoenix - outplacement-bureau, adviseur
heden, december 1997

Franka van de Ven
Kennismaking met het NPI
Na mijn studie andragologie ben ik bij een snel en dynamisch opleidings- en adviesbureau
gaan werken, ik miste er echter concepten ten aanzien van organisatie ontwikkeling. Een
collega van mij, Sido van der Meulen (bestuurslid van stichting Klaverblad), raadde mij
aan om met Henri van Gelder te praten. Toen is het balletje gaan rollen en omstreeks be-
gin 1988 ben ik als ingroeiend medewerker in dienst van het NPI getreden.
De NPI-periode in vogelvlucht
De beginperiode bij het NPI was voor wat betreft interne zaken redelijk zwaar. Ik kwam
binnen op het moment dat Mia Lemson net weg was en ik was daarmee de enige vrouwe-
lijke adviseur in het instituut. Vreemd was het om overal een standpunt over in te moeten
nemen terwijl je de situatie nog niet kende.
Het werk bij klanten was zeer boeiend en leerzaam. In samenwerking met Wouter van de
Gaag voerde ik bij de KEMA een onderzoek naar de organisatiecultuur uit. Bij de KRO
heb ik samen met Adriaan Bekman een conflictproject uitgevoerd. Met Hans Adema van
Scheltema heb ik aan kwaliteitsmanagement gewerkt bij ICI. En op De Baak heb ik een
aantal cursussen gegeven.
Verder werkte ik veel samen met Jerry Schöttelndreier, Kees Locher, Jos van der Brug en
Victor Meijer. Victor Meijer was mijn kamergenoot en maatje tijdens mijn NPI-periode.
Thema's en concepten
Ik voelde mij sterk verbonden met de concepten die behoorden tot conflictmanagement en
het biografiewerk, van beide ontwikkelgroepen maakte ik deel uit.
Een belangrijk concept dat ik nog altijd gebruik is eigenlijk een uitspraak van, ik geloof,
Bernd Kloke: ‘het gaat niet om de intenties, de goede bedoelingen maar om het effect, de
waarneembare feiten’. Dit inzicht gebruik ik nog steeds in mijn huidige baan bij een out-
placement-bureau. Dat geldt ook voor het inzicht dat mensen in patronen leven die zich-
zelf herhalen tot op het moment dat er bij jezelf een knopje omgaat. De kunst is om deze
patronen te herkennen.
Een steeds terugkerend thema is de vraag: “sturen of gestuurd worden?’.
Mooiste Moment
Na een jaar zou in de kring besloten worden of ik als senior tot het NPI mocht toetreden.
Ik vertelde toen over mijzelf, over mijn persoonlijke religie-beleving en over mijn wor-
steling met dat stuk in de antroposofie. Geruststellend en mooi was de reactie uit de
groep: ‘je hoeft niet ons te doen en te zijn, blijf jezelf en wees welkom’.
Na het NPI
Ik ben bij het NPI weggegaan op het moment dat ik mijn eerste dochter kreeg. Ik ben toen
een jaar thuis gebleven en ben vervolgens parttime gaan werken voor het outplacement-
bureau Phoenix.
heden, december 1997

Tijno Voors
Geboortedatum en -plaats:
12 juli 1939 te Zaandam
Werkzaam bij het NPI:
1967 - 1977
Persoonlijke thema’s:
°__interne organisatie
creatieve samenwerking
werken met ondernemingsraden
o
Oo
Korte beschrijving van de levensloop
periode activiteiten
1967-1971 Rechtenstudie in Amsterdam en Kandidaat notaris
1967-1970 NPI, junior adviseur
1970-1977 NPI, senior adviseur
1977-1991 Centre for Social Development, centrale stafmedewerker (Engeland)
1987 - heden Biografical counseling (Engeland)
1991 - heden Blackthorn Trust, directeur (Engeland)
publicatie: Vision in action, Hawthorn Press (1996), working with
small organisations together with Christopher Schaefer
heden, december 1997

Tijno Voors
Naar het NPI
Via een gesprek met Michiel van Mourik Broekman trad ik in 1967 als junior in dienst
van het NPI.
Belangrijke thema’s
Tijdens mijn verblijf bij het NPI waren de volgende drie thema’s voor mij belangrijk:
De interne organisatie
De vorming seniorengroep, voor- en nacalculatie en de driegelede managementstruc-
tuur.
Creatieve Samenwerking
Samen met Rob Otte ontwikkelde ik waarnemingsoefeningen. Daarnaast verbond ik
hiermee het biografiewerk. Het vertellen van heldensagen en avondgesprekken met
deelnemers over de antroposofie waren voor mij ook belangrijk.
Werken met ondernemingsraden
Sinds de jaren zeventig.
Belangrijke klanten
Tijdens mijn NPI-tijd waren de vier belangrijkste klanten voor mij:
Bureau Zandvoort: Dit was een stedebouwkundig bureau. Ik begeleide daar het proces dat
moest resulteren in de omvorming van het eigendom in handen van de pioniers naar ge-
meenschappelijk eigendom in handen van de medewerkers. Dit had uiteraard op allerlei
vlakken consequenties: structuur, juridische vorm, overlegstructuur en de grondhouding
van de betrokkenen.
Bij de NMB trainde ik de ondernemingsraden. Samen met Cees Zwart was ik betrokken
bij de totale herstructurering van de Westland hypotheekbank. Bij de Tridosbank zat ik in
het bestuur.
Sindsdien
Nadat ik in 1977 bij het NPI was vertrokken, ben ik eerst veertien jaar centrale stafmede-
werker geweest bij het Centre for Social Development (Forest Row, Engeland). Hier
werkte ik samen met Coen en Djobs van Houten, Christopher Schaefer, Stephen Briault,
Hester Renouf en vele anderen.
In 1987 ben ik begonnen met de ontwikkeling van Biographical Counseling: een nieuwe
professionele counsellingtraining vanuit de antroposofie.
Sinds 1991 ben ik niet meer werkzaam bij het Centre for Social Development. In 1991
ben ik directeur geworden van de Blackthorn Trust. Dit is een rehabilitatie en therapie-
programma door ‘engagement with work and the Harper community’ voor mensen met
langdurige psychische problemen. Het concept is een unieke samenwerking tussen vier
huisartsen (van de National Health Service), vijf therapeuten en een werkgemeenschap
met een vegetarisch restaurant en een commerciële tuinderij/kwekerij. Mijn vrouw, Bons
Voors, werkt in dezelfde opzet als psychotherapeut/counselor.
heden, december 1997

Cees Zwart
Geboortedatum en -plaats:
28 december 1934 te Rotterdam
Werkzaam bij het NPI:
1973 - 1987
Persoonlijke thema’s:
mens en samenleving in ontwik-
keling
professionele organisatie ontwik-
keling
integriteitsontwikkeling
°_de verantwoordingsgemeenschap
Bijzonderheden:
° sinds 1957 al zeer intensief con-
tact en nauwe samenwerking met
NPI
Bernard Lievegoed was leer-
meester
°_van 1973 tot 1980 in dagelijks
bestuur
Korte beschrijving van de levensloop
periode
1954 - 1960
1960 - 1966
1966 - 1973
1973 - 1987
1974 - heden
1982 - 1996
1990 - heden
1987 - heden
Nevenfuncties:
activiteiten
Studie economie in Rotterdam
NV Philips, opleidingsfunctionaris en medewerker bureau perso-
neelsbeleid
Technische Hogeschool in Twente, wetenschappelijk hoofdmede-
werker met onderwijsopdracht sociale bedrijfskunde
NPI, senior adviseur
Erasmus Universiteit Rotterdam, hoogleraar: organisatie ontwik-
keling en menselijke kwaliteit
Vrije Hogeschool in Driebergen, rector
Katholieke Universiteit Brabant, hoogleraar: organisatie ontwik-
keling en menselijke kwaliteit
Zelfstandig organisatieadviseur
lid raad van advies van ABN/AMRO
lid raad van advies van Verkeer- en Waterstaat
heden, december 1997

Cees Zwart
Via Bernard Lievegoed nauw verbonden met het NPI
Tijdens mijn studie Economie in Rotterdam volgde ik het keuzevak ‘sociale pedagogiek’
dat gedoceerd werd door Bernard Lievegoed. In 1957 werd ik studentenassistent voor dit
keuzevak en leerde ik het NPI kennen. Het was voor mij duidelijk dat ik bij het NPI zou
komen maar Bernard raadde mij aan om eerst in het bedrijfsleven te gaan om gelouterd te
worden door een gewone organisatie.
Tijdens mijn periode bij Philips heb ik contact gehouden met het NPI. Toen Bernard Lie-
vegoed als hoogleraar in Twente werd benoemd, werd ik in 1966 wetenschappelijk
hoofdmedewerker bij hem. Vanuit deze positie was ik nauw betrokken bij het NPI-werk.
Ik deed mee aan projecten maar ik was officieel nog geen medewerker. De fusie van twee
levensverzekeraars speelde in deze periode en heeft als materiaal voor mijn promotie Ge-
richt veranderen van organisaties, 1972) gediend. In 1974 volgde ik Bernard Lievegoed
op als hoogleraar aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam.
Het NPI als zelfsturend organisme
Omstreeks 1970 werd er een werkgroep organisatie ontwikkeling in het leven geroepen
om een voorstel te doen voor een nieuwe bestuursstructuur. Hans von Sassen, Lex Bos en
ik maakten hiervan deel uit. Wij deden het voorstel om het NPI, na het vertrek van Ber-
nard Lievegoed, als zelfsturend organisme te organiseren met een seniorenkring en man-
datarissen. Opmerkelijk is dat ik toen nog niet op de pay-roll stond. Dat gebeurde pas in
1973 toen ik officieel medewerker werd. Ik nam met Jan Donker en Jack Moens gelijk al
zitting in het eerste Dagelijks Bestuur.
Om het ideaal van de verantwoordingsgemeenschap, dat ons zeer dierbaar was, tot in de
bedrijfseconomische huishouding te verankeren, werd in 1974 de Bedrijfseconomische
Studiegroep opgericht. Ik ben hier zeer nauw bij betrokken geweest en heb mij aan dit
proces zeer intens ontwikkeld. Ik beschouw de periode van het BESG-proces als glorieu-
ze jaren in het NPI.
Enkele belangrijke projecten
Bij DSM heb ik in samenwerking met Hellmuth ten Siethoff en Jacques Uljée voor zo’n
1200 man van het centraal laboratorium werkoverleg ingevoerd.
Mijn eerste politieproject is voortgekomen uit een project bij de gemeente Rotterdam in
het kader van integrale LT-planning. Hierop volgde een langlopend organisatie ontwik-
kelingstraject binnen de politie-organisatie. Een ander groot ontwikkelingsproject had ik
in Duitsland bij de Glatzpapier fabrieken. Andere opdrachtgevers waren o.a. Philips, de
gemeente Zoetermeer, de Universiteit in Delft, Bank Mees en Hope.
De cursus organisatie ontwikkeling
De vijfwekelijkse cursus organisatie ontwikkeling is een belangrijk traject geweest. Met
Leo de la Houssaye en Rob Otte heb ik zo’n zes jaar deze leergang begeleid. In deze leer-
gang hebben we veel organisatie ontwikkelingsconcepten ontwikkeld. Verder heb ik cur-
sus gegeven op De Baak en veel voordrachten gehouden.
Periode na het NPI
Sinds ik, in 1987, het NPI verlaten heb, ben ik werkzaam als zelfstandig organisatieadvi-
seur. Al hoewel ik het Zeister instituut verlaten heb, beschouw ik dit als een voortzetting
van de NPI- impuls. De cyclus “werkontmoetingen’ die ik georganiseerd heb, moet ook in
dit licht bezien worden.
heden, december 1997

sJepjous SUUOAA
uewepel | ledsey
ueA ep UPA PUBL
EEEN EEE EE EEE
XÍMLOO UEA ple
Jefie 10301
Bang Jep ueA 097
Bee5 tap UEA JAJNOM
ewe}jeyIS UEA eWePY/ SUEH
Biequeuuog JeWJO
Be eu
Ee eG
nog e[euL
yois sanboer ueer
Jeleupujegouos Auer
usjoyossog UEA OUEN
[se© ZA
Jeyuog Uer
suagal BIN
sJoyjols Ue} UJNWJISH
ebusjueId SUEH
uamnea” UEA Je}ed
uebj AuleH
ekessnopH ej sp 097
uaJNnoH UEA U90I
8 MEE SOOH
jJoylaH0ld INA
ee) se ve} eef ze} ve} oef eef eef ze} oef se} ve) eef ze) vel oef ez} eef ze} ot} se| vel ee] wf +4
Ko

Veel gebruikte afkortingen
BESG Bedrijfseconomische studiegroep
BIG Educational Training Consultants
IDO Institut pour le Développement Organisationel
LTO Lager technisch onderwijs
ODISA Organisational Institute Southern Africa
PIVA workshop Persoonlijke initiatieven in een vastlopend arbeidsbestel
SEA Social Ecology Associates

NPI - Instituut voor
Organisatie Ontwikkeling
Valckenboschlaan 8
Postbus 299,
3700 AG Zeist - Nederland
telefoon 030-6920044
fax 030-6912770
Ref. Zeist, 2 december 1996
Beste
Op terugreis uit Engeland afgelopen jaar raakten wij (Kees & Jos) erover in gesprek
dat er nu reeds en in de toekomst nog veel meer N.P.I.-collega's zullen zijn die niet
meer weten welke mensen in het verleden bij het Instituut hebben gewerkt, aan welke
interne ontwikkelingen zij hebben bijgedragen, met welke concepties en werkwijzen
zij verbonden waren en wie hun voornaamste klanten waren.
Wij kwamen toen op het idee om een fotoboek te maken waarin van iedere oud
senior-medewerker een foto en een aantal gegevens zijn opgenomen. Zelf waren wij
erg enthousiast over dit idee, maar gebrek aan tijd weerhield ons ervan hieraan uit-
voering te geven. Wel legden wij de gedachte voor aan enkele collega's die er ook
onmiddellijk warm voor liepen. Zij stelden ons voor één of twee jonge medewerkers
in te schakelen. Deze kunnen daardoor oud-collega's leren kennen, terwijl het ons niet
zo veel tijd kost.
Nu zijn wij zover dat we ons tot jullie wenden met het verzoek om medewerking. Ons
doel is dat er omstreeks zomer 1997 op het N.P.I. een losbladig fotoboek ligt, waarin
van iedere ex-senior medewerker van het Zeister instituut een foto op briefkaartfor-
maat is opgenomen met daarbij:
e De naam, geboortedatum en van enkelen de datum van overlijden.
e De periode waarin hij/zij werkzaam is geweest op het N.P.I. (incl. de eventuele
junioren/ingroei/assistenten-tijd)
e De voornaamste concepties, thema's en werkwijzen die door haar/hem
(mede)ontwikkeld zijn.
e De begrippen, de thematiek en de processen die centraal stonden in de periode dat
hij/zij bij het N.P.I. werkte.
e Eén of enkele belangrijke klanten bij wie de betrokkene in zijn/haar N.P.L.-periode
heeft gewerkt.
e Waar de oud-medewerker na de N.P.I. periode gebleven is.
e Eventuele persoonlijke opmerkingen.
NPI: Postbank 626400
Crediet en Effecten Bank Zeist
6999138996
Instelling van de Stichting tot Bevordering
der Sociale Pedagogie
KvK Utrecht nr. S 177445

Hoe willen wij het aanpakken?
Bij deze brief ontvang je een lijst met namen en adressen van de oud-senior medewer-
kers voor zover zij bij ons bekend zijn. Wij vragen je aanvullingen en correcties op
deze lijst door te geven aan de hieronder genoemde medewerkers. Weet je ook de
namen en adressen van diegenen tot wie wij ons kunnen wenden voor een foto en
informatie over overleden medewerkers willen we dat graag van je ontvangen.
Wij vragen om jouw foto op briefkaartformaat; het liefst uit de periode dat je werk-
zaam was op het N.P.I. Lukt dat niet dan is een recentere foto natuurlijk ook welkom.
Ronald Bruin en Inger van Steenis zijn de twee jonge medewerkers die ons helpen dit
initiatief te realiseren. Zij zullen binnenkort contact met je opnemen om te overleggen
hoe jouw foto en informatie op het instituut komt. Oud-collega's die vanuit Zeist
makkelijk bereikbaar zijn, zullen zij waarschijnlijk persoonlijk bezoeken. Oud-collega's
in het buitenland kunnen zij misschien op doorreis naar een project bezoeken, terwijl
anderen via de post of telefoon om gegevens gevraagd zullen worden.
Wij hopen dat iedereen eraan mee wil werken, zodat een stukje N.P.I.-verleden ook
“voor het oog" behouden blijft. Wij zijn er van uitgegaan dat ook jij positief t.o.v. dit
initiatief staat. Mocht dit niet het geval zijn of als je er vragen over hebt, wil je dan
met één van ons contact opnemen.
Rekenend op je medewerking en je bij voorbaat dankend,
Met hartelijke groeten,
Jos van der Brug
Kees Locher
Contactpersonen:
Eventueel buiten het werk ook te bereiken op:
Inger van Steenis: 050-3121055 (weekend) of 030- 2292818
Ronald Bruin: 010-4677374
EN
NPI - INSTITUUT VOOR ORGANISATIE ONTWIKKELING a TELEFOON 030-6920044 FAX 030-6912770

Bewerkingsoverzicht
NAAM
Hans Adema van Scheltema
Erwin Asbeck
Gert Jan Avelingh
Mario van Boeschoten
Lex Bos
Thale Bout
Wil Brokerhof
Leo van der Burg
Dik Crum
Jan Donker
Otmar Donnenberg
Claudius Drewes
Wouter Gaag
Henri van Gelder
Fritz Glasl
Manfred Hahn
Leo de la Houssaye
Coen van Houten
Harry Ilgen
Ferd van Koolwijk
Koos Kraak
Rolf Lausberg
Peter van Leeuwen
Dick Lemson
Bernard Lievegoed
Victor Meijer
Jack Moens
Tom Peetoom
Hans Plantenga
Mia Ribbens
Wim de Rhoter
Kees Sanders
Hans von Sassen
Jerry Schöttelndreier
Jean-Jacques Sick
Hellmuth ten Siethoff
Yvonne Smolders
Hay Soree
Kasper Tideman
Jacques Uljée
Franka van der Ven
Tijno Voors
Cees Zwart
bron
interview
interview
interview
brief
interview
interview
interview
interview
brief
interview
interview
interview
interview
interview
brief
brief
interview
interview
interview B.G.C. Ilgen en J.F. Moens
interview
interview H.B.H. Kraak en J.F. Moens
brief
interview
interview
archief NPI + interview P.H. Lieve-
goed, J.F. Moens en L. de la Houssaye
archief NPI + brief A. Bekman
interview
brief
brief
interview
interview J.F. Moens
brief
brief
interview
brief
brief
interview
brief
brief
brief
interview
brief
interview
status
datum
gereed
gereed
gereed
gereed
gereed
gereed
gereed
gereed
gereed
gereed
gereed
gereed
gereed
gereed
gereed
gereed
gereed
gereed
gereed
gereed
gereed
gereed
gereed
gereed
gereed
gereed
gereed
gereed
gereed
gereed
gereed
gereed
gereed
gereed
gereed
gereed
gereed
gereed
gereed
gereed
gereed
gereed
gereed
december ‘97
december ‘97
december ‘97
december ‘97
december ‘97
december ‘97
december ‘97
december “97
juli ‘98
december ‘97
december ‘97
december ‘97
december ‘97
december ‘97
december ‘97
juli ‘98
december ‘97
december ‘97
juli ‘98
december ‘97
juli ‘98
december ‘97
december ‘97
december ‘97
juli ‘98
juli ‘98
december ‘97
juli ‘98
december ‘97
december ‘97
juli ‘98
december ‘97
juli ‘98
december ‘97
december “97
december ‘97
december ‘97
december ‘97
december ‘97
december ‘97
december ‘97
december ‘97
december ‘97