Nederlands Pedagogisch Instituut
handleiding: 8044.895
KL/LG
ONDERZOEK NAAR INTUÏTIE EN RATIO
Uitgangspunt: in werksituaties
Werkwijze
1 on
2.35 -—
Individueel.
Ieder zoekt in zijn/haar herinnering een nog levendig
op te roepen situatie, waarin hij/zij:
ä) rationeel te werk ging;
b) intuïtief te werk ging.
Kies zowel voor het rationele als het intuïtieve één
situatie. Het is hierbij soms moeilijk ze gescheiden
te vinden. Maar vraag je af wat in de gegeven situatie
voor jou de dragende impuls was, waarop je het meest
vertrouwde, 7
Bereid je dan erop voor deze twee situaties aan de
andere leden van je groepje zo concreet mogelijk te
vertellen. Het is de bedoeling dat jouw luisteraars
een feitelijk beeld van de situatie krijgen, zodat zij
op eigen kracht tot een oordeel kunnen komen. Je kunt
jouw presentatie voorbereiden door in je herinnering
op het volgende te letten:
- de omgeving waarin het zich afspeelde: kleuren, vor-
men, voorwerpen...5
- het tijdsproces en belangrijke momenten: wanneer ge-
beurde wat, wat gebeurde ervoor, wat erna...?
- de aanwezige mensen inclusief jezelf: wat deden ze,
wat zeiden ze, wat dachten ze...?
Subgroep jes
Kies wie waarmee begint en wissel vervolgens de intuï-
tieve en rationele situaties af.
Spreker vertelt één situatie zo feitelijk mogelijk,
waarbij hij/zij van tevoren aangeeft of het om een
voorbeeld m.b.t. het rationele of intuïtieve gaat. De
luisteraars kunnen vragen stellen om de spreker uit
oordelen of algemeenheden te halen. Bevredig je eigen
nieuwsgierigheid niet, maar help een zo concreet moge-
lijk beeld te krijgen. Maar denk aan de tijd!
Luisteraars schrijven voor zich zelf op wat hen opvalt
in de situatie waarover verteld is. Het gaat hierbij
er niet om of je het eens bent met de spreker dat dit
Instituut voor Organisatie Ontwikkeling Valckenboschlaan 8, Postbus 299, 3700 AG Zeist Telefoon 03404-20044
2.4
NB,
een herinnering is die te maken heeft met het ratione-
le of intuïtieve. Ondertussen wacht de spreker.
Daarna vertellen de luisteraars hun karakteristieken.
De spreker kan vragen stellen om de zienswijze van de
luisteraar te begrijpen. Geen discussie.
Tot slot zegt de spreker welke karakteristiek het
verste van hen afstaat en welke het dichtste bij (wat
hij het makkelijkst kan herkennen).
Een volgende spreker, een volgende situatie. Herhaling
van voorgaande stappen 2.2 en 2.5.
Afhankelijk van de tijd en de vaardigheid komen er
meer situaties dan één intuïtieve en één rationele aan
de orde. Gezien de beschikbare tijd op deze dag
(11-5-'89) en gezien de doelstelling komen niet alle
voorbereide situaties aan de orde. Toch heeft het zin
je erop voor te bereiden twee situaties te vertellen.
Houd wat tijd over om met elkaar na te praten over de
gevonden karakteristieken en het thema intuïtie en
ratio als organisatiekwaliteiten.
COPYRIGHT NPI