← Back to catalogue

Return

Author:
Otmar Donnenberg
Original title:
Terugkeren
Type:
Instruction
Language:
Dutch
Year:
1988
Pages:
3
Subject:
About return after a training, aspects of the own return, aspects of welcome the returning participant
NPI reference no.:
6114.888

ND
NPI - Instituut voor Organisatie Ontwikkeling
handleiding: 6114.888
OD/LG
TERUGKEREN
Ï Over het terugkeren
* Terugkeren hangt samen met afzonderen.
Afzonderen heeft in de mensheidsontwikkeling veel mo-
gelijk gemaakt:
- afzondering in de grot: bescherming tegen overweldi-
gende natuurinvloeden, grottekeningen;
—- afzondering in de stad: onafhankelijkheid t.o.v. de
grondheer, meer mogelijkheden voor werk buiten de
landbouw;
- afzondering in de leersituatie: afstand van de “pro-
duktiemolen"”, gelegenheid om rustig en met de moge-
lijkheid tot fouten maken vragen vast te stellen,
onderwerpen uit te diepen, systematisch en in (gro-
tere) samenhangen dingen op een rijtje te krijgen.
Maar afzondering zadelt ons met het probleem op, de
overgang naar het "andere! (van de stad naar het land,
van de leersituatie naar de werksituatie en omge-
keerd!) te vinden.
Afzondering kweekt bewustzijn maar vraagt ook actieve
inzet om "geschiedenis" (leersituatie en werksituatie
b.v.) weer te verbinden.
* Valkuil van het terugkeren.
Het geleerde aan de werksituatie opleggen zonder er
rekening mee te houden, dat er specifieke condities
zijn en dat de mensen daarin ook tijd en mogelijkheden
nodig hebben om uiteindelijk de nieuwe inzichten met
de terugkerende te kunnen delen.
* Opgave van het terugkeren.
Gelegenheid vinden om m.n. onvolledige leerresultaten
te ontwikkelen en te integreren.
II. Gezichtspunten voor de eigen terugkeer
1. Na de cursus nog eens. al het geleerde doornemen, het
op een rijtje zetten, het wezenlijke van het onwezen-
lijke scheiden. Een tijdje na de opleiding lukt het
laatste pas goed.
Valckenboschlaan 8, Postbus 299, 3700 AG Zeist, Telefoon 03404-20044, Fax 03404-12770.

2. Dit nu ook weer eens opzij zetten en onbevangen naar
de werksituatie kijken ("met de ogen van een kind").
Aandacht hebben voor ideeën, vragen en problemen waar
collega's mee rondlopen.
Oog hebben voor wat in de werksituatie nodig is.
3, Leerresultaten geleidelijk gericht inbrengen (als
middel om een opdracht goed uit te kunnen voeren, als
oplossing voor een probleem van een collega, enz.).
Afspraken maken om ruimte te krijgen waardoor je
nieuwe dingen in de werksituatie kunt uitproberen,
kunt oefenen.
4. Voor een periode (b.v. } jaar) na de opleiding een
persoonlijk ontwikkelingsplan maken waarin een paar
concrete voornemens tot uitdrukking komen (vastgelegd
als duidelijk omschreven stappen in de tijd). B.v.
elke maand een keer de ecursusstof en de bijzondere
persoonlijke leermomenten nog eens doornemen.
III Gezichtspunten voor het opvangen van "terugkerende" me-
dewerkers
A. Interesse hebben voor en met de "teruggekeerde" door-
spreken vans :
1. Zijn nieuwe vermogens respectievelijk capaciteiten
(dat helpt hem om zich hiervan volop bewust te
worden en zijn vermogens daardoor beter ter be-
schikking te hebben).
2. Zijn door de opleiding ontstane behoeften (b.v.
het nieuwe nog beter te verwerken, met het geleer-
de te kunnen experimenteren, de onzekerheid
t.o.v. het nieuwe te overwinnen, enz.).
3, Zijn verwachtingen (b.v. om door de opleiding in
een ander werkveld terecht te komen, promotie te
maken, een hoger inkomen te bereiken, enz.). Als
over de verwachtingen niet al in de aanloop voor
de opleiding duidelijk is gesproken, kunnen aller-
lei illusies en onterechte hoop gewekt worden. In
ieder geval aan het einde van of na de opleiding
moet duidelijk kunnen worden wat reëel is en wat
niet.

4. Onvolledige leerresultaten (aan het einde van de
cursus zijn alleen maar een deel van de leerpro-
cessen uitgemond in volledige leerresultaten, an-
dere leerprocessen moeten in de werksituatie nog
door kunnen gaan, hebben bezinking nodig, enz.
voordat zij af zijn).
B. Steun geven aan de "teruggekeerde" t.o.v. tegenwer-
kingen waar hij mee te maken krijgt, zoals:
1. Weerstand tegen verandering bij collega's in de
werksituatie (omdat het nieuwe geleerde niet aan-
sluit bij hun oude denkbeelden, zij het gevoel
krijgen met hun oude manier van doen minder waard
te zijn, zij vrezen dat hun plannen en gewoonten
door het nieuwe doorkruist zouden kunnen worden);
weerstanden bij de teruggekeerde zelf,
2. Belemmerende opvattingen (leren = luxe, werken =
zweet, bij ons is het nieuwe niet van toepassing
omdat wij een heel ander geval zijn, enz.) die de
realisering van leerresultaten in de weg staan.
3. Kortzichtigheid, waardoor de betekenis van het
nieuwe geleerde voor de ontwikkeling van de werk-
situatie niet gezien wordt,
COPYRIGHT NPI