← Back to catalogue

Characteristics of groups

Author:
Hans von Sassen
Original title:
Kenmerken van groepen
Type:
Syllabus
Language:
Dutch
Year:
1987
Pages:
4
Subject:
Learning group, social group, working group
NPI reference no.:
5077.877

ND
NPI - Instituut voor Organisatie Ontwikkeling
syllabus: 5077.877
HS/LG
KENMERKEN VAN GROEPEN
Drie groepsvormen: leergroep, sociale groep, werkgroep
Mensen die iets met elkaar doen, zoals spreken, spelen of
werken, vormen een groep. De leden hebben met elkaar te ma-
ken en zijn gericht op een meer of minder duidelijk gemeen-
schappelijk doel of een gemeenschappelijke inhoud.
Drie soorten groepen kunnen worden onderscheiden, al naar
gelang het gebied waarop dit doel ligt, namelijk leergroe-
pen, sociale groepen en werkgroepen.
Leergroep
In de leergroep zijn mensen bij elkaar, die —- uiteindelijk
ieder voor zich - iets willen leren. Het doel van het samen-
zijn of met elkaar werken is dus, dat ieder voor zich zelf
iets kan meenemen, er "wijzer van wordt". In het "midden van
de groep" staat een bepaalde inhoud (thema). De leden zijn
veel meer op de inhoud dan op elkaar gericht. De onderlinge
samenhang gaat niet verder dan dat men de leersituatie voor
elkaar mogelijk maakt; de deelnemers staan dus in principe
vrij ten opzichte van elkaar en zij behoeven geen verant-
woordelijkheid voor een gemeenschappelijk resultaat op zich
te nemen.
Sociale groep
Groepen die tot stand komen, omdat het hoofddoel van de
deelnemers is, elkaar te leren kennen, contact met anderen
te hebben, elkaar te ontmoeten of iets gemeenschappelijks
te beleven, b.v. gezelligheid, vatten we samen met de term
"sociale groepen". De groepsactiviteit is meestal gesprek
of spel. Deze gesprekken en spelen zijn niet gebonden aan
een vaste inhoud of een vast doel, dus ook niet aan een pro-
cedure. Zij kunnen daardoor bf vervluchtigen tot vrijblij-
vende conversatie of spontane actviteiten, df zich verdich-
ten tot een creatief gebeuren. De leden zijn meer op elkaar
dan op een bepaalde inhoud of een gemeenschappelijk resul-
taat gericht. Het al of niet geslaagd zijn van deze groepen
wordt afgemeten aan de groepssfeer (het was inspirerend, ge-
zellig, saaì, enz.). In het "midden van de groep" zijn dus
de mensen en hun interactie.
Valckenboschlaan 8, Postbus 299, 3700 AG Zeist, Telefoon 03404-20044, Fax 03404-12770.

nn
Werkgroep
Het doel van deze groep is een gemeenschappelijk resultaat
te bereiken (conclusie, besluit, produkt). Dit resultaat
komt tot stand door een veelheid van bijdragen van de leden
en de afstemming daarvan op de juiste wijze en het juiste
tijdstip. Dat vergt samenwerking en organisatie. In werk-
groepen zijn de leden het meeste op elkaar aangewezen; van
de bijdragen der leden en hun samenwerking hangen succes en
mislukking van het geheel af. Bij gesprekken en werkzaamhe-
den zijn de werkwijze en de procedure van belang om het be-
oogde resultaat te bereiken. In het "midden van de groep"
staat het te bereiken doel, waarvan de individuele en ge-
meenschappelijke activiteiten afgeleid worden. De informatie
waarover de leden beschikken en de omgang met elkaar hebben
een ondergeschikte betekenis, namelijk als voorwaarden om
het werkdoel te kunnen bereiken,
De hoofdkenmerken van de drie soorten groepen kunnen we in
de volgende beelden weergeven:
Leergroep Sociale groep Werkgroep
In de leergroep is de inhoud (I) gegeven. Deze is uitgangs-
punt en voorwaarde voor gemeenschappelijke activiteit. Het
doel daarvan ligt in de deelnemers (kennis, vaardigheid,
enz. die je kunt waarnemen). Er is dus één gemeenschappelij-
ke inhoud en er zijn zoveel doelen als er deelnemers zijn.
In de werkgroep is het werkdoel (W) gegeven en moet door de
bijdragen van de medewerkers tot stand gebracht worden,
Voorwaarde daartoe zijn de individueel verschillende infor-
matie en capaciteiten (vroegere leerresultaten) van mede-
werkers. Er is dus één gemeenschappelijk doel en er zijn zo-
veel inhouden als er medewerkers zijn.
In de sociale groep zijn inhoud noch doel gegeven, maar ko-
men uit de interactie tussen de mensen tot stand en hebben
hun betekenis overwegend in het hier en nu van de groepssi-
tuatie.

De deelnemers van de leergroep staan in principe buiten de
“groepssituatie" (weergegeven door de kringlijn). Dat blijkt
b.v. daaruit, dat de leersituatie door kan gaan als deelne-
mers niet meer aanwezig zijn. De deelnemers staan dus (be-
trekkelijk) vrij t.o.v. elkaar.
De medewerkers van een werkgroep staan daarentegen in de
groepssituatie. Hun functie is deel van die situatie, zij
kunnen niet gemist worden (als persoon eventueel wel vervan-
gen door een ander).
In de sociale groep vormen de mensen zelf met elkaar de
groepssituatie, Ze staan er enerzijds vrij in (daardoor is
creativiteit mogelijk), anderzijds zijn ze deel van de situ-
atie, die door de acties van allen ontstaat.
Drie kenmerken van groepsactiviteiten:
inhoud, interactie, proces.
Van elke groepsactiviteit zijn de volgende aspecten te on-
derscheiden:
1. Wat men doet, over wat men spreekt -— de inhoud (informa-
tie, gedachten, meningen, enz.).
2. Hoe, langs welke weg men tot een doel komt - het proces
(voortgang, plan, procedure, e.d.).
3. De wisselwerking tussen de mensen, hoe men met elkaar om-
gaat, elkaar beïnvloedt - de interactie (communicatie,
onderlinge relaties en de wijze van samenwerking) .*
Nu is het duidelijk, dat in de leergroep de. inhoud, in de
sociale groep de interactie en in de werkgroep de voortgang
het belangrijkste aspect is. In elke groep zullen echter ook
de andere aspecten een kleinere of grotere rol spelen. De
interactie zal in de leergroep vooral het karakter van com-
municatie hebben (uitwisselen van informatie e.d.) en in de
werkgroep die van samenwerking. In de sociale groep zijn
vooral de onderlinge relaties bepalend. Dat maakt het moge-
lijk de drie soorten groepen nader te karakteriseren.
Leergroepen
Er zijn leergroepen, waarin de inhoud overwegend door doce-
ren gebracht wordt (les, college, lezing). De interactie
tussen deelnemers is dan zeer gering en samenwerking is niet
nodig.
Zie verder: Aspecten van het groepsgesprek, syl. 1585.

en me En
Ieder neemt van de inhoud datgene op, wat hij zelf verwerken
en gebruiken kan, Een leergroep (die niet te groot is) kan
echter ook een gsprek met elkaar voeren (leergesprek, dis-
cussie) om een inhoud te verwerken of een thema met elkaar
te verdiepen, wat ook gebeuren kan door een “leerspel"
(b.v. rollenspel). Dat betekent dat de leergroep zich ook
als een sociale groep moet gedragen. Hoe beter de sfeer is,
des te groter zal het leereffect voor allen zijn. Ten slotte
kan een leergroep ook aan een gemeenschappelijke taak werken
(leer-werkstuk, leer-project). Doel van dit werk is niet het
resultaat (dan zou het een werkgroep zijn), maar datgene wat
ieder aan het totstandbrengen ervan leert, De werkgerichte
houding van de deelnemers (zoals boven bij de werkgroep be-
schreven) is echter een belangrijke voorwaarde voor het
leereffect. De noodzaak tot samenwerking daarbij betekent,
dat de groep ook als sociale groep functioneert.
Wil men deze drie soorten leergroepen een naam geven, dan
kan men b.v. spreken van: lesgroep, discussiegroep (of rol-
lenspelgroep) en studiegroep (leer-werkgroep).
Werkgroepen
Waar groepen een overeengekomen plan uitvoeren, zijn de ken-
merken van de werkgroep het meest zuiver aan te treffen, De
inbreng van ieders bijdrage in de juiste vorm en op de ge-
wenste tijd en het bewaken van de voortgang van het werk
zijn de belangrijkste taken van de groep om het doel te be-
reiken. Kennis van het plan, individuele vakkundigheid en
een soepele omgang van de medewerkers onder elkaar zijn
"voorwaarden!" daartoe, d.w.z. dat ze reeds als vanzelfspre-
kend aanwezig zijn en er tijdens het werk niet aan "gewerkt"
hoeft te worden.
Waar groepen werken aan het tot-stand-komen van een doel en
plan is oordeelsvorming nodig. Deze vindt plaats in gesprek-
ken of experimentele situaties, waar geprobeerd wordt uit te
vinden welke de meest geschikte condities voor mogelijke op-
lossingen zijn. Daarbij spelen houdingen, voorkeuren, enz.
van de groepsleden een grote rol; dat betekent dat de werk-
groep zich ook als sociale groep moet gedragen (dus daaraan
ook bewust in de oordeelsvorming werkt).
Elk plan voor een (nieuwe) activiteit moet rekening houden
met de bestaande toestand en de daarin aanwezige al of niet
veranderbare factoren. Om tot een besluit te komen moet de
groep zich een beeld vormen van deze gegevens, d.w.z. infor-
matie, inzichten, enz. verkrijgen.
Tijdens de beeldvorming zal een werkgroep zich dus primair
als een leergroep moeten gaan gedragen! Dit vergt een andere
instelling dan die van het besluiten en uitvoeren.
COPYRIGHT NPI