← Back to catalogue

Organic construction

Author:
Leo van der Burg
Original title:
Organisch bouwen
Type:
Syllabus
Language:
Dutch
Year:
1981
Pages:
13
Subject:
Designing and building as processes of development
NPI reference no.:
6150.8110

gmg ET
API
INSTITUUT VOOR ORGANISATIE ONTWIKKELING
Valckenboschlaan 8 - Postbus 298 - 3790 AG Zeist - Holtand - Tel. {03404} 20044
6150.8110
LB/EV
ORGANISCH BOUWEN
a vn re nn vn tn vn man on te tn ar ven me van oe
Ontwerpen en bouwen als ontwikkelingsproces
1,
Zie
Inleiding
In dit artikel wordt een poging gedaan het bouwproces
te beschouwen op de sociale aspecten daarvan.
Op grond van ervaringen van de schrijver in zowel het
sociaal-pedagogische veld als het veld van bouwen en
ontwerpen wordt getracht tot een synthese te komen
van deze velden.
De ervaring in het bouwproces leert dat daarin veelal
keuzen gemaakt worden op grond van technische en
economische aspecten en dat het sociale aspect onder=
belicht blijft.
Dat dit aspect niet zonder belang is moge blijken
uit de schildering van een weg, die alle betrokkenen
zouden kunnen gaan, zoals in dit artikel is weerge-
geven. De weg, die begint bij het initiatief en die
volgens verschillende stappen zou kunnen eindigen bij
een gebouw dat past bij zijn bewoners, zoals de schil
hoort bij de noot die daarin gegroeid is.
Wijlen Winston Churchill kwam eens tot de uitspraak:
“Pirst we shape the building, afterwards they shape us".
Als dit statement juist is (en als men de aandacht
op de relatie mens — gebouw — omgeving richt, hoeft
men daaraan niet te twijfelen!), is het dan niet van
groot belang dat alles in het werk wordt gesteld
om tot een goede afstemming te komen? De juiste ge-
bouwen te bouwen is niet alleen een vraagstuk van de
economie en de techniek maar is tevens een vraagstuk
van mensen een ruimte bieden voor leven en ontwikke-
ling, een sociaal vraagstuk.
Het gebouw waar je immers werkt of woont is toch de
ruimte, waarin b.v. dingen kunnen of niet kunnen, die
je in beweging zetten of die je dat verhinderen.
Dat het daarbij niet alleen om de keuze gaat tussen
bij voorbeeld een flat of een ééngezinswoning, l kamer
of 6 kamers, maar om zaken als inzichten, mogelijkheden,
keuzen, besluiten, daarover gaat dit artikel.
Om dit duidelijk te maken is een en ander in een model
uitgewerkt.
Waarom dit model?
Dit model is een poging om het totale bouwproces te
visualiseren. Het is een model d.w.z. een vereenvoudigd
beeld van de werkelijkheid.

hi
Dit model maakt het echter mogelijk een totaalbeeld
vän een nogal complexe werkelijkheid te verkrijgen.
Wezenlijke elementen van deze werkelijkheid, hun
interactie en hun onderlinge afhankelijkheid worden in
dat beeld zichtbaar, met name de activiteiten die
nodig zijn bij het onderzoek, het ontwerpen, het bouwen
en het (doen) bewonen van gebouwen.
Het is geconcipieerd voor alle gebouwen, voor zowel
nieuwbouw als verbouwing van bestaande gebouwen,
De benadering van het bouwproces, uitgaande van een
totaalbeeld, lijkt ons des te meer vruchtbaar, gezien
de specialisatie binnen de bouwwereld, die het risico
met zich meebrengt slechts een deel van het proces
voor het geheel aan te zien.
Men kan aldus vermijden één van de aspecten van het
bouwproces te verwaarlozen en aandacht krijgen voor
de problemen, die zich onderweg kunnen voordoen. Boven-
dien kunnen moeilijkheden worden begrepen, die worden
ontmoet als gevolg van vergissingen en/of verwaar-
lozingen begaan tijdens voorgaande stappen.
Dat dat uiteindelijk een bewustzijn oplevert, waarin
het mogelijk wordt een gesprek te voeren over de rol
en de plaats van alle deelnemers in het bouwproces,
zoals architecten, aannemers, opdrachtgevers, enz.
lijkt ons niet zonder betekenis.
De fasen van het bouwproces
De eerste stap die gezet moet worden is het onderzoek
van de huidige situatie; voor een woonhuis zou dat
kunnen betekenen een onderzoek van, wat wij zouden
willen noemen, de "woonbiografie" van de toekomstige
bewoner(s) en een beschrijving van de huidige situatie.
In geval van een bedrijf zou een onderzoek inzicht
moeten opleveren in het functioneren in de huidige
situatie, gezien vanuit het verleden en kijkend naar
de toekomst.
Inzicht in de bouwbehoeften moeten dan blijken en
worden herkend en erkend door de potentiele gebrui-
‘ker(s). Voortvloeiende uit deze behoeften worden dan
ontwerpdoelen bepaald. Deze geven een concreet beeld
van de situatie, die na de bouw of de verbouwing
bereikt zou moeten worden. In de loop van de volgende
fase moet gesproken worden hoe deze doelen bereikt
kunnen worden in een plan van actie of ontwerpprogramma
(ontwerpplan).
Dit plan vormt het kader van een ontwerpproces, in de
loop waarvan de schets, het voorlopige en tenslotte
het definitieve ontwerp ontstaat, De activiteiten
van programmeren en ontwerpen veronderstellen —- en dat
is misschien het ongewone in dit model — een ontwerp-

ti
situatie. Gebruiker(s), ontwerper(s) en aannemer(s)
ontmoeten elkaar daarin in een zeker samenspel en
onderlinge afhankelijkheid. De genoemde situaties
en stappen zullen in het volgende nog nader worden
beschreven.
Het ontwerpproces eindigt in een ontwerpresultaat,
waarover de participanten het eens zijn geworden
(bestek, tekeningen en begroting).
Dit ontwerpresultaat ‘vormt het uitgangspunt (a.h.w.
de ingang) voor het bouw- of uitvoeringsproces, dat
wordt afgesloten met een (eerste en tweede) oplevering.
Tenslotte is het van belang de nodige aandacht te
schenken aan de periode tussen eerste en tweede op-
levering, waarin de gebruiker(s) zich gaat inleven in
een situatie, die zijn oorsprong vindt in de aan het
begin van het proces geconstateerde bouwbehoeften.
Zo sluit zich de kring en ziet het model er als
volgt uit:
ontwerp-
Pak situatie
programma ontwerpproces
ontwerp
ontwerp- ontwerp-
doelen resultaat
bouwbehoef ten bouwproces
woon=
situatie
Éig. 1
4. Het bouwproces als ontwikkelingsmodel
‘mmniet
Het model geeft in feite een beweging aan, die eigen
is aan een ontwikkelingsproces: het ene vloeit uit
het andere voort maar moet ook bewust door mensen
ondernomen en uitgevoerd worden!
Wanneer het gehele traject doorlopen is, is iets
nieuws ontstaan maar zo dat het aanknoopt bij het
bestaande. Er is hier sprake van een gerichte ont-
wikkeling, die slechts dan kan worden gericht als er
onderweg regelmatig wordt teruggekeken. Dit houdt
in: controleren of hetgeen men beoogde inderdaad

gerealiseerd wordt, de resultaten van het proces
tot dan toe waarderen en aangeven wat deze waardering
voor de voortgang van het proces betekent. Deze
evaluatie-activiteit maakt integraal deel uit van het
model, hetgeen wordt weergegeven door een beweging
tegengesteld aan de beweging van het bouwproces (zie
fig. 2).
Aan dat model kan een aantal zaken worden afgelezen,
dat mogelijk het begrip voor een aantal vraagstukken
van het ontwerpbouwproces verdiept (zie fig. 2).
4.1 Onderzoeken, ontwerpen en bouwen
De linkerkant van het model is die van onderzoeken
en bedenken, daar wordt m.a.w. het gebouw ontwikkeld
als idee, eindigend in het besluit nu werkelijk te
gaan bouwen . De rechterkant is die van het realiseren,
m.a.w. het gebouw wordt tot werkelijkheid, eerst
als "getekende" dan als "gebouwde" realiteit.
De povenkant van het model speelt zich hoofdzakelijk
af in de wereld van het denken: daar immers wordt
gewerkt en geleerd ín beelden en voorstellingen van
een toekomstige situatie,
De onderkant van het model speelt zich hoofdzakelijk
af in de sfeer van de concrete, materiele werkelijk-
heid, zowel de "geworden" als de "gewenste" nieuwe
situatie. De tekorten van de oude situatie worden
als concrete behoeften beleefd en de nieuwe situatie
is de realisatie daarvan in de vorm van concrete
antwoorden op deze behoeften in ruimten en materialen.
Dit gehele proces wordt beeindigd door de oplevering.
De tijd daarna is nog belangrijk voor de evaluatie:
daarin ontdekt de gebruiker in hoeverre zijn vraag
“aan het begin van het proces een antwoord in de
realiteit heeft gevonden.
Van de ervaringen die deze nieuwe woning c.q. het
nieuwe gebouw in relatie tot zijn gebruiker(s) op-
levert, is zeker te leren, Niet alleen de dingen
die niet goed zijn bevallen, zijn een onderzoek
waard, ook de dingen die juist (erg) goed zijn bevallen
kunnen inzichten voor toekomstige projecten opleveren.

polariteit:
vraag-aanbod-inzicht
polariteit: polariteit:
ideeen, moge Ng : wensen, moge
EN ontwerpsituatie lijkheden
de” B Dn snewetpereaes
Z N,
, |
[
\
| ZN
ontwerpdoelen& eenn gertuerpregultaat
hd Í
Î
!
|
Ì Ë
/
i Z
! PA
wurden, | „bouwproces
onderzoek “== LS aan DN
polariteit: RU polariteit:
verleden — toekomst verleden -— toekomst
huidige gewenste
situatie — situatie
fig. 2
Fig. 2: Het model waarin polariteiten per fase zijn aan—
gegeven:
Polariteiten wil in dit verband zeggen: de uitersten
roepen een midden op, dat begaanbaar is, waar het
vruchtbaar is om aan te werken, Als voorbeeld:
behoeften worden zichtbaar door het in beeld brengen
van aan de ene kant het verleden (b‚v. wat heb ik
tot nu toe ervaren in mijn woonsituatie) en de andere
kant (de vragen van) de toekomst (b.v, hoe zou ik
het willen hebben),

4.2 Werken en leren
Traditioneel gezien zijn het bouwproces en het ont-
werpproces voortschrijdende ontwikkelingen met vast
staande rolopvattingen: de architect ontwerpt, de
aannemer kijkt naar de kosten, de opdrachtgever wacht
af welk produkt geleverd zal worden op zijn vraag, enz.
In dit model wordt een poging gedaan deze traditie
om te buigen in de richting van het op creatieve
wijze komen tot een vrije keuze van de rol, verant-
woordelijkheid, inbreng van capaciteiten, enz.
D.w.z. het proces zou er een moeten zijn, waarin de
deelnemers in staat zijn hun onderlinge afhankelijk-
heid — op basis van vertrouwen — zodanig te beleven,
dat het mogelijk wordt dat alle partijen - naast het
werk dat men levert -— er ook van kunnen leren.
Meer hierover in het hoofdstuk over de ontwerpsituatie.
5. De fasen van het model in kort bestek
5.1 Bouw-behoefte: een vraag wordt tot behoefte
In veel gevallen wordt het bouwproces gestart vanuit
de vraag naar een nieuwe ruimte. De verleiding is dan
groot om onmiddelijk het potlood te pakken en ingaande
op de vraag tot een oplossing te komen. Het gevaar,
dat dan op de loer ligt, is dat niet voldoende onder-
zocht is op grond waarvan de vraagsteller tot zijn
vraag is gekomen. Daarmee wordt een kans gemist om
een goed inzicht te verkrijgen in de eigenlijke en
specifieke behoeften van de toekomstige gebruiker(s).
Ook loopt men het gevaar om vanuit de gestelde vraag
doelen in te vullen, die een grote afstand hebben
tot de situatie van de aanvrager. Deze grote afstand
kan ertoe leiden, dat er "vervreemding" ontstaat
tussen de gebruiker en zijn woon- c.q. werksituatie:
het gebouw voldoet op een aantal aspecten niet goed.
Het is dan te eenvoudig om te stellen: de ontwerper
verstaat zijn vak niet, of: de opdrachtgever heeft
zijn vraag niet goed gesteld.
Een goed onderzoek zou de volgende aspecten kunnen
bevatten:
a. Onderzoek van de woonbiografie: door de loop van
die biografie kan duidelijk worden welke ontwikke-
lingen, opgaven en problemen de opdrachtgever in
zijn woon- c.q. werksituatie is tegengekomen en
welke ontwikkelingsstap hij nu zou willen maken
en/of voor welke opgaveln) men nu gesteld is.
b. Onderzoek van de huidige woon- c.q. werksituatie:
bij dit onderzoek kan inzicht ontstaan in het door
de opdrachtgever nagestreefde ideaal.

WN
Dd
In een vrij, ontmoetend gesprek in de omgeving van
de gebruiker kunnen deze inzichten ontstaan. Het is
daarbij van groot belang dat dit inzicht niet slechts
ontstaat bij de ontwerper maar ook bij de opdracht-
gever. Immers daarmee wordt een situatie gecreeerd
waarin het mogelijk wordt dat beide partijen zich
niet aan elkaar "overleveren" maar in een groeiend
vertrouwen samen tot het inzicht wat gewild wordt
en tot een keuze kunnen komen.
Ontwerpdoelen: behoefte wordt tot wil
Het onderzoek vanuit de woonbehoeften leidt tenslotte
tot gemeenschappelijk vast te stellen doelen. D.w.Z.
door de opdrachtgever met ondersteuning/begeleiding
van de ontwerper worden alle punten aangegeven die
bereikt moeten worden, opdat er een nieuwe situatie
ontstaat, die voldoet aan de wil van de opdracht
gever(s). Deze wil zou vertaald moeten worden in
termen van het resultaat: een voorstelling hoe het
gebouw eruit komt te zien, anders gezegd: wat in
het ontwerpresultaat terug te vinden moet zijn, de
punten (criteria) waaraan het ontwerpresultaat
getoetst kan worden, om met de gevonden behoeften
overeen te stemmen. De inhoud van het doel zou zowel
algemeen (op het totaal van toepassing) als specifiek
(op een bepaald onderdeel van toepassing) zijn.
Het is daarbij van belang zich niet met abstracte
“formuleringen tevreden te stellen (b.v. de keuken
moet een sobere afwerking krijgen) maar de doelen
zoveel mogelijk te concretiseren, d.w.z. aan te geven
hoe het zal moeten functioneren en geoperationaliseerd
kan worden (b.v.: de keuken zal een werkbladhoogte
moeten krijgen van 78 cm. en uitgevoerd moeten worden
‘in lichte kunststof met houten werkblad).
De "ontwerpdoelen" komen dus ongeveer overeen met wat
traditioneel de "eisen" worden genoemd, Deze uitdruk-
king wijst op de eenzijdige afhankelijkheid en de
afwachtende houding van de ontwerper t.o.v. de opdracht-
gever (een verhouding die zich gewoonlijk herhaalt in
de relatie ontwerper — bouwer. Het woord "aannemer"
voor de "bouwer" is daarvoor ook kenmerkend).
Vaak worden doelen onbewust gesteld en niet uitge-
sproken. Daarbij dreigt het gevaar, dat aan het eind
van het proces een onbevredigende situatie wordt
bereikt. Voorzover dat tijdens de formulering der
doelen niet is geschiedt kan dit bij het latere ont-
werpproces worden ontdekt door zorgvuldig de details
van het gebouw na te gaan, alle ruimten in gedachten
als het ware binnen te treden, alle activiteiten
die daarin plaatsvinden in gedachten uit te voeren.

D.3
De inzichten in het voorgaande onderzoeksproces op-
gedaan, slaan a.h.w. neer in de doelstellingen, als
de daarin te voorschijn gekomen punten in concrete
omschreven vormen, ruimten, materialen kunnen worden
vertaald.
Niet alle bouwbehoeften worden tot ontwerpdoel.
Als het geheel van resultaten is geformuleerd kan
(en moet in vele gevallen) een keuze gemaakt worden.
Deze keuze kan worden gebaseerd op:
a, haalbaarheid: — wat kan gebouwd worden?
— wat kan ontworpen worden?
— wat kan betaald worden?
— wat kan toegepast worden?
— welke tijd is beschikbaar?
— welke ruimte is beschikbaar?
b. prioriteit: — wat krijgt voorrang en wat kan
later?
Ook hierbij is het van belang deze keuze te maken
uit het inzicht: zowel de ontwerper als de toe-
komstige gebruiker moet het duidelijk zijn waarom
nu juist het één wel en het andere niet mogelijk is.
Als dit proces met enige nauwgezetheid wordt door-
lopen, blijkt er vaak een zeer motiverende werking
vanuit te gaan: de doelen blijken dan voor alle
betrokkenen motieven te zijn van waaruit men kiest
en handelt.
Aangezien in dit stadium al keuzen gemaakt worden
over wat wel en wat niet zou kunnen, is het gunstig
hierbij reeds een aannemer te betrekken. Zijn rol
zou kunnen zijn het proberen in te leven wat door
de opdrachtgever gewild wordt en van daaruit te
adviseren, Hoewel meestal inschakeling van de aan-
nemer eerst in het bouwproces plaatsvindt bij de
aanbesteding, leert de ervaring dat een vroegere
inschakeling een grotere betrokkenheid en bijbehorend
onderling vertrouwen op kan leveren, Meer daarover
in het hoofdstuk ontwerpsituatie en bouwproces.
Ontwerpprogramma: het streven wordt tot plan
Nadat de doelen zijn vastgesteld zal moeten worden
gekeken hoe tot realisatie gekomen kan worden. Het
plan van actie of het ontwerpprogramma geeft aan alle
betrokkenen inzicht wie, op welke wijze en op welk
moment betrokken zal zijn. In het programma zou het
volgende moeten worden aangegeven:
a. De eerder geformuleerde doelen: d.w.z. het gebouw
zoals het bij de oplevering eruit zal zien. Daarbij

gaat het om kenmerken (beelden) en (nog) niet om
(vastgelegde) voorstellingen. De voorstellingen
(d.w.z. getekende dan wel op andere wijze voor-
gestelde aspecten) zouden met name in dit stadium
het creatieve ontwerpproces eerder afremmen dan
stimuleren. Bovendien zal het ontwerpproces het
idee nog moeten confronteren met de realiteit,
waar ook nog andere zaken dan die, welke voort-
komen uit de relatie tussen ontwerper en gebruiker,
een rol zullen spelen.
b. Alle betrokkenen en de plaats, taak en verant-
woordelijkheid die zij hebben in het verdere proces
van ontwerpen en bouwen. Hierbij zou men kunnen
denken: adviseurs, onderaannemers, aannemers VOOI
installaties, enz. Hoewel het in eerste instantie
overbodig lijkt, verdient het aanbeveling ook in
deze beschouwing de plaats van ontwerper en ook
die van de toekomstige gebruiker op te nemen.
c. De planning van het proces: d.w.z. op basis van
aanwezige capaciteiten van alle betrokkenen, geld,
middelen, faseringsmogelijkheden aangeven wat in
welk stadium zal plaatsvinden. Bovendien zou een
mogelijke samenwerkingsstructuur worden vastgelegd
(bouwvergaderingen, ontwerpvergaderingen, enz.) .
Het model impliceert niet, dat het gehele plan volledig
vaststaat, voordat het ontwerpproces begint. Het voor-
lopige plan kan tijdens het ontwerpproces aanvulling
of wijziging behoeven,
Het ontwikkelen van het ontwerpprogramma zou daarom
ook weer een aangelegenheid moeten zijn van hen die
er rechtstreeks bij betrokken zijn en die derhalve in
staat zijn regelmatig bij te sturen. Als één betrokkene
(i.c. de ontwerper) dit plan opstelt heeft dit veelal
tot gevolg, dat degenen die het moeten uitvoeren (i.c.
de aannemers en de gebruiker(s) naast de ontwerper)
het ongeïnteresseerd ter zijde leggen en hun eigen
gang gaan.
Aan het einde van deze fase vindt de definitieve
ontwerpopdracht plaats. Immers nu kan pas worden
overzien hoe omvangrijk het ontwerpproces zal zijn
en wat dit ongeveer zal gaan kosten, De eerste opdracht
ligt aan het begin van de onderzoekfase, na het
orienterend contact en het stellen van de "bouwvraag".
We zouden hier van de onderzoekopdracht kunnen
spreken, die het onderzoek naar de bouwbehoefte, de
doelen en het ontwerpplan omvatten. Dit laatste kan
men ook nog van het gezichtspunt: onderzoek bekijken.
Immers, er wordt onderzocht hoe het ontwerpproces
zou kunnen worden georganiseerd, wie erbij betrokken
wil of kan worden, enz. Anderzijds heeft dit reeds een
ontwerpkarakter.

10.
Wordt de toekomstige bouwer reeds bij het ontwerp-
proces betrokken, dan zou aan hem een "voorlopige
bouwopdracht" kunnen worden gegeven.
5.4 De ontwerpsituatie: deze maakt een creatief werk- en
leerproces mogelijk
In het stadium van het ontwerpprogramma opstellen is
het ontwerpproces eigenlijk al begonnen. Met alle be-
trokkenen wordt immers al overlegd hoe men denkt
te kunnen bijdragen in het proces van ontwerpen en
bouwen. De ontwerpsituatie zou die situatie moeten
zijn waarin het mogelijk wordt zodanig met de doel-
stellingen om te gaan, dat er een proces kan plaats-
vinden dat enerzijds zal leiden tot een bestek
(+ tekeningen en begroting) en anderzijds alle be-
trokkenen in staat stelt daarvan te leren. Vaak is
het zo, dat de ontwerper (met soms consultatie van
een aannemer) zich terugtrekt en te voorschijn komt
met een schetsontwerp. Hij bevindt zich in dat
geval lange tijd alleen in de ontwerpsituatie "in
gesprek met" zijn gegevens en zijn ideeen. Bij de
presentatie daarvan gaan de overige betrokkenen in
op het gepresenteerde en wordt het resultaat “kritisch”
besproken. Het is echter ook mogelijk dat ontwerp
met elkaar op te bouwen, In dat geval zou de situatie
zo ingericht moeten worden, dat de betrokkenen hun
specifieke ervaring, kennis, inzichten, vermogens en
kwaliteiten inbrengen en waarin voeding wordt ge-
geven aan het ontwerpproces,
Het volgende beeld (fig. 3) zou daarbij als illustratie
kunnen dienen:
ontwerpsituatie
adviseur/architect/bouwer
|
| |
!
| bieden aan geven leiding ;
1 t
Ì ij relatie |
„overleg |
ontwerpplan ontmoeting t ontwerpproces
ï
nemen op nemen
overwegen actief deel
opdrachtgever(s) /gebruiker(s)
an en a a en mr vn men me nn nn nn a mn men vn nn vn mn mn mn

52
11.
Aangezien veelal de deskundigheid en ervaring van de
aannemer, adviseur(s) en ontwerper groter zijn dan
die van de opdrachtgever(s) zal het initiatief en de
leiding veelal bij eerstgenoemden liggen. Naarmate
het inzicht in de procesgang bij de opdrachtgever(s)
groeit, is het echter voorstelbaar, dat het initia-
tief in die richting verschuift en er adviezen en
bijstand worden gevraagd aan de deskundigen; de op-
drachtgever zich dan a.h.w. emancipeert in het ver-
loop van het ontwerpproces.
Ontwerpen is een deskundigheid die in de meeste ge-
vallen het meest wordt beheerst door de ontwerper.
Het ligt voor de hand, dat deze (vanuit deze deskun-
digheid) "het voortouw neemt" (in het proces), waar-
bij de adviseur(s) en aannemer als "gastdocenten"
optreden.
De ontwerpsituatie zou tot stand kunnen komen door
een aantal bijeenkomsten waar bepaalde thema's
centraal staan. Die thema's kunnen betrekking hebben
‚op onderdelen (b.v. sanitaire voorzieningen, werk-
ruimten, kelders, enz.) of meer op het totaal (b.v.
verkeersruimte in het gebouw, de relaties tussen de
ruimten, enz.) en op verschillende wijzen worden be-
handeld (maquettes, dia's, demonstraties, gesprekken,
enz.). Tijdens en in het vervolg van deze bijeen-
komsten ontwikkelt zich het ontwerpproces, waarin
keuzen gemaakt worden op grond van de opgedane in-
zichten en de afspraken die daarover worden gemaakt.
Het ontwerpproces: ideeen worden tot mogelijkheden
voor realisatie
Vanuit inzichten die ontstaan in de ontwerpsituatie
ontstaat a.h.w. een papieren, gedacht gebouw: bestek,
tekeningen, begroting en planning. Als de ontwerp-
situatie aansluit bij het in het ontwerpprogramma
gestelde, is de verwachting gerechtvaardigd, dat het
ontwerpproces leidt tot het gewenste ontwerpresul-
taat, d.w.z. vanuit de doelen gerechtvaardigde beel-
den hoe het gebouwde er straks uit moet gaan zien.
Uiteraard zullen de doelen de toets kunnen zijn of
dat inderdaad het geval is. Waar dat niet het geval
is, is het interessant nog eens na te gaan waar en
waarom deze discrepantie is ontstaan, om alsnog even-
tuele wijzigingen in het ontwerp aan te brengen of
daar mogelijke lering naar de toekomst uit te trek-
ken.

5.6
5.7
12.
Ontwerpresultaat
Het ontwerpproces is beeindigd wanneer ontwerper en
opdrachtgever het eens geworden zijn over het defini
tieve ontwerp, de tekeningen en het bestek ("eens
zijn" kan ook betekenen, dat de opdrachtgever de
beoordeling en de verantwoordelijkheid voor bepaalde
technische aspecten heeft gedelegeerd aan de ont-
werper (s), architect en adviseurs). Dan kan de defi-
nitieve bouwopdracht aan de bouwer plaatsvinden en het
bouwproces starten.
Het bouwproces: het ontwerpresultaat wordt tot werke
lijkheid
Bestek, tekeningen, planning en begroting vormen het
beginpunt van het bouwproces. Het bouwplan (planningin
de tijd) kan reeds tijdens en paraliel met het ont-
werpproces tot stand komen. Dit bevordert de con-
tinuiteit van het gehele proces en voorkomt vele
problemen en conflicten. Aangezien het bestek c‚s.
een ontwerpresultaat is dat is ontstaan uit een
proces waaraan veelal de direct uitvoerenden niet
hebben deelgenomen, lijkt het verstandig deze vooraf
en tijdens het bouwproces mee te nemen in de gedach-
tengang van de bij het ontwerp betrokkenen, Ook hier
bestaat de mogelijkheid. om. situaties te creeren waar-
in de direct uitvoerende medewerkers, vanuit hun
specifieke deskundigheid zaken kunnen inbren-
gen en bij uitvoeringskeuzen een:rol kunnen spelen.
Ook hier kan door alle betrokkenen gewerkt èn ge-
leerd worden!
Veelal wordt het bouwproces begonnen met de aanbeste-
ding. Een groot deel van de te besteden werken worden
"gegund" (afgeleid van het woord gunnen, een gunst
verlenen!) na een soort competitie. Een sociaal proces
waarin geen keuze is gemaakt op basis van ontstaan
vertrouwen en inzichten, maar op basis van inspelen
van belangen, van geven en nemen. Het gaat er daar-
bij om, ik t.o.v, de ander, waar is de ander zwak en
ik sterk en hoe kunnen we dat in de prijs tot uiting
laten komen?
Dat goed-koop slechts een resultaat kan zijn van het
uitspelen van belangen is een wijd verbreid misver-
stand. Is goedkoop niet veeleer: de juiste waarde toe-
kennen aan een gewenst produkt en is juist daarbij
niet een oordeel als resultante van een proces waar
in inzicht kan ontstaan in enerzijds de behoeften
van de toekomstige gebruiker en de mogelijkheden om
de dingen overeenkomstig de behoeften werkelijk te
kúnnen maken?

13.
5.8 Oplevering: een nieuwe levens- c.q. werksituatie is
6.
gerealiseerd
Bij het gereedkomen van het bouwwerk is een belang-
rijk moment de oplevering: de confrontatie met de
nieuw geworden woon/werksituatie,
Om lering te trekken uit de eerste woon/werkervaringen
zou de periode tussen de le en 2e oplevering ge-
bruikt kunnen worden. Naast de dan nog resterende
werkzaamheden aan het gebouw zou nagegaan kunnen
worden:
a. Of het gebouw conform de behoeften en de daaruit
voortkomende doelstellingen gerealiseerd is.
b, Hoe door de gebruikers e.esa. gewaardeerd c.q.
beoordeeld wordt (nogmaals: ook van goede beoor-
delingen is in dit verband te leren!).
ec. Welke stappen in de toekomst gezet kunnen worden
op grond van de toetsing aan de doelstellingen en
de waardering daarvan,
Dit evaluatieproces (als pro-ces, d.w.z. als voort-
schrijdende weg) zou een weg kunnen zijn van onder-
zoek, bezinning en diagnose om een extract te winnen
van waardevolle inzichten uit elk stuk afgelegde ont-
wikkelingsweg., Dat betekent dat dit evalueren een
integraal onderdeel zou moeten zijn van elke fase,
Tenslotte
In het voorgaande is een poging gedaan het proces van
ontwerpen en bouwen te schilderen als een proces van
werken en leren. Een weg met een ontwikkelingskarakter:
enerzijds wordt gewerkt aan het doel terwijl er ander-
zijds geleerd wordt van het proces en het resultaat.
Mogelijkerwijze kan deze weg bijdragen tot het "vol-
wassen" worden van mensen in de aanpassing en verande
ring van zijn/haar eigen omgeving.
COPYRIGHT NPI