← Back to catalogue

My opinions with regard to leadership

Author:
Mario van Boeschoten
Original title:
Meningen die ik heb t.a.v. leiding geven
Type:
Exercise
Language:
Dutch
Year:
1973
Pages:
2
Subject:
10 opinions for self evaluation (originally catalogued as "test")
NPI reference no.:
2586.737

EA NEDERLANDS PEDAGOGISCH INSTITUUT
hl ES « Valckenboschlaan 8, Zeist - Telefoon (03404) 2 00 44
2586737
VB/VA
MENINGEN DIE IK HEB T.A.V. LEIDING GEVEN
(Wilt u uw voorkeursmening aankruisen?)
1. In de samenwerking met mijn ondergeschikten:
a. moet ik hen laten meepraten en meedenken in zowel
routine- als belangrijke beslissingen;
b. moet ik mijn beslissingen openhartig met hen be-
spreken en ook in belangrijke zaken mijn motieven en
doelstellingen duidelijk maken.
2, Ik vind, dat ik als manager:
a. bij mijn chef de bereidheid moet vinden om mijn
positie openhartig te bespreken;
b. de gelegenheid moet krijgen mij verder te ontwikkelen
door een geleidelijke uitbreiding van mijn verant-
woordelijkheden en van mijn gebied van zelfcontrôle.
5. De basisbehoeften van mijn ondergeschikten kunnen het
beste worden bevredigd door:
a. veel gebruik te maken van hun kennis, ervaring en
creativiteit;
b. hun veel informatie te geven en aan afdelingsbe-
sprekingen deel te laten nemen, opdat zij het gevoel
hebben erbij te horen, gewaardeerd en erkend te
PTA worden.
hl. De meeste mensen in onze cultuur:
a. hebben de — wellicht onbewuste — behoefte creatief
te zijn en zich ergens voor in te zetten;
b. hebben een gemeenschappelijijk behoeftenpatroon, name=
lijk om tot een groep te willen behoren, gewaardeerd
te worden en vrienden te hebben.
5. Ik vind, dat mijn chef:
a. mij meer zou moeten stimuleren en helpen bij de ont-
plooiing van mijn capaciteiten;
b. meer openheid en belangstelling zou moeten tonen
voor de problemen, die ik in mijn werk ontmoet.

keen 2
2e
6. Mijn opvattingen over mijn ondergeschikten gaan, algemeen
gezien, in de volgende richting:
a. zij zoeken grotere individuele erkenning en willen
zich nuttige leden van ons bedrijf en onze werkgroep
voelen;
b. zij zoeken naar meer ruimte om hun initiatieven te
kunnen ontplooien en willen meer verantwoordelijkheid
dragen.
7. In het algemeen vind ik, dat:
a. het de moeite waard is mijn ondergeschikten toe te
staan mee te praten, omdat ik daarmee bereik, dat
zij achter de uitvoering van de beslissingen zullen
staan;
b. het goed is om mijn ondergeschikten te laten parti-
ciperen, omdat daardoor meer informatie aan het
licht kan komen en mogelijk betere beslissingen
worden genomen. Bovendien is het voor hen een situ-
atie waarvan zij kunnen leren.
8. Ik vind, dat ik:
a. meer betrokken moet worden in de belangrijkere be-
slissingen, mede in verband met mijn speciale kennis
en ervaring, die mijn superieuren mogelijk niet
hebben;
b. meer informatie moet krijgen ten aanzien van de ge=
nomen beslissingen en hun achtergronden.
9. Ik vind het belangrijk, dat ik:
a. ieder van mijn ondergeschikten zo veel mogelijk help
bij de verdere ontwikkeling van zijn capaciteiten;
b. altijd beschikbaar ben om met mijn ondergeschikten
over. hun problemen te spreken.
10. Ik geloof, dat:
a. als mijn chef meer vertrouwen in mijn capaciteiten
en mijn verantwoordeliijjkheidsgevoel zou hebben, ik
dat vertrouwen beslist niet zou beschamen;
b.-meer belangstelling van de kant van mijn chef mij
beslist zou stimuleren in de uitoefening van mijn
functie.
Copyright NPI